<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Siagrius, weblog van John Aspeslagh &#187; Interbellum</title>
	<atom:link href="http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;tag=interbellum" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://siagrius.be/siagrius</link>
	<description>Lokale geschiedenis en erfgoed  ...</description>
	<lastBuildDate>Tue, 03 Feb 2026 10:07:14 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
		<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
		<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.8</generator>
	<item>
		<title>Claude Bernières, een Franstalige dichter uit de kring rond James Ensor</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9601</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9601#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 05 Nov 2024 10:10:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Claude Bernières]]></category>
		<category><![CDATA[Cyrille Louf]]></category>
		<category><![CDATA[Interbellum]]></category>
		<category><![CDATA[James Ensor]]></category>
		<category><![CDATA[karel van de woestijne]]></category>
		<category><![CDATA[La Flandre Littéraire]]></category>
		<category><![CDATA[Le visage des heures]]></category>
		<category><![CDATA[Marie Gevers]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Prix Maeterlinck]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9601</guid>
		<description><![CDATA[ Biekorf, jg 124 (2024), pp. 267-98. De taalwet van 1921 was een belangrijke stap naar de volledige vernederlandsing van de lokale besturen en van het onderwijs in de Vlaamse arrondissementen. In Oostende waren er, naast militante verenigingen[1] die de nieuwe &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9601">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"> <span style="color: #ff0000;"><strong><em>Biekorf</em>, jg 124 (2024), pp. 267-98.</strong></span></p>
<p>De taalwet van 1921 was een belangrijke stap naar de volledige vernederlandsing van de lokale besturen en van het onderwijs in de Vlaamse arrondissementen. In Oostende waren er, naast militante verenigingen<a title="" href="#_ftn1">[1]</a> die de nieuwe taalwetgeving probeerden te omzeilen of ongedaan te maken, ook Franstaligen die meenden  dat de Franse taal, dank zij haar superioriteit en uitstraling, zich naast het Nederlands zou kunnen handhaven. Vooral kunstenaars uit de kring rond James Ensor en medewerkers van het tijdschrift <i>La Flandre Littéraire<a title="" href="#_ftn2"><b>[2]</b></a></i> behoorden tot die groep, onder wie ook dichter en schrijfster Claude Bernières<a title="" href="#_ftn3">[3]</a>.</p>
<p><b>B</b><b>eginnende dichter</b></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/11/nr-14.png"><img class="alignleft size-medium wp-image-9608" alt="nr 14" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/11/nr-14-230x300.png" width="230" height="300" /></a>Claude Bernières, pseudoniem voor Hélène Coulier, werd op 18 juli 1884 geboren in Zwevezele. Haar vader Jean-Baptiste Coulier (°1855) was afkomstig uit Stalhille en haar moeder Emma Standaert (1868-1926) uit  Maldegem. Ze trouwden in Brugge in 1883 en kregen twee dochters: Hélène en haar twaalf jaar jongere zus Jeanne. Vader Coulier was van 1883 tot 1902 notaris in Zwevezele en van 1903 tot 1926  in Torhout<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>. Waarschijnlijk was de omgangstaal in het notarisgezin het Frans.</p>
<p>Hélène groeide op in Zwevezele en kwam pas in Torhout wonen toen ze al zeventien was. Zoals het toen bij vooraanstaande families de gewoonte was, gingen de meisjes op hun twaalfde naar het pensionaat waar Frans de voertaal was. In haar autobiografische &#8216;roman&#8217;<a title="" href="#_ftn5">[5]</a> schrijft ze dat ze op kostschool ging in een niet verder omschreven naburig stadje. Zoals zovele pensionnairs was ze niet gelukkig in haar <i>&#8216;couvent&#8217; </i>en horen we de traditionele  klachten: &#8220;<i>Une cloche régit tous mes gestes, me dirige comme une marionette … </i><i>Je reçois mes letttres ouvertes …. Même les idées semblent porter l&#8217;uniforme&#8221;. </i>Is ze na verloop van tijd overgestapt van dit pensionaat naar een andere school?  In haar notities voor een voordracht die ze in haar vroegere school gaf, spreekt ze van een &#8216;Lyceum&#8217;<a title="" href="#_ftn6"><i><b>[6]</b></i></a>. Zoals blijkt uit een latere brief aan Marie Gevers, verliet ze de schoolbanken op achttien jaar<a title="" href="#_ftn7">[7]</a>. Het kan bijna niet anders dan dat ze haar  grondige kennis van het Frans en de vaardigheid om uit het Engels te vertalen, verder heeft geperfectioneerd via zelfstudie en lectuur.<span id="more-9601"></span></p>
<p>Hoe ze in Oostende is terecht gekomen, is onduidelijk. Feit is dat haar gedicht (<i>La Mare</i>) onder het pseudoniem &#8216;Hélène Avril&#8217; al in 1905 verscheen in de Oostendse <i>Le Carillon</i>. In 1908 behaalde ze een eerste prijs met  een dichtwerk dat ze had ingestuurd voor een wedstrijd van <i>Le Conseil national des Femmes belges</i>. <i>Le Carillon</i> vermeldt haar als &#8220;<i>une poétesse que Le Carillon a eu le plaisir d&#8217;accueillir des premiers […] douée d&#8217;un grand et original talent […] la disciple, en poésie, de Marguerite Coppin</i> (1867-1931)<a title="" href="#_ftn8"><i><b>[8]</b></i></a>&#8220;. Tot 1909 vonden we nog vermeldingen van gedichten van haar hand verschenen in culturele tijdschrijften als <i>Le Farfadet, Le Florilège</i>, <i>Le Thyrse</i> en <i>La jeune Wallonie<a title="" href="#_ftn9"><b>[9]</b></a></i>. Uit de periode 1910-1920 vonden we geen gedichten terug.</p>
