<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Siagrius, weblog van John Aspeslagh &#187; oostende</title>
	<atom:link href="http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;tag=oostende" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://siagrius.be/siagrius</link>
	<description>Lokale geschiedenis en erfgoed  ...</description>
	<lastBuildDate>Tue, 03 Feb 2026 10:07:14 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
		<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
		<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.8</generator>
	<item>
		<title>Auguste Quarin, of wat een kleine activist lijden kon</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9623</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9623#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Apr 2025 15:22:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Activisme]]></category>
		<category><![CDATA[Auguste Quarin]]></category>
		<category><![CDATA[De Plate]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[van oye]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9623</guid>
		<description><![CDATA[&#160; In De Plate, jg 54 (2025), nr 4, april 2025 Vanaf eind 1914 probeerden flaminganten, ‘activisten’[1] genoemd, de Duitse bezetter te gebruiken voor de realisatie van hun eigen programma: de vernederlandsing van de toen Franstalige Gentse universiteit, gebruik van &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9623">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p style="text-align: center;"><i><span style="color: #ff6600;"><strong>I</strong></span><strong style="color: #ff6600;"><span style="color: #ff6600;">n</span> De Plate</strong></i><span style="color: #ff6600;"><strong>, jg 54 (2025), nr 4, april 2025</strong></span></p>
<p>Vanaf eind 1914 probeerden flaminganten, ‘activisten’<a title="" href="#_ftn1"><i><b>[1]</b></i></a> genoemd, de Duitse bezetter te gebruiken voor de realisatie van hun eigen programma: de vernederlandsing van de toen Franstalige Gentse universiteit, gebruik van het Nederlands in gerecht, bestuur en onderwijs en een vorm van zelfbestuur voor Vlaanderen.</p>
<div id="attachment_9419" style="width: 244px" class="wp-caption alignleft"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/07/Van-OyeDP.jpg"><img class="size-medium wp-image-9419" alt="Van OyeDP" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/07/Van-OyeDP-234x300.jpg" width="234" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Eugeen Van Oye</p></div>
<p>In de hypernationalistische sfeer na de bevrijding in oktober 1918, volgde de afrekening. Dichter-geneesheer Eugeen van Oye was de enige grote garnaal die het Brugs gerecht bij de kraag kon vatten. <i>De</i> <i>Duinengalm<a title="" href="#_ftn2"><b>[2]</b></a> </i>blokletterde: <i>De zaak van Oye en consoorten</i>. De ‘consoorten’ waren de kleinere garnalen, de manusjes-van-alles van het Oostends activisme, nl. Louis Lefèvre en Auguste Quarin. Ze verschenen vóór het Brugs assisenhof (14-17 en 25 juni 1920). Van Oye ontsprong de dans en werd vrijgesproken dankzij zijn vriend priester Hugo Verriest die kwam getuigen als ‘<i>témoin de moralité’</i><a title="" href="#_ftn3">[3]</a>. De twee andere kleine garnalen, Lode Lefèvre en Auguste Quarin,<b> </b>werden veroordeeld tot twee jaar opsluiting en tot het betalen van één vierde van de gerechtskosten<b>.<span id="more-9623"></span></b></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2025/04/De-Plate0006.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9627" alt="De Plate0006" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2025/04/De-Plate0006-211x300.jpg" width="211" height="300" /></a>Nog tijdens de laatste oorlogsweken, meer bepaald op 25 september 1918, werd het huis van Quarin aan de Zwaluwenstraat 5 door de geallieerden gebombardeerd. Twee zoontjes, Auguste en Albert Quarin, een tweeling van 11 jaar, verloren het leven en vader Auguste werd zelf licht gewond<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>.  