<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Siagrius, weblog van John Aspeslagh &#187; landbouwonderwijs</title>
	<atom:link href="http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;tag=landbouwonderwijs" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://siagrius.be/siagrius</link>
	<description>Lokale geschiedenis en erfgoed  ...</description>
	<lastBuildDate>Tue, 03 Feb 2026 10:07:14 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
		<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
		<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.8</generator>
	<item>
		<title>Melkerijonderwijs in West-Vlaanderen</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=7781</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=7781#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Sep 2014 09:21:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Geschiedenis algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[landbouwhuishoudkunde]]></category>
		<category><![CDATA[landbouwonderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[melkerijonderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[melkerijschool]]></category>
		<category><![CDATA[ontstaan landbouwonderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[Sidonie Tanghe]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=7781</guid>
		<description><![CDATA[ Artikel verschenen in Biekorf van juni 2014. In zijn artikel over de privélessen Deens die Guido Gezelle[1] mogelijk gaf aan Sidonie Tanghe, vraagt Karel Platteau zich af welke opleiding Sidonie had gevolgd. We vonden het antwoord in de Rapports Triennaux (RT, Driejaarlijkse &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7781">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;"> <strong><span style="color: #ff0000;">Artikel verschenen in <em>Biekorf</em> van juni 2014.</span></strong></p>
<p>In zijn artikel over de privélessen Deens die Guido Gezelle<a title="" href="#_ftn1">[1]</a> mogelijk gaf aan Sidonie Tanghe, vraagt Karel Platteau zich af welke opleiding Sidonie had gevolgd. We vonden het antwoord in de <i>Rapports Triennaux</i> (<i>RT</i>, <i>Driejaarlijkse verslagen</i>)<a title="" href="#_ftn2">[2]</a> die de minister van Landbouw voorlegde aan het Parlement. Deze <i>RT</i> vermelden tientallen initiatieven<a title="" href="#_ftn3">[3]</a> uitgaande van of gesubsidieerd door het ministerie van Landbouw. Het betreft meestal korte vormingscursussen of leergangen voor volwassenen. Na hun oprichting zullen de <i>Boerenbond</i> en de <i>Boerinnenbond</i> ook cursussen organiseren, meestal met subsidies van het ministerie. In deze bijdrage beperken we ons tot de specifieke opleidingen voor dochters van landbouwers: de melkerijscholen en de opleidingen landbouwhuishoudkunde.</p>
<p><strong>ontstaan van het landbouwonderwijs in belgië</strong></p>
<p>Kort na de onafhankelijkheid begonnen de discussies over de mogelijke organisatie en subsidiëring van land- en tuinbouwonderwijs. Waren deze opleidingen wel zinvol op het niveau van het secundair onderwijs, vroegen de volksvertegenwoordigers zich af. Moesten ze niet eerder ingericht worden in het hoger onderwijs? En hoe zat het met de financiële tussenkomst van de staat? Er werd wel geëxperimenteerd met een aantal initiatieven, o.a. met een <i>Institut agricole de Thourout </i>opgericht rond 1850. Hoewel er geen wettelijke regeling bestond, betoelaagde de overheid toch dit proefproject.<span id="more-7781"></span></p>
<div style="width: 289px" class="wp-caption alignleft"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/PryJEeLJ9f4rE0039Ak1U9MTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-T0M_r-_IrFU/VAWAD54SK7I/AAAAAAAAG5s/p4l52qy0SOo/s400/Afb.%2520053%2520RogierCharles.jpg" width="279" height="400" /></a><p class="wp-caption-text">Charles Rogier</p></div>
<p>In 1860 wilde de regering de betoelaging met een wet regelen en zo kwam de hele problematiek op de agenda van Kamer en Senaat. Eind juni diende Charles Rogier, liberaal minister van Binnenlandse zaken<a title="" href="#_ftn4"><sup><sup>[4]</sup></sup></a>, een wetsvoorstel in dat beide Kamers goedkeurden. Deze wet riep een <i>Hoger Landbouwinstituut</i> te Gembloers in het leven en twee &#8220;praktische&#8221;<i> </i>secundaire scholen voor tuinbouw. Van secundair landbouwonderwijs was geen sprake. Was het niet genoeg dat een boerenzoon en -dochter in het ouderlijk bedrijf werden opgeleid waar toch voldoende ervaring en <i>know how</i> aanwezig was, zo werd geredeneerd. In zuiverste liberale traditie, met een minimum aan financiële tussenkomst vanwege de overheid dus, richtte dit <i>Hoger Landbouwinstituut</i> van Gembloers zich op de eerste plaats tot de zonen van grootgrondbezitters die hier kennis kwamen opdoen ten einde het beheer van hun eigen domein te optimaliseren. Als tegenhanger voor de  liberale Gembloerse stichting, werd in 1878 aan de Leuvense<a title="" href="#_ftn5">[5]</a> universiteit een landbouwfaculteit opgericht.</p>
<p>In de plaats van de oprichting van landbouwonderwijs op secundair niveau, zegde Rogier wel subsidies toe voor occasionele landbouwconferenties. Op deze conferenties gaven afgestudeerden van het hoger landbouwonderwijs en onderwijzers bijscholing aan de kleine landbouwers. De onderwijzers werden hiertoe opgeleid tijdens de pedagogische conferenties van het lager onderwijs. In landelijke lagere<a title="" href="#_ftn6">[6]</a> scholen werden ook de elementaire noties over hygiëne en landbouw bijgebracht.</p>
<p>In 1884 verloren de liberalen de meerderheid. De Katholieke Partij kwam terug aan de macht en voor het eerst in de geschiedenis werd een departement voor Landbouw<a title="" href="#_ftn7">[7]</a> opgericht. De nieuwe katholieke minister van Landbouw maakte zich sterk deze cursussen verder uit te breiden en zelfs specialisatie toe te laten, bv. in de melkerij die het domein zou worden van de boerendochters!</p>
<p>Op het einde van de 19de eeuw was de landbouw in een ernstige structurele crisis geraakt. Heel wat kleine landbouwers hielden het voor bekeken en emigreerden, niet alleen naar de Verenigde Staten en Canada, maar ook naar Frankrijk (landbouw en seizoenarbeid), naar de Waalse steenkoolbekkens en naar industriële centra dichter bij huis. De Belgische bevolking groeide sterk<a title="" href="#_ftn8">[8]</a> maar de eigen landbouw was niet in staat om de productie op te drijven. De landbouwbedrijven waren meestal klein en familiaal uitgebaat. Er was te weinig reserve aan landbouwgrond en onvoldoende technologie en kennis om de opbrengst te vergroten. De weinige producten die voorhanden waren, bleken niet efficiënt en vervalsing van meststoffen was een plaag. Om de voedselproductie op peil te houden, werd met grote vrachtschepen, aangedreven door stoomturbines, massaal graan ingevoerd uit Noord-Amerika en de Oekraïne (<i>agricultural invasion)</i>. Daar waren de productiekosten veel lager. In West-Europa stuikten de graanprijzen in elkaar. De Antwerpse haven voer er wel bij maar de kleine boertjes doekten één na één hun bedrijf op.</p>
<div style="width: 472px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/nqz7yOSafCsZ9nZX6WrH6NMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh5.googleusercontent.com/-X-mnEAO-6Q8/VAWOTqDFu4I/AAAAAAAAG9k/NDRvEat3_ck/s800/Afb.%2520020%2520FraudeDeBeurreCarillon-1896-02-16.jpg" width="462" height="564" /></a><p class="wp-caption-text">Uit Le Carillon d&#8217;Ostende van 16 februari 1896</p></div>
<p>De opeenvolgende katholieke regeringen vonden het niet opportuun om invoerrechten te heffen op goedkope graanproducten. Aan protectionisme hadden ze geen boodschap want relatief goedkoop voedsel beperkte de stijging van de levensduurte. Zo slaagde de overheid erin om het groeiend stedelijk industrieel proletariaat zoet te houden. Om de Belgische landbouw te redden en de verdere ontvolking<a title="" href="#_ftn9">[9]</a> van het platteland tegen te gaan, werd naar een andere oplossing gezocht. Onze landbouw, met zijn vele kleine bedrijven, moest zich specialiseren en zich, naar Nederlands en Deens (!) voorbeeld, toeleggen op veeteelt, melkproductie en tuinbouw. Voor deze sectoren werden in 1887 en 1895 wel beschermende maatregelen genomen maar voor tarwe zou België afhankelijk blijven van import, met alle gevolgen van dien tijdens de Eerste Wereldoorlog.</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/dqxWzvxIvYZAcvmioliHPtMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-gVK6CaktnTw/VAWAEJw-T5I/AAAAAAAAG50/_8tU0FXFc5w/s400/Afb.%2520055%2520Wet1890Senaat.jpg" width="283" height="400" /></a>Ondertussen zochten wetenschappers naar middelen om de kwaliteit van land- en tuinbouw te verbeteren (degelijke kunstmeststoffen, proefvelden, rasveredeling) en naar manieren om de gewassen doeltreffender te beschermen tegen ziekten en plagen. Gebrek aan hygiëne en verzorging was de oorzaak van vee- en van kindersterfte<a title="" href="#_ftn10">[10]</a>. De medische wetenschap was er ondertussen ook op vooruit gegaan en de ontdekkingen van Louis Pasteur brachten nieuwe inzichten voor de bewerking en de bewaring van de melk. Maar er zou nog heel wat tijd verstrijken vooraleer boeren en veehouders die een belangrijke schakel waren in de distributieketen<a title="" href="#_ftn11"><sup><sup>[11]</sup></sup></a>, hiervan overtuigd geraakten. Hun zonen en dochters moesten dringend beter opgeleid worden en kennismaken met de nieuwe wetenschappelijke inzichten. De katholieke ministers van Landbouw, Leon De Bruyn<a title="" href="#_ftn12">[12]</a> en de West-Vlaming Maurice Louis Marie van der Bruggen<a title="" href="#_ftn13">[13]</a>, maakten daar nu werk van. Het ministerie van Landbouw kreeg extra middelen en meer armslag. Het kwam over de brug met toelagen voor alle mogelijke initiatieven die de landbouw, &#8220;<i>la première des industries</i>&#8221; in Vlaanderen, vooruit konden helpen.</p>