<p>Op 25 juli 1911 trad ze in Torhout in het huwelijk met dokter Cyrille Louf (1882-1956) afkomstig uit het toen nog tweetalige Nieuwkerke-Neuve Eglise, nu Heuvelland<a title="" href="#_ftn10">[10]</a>. Gezien de achtergrond  van het koppel, lijdt het geen twijfel dat in het gezin Frans werd gesproken. Hun dochter Suzanne Louf werd in 1913 in Anderlecht geboren<a title="" href="#_ftn11">[11]</a>. Woonde het echtpaar toen in het Brusselse? Voor de Eerste Wereldoorlog komt Cyrille Louf in elk geval niet voor in de lijst van Oostendse artsen<a title="" href="#_ftn12">[12]</a>.</p>
<p>Tijdens de oorlog verbleven Hélène, haar dochtertje Suzanne en haar zus Jeanne als “<i>réfugiées</i>” aan de Solent Road 28 van de Londense wijk Hampstead. In mei 1917 wonen Hélène en Suzanne ondertussen in de Rue de Bayeux van de gemeente Asnelles in het Franse departement Calvados, waar zus Jeanne hen vervoegde in oktober. De reden van hun verhuis naar Normandië zal te verklaren zijn door de aanwezigheid van de gemobiliseerde Cyrille Louf als militair geneesheer in het naburige Belgisch militair hospitaal van Villiers-le-Sec<a title="" href="#_ftn13">[13]</a>.</p>
<p>In september 1918 wordt hun zoontje Jacques in Asnelles geboren. Woonde Hélène voor of na mei 1917 tijdelijk in Bernières-sur-mer, een andere gemeente van de Calvados maar wel verder verwijderd van Villiers-le-Sec? <i>Le Carillon</i> beweert in elk geval dat ze haar pseudoniem ontleende aan &#8220;<i>le village français qui l&#8217;abrita durant la tourmente</i>&#8220;<a title="" href="#_ftn14">[14]</a>. Ook haar kleinzoon zegt dat hij in zijn kindertijd altijd hoorde spreken van het stadje &#8216;Bernières&#8217;. Waarom ze opteerde voor &#8216;Claude&#8217; en &#8216;Bernières&#8217; is hem niet duidelijk.</p>
<p>De amper vijftien maanden oude Jacques overleed aan kroep op oudejaarsavond 1919 in Oostende naarwaar het echtpaar inmiddels was verhuisd. Op de overlijdensakte van zijn zoontje staat dokter Louf nog vermeld als “krijgsgeneesheer”<a title="" href="#_ftn15">[15]</a>. Ze woonden toen al in de Rogierlaan 48 waar Hélène zou blijven tot na het overlijden van haar man in 1956.</p>
<p>Vanaf 1920 is Hélène Coulier bij de Oostendenaars gekend als &#8216;madame Louf&#8217; maar in artistieke kringen maakt ze haar debuut als &#8216;Claude Bernières&#8217;. In dat jaar verschenen acht gedichten van haar in het liberaal tijdschrift <i>Le Flambeau</i>, die ze twee jaar later, met één uitzondering, ongewijzigd zou overnemen in <i>Le Visage des Heures</i>. Volgens de lokale pers zou ze door <i>Le Flambeau</i> bekendheid hebben verworven en door het succes aangemoedigd om haar gedichten in een bundel te publiceren<a title="" href="#_ftn16">[16]</a>.</p>
<p>Lees verder in <span style="color: #ff0000;"><strong><em>Biekorf</em>, jg 124 (2024), pp. 267-98.</strong></span></p>
<p><strong><i>Le Visage des Heures</i>, een bundel van dertig gedichten uit 1922.</strong></p>
<p><strong>De bekroning: de Verhaeren-Prijs (1923)</strong></p>
<p><strong>Bernières gevierd</strong></p>
<p><strong>Bernières en Ensor</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/11/nr-10.jpeg"><img class="aligncenter size-medium wp-image-9607" alt="nr 10" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/11/nr-10-300x231.jpeg" width="300" height="231" /></a></p>
<p><strong>Bernières en het West-Vlaams tijdschrift <i>La Flandre Littéraire</i> (1922-1929)<a title="" href="#_ftn1"><i><br />
</i></a></strong></p>
<p><strong>Claude Bernières en Marie Gevers</strong></p>
<p><strong>Kortstondig succes</strong></p>
<p><strong>De betekenis van Claude Bernières</strong></p>
<div>
<div>
<p>&nbsp;</p>
</div>
</div>
<div>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> <i>L&#8217;Association flamande pour la vulgarisation de la langue française</i> en <i>Les Amitiés françaises</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> Zie J. ASPESLAGH, <i>&#8216;La Flandre Littéraire</i> of de zwanenzang van de Frans-Belgische letterkunde in West-Vlaanderen&#8217;, in: <em>Biekorf</em>, jg. 123 (2023), p. 385-415.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> Voor meer details over de vernederlandsing en de weerstand bij de totstandkoming van de nieuwe wet, zie J. ASPESLAGH, &#8216;Hoe Oostende reageerde op de vernederlandsing van het openbaar leven&#8217;, in: <i>Biekorf</i>,<i> </i>jg. 121 (2021), p. 187-210 en ‘Het moeizaam proces van vernederlandsing in Oostende tijdens het Interbellum’, in: <i>Wetenschappelijke Tijdingen</i>, jg. 82 (2023), p. 101-61.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> <a href="https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archiefvormers/zoekresultaat?text=eac-BE-A0500_101530&amp;inLanguageCode=DUT&amp;view=eac">https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archiefvormers/zoekresultaat?text=eac-BE-A0500_101530&amp;inLanguageCode=DUT&amp;view=eac</a> ; <a href="https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archiefvormers/zoekresultaat?text=Coulier%20Jean-Baptiste&amp;fromDate=1903&amp;placeEntry=Torhout">https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archiefvormers/zoekresultaat?text=Coulier%20Jean-Baptiste&amp;fromDate=1903&amp;placeEntry=Torhout</a> ; Overlijdensakten Oostende, 1926, Emma Standaert, nr 192; <i>Le Carillon</i> 13 april 1926.