Op zijn proces voor assisen van juni 1920 beschreef de openbare aanklager Quarin als “<i>de hevigste</i>”<i> </i>van de vier beklaagden en de militaire onderzoeksrechter schilderde hem af als “<i>machiavellistisch, een man die zijn doel wilde bereiken met alle middelen, ook met de hulp van de Duitsers”</i>. Een bezwarend feit was in elk geval zijn aanduiding als lid van de Gouwraad. Het feit dat zijn huis was gebombardeerd en hij daarbij twee kinderen had verloren, kon de jury geenszins vermurwen. Bijzonder erg voor Quarin was dat hij door zijn veroordeling tot twee jaar opsluiting geen aanspraak kon maken op oorlogsschade voor zijn woning. “<i>Een schreeuwend onrecht”</i> schreef Narden in<i> De Duinengalm</i><a title="" href="#_ftn5">[5]</a> van 14 april 1922.</p>
<p><span style="color: #ff6600;"><strong>Lees verder in De Plate, jaargang 54, nr4, april 2025.</strong></span></p>
<div><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> De ‘passivisten’ of de ‘passieven’, hun tegenpool, wilden na de geallieerde eindoverwinning via het Belgisch parlement verandering bekomen, Voor hen was de bevrijding van het land topprioriteit.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> 25 juni 1920.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> Zie J. ASPESLAGH, &#8216;Hechte vriendschap in barre tijden. De naoorlogse correspondentie tussen Eugeen van Oye en Hugo Verriest&#8217;, in: <i>Wetenschappelijke tijdingen</i>, jg. 78 (2019), pp. 130-53.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> A. ELLEBOUDT en G. LEFEVRE, <i>Oostende onder de Duitsche bezetting</i>, p. 567; S. VAN PRAET, <i>The occupation of Ostend by the Germans</i>, typoscript, f° 453 (digitaal: <a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/08/Dagboek-Van-Praet-19181.pdf">http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/08/Dagboek-Van-Praet-19181.pdf</a> )</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> Uitgegeven door gemeenteraadslid Aimé Smissaert als orgaan van de Vlaamsgezinde vleugel van de Katholieke Partij. Misschien is Narden wel zijn pseudoniem? <i>De Zeewacht</i>, met als hoofdredacteur gemeenteraadslid en later schepen Alphonse Elleboudt, was het orgaan van de behoudsgezinde katholieke vleugel die toen nog grotendeels Franstalig was.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9623</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Claude Bernières, een Franstalige dichter uit de kring rond James Ensor</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9601</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9601#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 05 Nov 2024 10:10:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Claude Bernières]]></category>
		<category><![CDATA[Cyrille Louf]]></category>
		<category><![CDATA[Interbellum]]></category>
		<category><![CDATA[James Ensor]]></category>
		<category><![CDATA[karel van de woestijne]]></category>
		<category><![CDATA[La Flandre Littéraire]]></category>
		<category><![CDATA[Le visage des heures]]></category>
		<category><![CDATA[Marie Gevers]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Prix Maeterlinck]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9601</guid>
		<description><![CDATA[ Biekorf, jg 124 (2024), pp. 267-98. De taalwet van 1921 was een belangrijke stap naar de volledige vernederlandsing van de lokale besturen en van het onderwijs in de Vlaamse arrondissementen. In Oostende waren er, naast militante verenigingen[1] die de nieuwe &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9601">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"> <span style="color: #ff0000;"><strong><em>Biekorf</em>, jg 124 (2024), pp. 267-98.</strong></span></p>
<p>De taalwet van 1921 was een belangrijke stap naar de volledige vernederlandsing van de lokale besturen en van het onderwijs in de Vlaamse arrondissementen. In Oostende waren er, naast militante verenigingen<a title="" href="#_ftn1">[1]</a> die de nieuwe taalwetgeving probeerden te omzeilen of ongedaan te maken, ook Franstaligen die meenden  dat de Franse taal, dank zij haar superioriteit en uitstraling, zich naast het Nederlands zou kunnen handhaven. Vooral kunstenaars uit de kring rond James Ensor en medewerkers van het tijdschrift <i>La Flandre Littéraire<a title="" href="#_ftn2"><b>[2]</b></a></i> behoorden tot die groep, onder wie ook dichter en schrijfster Claude Bernières<a title="" href="#_ftn3">[3]</a>.</p>