<p><strong>soumagne en wevelgem, bakermat van de melkerijscholen</strong></p>
<p>In 1887 ging een vertegenwoordiger van het ministerie van Landbouw melkerijscholen in Denemarken bezoeken en in 1888 of 1889<a title="" href="#_ftn14">[14]</a> volgden Sidonie Tanghe en S… Bouillot een melkerijleergang in het Bretoense Coëtlogon (departement Côtes du Nord). Terug thuis brachten deze jonge dames de toestand van de Belgische melkindustrie in kaart<a title="" href="#_ftn15">[15]</a>. Met de steun van landbouwcommicen uit het Land van Herve startten ze in Soumagne een &#8220;<i>cours <span style="text-decoration: underline;">temporaire</span> de laiterie&#8221;, </i>een eerste melkerijschool. Van 24 maart tot 17 juni 1890 (12 weken) volgden tien &#8220;<i>apprenties</i>&#8221; (leermeisjes) er cursus waarna ze examen aflegden. Na deze sessie bleef  Bouillot verder werken in het Land van Herve. Sidonie Tanghe trok naar Wevelgem om samen met C&#8230; D&#8217;Haese, een oud-leerlinge van Soumagne, daar een tweede melkerijschool op te starten. De leiding was in handen van de heer Frederic d&#8217;Hont, directeur van het stedelijk labo van Kortrijk.</p>
<div style="width: 293px" class="wp-caption alignleft"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/TI30i81-5QE2Oh8WyioHLdMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh5.googleusercontent.com/-Ae6YBNIre08/VAWADySgyGI/AAAAAAAAG6A/LXtOajJZd30/s400/Afb.%2520054%2520RapportTriennal1892.jpg" width="283" height="400" /></a><p class="wp-caption-text">Een Driejaarlijks Verslag over de toestand van het landbouw(huishoud)onderwijs</p></div>
<p>De eerste Vlaamse melkerijschool werd ondergebracht in de &#8220;<i>Abdijhoeve</i>&#8221; van het echtpaar D&#8217;Hondt-Verheust<a title="" href="#_ftn16">[16]</a> en gepatroneerd door de landbouwcommice van Kortrijk. Waar het in Wallonië tijdelijke leergangen betrof, was het de bedoeling van de overheid om in Wevelgem bij wijze van proef &#8220;<i>une école <span style="text-decoration: underline;">permanente</span> de laiterie</i>&#8221; op te richten. Acht leerlingen volgden deze cursus die eindigde op 13 november 1890. Als we ons baseren op de duur van de leergang in Soumagne, moet de aanvang van de cursus dus eind augustus of begin september geweest zijn. Na afloop namen alle acht leerlingen deel aan het eindexamen en waren allen geslaagd. Naast Sidonie Tanghe en C&#8230; D&#8217;Haese waren er ook vreemde juryleden, o.a. Paul De Vuyst<a title="" href="#_ftn17">[17]</a>, landbouwingenieur van de staat, die aan de basis ligt van de didaktiek van het melkerijonderwijs en de landbouwhuishoudkunde. De twee best geklasseerde leerlingen kregen een beurs om het huishoudonderwijs in Duitsland te gaan bestuderen en zo lerares landbouwhuishoudkunde te worden&#8221; <i>dans les écoles ménagères que le Département se propose de créer</i><i>&#8220;</i>. Het ministerie dacht dus al aan een stap verder dan &#8220;melkerijonderwijs&#8221;!</p>
<p>Uit het verslag van het eindexamen kunnen we het leerplan van de opleiding &#8220;melkerij&#8221; reconstrueren:</p>
<ul>
<li>Theoretisch gedeelte: melkerij, zoötechniek, &#8220;<i>culture pastorale</i>&#8220;, boekhouden</li>
<li>Praktisch gedeelte: melken, bereiden van boter en kaas<a title="" href="#_ftn18">[18]</a>, praktijk boekhouding</li>
</ul>
<div style="width: 370px" class="wp-caption alignleft"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/09XyTG5rI5qBIAPoQSA3rtMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-l8Alku_EpWk/VATqWvqMd2I/AAAAAAAAG4Y/EPDksW1Ajls/s400/Afb.%25203.jpg" width="360" height="256" /></a><p class="wp-caption-text">Reizende melkerijschool voor de Eerste Wereldoorlog</p></div>
<p>Hoewel het aanvankelijk de bedoeling was dat de melkerijschool van Wevelgem een &#8220;<i>école permanente</i>&#8221; zou worden, zien we dat de opleidingen al gauw als &#8220;<i>écoles volantes</i>&#8221; (op verplaatsing, rondreizend) werden vermeld onder de rubriek &#8220;<i>enseignement populaire</i>&#8220;. Voor wat West-Vlaanderen<a title="" href="#_ftn19">[19]</a> betreft, bestonden er in 1896 &#8220;<i>tijdelijke melkerijscholen</i>&#8221; in Oostkerke, Ramskapelle en Ingelmunster. Voor de jaren 1897 t/m 1899 werden er in onze provincie jaarlijks drie zulke leergangen ingericht met respectievelijk 43, 60 en 42 cursisten.</p>
<p>Na de eeuwwisseling, werd op sommige plaatsen de duur opgetrokken tot vier maanden. Als verklaring lezen we dat het bereiden van speciale kazen meer tijd vergde en dat er ook organisatorische problemen waren met het verplaatsen van materiaal voor de lessen huishoudkunde. En inderdaad, door de opkomst van de melkerijen, kwam in deze opleidingen de nadruk minder te liggen op de lessen melkerij maar verschoof de aandacht naar hoenderkweek, huishoudkunde, tuinbouw en kaasmakerij. We lezen in het <i>RT </i>voor de jaren 1900-1902:</p>
<p style="padding-left: 30px;"><i>&#8220;Tous les rapports sont unanimes à signaler que ces écoles rendent les plus grands services. Elles pénètrent dans les communes les plus reculées et portent l&#8217;enseignement aux cultivateurs quand ils ne vont pas à lui; l&#8217;installation d&#8217;une école temporaire de laiterie dans une localité rurale y amène le progrès en faisant connaître les nouveaux procédés, en montrant l&#8217;importance de l&#8217;alimentation rationnelle du bétail laitier et d&#8217;un choix judicieux de celui-ci au point de vue du rendement qualificatif, etc.; les élèves diplômées répandent constamment autour d&#8217;elles […] les saines notions d&#8217;agronomie qu&#8217;elles ont acquises à l&#8217;école&#8221;.</i></p>
<div style="width: 471px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/DpkKz28geUxjl6kA1QWa-dMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-B4OaipxyPGQ/VATqWbv8XcI/AAAAAAAAG4c/QGzcYadGTfY/s640/Afb.%25202.jpg" width="461" height="310" /></a><p class="wp-caption-text">Bijscholing voor boerinnen rond 1900</p></div>
<p>Door het feit dat huishoudkunde en kinderopvoeding aan het programma werden toegevoegd, kregen deze reizende scholen vanaf 1903 een andere naam, nl. &#8220;<i>écoles ménagères (agricoles) ambulantes</i>&#8220;. Tussen 1906 en 1908 werden er in België een zeventigtal opgestart die 1038 diploma&#8217;s uitreikten. Het initiatief ging doorgaans uit van plaatselijke besturen of verenigingen<a title="" href="#_ftn20">[20]</a>. Voor het eerst trok de minister ook de aandacht van het parlement op het nijpend probleem van de opleiding van de lesgevers. Voor de periode 1909-1911 lezen we dat er geen speciale bemerkingen zijn, <i>&#8220;que ces écoles produisent toujours de bons résultats et sont bien fréquentées&#8221;</i><i>.</i> Het volgend <i>RT </i>verscheen pas in 1919 en behandelt de jaren 1912 t/m 1917. Door de oorlogsomstandigheden werden de gegevens minder nauwkeurig bijgehouden en was er een afzonderlijk verslag voor het Noorden en Zuiden van onze provincie. We lezen dat nu ook landbouwarbeiders uit het Zuiden hun dochters naar die scholen sturen <i>&#8220;afin d&#8217;en faire de bonnes ménagères&#8221;</i> En verder: <i>&#8220;Aussi ces écoles sont-elles hautement appréciées à la campagne et généralement bien fréquentées, surtout en hiver, alors que les travaux de campagne ne retiennent pas les jeunes filles ailleurs&#8221;.</i> Voor West-Vlaanderen vonden we geen sessies meer tijdens de oorlogsjaren, wel nog sporadisch in het binnenland, vooral in Wallonië waar hier en daar geklaagd werd over gebrek aan belangstelling en over materiaal dat door de Duitsers in beslag werd genomen. Omdat er in de eerste jaren na de oorlog een nijpend tekort was aan landarbeiders, werden de cursussen onderbroken wanneer men de meisjes op het land nodig had. In het voorheen bezet gebied, was er niet alleen een tekort aan aangepaste lokalen maar werden de lessen ook weer toegespitst op melkverwerking omdat de coöperatieve melkerijen daar stillagen. In de Westhoek was alles kapot en werden beperkte cursussen gegeven in rondrijdende woonwagens (<i>écoles-roulottes</i>). Omdat ze zo praktisch waren, bleef het succes van deze cursussen duren in de eerste helft van de jaren 1920. Weer werd melding gemaakt van gebrek aan infrastructuur. De normale duur bleef vastgesteld op vier maanden maar door de schoolvakantie voor de lesgeefsters en door het feit dat de uitrusting vaak moest verhuizen van de ene naar de andere locatie, gebeurde het dat de cursussen werden ingekort. Seizoensarbeid en de nabijheid van fabrieken maakten dat cursisten soms afhaakten. Deze tijdelijke scholen deden in de wintermaanden ook proeven met rantsoenen voor het vee en overtuigden zo plaatselijke landbouwers van het belang van deze opleidingen.</p>
<div style="width: 277px" class="wp-caption alignleft"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/4oREH_kB7ILIqnDFMR6PIdMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-f4sJNu72U4E/VATqXK8TLZI/AAAAAAAAG4M/IsdNyvKyq3w/s400/Afb.%25204.jpg" width="267" height="400" /></a><p class="wp-caption-text">Reizende melkerijschool in 1935</p></div>
<p>Na 1925 raken we het spoor bijster. Het laatste <i>RT</i> verschenen in 1927 is nergens meer te vinden. Met de wetgeving op het landbouwonderwijs van 1933 werd dit soort onderwijs eindelijk eenduidig gereglementeerd en ingepast in het geheel van de onderwijswetgeving. Driejaarlijkse verslagen werden niet meer verspreid. Op een folder uit 1935 zien we dat er nog &#8220;<i>reizende scholen voor land- en huishoudelijke opvoeding</i>&#8221; bestonden. Was dit onderwijs toen meer als &#8220;tentoonstelling&#8221; voor boerinnen opgevat zoals blijkt uit een brochure?</p>