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> C. BERNIERES, &#8216;Le village dans les yeux&#8217;, in: <i>La Revue générale</i>, jg 59 (1926), 15 augustus, p. 206-08.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a> Familiearchief, &#8216;<i>Début littéraire&#8217;</i>. Ze haalt herinneringen op aan een zekere &#8216;Mevrouw Burls&#8217; die haar zou geholpen hebben om haar plankenkoorts te overwinnen maar van religieuzen is geen sprake meer.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref7">[7]</a> Zie voetnoot 65.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref8">[8]</a> Feministe, romanschrijfster en dichter. Werkte mee aan <i>Le Carillon</i> en aan <i>Le Journal de Bruges</i>. Zie <a href="https://maisondelapoesie.be/poetes-list/coppin-marguerite/">https://maisondelapoesie.be/poetes-list/coppin-marguerite/</a> ; <a href="https://data.bnf.fr/fr/10466178/marguerite_coppin/">https://data.bnf.fr/fr/10466178/marguerite_coppin/</a> ; <a href="https://fr.wikipedia.org/wiki/Marguerite_Coppin">https://fr.wikipedia.org/wiki/Marguerite_Coppin</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref9">[9]</a> <i>Le Carillon</i> 1 juli 1905, 13 november 1906, 12 december 1908 en 20 mei 1909; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 4 augustus 1909; zie ook <a href="https://maisondelapoesie.be/poetes-list/bernieres-claude/">https://maisondelapoesie.be/poetes-list/bernieres-claude/</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref10">[10]</a> Trouwboekje Louf-Coulier. Het Franstalig deel van de vroegere gemeente Nieuwkerke werd in 1963 gevoegd bij het nu Henegouwse Ploegsteert.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref11">[11]</a> Huwelijksakten Oostende, 1939, Jean Willems &#8211; Suzanne Louf, nr 118, 29 april 1939.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref12">[12]</a> Zie bv. <i>La Saison d&#8217;Ostende</i> 23 mei 1913 en 11-12 april 1914.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref13">[13]</a> Mail 13 februari 2024 van <i>Archives départementales du Calvados</i>, met scan van <i>Questionnaire destiné à l&#8217;obtention de la carte d&#8217;identité d&#8217;étranger</i> van Hélène en Jeanne Coulier. Over het militair hospitaal van Villiers-le-Sec, zie <a href="https://www.1914-1918.be/hopital_villers_le_sec.php">https://www.1914-1918.be/hopital_villers_le_sec.php</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref14">[14]</a> 14 april 1923.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref15">[15]</a> Overlijdensakten Oostende, 1920, nr 3; <i>Le Carillon</i> 11 januari 1920.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref16">[16]</a> <i>Le Carillon</i> 14 april 1923; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 14 mei 1924; <i>Le Flambeau</i>, jg. 3, n° 11 (1920), p. 679-87.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9601</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>La Flandre Littéraire of de zwanenzang van de Frans-Belgische letterkunde in West-Vlaanderen</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9566</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9566#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Feb 2024 09:09:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[bernieres claude]]></category>
		<category><![CDATA[ensor]]></category>
		<category><![CDATA[franse literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[ghelderode]]></category>
		<category><![CDATA[henri vandeputte]]></category>
		<category><![CDATA[Interbellum]]></category>
		<category><![CDATA[karel van de woestijne]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9566</guid>
		<description><![CDATA[Biekorf, jg. 123 (2023), pp. 385-415 &#160; &#160; Het tijdschrift La Flandre Littéraire (LFL) verscheen van 1922 tot 1929 en was één van de laatste Franstalige tijdschriften over literatuur, kunst en muziek uitgegeven in West-Vlaanderen[1]. &#160; &#160; &#160; Particularistische en patriottische &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9566">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><span style="color: #ff6600;"><strong><em>Biekorf</em>, jg. 123 (2023), pp. 385-415</strong></span></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/IMG_20240213_0001.jpg"><img class="size-medium wp-image-9573 alignleft" alt="IMG_20240213_0001" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/IMG_20240213_0001-214x300.jpg" width="214" height="300" /></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het tijdschrift <i>La Flandre Littéraire</i> (LFL) verscheen van 1922 tot 1929 en was één van de laatste Franstalige tijdschriften over literatuur, kunst en muziek uitgegeven in West-Vlaanderen<a title="" href="#_ftn1">[1]</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Particularistische en patriottische karakteristieken van de Franstalige literatuur in België</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/LFL-1926.