<p><b>B</b><b>eginnende dichter</b></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/11/nr-14.png"><img class="alignleft size-medium wp-image-9608" alt="nr 14" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/11/nr-14-230x300.png" width="230" height="300" /></a>Claude Bernières, pseudoniem voor Hélène Coulier, werd op 18 juli 1884 geboren in Zwevezele. Haar vader Jean-Baptiste Coulier (°1855) was afkomstig uit Stalhille en haar moeder Emma Standaert (1868-1926) uit  Maldegem. Ze trouwden in Brugge in 1883 en kregen twee dochters: Hélène en haar twaalf jaar jongere zus Jeanne. Vader Coulier was van 1883 tot 1902 notaris in Zwevezele en van 1903 tot 1926  in Torhout<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>. Waarschijnlijk was de omgangstaal in het notarisgezin het Frans.</p>
<p>Hélène groeide op in Zwevezele en kwam pas in Torhout wonen toen ze al zeventien was. Zoals het toen bij vooraanstaande families de gewoonte was, gingen de meisjes op hun twaalfde naar het pensionaat waar Frans de voertaal was. In haar autobiografische &#8216;roman&#8217;<a title="" href="#_ftn5">[5]</a> schrijft ze dat ze op kostschool ging in een niet verder omschreven naburig stadje. Zoals zovele pensionnairs was ze niet gelukkig in haar <i>&#8216;couvent&#8217; </i>en horen we de traditionele  klachten: &#8220;<i>Une cloche régit tous mes gestes, me dirige comme une marionette … </i><i>Je reçois mes letttres ouvertes …. Même les idées semblent porter l&#8217;uniforme&#8221;. </i>Is ze na verloop van tijd overgestapt van dit pensionaat naar een andere school?  In haar notities voor een voordracht die ze in haar vroegere school gaf, spreekt ze van een &#8216;Lyceum&#8217;<a title="" href="#_ftn6"><i><b>[6]</b></i></a>. Zoals blijkt uit een latere brief aan Marie Gevers, verliet ze de schoolbanken op achttien jaar<a title="" href="#_ftn7">[7]</a>. Het kan bijna niet anders dan dat ze haar  grondige kennis van het Frans en de vaardigheid om uit het Engels te vertalen, verder heeft geperfectioneerd via zelfstudie en lectuur.<span id="more-9601"></span></p>
<p>Hoe ze in Oostende is terecht gekomen, is onduidelijk. Feit is dat haar gedicht (<i>La Mare</i>) onder het pseudoniem &#8216;Hélène Avril&#8217; al in 1905 verscheen in de Oostendse <i>Le Carillon</i>. In 1908 behaalde ze een eerste prijs met  een dichtwerk dat ze had ingestuurd voor een wedstrijd van <i>Le Conseil national des Femmes belges</i>. <i>Le Carillon</i> vermeldt haar als &#8220;<i>une poétesse que Le Carillon a eu le plaisir d&#8217;accueillir des premiers […] douée d&#8217;un grand et original talent […] la disciple, en poésie, de Marguerite Coppin</i> (1867-1931)<a title="" href="#_ftn8"><i><b>[8]</b></i></a>&#8220;. Tot 1909 vonden we nog vermeldingen van gedichten van haar hand verschenen in culturele tijdschrijften als <i>Le Farfadet, Le Florilège</i>, <i>Le Thyrse</i> en <i>La jeune Wallonie<a title="" href="#_ftn9"><b>[9]</b></a></i>. Uit de periode 1910-1920 vonden we geen gedichten terug.</p>
<p>Op 25 juli 1911 trad ze in Torhout in het huwelijk met dokter Cyrille Louf (1882-1956) afkomstig uit het toen nog tweetalige Nieuwkerke-Neuve Eglise, nu Heuvelland<a title="" href="#_ftn10">[10]</a>. Gezien de achtergrond  van het koppel, lijdt het geen twijfel dat in het gezin Frans werd gesproken. Hun dochter Suzanne Louf werd in 1913 in Anderlecht geboren<a title="" href="#_ftn11">[11]</a>. Woonde het echtpaar toen in het Brusselse? Voor de Eerste Wereldoorlog komt Cyrille Louf in elk geval niet voor in de lijst van Oostendse artsen<a title="" href="#_ftn12">[12]</a>.</p>