<p>Ondertussen waren andere opleidingen, zoals bv. de technische landbouwhuishoudscholen met volledige leerplan gemeengoed geworden en trokken nu meer boerenmeisjes aan dan vroeger.</p>
<p><strong>concurrerende initiatieven</strong></p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption alignleft"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/4xPGj6lvN0vSBFO5Ku7pcdMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-FFhpZ17kADU/VAV_nGh-L1I/AAAAAAAAG44/oDi-a22UHUM/s400/Afb.%2520024-Melk-KaasschoolIeper-Duinengalm1896.jpg" width="400" height="272" /></a><p class="wp-caption-text">Geleidelijk van melkerijschool &#8230; naar landbouwhuishoudschool.</p></div>
<p>Al van in het begin kregen de &#8220;melkerijscholen&#8221; concurrentie van de landbouwhuis-houd<span style="text-decoration: underline;">afdelingen </span>van de meisjes-pensionaten<a title="" href="#_ftn21">[21]</a> die zich geleidelijk ontwikkelden tot zelfstandige technische scholen. De wet op het landbouwonderwijs van 4 april 1890 voorzag dat de staat drie middelbare scholen zou oprichten maar daarnaast bleef particulier initiatief subsidieerbaar o.a. op voorwaarde dat de school 15 leerlingen telde. De studies moesten minimum twee volledige leerjaren omvatten en met drie leerjaren kon men de erkenning als &#8220;landbouwhuishoud<span style="text-decoration: underline;">school</span>&#8221; krijgen. De wet legde ook de vakken vast: Frans, Vlaams, wiskunde, boekhouden, landelijke huishoudkunde, de waterpasbewerkingen, de landmeting, … het laatste voor de landbouwscholen voor jongens. Maar artikel 3 van de wet voorzag dat <i>“de regering de in voorgaande artikel aangeduide leergangen mocht wijzigen of er andere openen”</i>. Daarmee lag de weg open voor een specifiek programma voor meisjes. In West-Vlaanderen werden de eerste landbouwhuishoudscholen met volledig leerplan geopend in Anzegem, Kortemark (gestart in 1894)<a title="" href="#_ftn22">[22]</a> en Moorslede. In het begin werden ze alleen door het ministerie van Landbouw gesubsidieerd maar na de Eerste Wereldoorlog ook door de provincie<a title="" href="#_ftn23">[23]</a>. Naast lessen melkerij kwamen nu ook andere vormingscomponenten aan bod: algemene vakken, kinderverzorging en -opvoeding, koken, onderhoud, huishoudelijke naad, tuinbouw, neerhof, enz. Volgens de principes van Paul De Vuyst, later overgenomen door de Boerenbond, moesten de meisjes worden opgeleid tot medewerkende echtgenoten op het bedrijf en waren ze verantwoordelijk voor de melkerij, het neerhof, de groentetuin en het dienstpersoneel. Als katholieke echtgenote en moeders van een kroostrijk gezin, stonden ze daarnaast in dienst van de Kerk en maakten deel uit van een fiere boerenstand die gespaard was gebleven van zedenverval zoals in de industriesteden. In latere jaren werd de rol van de boerin in het bedrijf minder benadrukt<a title="" href="#_ftn24"><i><b>[24]</b></i></a>.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/r-IQcSOzZWS3v4Y4qUAgJdMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-GOSGdlxXAX0/VATqWjmr_8I/AAAAAAAAG4k/pVbxtVm190s/s400/Afb.%25201.jpg" width="400" height="248" /></a><p class="wp-caption-text">Melkerijles rond 1900</p></div>
<p><strong>latere initiatieven</strong></p>
<p>Na de Eerste Wereldoorlog, werden, onder de benaming <i>Section ménagère agricole du degré primaire</i>, tweejarige landbouwcursussen van in totaal 200 lesuren ingericht voor meisjes van 14 jaar die de 4de graad van de lagere school hadden beëindigd. De bedoeling was duidelijk: een elementaire opleiding in de landbouwhuishoudkunde geven aan meisjes van wie de ouders onvoldoende kapitaalkrachtig waren om hen te laten studeren aan een middelbare landbouwhuishoudschool met verplicht internaat. Tegen 1925 hadden Bredene, Koolskamp, Kortemark, Houthem, Ingelmunster, Moorslede, Roeselare, Sint-Elooiswinkel en Woesten zo&#8217;n cursus ingericht<a title="" href="#_ftn25">[25]</a>. Het ministerie van Openbaar Onderwijs en het provinciebestuur subsidieerden samen.</p>
<p>Een opleiding gericht op hetzelfde publiek, was de <i>&#8220;section primaire à programme plus développé.&#8221;<a title="" href="#_ftn26"><b>[26]</b></a></i><i>. </i>In 1923 organiseerden drie West-Vlaamse scholen (Kortemark, Zedelgem en Vladslo) samen tien sessies en kregen 133 meisjes een diploma. Buiten de vermelding in het <i>RT </i>hebben we geen verdere gegevens gevonden.</p>
<p>Direct na de Tweede Wereldoorlog ontstond nog een Landbouwhuishoudschool-<i>Type II</i>. Naar structuur en leerplannen was die opleiding een nogal hybride constructie met leerinhouden uit de bestaande technische landbouwhuishoudschool, met elementen die verwijzen naar het later beroepsonderwijs (de helft van de lestijden bestaat uit praktijk, klein aandeel algemene vakken met eenvoudige leerplannen) en naar het onderwijs met beperkt leerplan (30 wekelijkse lesuren over twee schooljaren). Aanvragen tot erkenning door de provincie kwamen uit Beernem, Koekelare, Kortemark, Merkem, Oedelem en Wingene. Die <i>type II-scholen</i> waren bedoeld als alternatief voor de landbouwhuishoudscholen met volledig leerplan en verplicht internaat (Anzegem, Kortemark, Moorslede en nu ook Ruiselede) en voor de tijdelijke landbouwcursussen. Ze verdwenen echter even vlug als ze gekomen waren. Op enkele plaatsen werden ze omgevormd tot de lagere cyclus van technische landbouwhuishoudscholen.</p>
<p><strong>de opleiding van de leerkrachten</strong></p>
<p>De eerste leerkrachten van de melkerij- en de landbouwhuishoudscholen hadden geen specifiek diploma. In het beste geval waren ze in het bezit van een diploma van lager onderwijzeres gecombineerd met een diploma van een melkerijleergang. Het ministerie van Landbouw vond dit een tekort.</p>
<p>Lagere normaalscholen zagen daar een opportuniteit. In het <i>H. Hartinstituut</i> van Heverlee met zowel een normaalschool als hoger landbouwonderwijs voor meisjes, bestond de mogelijkheid om de twee opleidingen te combineren:</p>
<p style="padding-left: 30px;"><i>&#8220;Les unes dirigeront une ferme, les autres seront maîtresses de laiterie ou d&#8217;écoles ménagères-agricoles, ou conférencières. […] Non seulement ces élèves deviennent des fermières accomplies, mais encore elles reçoivent un cours de méthodologie, en vue de leur formation comme maîtresses&#8221;,</i> lezen we in de <i>RT</i>.</p>
<p>Vanaf 1911 evolueerde dit naar de eenjarige opleiding: &#8220;c<i>ours normale agricole pour institutrices diplômées</i>&#8220;. Tussen 1911 en 1917 volgden 29 gediplomeerde onderwijzeressen die cursus. Zo&#8217;n speciaal jaar bestond ook in de normaalschool van Onze-Lieve-Vrouw-Waver.</p>
<p>Voor het geven van lessen landbouwhuishoudkunde aan lagere schoolkinderen, organiseerde de Kortemarkse landbouwhuishoudschool een vakantiecursus van 21 tot 31 augustus 1923<a title="" href="#_ftn27">[27]</a>. Hieraan namen een zeventigtal West-Vlaamse onderwijzeressen deel van wie een 40-tal een attest behaalden van <i>Normaalleergangen in de landbouwhuishoudkunde,</i> erkend door de provincie.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/7v2ZiN_pn38t62Rc-zcCFNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-In7wHxu1_Ow/VATqXi_DjYI/AAAAAAAAG4Q/7NromAPmj9I/s400/Afb.%25205.jpg" width="400" height="211" /></a><p class="wp-caption-text">Landbouwhuishoudscholen (hier Kortemark) waren meestal opgevat als &#8220;modelhoeve&#8221;: van links naar rechts: schuur, koestal, lesgebouw met slaapzaal boven, moestuin en achter het gebouw: neerhof, weiden en akkers. Melkverwerking gebeurde in de kelders.</p></div>
<p>Dat de school van Kortemark deze leergangen mocht organiseren had waarschijnlijk te maken met het feit dat de zusters Beatrix en Madeleine bij de eersten van onze provincie waren die voor de middenjury een diploma van regentes landbouwhuishoudkunde hadden behaald in het <i>Hooger Normaalinstituut voor Landelijke Huishoudkunde van den Staat </i>in Laken dat pas na de Eerste Wereldoorlog werd opgericht. Later zouden de vrije regentaten van Berlaar, Heverlee, Tielt, &#8230; volgen.</p>
<p><strong>de verslagen van sidonie tanghe</strong></p>
<div style="width: 310px" class="wp-caption alignleft"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/BKkLe92xZiXaEz1VW6JKQtMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-3KScXdf-fuA/VATqYMgOTKI/AAAAAAAAG4U/IFoNs-WxSY4/s400/Afb.%25206.jpg" width="300" height="400" /></a><p class="wp-caption-text">Voorpagina verslag van Sidonie Tanghe en Florence Deleu.</p></div>
<p>Bij ministerieel besluit van 21 augustus 1889 werden Sidonie Tanghe en S… Bouillot belast met het opstellen van een verslag over de voornaamste Belgische melk- en kaascentra. Ze legden de laatste hand aan hun 28 bladzijden tellende tekst in het Frans op 5 november 1889 in Hoei. De publicatie volgde in de <i>Bulletin de l&#8217;Agriculture<a title="" href="#_ftn28"><b>[28]</b></a> </i>van 1890. Hun verslag is erg technisch maar toch heel vlot geschreven<a title="" href="#_ftn29">[29]</a>. Na een gedetailleerd overzicht van de toestand van de melkerij in de verschillende delen van het land, klagen ze de achterlijke methoden aan die nog op vele plaatsen gebruikelijk zijn. Zo is variatie in de samenstelling van veerantsoenen niet gekend, evenmin als het gebruik van een thermometer bij het karnen, van een vetgehalte meter, enz. &#8220;<i>Les notions élémentaires d&#8217;hygiène sont lettre morte dans nos compagnes</i>&#8220;, vervolgen ze. Ze verwijzen ook een paar keer naar de &#8220;<i>baratte danoise</i>&#8220;, het Deense karntoestel, dat bij ons nog niet echt gekend is. Hun conclusie is tweeërlei: vooruitgang op grote schaal is alleen mogelijk door het inrichten van tijdelijke melkerijscholen en door samenwerking van landbouwers binnen coöperatieve melkerijen.</p>