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9571" alt="LFL 1926" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/LFL-1926-175x300.jpg" width="175" height="300" /></a>De discussie over de plaats en de representativiteit van de Belgische schrijvers binnen de Franstalige  literatuur woedde sedert 1830. De enen vonden dat de Belgische literaire productie wegens haar regionalistisch en particularistisch karakter niet kon tippen aan Parijse publicaties. Anderen vonden dat dit particularisme net het verschil maakte zodat we terecht mochten spreken van een aparte Franstalige letterkunde in België. Die eigenheid was meestal te vinden bij de talrijke auteurs met Vlaamse roots zoals Charles De Coster (1827-1879), Georges Eekhoud (1854-1927), Maurice Maeterlinck (1862-1949), Georges Rodenbach (1855-1898), Charles Van Lerberghe (1861-1907), Emile Verhaeren (1855-1916) … wier werken vaak in het Vlaamse land gesitueerd waren of de eigen geschiedenis als thema hadden. Na de Eerste Wereldoorlog kreeg dit particularisme bovendien een patriotisch laagje van nationale trots. België behoorde immers tot de club van de overwinnaars en was dus niet langer het ‘<i>poor little Belgium’</i> van 1914 maar had zich ontwikkeld tot een voldragen natie. Gesneuvelden en oud-strijders die naast hun militaire opdrachten literair actief waren geweest, werden op een voetstuk geplaatst. Het is dan ook geen wonder dat in de eerste jaargangen van LFL hun literair werk nogal wat aandacht kreeg<a title="" href="#_ftn2">[2]</a>.</p>
<p>Het naoorlogse patriotisme bracht tevens mee dat aan diegenen die zich tijdens de bezetting &#8211; al dan niet vermeend &#8211; &#8216;onvaderlands&#8217; hadden gedragen, de rekening werd gepresenteerd. Vanaf 1920 werden tegen de voormalige activisten processen gevoerd, hetgeen een uitgelezen kans was voor de Franstalige bourgeoisie om aan de Vlaamse Beweging in haar geheel zoveel mogelijk schade toe te brengen.<span id="more-9566"></span></p>
<p><strong>De Oostendse francofonie in het verweer tegen de nieuwe taalwetgeving<a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/Ensor-Vandeputte.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9570" alt="Ensor-Vandeputte" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/Ensor-Vandeputte-218x300.jpg" width="218" height="300" /></a></strong></p>
<p>In 1921 werden de verkiezingen voor het eerst op basis van het algemeen enkelvoudig stemrecht georganiseerd. In Kamer en Senaat werd nu een meerderheid gevonden voor een nieuwe taalwet die op 31 juli 1921 werd aangenomen en van kracht werd op 1 januari van het daaropvolgend jaar. De nieuwe wet steunde op de principes van territorialiteit en eentaligheid van Vlaanderen en Wallonië. Door het doortastend optreden van de Vlaamse verenigingen en de Vlaamsgezinde politici kreeg Oostende tijdens het interbellum meer en meer een Vlaams uitzicht, zeer tegen de zin van de verfranste liberale bourgeoisie die in 1921, na bijna een halve eeuw, haar absolute meerderheid in de gemeenteraad was kwijtgespeeld. Het Franstalig cultureel en sociaal leven begon te slabbakken en de Franstaligen gingen in het verweer<a title="" href="#_ftn3">[3]</a>. Naast verenigingen die militant en fanatiek de Franse cultuur en de francofonie in Oostende bleven promoten &#8211; vooral <i>L&#8217;Association flamande pour la vulgarisation de la langue française</i> en <i>Les Amitiés françaises -</i> verscheen het nieuw cultureel tijdschrift <i>La Flandre Littéraire</i> (verder LFL) dat moest dienen als uithangbord en als bewijs van de vitaliteit van de lokale francofonie en francofilie. Dat het tijdschrift effectief een rol te vervullen had in dit politiek-cultureel steekspel, werd later tot twee keer toe bevestigd door de gewezen co-directeur Michel de Ghelderode: LFL was “<i>une page importante de la lutte pour le maintien de la langue française en notre Flandre d’où les menées politiciennes l’[avaient] pratiquement bannie, sans espoir</i>”<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>.<b> </b></p>
<p><strong>Oostende, waar kunstenaars zich rond James Ensor schaarden<a title="" href="#_ftn5">[5]</a></strong></p>
<p>Na de Eerste Wereldoorlog werd het Franstalig cultureel leven voornamelijk gedomineerd door de ‘satellieten’ rond LFL, met James Ensor als spilfiguur. Diens oeuvre was al een tijdje over zijn hoogtepunt, maar dat betekende wel dat de kunstenaar in de voorbije tijd grote bekendheid had verworven in binnen- en buitenland. De kring rond LFL bestond uit de Franstalige dichteres Claude Bernières (pseudoniem voor Hélène Coulier, 1884-1960), <i>Le Carillon</i>-journalisten William Coolen (°1896-?)