<p>Tijdens de oorlog verbleven Hélène, haar dochtertje Suzanne en haar zus Jeanne als “<i>réfugiées</i>” aan de Solent Road 28 van de Londense wijk Hampstead. In mei 1917 wonen Hélène en Suzanne ondertussen in de Rue de Bayeux van de gemeente Asnelles in het Franse departement Calvados, waar zus Jeanne hen vervoegde in oktober. De reden van hun verhuis naar Normandië zal te verklaren zijn door de aanwezigheid van de gemobiliseerde Cyrille Louf als militair geneesheer in het naburige Belgisch militair hospitaal van Villiers-le-Sec<a title="" href="#_ftn13">[13]</a>.</p>
<p>In september 1918 wordt hun zoontje Jacques in Asnelles geboren. Woonde Hélène voor of na mei 1917 tijdelijk in Bernières-sur-mer, een andere gemeente van de Calvados maar wel verder verwijderd van Villiers-le-Sec? <i>Le Carillon</i> beweert in elk geval dat ze haar pseudoniem ontleende aan &#8220;<i>le village français qui l&#8217;abrita durant la tourmente</i>&#8220;<a title="" href="#_ftn14">[14]</a>. Ook haar kleinzoon zegt dat hij in zijn kindertijd altijd hoorde spreken van het stadje &#8216;Bernières&#8217;. Waarom ze opteerde voor &#8216;Claude&#8217; en &#8216;Bernières&#8217; is hem niet duidelijk.</p>
<p>De amper vijftien maanden oude Jacques overleed aan kroep op oudejaarsavond 1919 in Oostende naarwaar het echtpaar inmiddels was verhuisd. Op de overlijdensakte van zijn zoontje staat dokter Louf nog vermeld als “krijgsgeneesheer”<a title="" href="#_ftn15">[15]</a>. Ze woonden toen al in de Rogierlaan 48 waar Hélène zou blijven tot na het overlijden van haar man in 1956.</p>
<p>Vanaf 1920 is Hélène Coulier bij de Oostendenaars gekend als &#8216;madame Louf&#8217; maar in artistieke kringen maakt ze haar debuut als &#8216;Claude Bernières&#8217;. In dat jaar verschenen acht gedichten van haar in het liberaal tijdschrift <i>Le Flambeau</i>, die ze twee jaar later, met één uitzondering, ongewijzigd zou overnemen in <i>Le Visage des Heures</i>. Volgens de lokale pers zou ze door <i>Le Flambeau</i> bekendheid hebben verworven en door het succes aangemoedigd om haar gedichten in een bundel te publiceren<a title="" href="#_ftn16">[16]</a>.</p>
<p>Lees verder in <span style="color: #ff0000;"><strong><em>Biekorf</em>, jg 124 (2024), pp. 267-98.</strong></span></p>
<p><strong><i>Le Visage des Heures</i>, een bundel van dertig gedichten uit 1922.</strong></p>
<p><strong>De bekroning: de Verhaeren-Prijs (1923)</strong></p>
<p><strong>Bernières gevierd</strong></p>
<p><strong>Bernières en Ensor</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/11/nr-10.jpeg"><img class="aligncenter size-medium wp-image-9607" alt="nr 10" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/11/nr-10-300x231.jpeg" width="300" height="231" /></a></p>
<p><strong>Bernières en het West-Vlaams tijdschrift <i>La Flandre Littéraire</i> (1922-1929)<a title="" href="#_ftn1"><i><br />
</i></a></strong></p>
<p><strong>Claude Bernières en Marie Gevers</strong></p>
<p><strong>Kortstondig succes</strong></p>
<p><strong>De betekenis van Claude Bernières</strong></p>
<div>
<div>
<p>&nbsp;</p>
</div>
</div>
<div>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> <i>L&#8217;Association flamande pour la vulgarisation de la langue française</i> en <i>Les Amitiés françaises</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> Zie J. ASPESLAGH, <i>&#8216;La Flandre Littéraire</i> of de zwanenzang van de Frans-Belgische letterkunde in West-Vlaanderen&#8217;, in: <em>Biekorf</em>, jg. 123 (2023), p. 385-415.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> Voor meer details over de vernederlandsing en de weerstand bij de totstandkoming van de nieuwe wet, zie J. ASPESLAGH, &#8216;Hoe Oostende reageerde op de vernederlandsing van het openbaar leven&#8217;, in: <i>Biekorf</i>,<i> </i>jg. 121 (2021), p. 187-210 en ‘Het moeizaam proces van vernederlandsing in Oostende tijdens het Interbellum’, in: <i>Wetenschappelijke Tijdingen</i>, jg. 82 (2023), p. 101-61.