<p>Onder de rubriek <i>Publications du personnel des écoles de laiterie</i> wordt in het <i>RT 1894-1896</i> Sidonie vermeld met haar verslag over <i>L&#8217;industrie laitière dans les pays du Nord<a title="" href="#_ftn30"><b>[30]</b></a></i>. In dit rapport dat ze in samenwerking met Florence Deleu gepubliceerde in 1895, doet ze verslag van een studiebezoek aan Denemarken, Noord-Duitsland en Nederland. De lijvige tekst in het Frans is opnieuw heel technisch en zakelijk en bevat geen persoonlijke informatie (bv. over reisroute, verblijf, taal die ze gebruikten bij hun contacten, enz.). Hoe het gesteld was met hun kennis van het Deens of bij wie ze eventueel les hadden gevolgd, kunnen we dus niet achterhalen. De schrijfsters stellen vast dat de Noordelijke landen aan de spits van de nieuwe technieken staan. Ze zijn ervan overtuigd dat overschakelen naar veeteelt ook bij ons de problemen van de landbouwsector kan oplossen. Ze promoten de melkcoöperatieven die, door het inrichten van labo&#8217;s, gezonde melk aan de bevolking kunnen bezorgen. Een klare en gedetailleerde boekhouding waarin alle kosten worden genoteerd, kan vertrouwen scheppen bij de melkproducenten en hen ervan overtuigen dat ze een eerlijke prijs krijgen voor de melk die ze bij de coöperatieve afzetten. In Denemarken is er ook een reglementering voor de fabricatie van margarine die het vervalsen van boter tegengaat.</p>
<p>Daarna verdwijnt Sidonie Tanghe in de nevelen van de geschiedenis. Na 1895<a title="" href="#_ftn31">[31]</a> vonden we haar naam niet meer terug, ook niet in het baanbrekend werk over de vorming, de taak en de verenigingen voor boerinnen dat Paul De Vuyst<a title="" href="#_ftn32">[32]</a> zo&#8217;n vijftien jaar later publiceerde. Dit is natuurlijk niet verwonderlijk want, zoals we zagen, was het concept van &#8220;<i>melkerijschool</i>&#8221; toen al achterhaald.</p>
<p>© John Aspeslagh</p>
<p><b>Bijlage: melkerijleergangen en landbouwhuishoudleergangen in onze provincie volgens de <i>RT</i></b></p>
<div align="center">
<table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0">
<thead>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center"><b>jaar</b></p>
</td>
<td valign="top" width="106">
<p align="center"><b>gemeente</b></p>
</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center"><b>aantal deelnemers of afgestudeerden</b></p>
</td>
</tr>
</thead>
<tbody>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1896</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Oostkerke bij Brugge<a title="" href="#_ftn33">[33]</a></td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">14</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Ramskapelle bij Nieuwpoort</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">12</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Ingelmunster</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">12</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1897</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Ardooie<a title="" href="#_ftn34">[34]</a></td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">15</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Dudzele</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Lichtervelde</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">10</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1898</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Loppem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Kortemark</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">14</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Zonnebeke</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">9</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1899</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Handzame</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Leffinge</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">15</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Watou</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">14</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1900</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Tielt</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Vladslo</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">15</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Izegem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">14</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1901</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Loker</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">14</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Reninghelst</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1902</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Oostvleteren</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Meulebeke</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">17</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1903</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Alveringem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Brugge (twee sessies)</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">31</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Veurne</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Izegem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">15</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1904</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Bellegem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">10</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Esen</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">12</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Wulveringem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">15</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1905</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Zwevegem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">12</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Waregem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">15</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Werken</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">9</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1906</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Izegem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">19</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Alveringem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">15</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Bovekerke</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">15</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1907</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Rumbeke</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">20</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Alveringem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">15</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Geluwe</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">17</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1908</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Koekelare</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">14</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Menen</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Beerst</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">19</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1909</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Koekelare</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">18</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Izegem (twee sessies)</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">36</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1910</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Eernegem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">17</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Zarren</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">14</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1911</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Geluwe</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Gistel (twee sessies)</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">30</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Izegem (drie sessies)</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">54</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1912-1914</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Loppem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">?</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Torhout (twee sessies)</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">?</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Beernem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">?</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Aartrijke</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">?</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Izegem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">20</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Bellegem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">14</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Izegem</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">17</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1919</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Oostkamp</td>
<td rowspan="8" valign="top" width="142">
<p align="center">18 gemiddeld</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Aartrijke</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Koekelare</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Oedelem</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1920</p>
</td>