<a title="" href="#_ftn6">[6]</a> en Firmin Cuypers (1902-1948)<a title="" href="#_ftn7">[7]</a>, bankdirecteur Georges Petit, conservatoriumdirecteur Jules-Toussaint de Sutter (1889-1959), Franstalig dichter en artistiek directeur van het Oostendse Kursaal Henri Vandeputte (1877-1952)<a title="" href="#_ftn8">[8]</a>, medewerker <i>Le Carillon</i> en directeur van <i>Ostende Thermal</i> Jean Scorff en<i> </i>liberaal gemeenteraadslid baron Raoul de Vrière (1865-1929). We mogen zeker ook Karel Van de Woestijne (1879-1929) niet vergeten die een vijftal jaar in Oostende woonde en zich in dat francofoon kringetje als een vis in het water voelde. Op banketten schoof verder nog meer schoon volk aan zoals Ensors nichtje Alex Taen Hee Tseu (°1893-?) en haar man Richard Daveluy, dokter-schilder Victor De Knop (1883-1979), dokter Jules Ghyoot (1876-1950), de kunstschilders Constant Permeke (1886-1952) en Leon Spilliaert (1881-1946), atheneumleraar Désiré Steyns, onderwijzer-dichter Auguste Van Houtte (1889-1936), architect Pierre Vandervoort (1891-1946), organist van het Kursaal en van de Oostendse hoofdkerk Léandre Vilain (1866-1945), &#8230; Kunstenaars en schrijvers die tijdelijk of in het seizoen in Oostende verbleven, sloten aan, zo de Brusselse letterkundigen Michel de Ghelderode (1898-1962)<a title="" href="#_ftn9">[9]</a>, Horace Van Offel (1876-1944) en Fernand Crommelynck (1886-1970). Ensor introduceerde een aantal bevriende kunstenaars, o.a. Henri Cassiers (1858-1944), Julien Deladoès (1886-1974)<a title="" href="#_ftn10">[10]</a>, Jean-Jacques Gaillard (1890-1976) en Marcel Stobbaerts (1899-1979). Dit flamboyant wereldje kon je aantreffen in de brasserie <i>Fallstaf</i> op het Wapenplein of in de <i>Brasserie Flamande</i> bij<i> </i>&#8216;Madame Moustache&#8217;<i> </i>op de hoek van de Adolf Buylstraat en de Christinastraat. Tegen het einde van de jaren 1920 werd het clubje verder aangevuld met boekhandelaar Mathieu Corman (1901-1975), schilder Felix Labisse (1905-1982) en cineast Henri Storck (1907-1999) die alle drie mee aan de wieg stonden van de <i>Club du cinéma</i>.</p>
<p><span style="color: #ff6600;">L</span><span style="color: #ff6600;">ees verder in: </span><strong style="color: #ff6600;"><em>Biekorf</em>, jg. 123 (2023), pp. 385-415</strong></p>
<div>
<p><strong>Van meet af aan was er twijfel over de levensvatbaarheid van LFL</strong></p>
<p><strong>Redactie en medewerkers van LFL</strong></p>
<p><strong>Vijf jaargangen met in totaal 57 afleveringen</strong></p>
<p><strong>Interne punten van discussie: traditie versus vernieuwing en de eigenheid van de Frans-Belgische literatuur</strong></p>
<p><strong>LFL promoot het nieuwe medium film</strong></p>
<p><strong>Aandacht voor de Vlaamse letterkunde en de taalkwestie</strong></p>
<p><strong>Karel Van de Woestijne, de Vlaamse dichter ten dienste van LFL?</strong></p>
<p><strong>Michel de Ghelderode of LFL als springplank naar internationale bekendheid</strong></p>
<p><strong>Het abrupt einde van LFL</strong></p>
<p><strong>Opvolging voor LFL?</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>INDEX van de medewerkers aan <i>La Flandre Littéraire </i>1922-29</strong></span></p>
<p style="text-align: right;"><strong>jaar, nummer, bladzijde<br />
titels verwijzen naar de afzonderlijke <em>Cahiers<br />
</em></strong><strong>Deze index is niet opgenomen in <em>Biekorf</em></strong></p>
<p><b>Angenot Marcel</b> 1923, I, 256; 1923, XII, 243</p>
<p><b>Ansel Franz</b> 1923, VII, 144; 1923, XII, 238; 1924, VI, 351</p>
<p><b>Arland Marcel</b> 1924, XII, 453</p>
<p><b>Arnauld Céline</b> 1924, XII, 470</p>
<p><b>Aveline Claude</b> 1924, I, 13; 1924, XII, 461</p>
<p><b>Avermaete Roger</b>, 1923, V, 323; 1924, XII, 464; 1925, VIII, 121</p>
<p><b>Avort Paul</b> 1924, III, 35; 1925, XI, 168; 1925, XI, 179</p>
<p><b>Baugniet M.L.</b> 1925, II, 226</p>
<p><b>Bayer René</b> 1925, II, 224</p>
<p><b>Beck Christian</b> 1924, XII, 454</p>
<p><b>Bernières Claude</b> 1922, II, 37; 1922, V, 103; 1923, IV, 302; 1923, VII, 143; 1924, III, 37; 1924, VI, 347; 1924, XI, 441; 1925, III, 236; 1925, IX, 134</p>
<p><b>Beyaert-Carlier</b> 1922, III, 58; 1923, I, 260; 1923, V, 325</p>
<p><b>Billiet Joseph</b> 1924, I, 4; 1924, II, 22; 1924, XII, 460, 1925, IX, 132; 1925, X, 156; 1926, II, 4</p>
<p><b>Bladel Maurice</b> 1922, V, 104</p>
<p><b>Boens Daan</b> 1924, VI, 350</p>
<p><b>Broodcoorens Pierre</b> 1923, X, 208</p>
<p><b>Burniaux Constant</b> 1922, III, 66; 1922, III, 67; 1923, III, 286; 1925, VI, 81</p>
<p><b>Cantillon Arthur</b> 1924, II, 25</p>
<p><b>Carême Maurice</b> 1924, VIII, 393; 1925, X, 160</p>
<p><b>Catelain Jaque</b> 1925, IX, 125</p>
<p><b>Cavens Achille</b> 1922, VI, 127; 1923, II, 276; 1923, IV, 314; 1923, V, 330; 1923, VIII, 161; 1923, IX, 199; 1923,XII, 239; 1924, VI, 360; 1924, VII, 374; 1924, X, 430</p>
<p><b>Champagne Paul</b> 1923, V, 319; 1923, V, 327; 1924, III, 44; 1924, IV, 60; 1924, VII, 375; 1924, IX, 416; 1924, X, 426; 1924, XI, 447; 1925, II, 218; 1925, VII, 105</p>
<p><b>Chenoy Léon (-Marie)</b> 1923, IX, 179; 1925, I, 182; 1925, III, 227; 1925, III, 235</p>
<p><b>Christophe Lucien</b> 1922, VI, 122</p>
<p><b>Colleye Hubert</b> 1923, III, 284; 1923, IV, 309</p>
<p><b>Conrardy Charles</b> 1922, VI, 126</p>
<p><b>Coolen </b><b>William</b> 1922, I, 18; 1922, III, 68; 1922, III, 70; 1922, V, 112; 1923, I, 257; 1923, III, 283; 1923, IV, 316; 1923, VIII, 173; 1923, IX, 192; 1923, IX, 193; 1923, X, 215</p>
<p><b>Costenoble Philostène</b> 1924, III, 39; 1924, IV, 50; 1925, I, 187; 1925, II, 220; 1925, III, 229; 1925, XI, 174; 1926, II, III; 1928, <i>Ixelles, mes amours</i></p>
<p><b>Counson Albert</b> 1923, II, 267; 1923, VII, 139</p>