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> <a href="https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archiefvormers/zoekresultaat?text=eac-BE-A0500_101530&amp;inLanguageCode=DUT&amp;view=eac">https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archiefvormers/zoekresultaat?text=eac-BE-A0500_101530&amp;inLanguageCode=DUT&amp;view=eac</a> ; <a href="https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archiefvormers/zoekresultaat?text=Coulier%20Jean-Baptiste&amp;fromDate=1903&amp;placeEntry=Torhout">https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archiefvormers/zoekresultaat?text=Coulier%20Jean-Baptiste&amp;fromDate=1903&amp;placeEntry=Torhout</a> ; Overlijdensakten Oostende, 1926, Emma Standaert, nr 192; <i>Le Carillon</i> 13 april 1926.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> C. BERNIERES, &#8216;Le village dans les yeux&#8217;, in: <i>La Revue générale</i>, jg 59 (1926), 15 augustus, p. 206-08.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a> Familiearchief, &#8216;<i>Début littéraire&#8217;</i>. Ze haalt herinneringen op aan een zekere &#8216;Mevrouw Burls&#8217; die haar zou geholpen hebben om haar plankenkoorts te overwinnen maar van religieuzen is geen sprake meer.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref7">[7]</a> Zie voetnoot 65.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref8">[8]</a> Feministe, romanschrijfster en dichter. Werkte mee aan <i>Le Carillon</i> en aan <i>Le Journal de Bruges</i>. Zie <a href="https://maisondelapoesie.be/poetes-list/coppin-marguerite/">https://maisondelapoesie.be/poetes-list/coppin-marguerite/</a> ; <a href="https://data.bnf.fr/fr/10466178/marguerite_coppin/">https://data.bnf.fr/fr/10466178/marguerite_coppin/</a> ; <a href="https://fr.wikipedia.org/wiki/Marguerite_Coppin">https://fr.wikipedia.org/wiki/Marguerite_Coppin</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref9">[9]</a> <i>Le Carillon</i> 1 juli 1905, 13 november 1906, 12 december 1908 en 20 mei 1909; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 4 augustus 1909; zie ook <a href="https://maisondelapoesie.be/poetes-list/bernieres-claude/">https://maisondelapoesie.be/poetes-list/bernieres-claude/</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref10">[10]</a> Trouwboekje Louf-Coulier. Het Franstalig deel van de vroegere gemeente Nieuwkerke werd in 1963 gevoegd bij het nu Henegouwse Ploegsteert.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref11">[11]</a> Huwelijksakten Oostende, 1939, Jean Willems &#8211; Suzanne Louf, nr 118, 29 april 1939.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref12">[12]</a> Zie bv. <i>La Saison d&#8217;Ostende</i> 23 mei 1913 en 11-12 april 1914.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref13">[13]</a> Mail 13 februari 2024 van <i>Archives départementales du Calvados</i>, met scan van <i>Questionnaire destiné à l&#8217;obtention de la carte d&#8217;identité d&#8217;étranger</i> van Hélène en Jeanne Coulier. Over het militair hospitaal van Villiers-le-Sec, zie <a href="https://www.1914-1918.be/hopital_villers_le_sec.php">https://www.1914-1918.be/hopital_villers_le_sec.php</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref14">[14]</a> 14 april 1923.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref15">[15]</a> Overlijdensakten Oostende, 1920, nr 3; <i>Le Carillon</i> 11 januari 1920.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref16">[16]</a> <i>Le Carillon</i> 14 april 1923; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 14 mei 1924; <i>Le Flambeau</i>, jg. 3, n° 11 (1920), p. 679-87.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9601</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>La Flandre Littéraire of de zwanenzang van de Frans-Belgische letterkunde in West-Vlaanderen</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9566</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9566#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Feb 2024 09:09:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[bernieres claude]]></category>
		<category><![CDATA[ensor]]></category>
		<category><![CDATA[franse literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[ghelderode]]></category>
		<category><![CDATA[henri vandeputte]]></category>
		<category><![CDATA[Interbellum]]></category>