<td valign="top" width="106">Koekelare</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Oedelem</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Zedelgem</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Beernem</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76"></td>
<td valign="top" width="106">Reninghelst (De Klyte)</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">12</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1921</p>
</td>
<td valign="top" width="106">negen sessies</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">141</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1922</p>
</td>
<td valign="top" width="106">zes sessies</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">96</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center">1923</p>
</td>
<td valign="top" width="106">tien sessies</td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center">133</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="76">
<p align="center"><b>Totaal </b></p>
</td>
<td valign="top" width="106"><b> </b></td>
<td valign="top" width="142">
<p align="center"><b>meer dan 1334</b></p>
</td>
</tr>
</tbody>
</table>
</div>
<div>
<p>&nbsp;</p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> <i>Biekorf </i>114 (2014), p. 97-104.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> <i>Chambre des représentants, Séance du 14 mai 1892. Situation de l’enseignement agricole, Rapport triennal présenté aux Chambres législatives par M. le Ministre de l’Agriculture, de l&#8217;Industrie et des Travaux Publics années 1888, 1889 et 1890 </i>(Bruxelles, 1892), p. 75 en volgende. Dergelijke verslagen verschenen om de drie jaar en dit tot halfweg de jaren 1920 en zijn digitaal te raadplegen op de website van de Kamer.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> Enkele voorbeelden: landbouwcursussen voor militairen, cursussen bijenteelt, boomteelt, hoenderteelt, hoefsmederij, groententeelt, bloemteelt, landbouwmechanica, enz.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> Het zou duren tot 1884, onder de regering Beernaert, vooraleer een specifieke ministerportefeuille voor Landbouw werd ingevoerd. Voordien ressorteerde landbouw onder <i>Binnenlandse Zaken</i>; zie VAN MOLLE (L.), <i>Katholieken en landbouw. Landbouwpolitiek in België 1884-1914</i> (<i>Symbolae Facultatis Litterarum et philosophiae Lovaniensis Series B/Vol.5</i>, Leuven, 1989)<i>, </i>p<i>.</i> 107. Verder afgekort als VMK.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> Het was de periode van de eerste schoolstrijd. De Leuvense rector Namèche voorzag voor zijn landbouwingenieurs nog een bijkomende taak op het platteland, nl. <i>&#8220;conserver et fortifier autour d&#8217;eux l&#8217;influence catholique&#8221;. </i>De liberale oppositie beschimpte de Leuvense landbouwingenieurs als <i>&#8220;les curés agricoles&#8221;; </i>zie VMK, p. 96, 97 en 120.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a>De organieke wet op het Lager Onderwijs van 1879 voorzag de invoering van <i>&#8220;</i><i>notions d&#8217;agriculture, d&#8217;horticulture et d&#8217;arboriculture&#8221;</i> in de landelijke lagere scholen; zie<i> </i> VMK<i>, </i>p. 103.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref7">[7]</a> Weliswaar als onderdeel van een <i>ministerie van Landbouw, Nijverheid en Openbare Werken</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref8">[8]</a> Van ongeveer 3 700 000 Belgen in 1830 naar ongeveer 6 000 000 in 1890.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref9">[9]</a> Twee derden of bijna 69% van het landbouwareaal werd in pacht uitgebaat. Tussen 1895 en 1910 verliet 9% van de actieve bevolking de landbouwsector. De motieven waren het loonverschil met de industrie, de dreigende werkloosheid in de wintermaanden en de minder gunstige werkvoorwaarden. De veralgemening van de buurtspoorwegen vergemakkelijkte het pendelen van de buiten naar de stedelijke centra; zie<i> </i>VMK<i>,</i> p<i>.</i>32, 34, 90 en 259.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref10">[10]</a> Om een idee te geven van de problematiek: in 1921(!) stierf nog steeds bijna één West-Vlaamse zuigeling op vijf in het eerste levensjaar; zie VAN MOLLE (L.), <i>Ieder voor allen. De Belgische Boerenbond 1890-1990. Kadoc-Studies 9 </i>( Leuven, 1990), p. 187. Verder afgekort als VMB.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref11">[11]</a> In 1910 werd hooguit één vierde van de totale melkwinning industrieel verwerkt in coöperatieve melkerijen. De rest ging rechtstreeks van boer naar verbruiker; zie VMK<i>, </i>p. 304.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref12">[12]</a> Léon De Bruyn (1838-1908), burgemeester van Dendermonde, minister van Landbouw en van Openbare Werken (1888-1898).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref13">[13]</a> Maurice Louis Marie van der Bruggen  (1852-1919), was provincieraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, minister van Landbouw, Gezondheid en Schone kunsten (1899-1907) en burgemeester van Wingene.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref14">[14]</a> Over de stand van zaken i.v.m. het landbouwhuishoudonderwijs in het buitenland en het prille begin ervan in België, zie DE VUYST (P.), <i>L&#8217;enseignement agricole aux jeunes filles</i>, Bruxelles, 1891 en SCHEERS (B.), <i>De ontwikkeling van het huishoudonderwijs in België tussen 1884 en 1914</i>, KU Leuven, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1980. DE VUYST (P.) spreekt van 1889 maar het <i>RT 1888-1890</i> geeft 1888 op voor de cursus in Bretagne.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref15">[15]</a> Zie hierna.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref16">[16]</a> <i>&#8220;</i><i>Bientôt M. D&#8217;Hondt-Verheust aura une laiterie modèle complète: écrémeuse centrifuge avec tous les autres appareils les plus nouveaux. Les appareils fonctionnent déjà, mais ils doivent être déplacés dans de nouveaux locaux bien mieux appropriés</i><i>&#8220;, </i>lezen we in het verslag van  Bouillot en Tanghe.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref17">[17]</a> Paul De Vuyst (1863-1950) was directeur-generaal van het ministerie van Landbouw. Van opleiding was hij doctor in de rechten en landbouwingenieur. Hij was ook occasioneel pedagoog, ver vooruit op zijn tijd, en stond aan de wieg van het landbouwhuishoudonderwijs en van de boerinnenkringen; zie<i> </i>VMB, p. 118;<i> </i>SEGERS (Y.) e.a, <i>150 jaar zusters van het Heilig Hart van Maria van Berlaar. 1845-1995. </i>(Leuven, 1995), p. 85. In 1907 verscheen zijn baanbrekend werk <i>De maatschappelijke rol der boerin: hare opleiding, de boerinnenkringen, hunne inrichting in het buitenland, practische wenken</i> bij de Brusselse uitgever Dewit die in 1911 de Franse versie ervan publiceerde onder de titel: <i>Le rôle social de la fermière. </i>Voor de Eerste Wereldoorlog publiceerde De Vuyst nog <i>L&#8217;enseignement agricole et ses méthodes</i> (Brussel, 1913).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref18">[18]</a> In de 19de eeuw was kaas maken minder verspreid. Enkel Hervekaas en Brusselse kaas waren bij ons bekend; SEGERS (Y.), VAN MOLLE (L.), e.a., <i>Leven van het land. Boeren in België 1750-2000</i> (Leuven, 2004), p. 68. Nu introduceerde men Port Salut, Pont l&#8217;Evêque, Edam en Gouda.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref19">[19]</a> Zie overzicht in bijlage.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref20">[20]</a> Wat Margriet De Keyser overigens bevestigt in <i>Biekorf </i>100 (2000), p. 94 en L.V.A. in <i>Biekorf</i> 99 (1999), p. 571.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref21">[21]</a> In een werk gepubliceerd in 1891 lezen we al: <i>&#8220;</i><i>Ces lignes étaient écrites, lorsque le département fit le premier pas dans cette voie, en organisant des </i><span style="text-decoration: underline;">cours</span><i> d&#8217;agriculture dans quelques pensionnats de jeunes filles. L&#8217;organisation d&#8217;</i><span style="text-decoration: underline;">écoles</span><i> complètes paraît décidée en principe, puisque deux élèves de l&#8217;école de laiterie Wevelghem, Mlles Beeckman et Vanderschueren, ont été envoyées en Allemagne pour se préparer à l&#8217;enseignement de toutes des branches de l&#8217;économie rurale</i> (= landbouwhuishoudkunde)<i>&#8220;</i>, DE VUYST (P.), <i>L&#8217;enseignement agricole aux jeunes filles</i> (Bruxelles, 1891), p. 7. Het ministerie van Landbouw werkte dus al van in het begin met een dubbel spoor: melkerij en/of landbouwhuishoudkunde. Belangrijk is ook het feit dat de eerste leerkrachten landbouwhuishoudkunde leerlingen waren van Sidonie Tanghe die in 1890 les gaf in de melkerijschool van Wevelgem.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref22">[22]</a> Het is waarschijnlijk naar die school en niet naar een melkerijschool dat L.V.A. verwijst in <i>Biekorf</i> 98(1998), p. 394. Voor het ontstaan en de evolutie van de landbouwhuishoudschool van Kortemark, de latere initiatieven in deze sector en de opleiding van de leerkrachten verwijzen we naar <a href="http://www.mmikortemark.be/sites/default/files/brief%20JA.pdf">ASPESLAGH (J.), <i>Hoger op naar deugd en wijsheid. Kostschool en Landbouwhuishoudschool van Kortemark 1926-1956.</i> Kortemark, Margareta-Maria-Instituut, 2013, 416 blz</a>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref23">[23]</a> Tot aan het <i>Schoolpact</i> (1959) mochten de provincies opleidingen van het vrij onderwijs die nuttig waren voor de lokale economie co-subsidiëren.