<p><b>Cuypers Firmin</b> 1922, V, 108; 1922, VI, 133; 1923, II, 278; 1923, III, 295; 1923, IV, 299; 1923, IV, 315; 1923, V, 331; 1923, VIII, 171; 1923, VIII, 173; 1923, IX, 194; 1923, X, 213; 1923, XI, 230; 1923, XII, 245; 1924, I, 10; 1924, I, 14; 1924, II, 30; 1924, II, 31; 1924, III, 47; 1924, IV, 62; 1924, VIII, 400; 1924, IX, 418; 1924, X, 433; 1924, X, 434; 1924, XI, 450; 1925, II, 216; 1925, III, 227; 1925, III, 237; 1925, V, 78; 1925, VI, 91<span style="text-decoration: underline;">;</span>1925, VI, 91; 1925, VI, 92; 1925, VII, 107; 1925, VII, 108; 1925, VII, 110; 1925, IX, 129; 1925, IX, 143; 1925, X, 158; 1925, X, 160; 1925, X, 161; 1925, X, 162; 1925, XI, 167; 1925, XI, 177; 1926, II, 5; 1926, II, 13; 1926, VII, 1; 1926, IX, 1-20 (<i>La meilleure situation dramatique</i>); 1928 <i>Victor De Knop</i></p>
<p><b>de Behr André</b> 1922, VI, 130</p>
<p><b>de Bendère Robert</b> 1922, III, 71; 1922, IV, 91; 1922, VI, 135; 1923, VII, 155</p>
<p><b>de Ghelderode </b><b>Michel</b> 1923, I, 253; 1923, II, 269; 1923, VIII, 166; 1923, XII, 240; 1924, I, 12; 1924, II, 32; 1924, III, 33; 1924, III, 38; 1924, III, 48; 1924, IV, 49; 1924, IV, 64; 1924, VIII, 391; 1924, VIII, 396; 1924, VIII, 399; 1924, IX, 415; 1924, X, 421; 1924, X, 429; 1924, XI, 449; 1924, XII, 462; 1925, I, 186; 1925, II, 211; 1925, III, 229; 1925, III, 230; 1925, III, 234; 1925, V, 70; 1925, V, 79; 1925, VII, 102; 1925, VII, 111; 1925, IX, 138; 1925, X, 145; 1925, X, 158; 1925, XI, 175; 1926, VI, 4 – 36 (<i>La mort du docteur</i> <i>Faust</i>); 1927, <i>Vénus: tragi-farce en 1 acte</i></p>
<p><b>De la Doës Julien</b> 1926, II, 8; 1926, IV, 5 ; 1928, <i>La séculaire aventure de l&#8217;adolescent au masque violet</i></p>
<p><b>de Ridder André</b> 1924, VI, 349</p>
<p><b>De Riddere A.</b> 1923, IX, 190</p>
<p><b>de Riddere E.</b> 1923, II, 271; 1923, XII; 237</p>
<p><b>De Smet Robert</b> 1923, IX, 190</p>
<p><b>de Smet Frédéric</b> 1924, VII, 363; 1924, IX, 407</p>
<p><b>de Sutter J. Toussaint</b> 1923, X, 211</p>
<p><b>de Sylva G</b>. 1923, X, 204</p>
<p><b>de Sylva J.</b> 1923, III, 287</p>
<p><b>De Vuyst Omer</b> 1922, III, 54</p>
<p><b>Deauville Max</b> 1923, V, 323; 1924, XI, 442; 1926, X, 1 &#8212; 16 (<i>Rien qu&#8217;un homme</i>); 1927 <i>L&#8217;ami de la maison: comédie en 3 actes</i></p>
<p><b>Delchevalerie Charles</b> 1923, XI, 221</p>
<p><b>Delen A.J.J.</b> 1924, VI, 352</p>
<p><b>Delteil Joseph</b> 1924, XI, 438</p>
<p><b>Dermee Paul</b> 1924, XII, 456</p>
<p><b>Des Ombiaux Maurice</b> 1925, VI, 91</p>
<p><b>Desprechins Emile</b> 1922, VI, 126</p>
<p><b>Desson André</b> 1924, XII, 451</p>
<p><b>Donce-Brisy E(mile)</b> 1924, IV, 55</p>
<p><b>Dreve Jean</b> 1922, I, 22; 1922, II, 46</p>
<p><b>Eekhoud Georges</b> 1924, VI, 338</p>
<p><b>Elskamp Max</b> 1922, VI, 115</p>
<p><b>Ensor </b><b>James</b> 1922, I, 8; 1922, II, 38; 1924, VI, 336; 1924, VII, 379; 1925, III, 232; 1925, IX, 130; 1926, VII, 3-30 (<i>Cahier spécial James Ensor</i>)</p>
<p><b>Epstein Jean</b> 1925, VII, 104; 1925, VIII, 117; 1925, X, 151</p>
<p><b>Fabry Camille</b> 1923, X, 209</p>
<p><b>Fierens-Gevaert</b> 1924, VI, 343</p>
<p><b>Flament Jules</b> 1922, I, X</p>
<p><b>Fleischman Théo</b> 1922, III, 61; 1922, IV, 89; 1922, V, 107; 1922, VI, 129; 1923, I, 262; 1923, II, 277; 1923, III, 291; 1923, III, 294; 1923, IV, 313; 1923, VII, 150; 1923, VIII, 170; 1923, IX, 191; 1923, X, 209; 1923, X, 215; 1923, XI, 229; 1923, XII, 244; 1924, VI, 358; 1924, VII, 372; 1924, VIII, 397; 1924, IX, 404</p>
<p><b>Fontaine Pierre</b> 1925, I, 204</p>
<p><b>Fourrier Marcel</b> 1926, II, VI</p>
<p><b>Francis Eve</b> 1925, XI, 179</p>
<p><b>Frenay-Cid Herman</b> 1924, I, 7; 1925, VI, 90; 1925, IX, 135</p>
<p><b>Gauchez Maurice</b> 1923, V, 324; 1926, I, 1 &#8212; 20 (<i>Essai sur Don Juan</i>)</p>
<p><b>Géo-Charles (Guyot Charles Louis Prosper)</b> 1924, I, 7; 1924, XII, 472; 1925, II, 215</p>
<p><b>Gerbosch Eugeen Achille</b> 1929, <i>Les morutiers de Flandre</i></p>
<p><b>Geurickx Otto</b> 1925, I, 184</p>
<p><b>Gibet J.B.</b> 1925, I, 200</p>
<p><b>Gilkin Iwan</b> 1922, III, 59</p>
<p><b>Giraud Albert</b> 1922, V, 102</p>
<p><b>Glineur Jean</b> 1923, IV, 310; 1925, IX, 137</p>
<p><b>Goffin Arnold</b> 1923, X, 206</p>
<p><b>Goffin Robert</b> 1922, III, 64</p>
<p><b>Grégoire Herman</b> 1922, V, 98</p>
<p><b>Guiette Robert</b> 1923, I, 265; 1925, III, 240; 1926, II, 12; 1926, VIII, 1; 1927, III, 1 &#8211;20 (<i>L&#8217;allumeur de rêves</i>)</p>
<p><b>Hardy Adolphe</b> 1923, IX, 183</p>
<p><b>Harlaire André</b> 1924, XII, 457</p>
<p><b>Hellens Franz</b> 1922, IV, 77; 1923, IX, 183; 1924, VI, 344; 1925, I, 181; 1926, VIII, 5-14 (<i>Cahier Franz Hellens</i>)</p>
<p><b>Henneuse Armand</b> 1923, V, 329; 1924, I, 8; 1924, II, 24; 1924, IV, 53; 1924, VIII, 394; 1924, VIII, 398; 1924, IX, 410; 1924, X, 424; 1924, XI, 444; 1924, XII, 465; 1924, XII, 479; 1924, XII, 480; 1925, VII, 103; 1925, VIII, 119; 1925, IX, 143; 1925, X, 154; 1925, XI, 178</p>
<p><b>Heux Gaston</b> 1924, VI, 354; 1924, XII, 476</p>
<p><b>Joly Edmond</b> 1922, III, 51; 1924, VI, 340</p>
<p><b>Kervyn de Meerendré (Léon?)</b> 1923, VII, 147</p>
<p><b>Koninckx Willy</b> 1924, VII, 369</p>
<p><b>Krains Hubert</b> 1922, I, 5; 1924, VI, 338</p>
<p><b>Lalou René</b> 1926, VIII, 16</p>
<p><b>Lambeau E.</b> 1922, II, 41</p>
<p><b>Lebesgue Phileas</b> 1924, I, VI; 1924, III, 36</p>
<p><b>Leclercq Jules</b> 1923, VIII, 159; 1923, XII, 235</p>
<p><b>Lecomte Marcel</b> 1924, VIII, 390</p>
<p><b>Lenain Yves</b> 1923, III, 293</p>
<p><b>Lieder Frans</b> 1922, I, 19</p>
<p><b>Liege René</b> 1924, II, 25; 1924, XII, 474</p>
<p><b>Linze Georges</b> 1925, III, 233</p>