		<category><![CDATA[karel van de woestijne]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9566</guid>
		<description><![CDATA[Biekorf, jg. 123 (2023), pp. 385-415 &#160; &#160; Het tijdschrift La Flandre Littéraire (LFL) verscheen van 1922 tot 1929 en was één van de laatste Franstalige tijdschriften over literatuur, kunst en muziek uitgegeven in West-Vlaanderen[1]. &#160; &#160; &#160; Particularistische en patriottische &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9566">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><span style="color: #ff6600;"><strong><em>Biekorf</em>, jg. 123 (2023), pp. 385-415</strong></span></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/IMG_20240213_0001.jpg"><img class="size-medium wp-image-9573 alignleft" alt="IMG_20240213_0001" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/IMG_20240213_0001-214x300.jpg" width="214" height="300" /></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het tijdschrift <i>La Flandre Littéraire</i> (LFL) verscheen van 1922 tot 1929 en was één van de laatste Franstalige tijdschriften over literatuur, kunst en muziek uitgegeven in West-Vlaanderen<a title="" href="#_ftn1">[1]</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Particularistische en patriottische karakteristieken van de Franstalige literatuur in België</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/LFL-1926.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9571" alt="LFL 1926" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/LFL-1926-175x300.jpg" width="175" height="300" /></a>De discussie over de plaats en de representativiteit van de Belgische schrijvers binnen de Franstalige  literatuur woedde sedert 1830. De enen vonden dat de Belgische literaire productie wegens haar regionalistisch en particularistisch karakter niet kon tippen aan Parijse publicaties. Anderen vonden dat dit particularisme net het verschil maakte zodat we terecht mochten spreken van een aparte Franstalige letterkunde in België. Die eigenheid was meestal te vinden bij de talrijke auteurs met Vlaamse roots zoals Charles De Coster (1827-1879), Georges Eekhoud (1854-1927), Maurice Maeterlinck (1862-1949), Georges Rodenbach (1855-1898), Charles Van Lerberghe (1861-1907), Emile Verhaeren (1855-1916) … wier werken vaak in het Vlaamse land gesitueerd waren of de eigen geschiedenis als thema hadden. Na de Eerste Wereldoorlog kreeg dit particularisme bovendien een patriotisch laagje van nationale trots. België behoorde immers tot de club van de overwinnaars en was dus niet langer het ‘<i>poor little Belgium’</i> van 1914 maar had zich ontwikkeld tot een voldragen natie. Gesneuvelden en oud-strijders die naast hun militaire opdrachten literair actief waren geweest, werden op een voetstuk geplaatst. Het is dan ook geen wonder dat in de eerste jaargangen van LFL hun literair werk nogal wat aandacht kreeg<a title="" href="#_ftn2">[2]</a>.</p>
<p>Het naoorlogse patriotisme bracht tevens mee dat aan diegenen die zich tijdens de bezetting &#8211; al dan niet vermeend &#8211; &#8216;onvaderlands&#8217; hadden gedragen, de rekening werd gepresenteerd. Vanaf 1920 werden tegen de voormalige activisten processen gevoerd, hetgeen een uitgelezen kans was voor de Franstalige bourgeoisie om aan de Vlaamse Beweging in haar geheel zoveel mogelijk schade toe te brengen.<span id="more-9566"></span></p>
<p><strong>De Oostendse francofonie in het verweer tegen de nieuwe taalwetgeving<a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/Ensor-Vandeputte.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9570" alt="Ensor-Vandeputte" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2024/02/Ensor-Vandeputte-218x300.jpg" width="218" height="300" /></a></strong></p>