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref24">[24]</a> &#8220;<i>In het interbellum verschoof de aandacht van de taken van de vrouw op het landbouwbedrijf naar haar huishoudelijke roeping. De verklaring daarvoor is vermoedelijk dubbel: enerzijds verloor de boerin een deel van haar traditionele taken op het bedrijf aan de verwerkende industrie en de afzetorganisatie – zuivelfabrieken, veilingen – en anderzijds speelde de maatschappelijke normstelling een rol die alle vrouwen steeds nadrukkelijker verwees naar haar taken aan de haard&#8221;; </i>zie SEGERS (Y.), VAN MOLLE (L.), e.a., <i>o.c</i>., p. 83.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref25">[25]</a> Verslag (Archief Provincie West-Vlaanderen 3/6155) <i>dd</i> 25 april 1925 van provinciaal inspecteur Maurice Duthoy.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref26">[26]</a> <i>RT </i>1921, 1922, 1923.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref27">[27]</a> Zie <i>Bestuursmemoriaal</i> 1923, p. 512. In de vergadering van de provincieraad <i>dd</i> 13 juli 1922 (<i>Bestuursmemoriaal</i> 1922, p. 268) was al sprake van gelijkaardige <i>&#8220;verlofsleergangen&#8221; </i>voor de onderwijzers van de jongensscholen.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref28">[28]</a> BOUILLOT (S.) en STANGHE (S.), <i>Situation de la laiterie en Belgique. </i>Bruxelles, Weissenbruck, 1890. De familienaam van Sidonie werd verkeerd gespeld met gevolg dat ze ook als &#8220;Stanghe&#8221; staat vermeld in de catalogus van de KU Leuven waar het verslag te vinden is. Zij waren niet de enigen die op missie waren vertrokken naar het buitenland. In 1890 vertrok landbouwingenieur Alfred Dijon naar Zwitserland en Frankrijk en in hetzelfde jaar kregen opnieuw drie laureaten van de melkerijscholen een beurs voor een stage in Coëtlogon.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref29">[29]</a> Bouillot was Franstalig en zou nadien blijven werken in het Land van Herve. Misschien hadden Tanghe en Bouillot wel een vooropleiding van onderwijzeres?</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref30">[30]</a> DELEU (F.) et TANGHE (S.), <i>L&#8217;industrie laitière dans les pays du Nord. </i>Bruxelles, Weissenbruch, 1895, 121 bladzijden. Dit verslag wordt bewaard in de KU Leuven en in de Koninklijke Bibliotheek.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref31">[31]</a> De naam van S. Bouillot daarentegen verschijnt nog in 1913 in een lessenreeks die ze publiceerde in <i>Le bien-être à la campagne. Résumés du cours supérieur d&#8217;économie rurale pour dames, organisé par le Comité national des fédérations des cercles de fermières. </i>Bruxelles, Centerick, 1913.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref32">[32]</a> DE VUYST (P.), <i>Le rôle social de la fermière. </i>Bruxelles, Dewit, 1911, 194 bladzijden.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref33">[33]</a> Zie Margriet De Keyser in <i>Biekorf </i>100(2000), p. 94.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref34">[34]</a> Zie L.V.A. in <i>Biekorf</i> 99(1999), p. 571.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=7781</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoger op naar deugd en wijsheid</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=6419</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=6419#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 11 Sep 2013 19:21:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Kortemark Geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[175 jaar Margareta-Maria-Instituut]]></category>
		<category><![CDATA[boek 175 jaar MMI]]></category>
		<category><![CDATA[Hoger op naar deugd en wijsheid]]></category>
		<category><![CDATA[john aspeslagh]]></category>
		<category><![CDATA[kortemark]]></category>
		<category><![CDATA[landbouwhuishoudschool kortemark]]></category>
		<category><![CDATA[landbouwonderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[melkerijonderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[Pensionaat Kortemark]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=6419</guid>
		<description><![CDATA[NIEUWE PUBLICATIE OKTOBER 2013 Dertig jaar uit het rijke leven van een plattelandspensionaat Kostschool en Landbouwhuishoudschool van Kortemark 1926 – 1956 Het Margareta-Maria-Instituut van Kortemark bestaat 175 jaar en dat wordt gevierd met tal van activiteiten het hele schooljaar 2013-14. &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=6419">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;" align="center"><strong><span style="color: #ff0000;">NIEUWE PUBLICATIE OKTOBER 2013</span></strong></p>
<p align="center"><span style="color: #ff0000;"><strong><em>Dertig jaar uit het rijke leven van een plattelandspensionaat<br />
Kostschool en Landbouwhuishoudschool van Kortemark 1926 – 1956</em></strong></span></p>
<p>Het <em>Margareta-Maria-Instituut</em> van Kortemark bestaat 175 jaar en dat wordt gevierd met tal van activiteiten het hele schooljaar 2013-14. Het is niet de eerste keer dat deze West-Vlaamse secundaire school haar jubileum viert. Ze feestte al in 1888, 1938 en 1988.</p>
<p>In 1988 publiceerde leraar Bernard Deneckere een gelegenheidsboek onder de titel <em><a href="http://education.skynet.be/archiefmmi/">150 jaar Margereta-Maria-Instituut Kortemark 1824 – 1838 – 1988</a>. </em>In het jaar 1824 werd de kloostergemeenschap van de Zusters van de H. Vincentius van Kortemark gesticht. Kort daarop in 1838 openden de zusters een kostschool. Later stichtten ze bijhuizen in Haringe, Koksijde, Westende, Zandvoorde, Bredene, Uitkerke, Duinbergen en Westkapelle. Na de Eerste Wereldoorlog telde de congregatie 163 zusters en stond daarmee op de negende plaats van de vrouwelijke congregaties van het bisdom Brugge.</p>
<p>In 2013 jubileert onze school opnieuw. Opnieuw wordt weer een boek voorgesteld. Zeven jaar geleden begon voormalig directeur John Aspeslagh met de ordening en digitalisering van het schoolarchief tot rond 1958. Uit dit werk resulteert een publicatie die in oktober 2013 verschijnt als een lijvig boek.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/Fi1U0800j_Np6Nsd4Enp4tMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="aligncenter" title="Foto op de kaft: keukenles in de Landbouwhuishoudschool rond 1930 (archief KADOC)" alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-OazlHLLHad4/UjChH-XYaVI/AAAAAAAAFZE/9J2z28WK7UY/s800/01.png" width="471" height="302" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><span style="color: #ff0000;"><strong>Het boek telt meer dan 400 bladzijden en zo&#8217;n 370 afbeeldingen<br />
en is op glanzend papier onder een verharde kaft gedrukt door<br />
<em>Lowyck &amp; pluspoint</em> uit Oostende.</strong></span></p>
<div></div>
<p><span id="more-6419"></span>Vandaag is deze secundaire school met 1200 leerlingen gekend onder de naam <em>Margareta-Maria-Instituut</em> of kortweg <em>MMI. </em>In het verleden sprak men van <em>Kostschool</em> of <em>Pensionaat</em> van Kortemark en van <em>Landbouwhuishoudschool. </em>In de <em>Kostschool</em> werd lager en algemeen secundair onderwijs verstrekt terwijl de technische <em>Landbouwhuis-houdschool</em> zich richtte tot de dochters van landbouwers uit het toen nog overwegend agrarisch West-Vlaanderen.</p>
<p>Het is juist de aanwezigheid van lager, algemeen vormend secundair en technisch secundair onderwijs binnen dezelfde organisatie en campus die deze nieuwe publicatie zo interessant maakt. Door de talrijke verwijzingen naar de toen vigerende onderwijswetgeving en –organisatie, de didactiek, de examens georganiseerd op niveau van het bisdom en de provincie, enz. wordt het voortgezet meisjesonderwijs uit die tijd in beeld gebracht.</p>
<p><strong>Twee data</strong></p>
<p>Vanaf <span style="color: #ff0000;"><strong>1926</strong></span> kunnen we in het nieuw schooltijdschrift <em>Klokje </em>het kostschoolleven van dichtbij volgen. Met steun van het provinciebestuur verwerft de <em>Landbouwhuishoudschool</em> een splinternieuw gebouw. Het onderwijs herstelt van het oorlogsleed en de <em>Landbouwhuishoudschool</em> gaat voortaan een eigen bestaan leiden los van de Kostschool. Het aantal leerlingen piekt in beide afdelingen tot de Tweede Wereldoorlog roet in het eten gooit.</p>
<p>In<span style="color: #ff0000;"><strong> 1956</strong></span> is de <em>Kostschool</em> verleden tijd: de meer dan zeventigjarige directrice Zr Pulcherie is ondertussen met pensioen, externen worden toegelaten, er komt <em>Moderne Humaniora</em> die al na enkele jaren wordt afgebouwd door tekort aan leerlingen. Naast onderwijs, gaat de aandacht van de zusters nu ook naar ziekenzorg en missionering. In april 1956 verlaat directrice Zr Madeleine de <em>Landbouwhuishoud­school</em>. Er begint een nieuw tijdperk waarin haar opvolgster Zr Alberta bijna 25 jaar lang het beleid zal bepalen.</p>
<p>Op een aantal punten is de auteur iets verder in het verleden teruggegaan, meer bepaald waar het gaat om recent gevonden informatie (bv. over het ontstaan van het landbouwonderwijs rond 1890 en de organisatie ervan in Kortemark, over de schoolstructuur en de lesgevers in de Kostschool, …) of over aspecten die Bernard Deneckere in zijn meer algemeen werk niet heeft onderzocht (bv. het peil van de studies, de onderwijswetgeving, …).</p>
<p>Heel wat oorspronkelijke documenten zijn afgedrukt of <em>in extenso</em> weergegeven want de auteur hield eraan om de documenten zelf aan het woord te laten. Hij beperkte zich niet tot het eigen schoolarchief maar ging ook op zoek in het archief van het bisdom Brugge, in dat van de provincie West-Vlaanderen en bij KADOC.</p>
<p>Tot aan het schoolpact in 1959 was het provinciebestuur co-subsidiërende overheid van de <em>Landbouwhuishoudschool, </em>een officieel erkende onderwijsinstelling geïnspecteerd door drie instanties: het ministerie van Landbouw, de provincie West-Vlaanderen en het diocees. De <em>Kostschool</em> daarentegen, was niet erkend en ook niet gesubsidieerd omdat het een vrij initiatief was van de Zusters van de H. Vincentius.</p>