<p><b>Lochac Emmanuel</b> 1924, II, 19; 1924, IX, 403; 1924, XII, 455; 1925, V, 68</p>
<p><b>Loumaye Marcel</b> 1922, I, 15</p>
<p><b>Lurkin Jean</b> 1924, II, 26</p>
<p><b>Marlow Georges</b> 1922, V, 103</p>
<p><b>Martin du Gard Maurice</b> 1926, VIII, 16</p>
<p><b>Michiels Charles</b> 1923, II, 275; 1923, III, 291; 1927 <i>Dialogues d&#8217;Europe et de Jstin</i></p>
<p><b>Millet Marcel</b> 1924, IV, 56; 1924, XII, 458; 1925, VII, 101</p>
<p><b>Mockel Albert</b> 1923, XI, 219</p>
<p><b>Montaigle Armand</b> 1923, I, 261</p>
<p><b>Montys Pierre</b> 1924, XII, 473</p>
<p><b>Moussinac Léon</b> 1925, VI, 88</p>
<p><b>Nazariantz Hrand</b> 1922, III, 60</p>
<p><b>Pasquier Alix</b> 1923, IX, 181</p>
<p><b>Périer </b><b>Gaston-Denys</b> 1923, IV, 303; 1924, VII, 366</p>
<p><b>Petit </b><b>Georges</b> 1922, II, 42; 1922, IV, 81; 1923, III, 296; 1923, IX, 184; 1924, III, 42</p>
<p><b>Picard Edmond</b> 1924, VI, 337</p>
<p><b>Pierard Louis</b> 1922, III, 63</p>
<p><b>Pierron Sander</b> 1922, VI, 116</p>
<p><b>Poupeye Camille</b> 1925, I, 181; 1926, II, 11; 1926, VI, 1</p>
<p><b>Purnal René</b> 1923, VII, 144; 1924, XII, 472</p>
<p><b>Ramaekers Georges</b> 1922, I, 13; 1922, IV, 87; 1922, VI, 119; 1923, I, 251; 1924, VI, 353</p>
<p><b>Raucourt Jules</b> 1925, III, 239; 1926, IV, 6 &#8211; 37 (<i>Le Cinéma</i>)</p>
<p><b>Remy Gabrielle</b> 1923, X, 204</p>
<p><b>Renard (Charles-)Ernest</b> 1923, III, 290; 1923, V, 325; 1923, VIII, 165; 1925, VI, 90</p>
<p><b>Reverdy Pierre</b> 1924, X, 419</p>
<p><b>Richard Elie</b> 1924, XII, 474</p>
<p><b>Ruet Noël</b> 1922, I, 15; 1922, III, 62; 1922, III, 62; 1923, I, 252; 1923, I, 255; 1923, X, 217</p>
<p><b>Saintville Paul</b> 1925, IX, 136</p>
<p><b>Servranckx Marie-Louise</b> 1923, III, 289; 1923, IV, 312; 1923, V, 326; 1923, VII, 149; 1923, IX, 197; 1923, XI, 227; 1923, XII, 248; 1924, VI, 357; 1924, VIII, 395; 1924, IX, 414</p>
<p><b>Soleymieux Jean</b> 1925, V, 75; 1925, VI, 94</p>
<p><b>Steyns Désiré</b> 1922, II, 32</p>
<p><b>Strobbaerts Marcel</b> 1925, I, 189; 1925, I, 203</p>
<p><b>Tedesco Jean</b> 1925, VIII, 120</p>
<p><b>Thylienne Léon-Marie</b> 1922, I, 17; 1922, IV, 90; 1923, IV, 306</p>
<p><b>Toller Ernst</b> 1926, II, 1</p>
<p><b>Toussaint Herman</b> 1925, I, 187</p>
<p><b>Tulpinck Camille</b> 1923, VII, 145</p>
<p><b>Vaes René</b> 1925, II, 221; 1925, VII, 97</p>
<p><b>Valentin Albert</b> 1925, I, 183</p>
<p><b>Valère ?</b> 1925, I, 188</p>
<p><b>Van Acker Flori</b> 1923, IV, 311</p>
<p><b>Van Arenbergh Emile</b> 1923, IX, 181</p>
<p><b>Van Daele Edmond</b> 1925, X, 150</p>
<p><b>Van de Casteele Johan</b> 1924, III, 41; 1925, I, 206; 1925, III, 241; 1925, V, 80; 1925, VI, 95; 1925, VII, 112; 1925, VIII, 124; 1925, IX, 140; 1925, X, 159</p>
<p><b>Van de Woestyne Karel</b> 1923, VII, 139; 1925, VI, 84</p>
<p><b>Van den Borren </b><b>Charles</b> 1924, VII, 370</p>
<p><b>Van den Wijngaert </b><b>Frank</b> 1924, IV, 57; 1925, VI, 93; 1925, VI, 96; 1925, VII, 109; 1925, VIII, 122</p>
<p><b>Van Houtryve A.</b> 1922, I, 23; 1922, II, 47; 1922, VI, 131; 1923, VIII, 176</p>
<p><b>Van Offel Horace</b> 1922, I, 3; 1922, II, 29; 1922, IV, 75; 1923, II, 272; 1923, VII, 140</p>
<p><b>Vandeputte Henri</b> 1922, II, 45; 1924, I, 2; 1924, II, 17; 1924, II, 19; 1924, II, 29; 1924, III, 46; 1924, IV, 58; 1924, VI, 345; 1924, VII, 368; 1924, VIII, 387; 1924, VIII, 393; 1924, IX, 409; 1924, X, 420; 1924, XI, 435; 1924, XII, 475; 1925, III, 236; 1925, V, 65; 1925, IX, 134; 1925, IX, 142; 1925, XI, 173; 1926, V, 3 &#8212; 23 (<i>Cahier Henri Vandeputte</i>); 1927, IV, 1 &#8212; 24  (<i>Phrases dignes d&#8217;attention</i>)</p>
<p><b>Vanderborght Paul</b> 1923, IV, 305; 1923, VIII, 164; 1925, II, 217; 1925, V, 72</p>
<p><b>Varlet Théo</b> 1924, II, 21; 1925, VI, 86; 1925, VIII, 115</p>
<p><b>Verboom René</b> 1925, I, 190; 1925, I, 190-98 (<i>Cahier Verboom</i>); 1925, III, 234; 1925, V, 73; 1925, XI, 165; 1925, XI, 176</p>
<p><b>Villette Yvonne</b> 1922, VI, 124</p>
<p><b>Virres Georges</b> 1924, VI, 342</p>
<p><b>Vivier Robert</b> 1923, I, 260; 1923, X, 204; 1924, VIII, 392; 1924, XI, 440; 1924, XII, 471</p>
<p><b>Wagner A.</b> 1924, XI, 439</p>
<p><b>Wilmotte Maurice</b> 1922, V, 95</p>
<p><b>Wyseur Marcel</b> 1922, I, 14; 1922, II, 40; 1922, III, 58; 1923, VIII, 164; 1924, VI, 351</p>
<p><b>Zweig Stephan</b> 1926, VIII, 16</p>
<p>&nbsp;</p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref1"><span style="color: #000000;">[1]</span></a> LFL (december 1924-januari 1925, p. 64) en <i>Le Journal de Bruges</i> (9 en 12 juli 1925) vermelden dat in Brugge met ingang van 1897 een gelijknamig tijdschrift gedurende twee jaar werd uitgegeven door Edward Daveluy junior, zoon (°1859) van Edouard Alexis Daveluy (1812-1894), stichter van het Brugs drukkersbedrijf.  Over deze Brugs-Oostendse familie van drukkers, fotografen en dagbladuitgevers, zie <a href="https://archief.oostende.be/product.aspx?id=4995"><span style="color: #000000;">https://archief.oostende.be/product.aspx?id=4995</span></a> ; P. VANDENABEELE, ‘De Oostendse drukkers Daveluy’, in: <i>De Plate</i>, jg. 15 (1986), pp. 181-92. </span></p>