<p><strong>Over de uitgave</strong></p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/VCfVv5zUSTe1LjawnqZxOtMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" alt="" src="https://lh5.googleusercontent.com/-GjuVhqru1aE/UjChH9NthFI/AAAAAAAAFY8/SUX2K6J82LU/s800/02.png" width="156" height="237" /></a><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/FO_I1-PX-210_A3NePCTKNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" alt="" src="https://lh5.googleusercontent.com/-tE3MXo95maY/UjChH8Ah7xI/AAAAAAAAFZI/rVPODlyKh-c/s800/03.png" width="150" height="200" /></a>De publicatie start met het ontstaan van het schooltijdschrift <em>Klokje</em> in 1926 en dat van zijn opvolger <em>Zonnestralen</em> in het begin van de jaren 1950. Het laatste nummer van <em>Zonnestralen</em> verscheen eind 1961.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/4ibihhxBE56ne9VGvDs8BNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" title="Gravure van rond 1900: kapel, klooster, kostschool. Achteraan in de tuin, links: melkerijschool." alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-877HzM0D0MU/UjChIhtPKCI/AAAAAAAAFZU/K1Pwp3-WDfI/s800/04.png" width="384" height="247" /></a>Hoe de <em>Landbouw-huishoudschool</em> gegroeid is uit de <em>Kostschool</em> komt aan bod in het tweede hoofdstuk. De differentiatie begon in 1895 met het openen van een <em>melkerijschool</em> die zich ontwikkelde tot een <em>landbouwhuis-houd-<span style="text-decoration: underline;">afdeling</span></em> van de <em>Kostschool</em> en uiteindelijk een zelfstandige gesubsidieerde en erkende school werd in 1934.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/1a0UzJLCnQleM8N8AtwqE9MTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" title="Klas van de Landbouwhuishoudschool rond 1930. In het midden: kloosterdirecteur Career" alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-sREhxK-5piE/UjChJumhOXI/AAAAAAAAFZk/KlZP-Ge1YUk/s800/05.png" width="381" height="274" /></a>Er wordt gefocust op de pensionairs – toen allemaal meisjes en verplicht op internaat &#8211; van de beide scholen. Hoe leefden ze, hoe waren ze gekleed, uit welke gemeenten waren ze afkomstig, hoe evolueerde de rekrutering in de loop van de jaren, welk was het beroep van de ouders, hoeveel jaren bleven ze op internaat, hoe dikwijls gingen ze naar huis, waaruit bestond hun ontspanning, enz., enz. De auteur onderzocht ook de rol van bijhuizen bij de leerlingenwerving.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/r4ZK_vAJ9w-grpU9iv6gUNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" title="Kloosterzusters rond 1935" alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-V3o-NUP2qFw/UjChJLpf3dI/AAAAAAAAFZc/6yaAXEFsZe0/s800/06.png" width="384" height="180" /></a>Aanvankelijk bestond het onderwijskorps uitsluitend uit religieuzen. Na de erkenning van de <em>Landbouwhuishoud-school</em> kreeg de school meer subsidies en werden ook ongehuwde &#8220;<em>meesteressen</em>&#8221; aangeworven die bij hun huwelijk ontslag moesten nemen. Hoe zat het schoolbestuur in elkaar? Directrices als Zr Pulcherie, Zr Beatrix en Zr Madeleine groeiden uit tot ware legenden.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/Fg_S4tVzkm9--xV2eq2ZxNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" title="Nieuwe landbouwhuishoudschool in opbouw rond 1923" alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-WfJTngK3xnE/UjChJkhkOzI/AAAAAAAAFZs/bwaxtZOSyBs/s800/07.png" width="387" height="238" /></a> In hoofdstuk 5 komt de infrastructuur en het financieel beheer aan bod. De <em>Landbouwhuis-houd­school</em> opende nieuwe vleugels in 1924 en in 1939, telkens met subsidies van de provincie. De <em>Kostschool</em> kreeg een beperkte uitbreiding in 1938.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/9U-rvXh-y9U8xD1KTKLmdtMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" title="V.K.S.J.-meisjes van de Kostschool rond 1940" alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-l1n1IuTCjKA/UjChJ-DYAPI/AAAAAAAAFZw/rxqu_yeVYi4/s800/09.png" width="384" height="241" /></a> Belangrijk is uiteraard het religieus opvoedingspro­ject van de zusters. De dag van de pensionaire begon met de H. Mis, op zondag was er na de middag vespers en lof. De schooldag verliep op het ritme van de kloostergemeen­schap, elk jaar waren er drie of vier dagen bezinning in volledige stilte en regelmatig ook recollectiedagen en stichtende voordrachten voor de leerlingen.</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/7VEaMgHSqFogixxBR3ml_tMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignright" alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-QZFHdYMbGHk/UjChKo6_hxI/AAAAAAAAFaI/HgSsJEzhgZ4/s800/08.png" width="153" height="196" /></a><br />
De leerlingen werden religieus omkaderd binnen godvruchtige verenigingen als de <em>Maria Congregatie</em>, de <em>Eucharistische Kruistocht</em> en vooral, vanaf de jaren 1930, binnen de nogal autoritair gestructureerde <em>Katholieke Actie</em> en <em>V.K.S.J</em>. Plechtige communie en vormsel gebeurden binnen de schoolmuren.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/U-Q1gq0WYqQnwt-63A64vdMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" title="Kathedraal van Ankoro gebouwd met financiële steun van o.a. de pensionairs en de zusters van Kortemark" alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-0mtOIneo4zQ/UjChKmvTkgI/AAAAAAAAFaA/fRe87L7rdKY/s800/10.png" width="229" height="362" /></a> De missionaire gedrevenheid was één van de steunpilaren van het religieus opvoedingsproject. <em>Kost-</em> en <em>Landbouwhuishoudschool</em> steunden financieel de missie van Ankoro in Noord-Katanga en de bouw van de kathedraal aldaar.</p>
<p>Hoe stelden de paters van de H. Geest hun Congolese missie voor aan de leerlingen en aan de zusters? Beantwoordde de beeldvorming in het schooltijdschrift <em>Klokje</em> wel aan de realiteit in de kolonie? Was missionering toen niet te veel gericht op &#8220;zieltjes winnen&#8221;, &#8220;<em>tinblad</em>&#8221; inzamelen, het &#8220;<em>knikkend negertje&#8221;</em> in elke klas, het lezen en verspreiden van de super enthousiaste brieven van paters en inlandse seminaristen terwijl er ter plaatse te weinig werd gefocust op diepgang en vorming van een inlandse elite? Mwilambwe Mukalay en Shabani wa Kalenga, twee auteurs uit Ankoro, maakten in 2007 de balans op.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/FYio083sdoyTmZ0-22_BZ9MTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" title="Leerling bereidt boter" alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-VCbeREYqCsE/UjChKpr46RI/AAAAAAAAFaE/NaG0NQ2SW3A/s800/11.png" width="386" height="287" /></a> De <em>Landbouw-huishoudschool</em> had een eigen specifiek opvoedingsproject: niet alleen de plattelandsmeisjes opleiden tot meewerkende echtgenote in het bedrijf maar ze ook &#8220;kneden&#8221; tot vrome echtgenoten en moeders, tot leden van een zelfbewuste boerenstand, dienstbaar voor de Kerk.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/JaKlAK77y29SNHeNZzqaVtMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" alt="" src="https://lh5.googleusercontent.com/-AXGhN1POmlk/UjChLDs0OsI/AAAAAAAAFac/k1ZqiuweeoY/s800/12.png" width="384" height="254" /></a> Ook aan het didactisch kader wordt ruime aandacht besteed: hoe verliepen de lessen, hoe gebeurden de examens en de rapportering, hoe verliepen de schooldag, de vakantieperioden, enz.? Aan de hand van o.a. inspectieverslagen, resultaten verdere studies en door het vergelijken van de uitslagen van de provinciale en andere externe examens kreeg de auteur zicht op het niveau van het Kortemarks secundair onderwijs uit die periode.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/b38G8R2FiO1_XzEDGXIFo9MTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" title="Stand van de Landbouwhuishoudschool op de Wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1930" alt="" src="https://lh5.googleusercontent.com/-a4VLvzCfz8g/UjChMJiEAAI/AAAAAAAAFag/1xhhUxKX_n4/s800/13.png" width="387" height="262" /></a> De publicatie eindigt met een hoofdstuk over de uitstraling van de school naar de buitenwereld toe. Zo had de <em>Landbouw-huishoudschool</em> een stand op de Wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1930. De school onderhield ook contact met haar oud-leerlingen en organiseerde regelmatig studiedagen en nascholing.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het schoolarchief voor 1958 wordt beschreven: welke bronnen en welk materiaal zijn bewaard en ondertussen gedigitaliseerd?</p>
<p>De bijlagen bevatten tabellen met de geografische herkomst van de leerlingen, de schoolbevolking en -structuur en een volledige lijst van de gastsprekers – religieuzen en leken – die over de vloer kwamen tijdens de &#8220;<em>vormingsavonden</em>&#8220;, retraites, enz.</p>
<p>Een gedetailleerde index van de persoonsnamen, meer dan 1500 voetnoten en verwijzingen en een bibliografie maken dat deze publicatie kan dienen als vertrekpunt voor verder onderzoek.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Over de auteur</strong></p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/gKQWfqHJf84j9uhYmRyZaNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-ew8Nw508n2s/UjChLs6ZR2I/AAAAAAAAFaY/2DXVaP90_cM/s800/14.png" width="175" height="217" /></a>John Aspeslagh werd geboren in Oostende in 1947. Na de Grieks-Latijnse humaniora in het Onze-Lieve-Vrouwecollege aldaar ging hij Romaanse Filologie studeren aan de KU Leuven. Op het programma van die opleiding stonden toen ook heel wat colleges Latijn en geschiedenis. Zijn belangstelling voor geschiedenis dateert waarschijnlijk uit die tijd. In 1969 werd hij leraar Frans in het ASO in Blankenberge en het jaar erop in het technisch handelsonderwijs in Oostende. In 1975 trouwde hij met Martine Figoureux en samen hebben ze twee kinderen. In september 1979 volgde hij zuster Alberta op als directeur ASO in MMI en toen zuster Dominique in 1990 stopte, ging hij aan het roer staan van het TSO/BSO. Na 31 jaar directeurschap vond hij het welletjes en ging met pensioen op 1 januari 2011. Nu kon hij zich ten volle concentreren op het schrijven van deze schoolgeschiedenis.</p>
<p>Wie geïnteresseerd is in de publicatie, kan het boek bestellen aan de prijs van € 25 in voorverkoop voor 1 oktober, nadien is het € 30. Men kan het boek afhalen in de school, anders komen er € 7,50 verzendkosten bij.</p>
<ul>
<li><strong style="color: #ff0000;">E-mailen naar <a href="mailto:boek175@mmikortemark.be"><em>boek175@mmikortemark.be</em></a></strong></li>
<li><strong style="color: #ff0000;">Storten op KBC IBAN BE28 4746 1230 1120 met vermelding &#8220;<em>Boek 175 jaar</em>&#8220;</strong></li>
</ul>
<p>In de school is ook nog een beperkte voorraad van het boek van Bernard Deneckere uit 1988, beschikbaar tegen de prijs van € 10 plus verzendkosten</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=6419</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Plannen voor twee provinciale landbouwscholen in Kortemark afgelast</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=421</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=421#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 06 May 2012 08:35:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Kortemark Geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[handzame]]></category>
		<category><![CDATA[kortemark]]></category>
		<category><![CDATA[landbouwonderwijs]]></category>
		<category><![CDATA[provincie west-vlaanderen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=421</guid>
		<description><![CDATA[Na de Eerste Wereldoorlog begon het provinciebestuur eindelijk aandacht te hebben voor het landbouwonderwijs. Landbouw was toen immers de voornaamste economische activiteit van onze provincie. De plotse belangstelling voor subsidiëring van het landbouwonderwijs was dan ook ingegeven door motieven “van &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=421">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<div style="width: 535px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/oYAtx5YAEL2En1jsROsf5tMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class=" " alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-GpUx5d64dCM/T6RntALCFMI/AAAAAAAAAKQ/-Q6iygDlQLs/s640/029-3-6464-IMG_1002.jpg" width="525" height="640" /></a><p class="wp-caption-text">De 29 percelen die de provincie verkocht in januari 1924. Archief provincie West-Vlaanderen.</p></div>
<p>Na de Eerste Wereldoorlog begon het provinciebestuur eindelijk aandacht te hebben voor het landbouwonderwijs. Landbouw was toen immers de voornaamste economische activiteit van onze provincie. De plotse belangstelling voor subsidiëring van het landbouwonderwijs was dan ook ingegeven door motieven <em>“van gewestelijken invloed”</em>, m.a.w. economische motieven: steun aan opleidingen die bijdroegen tot de welvaart en de ontwikkeling van de streek.</p>
<p><span id="more-421"></span></p>
<p>Na de wapenstilstand van 1918 had de provincie gronden aangekocht in Kortemark en Handzame om er respectievelijk een landbouwschool voor jongens en een landbouwhuishoudschool voor meisjes op te richten<a title="" href="#_ftn1">[1]</a>. De twee hoeven – samen zo&#8217;n 42 hectare, aangekocht voor een bedrag van 151 373 BEF &#8211; waren gelegen op de wijk Amersvelde, aan beide kanten van de Schaak- of Zandstraat, vlak op de gemeentegrens. Deze straat (tegenwoordig Aarsdamstraat) strekte zich toen uit van de huidige Spondestraat tot aan aan de Amersveldestraat en werd alleen doorkruist door de Krekebeek en de spoorweg De Panne – Gent<a title="" href="#_ftn2">[2]</a>.</p>
<p>In 1922 veranderde het provinciebestuur plots het geweer van schouder. In de schoot van de provincieraad werd een <em>Bijzondere commissie</em> opgericht om voorstellen uit te werken voor de toekomst van het provinciaal landbouwonderwijs. In de vergadering van 25 april 1922<a title="" href="#_ftn3">[3]</a>, onder voorzitterschap van de heer De Laey<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>, formuleerde de commissie volgend voorstel: het provinciebestuur zou verzaken aan de oprichting van eigen nieuwe instellingen. In plaats daarvan zou ze twee bestaande scholen “<em>aannemen</em>”, wat financieel voordeliger was:</p>
<p><em>“1° Enkel twee provinciale scholen van middelbaar onderwijs zouden tot stand gebracht worden; hetzij: eene voor knechten en eene voor meisjes.</em></p>
<p><em>2° Deze scholen zouden gehecht worden aan reeds bestaande onderwijsgestichten; op voorwaarde dat deze in het midden der provincie gelegen zijn en een gemakkelijk verkeer per ijzerweg aanbieden. Het college van Rousselaere voor de knechten en de kostschool van Cortemarck voor meisjes bieden op bijzondere wijze die gewenschte ligging aan [...].”</em></p>
<p>Uiteraard waren er voorwaarden: het volgen van een goedgekeurd leerplan, het naleven van de wettelijke reglementering o.a. wat betreft bekwaamheidsbewijzen van het onderwijzend personeel, toezicht door de provincie via inspectie en aanwezigheid van twee afgevaardigden in het <em>bijzonder schoolcomiteit</em><a title="" href="#_ftn5"><em><strong>[5]</strong></em></a>, het ter beschikking stellen van lokalen en van didactisch materieel voor bijzondere landbouwleergangen of voor voordrachten gepatroneerd door de provincie. Het provinciebestuur zou daarnaast met <em>“hulpgelden”</em> over de brug komen voor de oprichting en het onderhoud van de gebouwen en voor de bezoldiging van het onderwijzend personeel. De plannen voor nieuwbouw of verbouwing moesten vooraf worden goedgekeurd door de bijzondere <em>Provinciale Landbouwcommissie</em>.</p>
<p>De gronden die de provincie voordien had aangekocht, zou ze nu verkopen. Hieraan ging in juli 1923 een debat in de provincieraad vooraf. De vrijzinnigen wilden het eigendom behouden om er later toch een echte provinciale landbouwschool in te richten. Andere afgevaardigden overwogen om er een <em>&#8220;sanatorium voor teringlijders&#8221; </em>in onder te brengen. Het eigendom werd opgedeeld in 29 percelen en in januari 1924 openbaar verkocht door notaris Tommelein van Kortemark<a title="" href="#_ftn6">[6]</a>.</p>
<p>Met steun van de provincie zetten de zusters aan de Handzamestraat een <a title="Foto's bouw en inhuldiging" href="http://education.skynet.be/archiefmmi/Wederopbouw1920/index.html" target="_blank">nieuw gebouw voor hun Landbouwhuishoudschool</a> dat in 1923 in gebruik werd genomen. Tegenwoordig is dit de administratieve vleugel van het Margareta-Maria-Institutuut.</p>
<div style="width: 586px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/fdInDW7GLJkFTeE8IevaYNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="  " alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-ybj_XPMDnL0/T6Rng-cDK6I/AAAAAAAAAKQ/9Rw-GF8WloM/s640/032-KasteelInOpbouw1923.jpg" width="576" height="354" /></a><p class="wp-caption-text">Werf van de Landbouwhuishoudschool in 1923. Schoolarchief MMI.</p></div>
<p>© John Aspeslagh</p>
<div>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="color: #ff0000;">Deze bijdrage maakt deel uit van</span></p>
<p><span style="color: #ff0000;"><em>Dertig jaar uit het rijke leven van een plattelandspensionaat<br />
Kostschool en Landbouwhuishoudschool van Kortemark<br />
1926 – 1956</em></span></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=6419"><span style="color: #ff0000;">Gepubliceerd in oktober 2013</span></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> Zie SCHEPENS (L.), <em>De provincieraad van West-Vlaanderen 1921/1978</em> (Tielt, 1979), blz. 116. Schepens spreekt van twee <em>&#8220;landbouw<span style="text-decoration: underline;">huishoud</span>scholen&#8221;</em>. Dit is uiteraard niet correct.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> De Staatsbaan zou pas in 1936 worden aangelegd.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> Schoolarchief MMI (AMMI), doorslag van het <em>Verslag van de Bijzondere Commissie Provinciale Middelbare Landbouwscholen van West-Vlaanderen</em>, dd 25 april 1922.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> Désiré De Laey (1843-1924), landbouwer, burgemeester van Hooglede en provincieraadslid. Hij staat bekend als weldoener van het plaatselijk katholiek onderwijs te Hooglede. Vanaf 1905 was hij voorzitter van de <em>Provinciale landbouwcommissie. </em>Hij bezat ook eigendommen in Kortemark en in Handzame; zie SCHEPENS (L.), <em>De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1921</em> (Tielt, 1976), p. 456-57; <em>ODIS</em> onder <em>De Laey Omer</em>. Moeder overste Henriette van de zusters van de H. Vincentius had ondertussen al haar nood geklaagd in een schrijven (AMMI, Schrift V, p. 63-64) gericht aan de Heren Désiré De Laey en Jean Joseph Verhaeghe van de <em>Provinciale Middelbare Landbouwcommissie</em>. Het is echter een ander commissielid, nl. Jozef Van den Berghe, die de subsidiëring zou verdedigen tijdens de zitting van de voltallige <em>Provinciale Raad</em> van 13 juli 1922.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> Later <em>Commissie van bestuur</em> genoemd.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a> Zie Archief Provincie West-Vlaanderen (APWV), 3/6464.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=421</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