<p><span style="color: #000000;">Over het 19de-eeuws Brugse tijdschrift <i>La Flandre Littéraire</i>, zie K. CALIS, ‘Arthur Hubens, schrijver in de Brugse belle époque’, in: <i>Biekorf</i>, jg. 123 (2023), pp. 134-40. Hoewel LFL in 1924 vermeldt niets af te weten van dit vroeger tijdschrift, is de gelijkenis toch frappant: het belang van het Frans als cultuurtaal om vooral de Frans-Belgische auteurs op de kaart te zetten.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref2"><span style="color: #000000;">[2]</span></a> Bij voorbeeld Charles Conrardy (1893-1957), Maurice Gauchez (1884-1957), Marcel Loumaye (1889-1956) en Robert Vivier (1894-1989). Zie ook R. VIVIER, ‘La poésie du front’ en ‘Poètes issus de la guerre’, in : G. CHARLIER en J. HANSE, <i>Histoire illustrée des lettres françaises de Belgique </i>(Brussel, 1958), pp. 562-66 </span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref3"><span style="color: #000000;">[3]</span></a> Voor de reactie in Oostende bij het tot stand komen van de taalwet van 1921 en de geleidelijke vernederlandsing van de stad tijdens het interbellum, verwijzen we naar: J. ASPESLAGH, &#8216;Hoe Oostende reageerde op de vernederlandsing van het openbaar leven&#8217;, in: <i>Biekorf</i>,<i> </i>jg. 121 (2021), pp. 187-210 en ‘Het moeizaam proces van vernederlandsing in Oostende tijdens het Interbellum’, in: <i>Wetenschappelijke Tijdingen</i>, jg. 82 (2023), pp. 101-61.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref4"><span style="color: #000000;">[4]</span></a> M. DE GHELDERODE, ‘Les fantômes d’Ostende’, in : <i>Le Journal de Bruges</i> 23 september 1950. Een gelijkaardige uitspraak deed hij al twee jaar eerder  bij het overlijden van Firmin Cuypers in dezelfde krant van 25 september 1948: &#8220;[…] <i>cette chère Flandre littéraire […] qui mena le bon combat pour le maintien de la langue et de la culture françaises en Flandre occidentale</i>&#8220;.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref5"><span style="color: #000000;">[5]</span></a> Zie de aanwezigen op de banketten ter ere van Claude Bernières, James Ensor (beide georganiseerd door een erecomité in 1923), van Karel van de Woestijne (georganiseerd door <i>Le Carillon</i> in 1925) en op de startavond van de <i>Club du cinéma</i> in 1928, in: <i>Le Carillon</i> 14 april, 25-26 december 1923; 16 februari 1925; 17 maart 1928. Het groepje rond LFL uit het begin van de jaren 1920 werd beschreven door Michel de Ghelderode onder de titel ‘Les fantômes d’Ostende’, dertien afleveringen in <i>Le Journal de Bruges</i> van 9, 16, 23 en 30 september, 7, 14 en 28 oktober, 4, 11 en 29 november, 20 en 30 december 1950, 6 januari 1951. Zie ook Cahier <i>Vandeputte et les Lettres</i> (LFL februari 1926), p. 23; E. MIN, <i>James Ensor, een biografie</i> (Meulenhoff, 2008), pp. 227-306; P. THEUNYNCK, <i>Karel Van de Woestijne, Biografie </i>(Antwerpen, 2010), pp. 369-416.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref6"><span style="color: #000000;">[6]</span></a> Journalist van <i>Le Carillon</i> en stichter van LFL, liberaal gemeenteraadslid van Oostende van 1927 tot 1938; zie <a href="https://archief.oostende.be/product.aspx?id=3441"><span style="color: #000000;">https://archief.oostende.be/product.aspx?id=3441</span></a> Uit een berichtje in <i>De Zeewacht</i> (1 oktober 1932) kunnen we afleiden dat hij altijd Frans sprak in de gemeenteraad omdat de Oostendenaars zijn Mechels dialect niet begrepen.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref7"><span style="color: #000000;">[7]</span></a> Bruggeling van geboorte, was in dienst als journalist van de liberale kranten <i>Le Journal de Bruges</i> en nadien van <i>Le Carillon</i> waarvan hij een tijdje directeur was. Co-directeur van LFL eerst met William Coolen en nadien met Michel de Ghelderode. In 1933 keerde hij terug naar <i>Le Journal de Bruges</i>. Hij stierf aan zijn bureau in 1948; zie <i>Het Kustblad</i> 24 september 1948; <i>Le Journal de Bruges</i> 18 en 22. De Ghelderode nam afscheid van Cuypers in <i>Le Journal de Bruges</i> van 25 september 1948 onder de titel &#8216;Firmin Cuypers, ce vieil ami&#8217;.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref8"><span style="color: #000000;">[8]</span></a> G. CHARLIER en J. HANSE, … <i>lettres françaises de Belgique</i>, pp. 524-25; N. HOSTYN, &#8216;Henri Vandeputte&#8217;, in: <i>De Plate</i>, jg. 21 (1992), pp. 240-41;  <a href="https://objectifplumes.be/author/henri-vandeputte/"><span style="color: #000000;">https://objectifplumes.be/author/henri-vandeputte/</span></a> Zie ook zijn autobiografie in <i>Cahier Henri Vandeputte</i>, LFL februari 1926.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref9"><span style="color: #000000;">[9]</span></a> Over Michel de Ghelderode, zie E. BOGAERT, &#8216;Ghelderode, Michel de&#8217;, in: <i>Nationaal Biografisch Woordenboek</i>, dl. 6 (1974), kol. 331-40; R. BEYEN, <i>Michel de Ghelderode ou la hantise du masque</i> (Brussel, <i>Académie Royale de Langue et Littérature françaises,</i> 1971; <i>Michel de Ghelderode ou la comédie des apparences,</i> catalogus bij de tentoonstelling in het Centre Pompidou te Parijs en KBR te Brussel (1980).</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref10"><span style="color: #000000;">[10]</span></a> Ook als &#8216;De la Doës&#8217; of &#8216;De la Does&#8217; vermeld. Verbastering van de Nederlandse familienaam Van der Does.</span></p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9566</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