<p>In 1921 werden de verkiezingen voor het eerst op basis van het algemeen enkelvoudig stemrecht georganiseerd. In Kamer en Senaat werd nu een meerderheid gevonden voor een nieuwe taalwet die op 31 juli 1921 werd aangenomen en van kracht werd op 1 januari van het daaropvolgend jaar. De nieuwe wet steunde op de principes van territorialiteit en eentaligheid van Vlaanderen en Wallonië. Door het doortastend optreden van de Vlaamse verenigingen en de Vlaamsgezinde politici kreeg Oostende tijdens het interbellum meer en meer een Vlaams uitzicht, zeer tegen de zin van de verfranste liberale bourgeoisie die in 1921, na bijna een halve eeuw, haar absolute meerderheid in de gemeenteraad was kwijtgespeeld. Het Franstalig cultureel en sociaal leven begon te slabbakken en de Franstaligen gingen in het verweer<a title="" href="#_ftn3">[3]</a>. Naast verenigingen die militant en fanatiek de Franse cultuur en de francofonie in Oostende bleven promoten &#8211; vooral <i>L&#8217;Association flamande pour la vulgarisation de la langue française</i> en <i>Les Amitiés françaises -</i> verscheen het nieuw cultureel tijdschrift <i>La Flandre Littéraire</i> (verder LFL) dat moest dienen als uithangbord en als bewijs van de vitaliteit van de lokale francofonie en francofilie. Dat het tijdschrift effectief een rol te vervullen had in dit politiek-cultureel steekspel, werd later tot twee keer toe bevestigd door de gewezen co-directeur Michel de Ghelderode: LFL was “<i>une page importante de la lutte pour le maintien de la langue française en notre Flandre d’où les menées politiciennes l’[avaient] pratiquement bannie, sans espoir</i>”<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>.<b> </b></p>
<p><strong>Oostende, waar kunstenaars zich rond James Ensor schaarden<a title="" href="#_ftn5">[5]</a></strong></p>
<p>Na de Eerste Wereldoorlog werd het Franstalig cultureel leven voornamelijk gedomineerd door de ‘satellieten’ rond LFL, met James Ensor als spilfiguur. Diens oeuvre was al een tijdje over zijn hoogtepunt, maar dat betekende wel dat de kunstenaar in de voorbije tijd grote bekendheid had verworven in binnen- en buitenland. De kring rond LFL bestond uit de Franstalige dichteres Claude Bernières (pseudoniem voor Hélène Coulier, 1884-1960), <i>Le Carillon</i>-journalisten William Coolen (°1896-?)<a title="" href="#_ftn6">[6]</a> en Firmin Cuypers (1902-1948)<a title="" href="#_ftn7">[7]</a>, bankdirecteur Georges Petit, conservatoriumdirecteur Jules-Toussaint de Sutter (1889-1959), Franstalig dichter en artistiek directeur van het Oostendse Kursaal Henri Vandeputte (1877-1952)<a title="" href="#_ftn8">[8]</a>, medewerker <i>Le Carillon</i> en directeur van <i>Ostende Thermal</i> Jean Scorff en<i> </i>liberaal gemeenteraadslid baron Raoul de Vrière (1865-1929). We mogen zeker ook Karel Van de Woestijne (1879-1929) niet vergeten die een vijftal jaar in Oostende woonde en zich in dat francofoon kringetje als een vis in het water voelde. Op banketten schoof verder nog meer schoon volk aan zoals Ensors nichtje Alex Taen Hee Tseu (°1893-?) en haar man Richard Daveluy, dokter-schilder Victor De Knop (1883-1979), dokter Jules Ghyoot (1876-1950), de kunstschilders Constant Permeke (1886-1952) en Leon Spilliaert (1881-1946), atheneumleraar Désiré Steyns, onderwijzer-dichter Auguste Van Houtte (1889-1936), architect Pierre Vandervoort (1891-1946), organist van het Kursaal en van de Oostendse hoofdkerk Léandre Vilain (1866-1945), &#8230; Kunstenaars en schrijvers die tijdelijk of in het seizoen in Oostende verbleven, sloten aan, zo de Brusselse letterkundigen Michel de Ghelderode (1898-1962)<a title="" href="#_ftn9">[9]</a>, Horace Van Offel (1876-1944) en Fernand Crommelynck (1886-1970). Ensor introduceerde een aantal bevriende kunstenaars, o.a. Henri Cassiers (1858-1944), Julien Deladoès (1886-1974)<a title="" href="#_ftn10">[10]</a>, Jean-Jacques Gaillard (1890-1976) en Marcel Stobbaerts (1899-1979). Dit flamboyant wereldje kon je aantreffen in de brasserie <i>Fallstaf</i> op het Wapenplein of in de <i>Brasserie Flamande</i> bij<i> </i>&#8216;Madame Moustache&#8217;<i> </i>op de hoek van de Adolf Buylstraat en de Christinastraat. Tegen het einde van de jaren 1920 werd het clubje verder aangevuld met boekhandelaar Mathieu Corman (1901-1975), schilder Felix Labisse (1905-1982) en cineast Henri Storck (1907-1999) die alle drie mee aan de wieg stonden van de <i>Club du cinéma</i>.</p>
<p><span style="color: #ff6600;">L</span><span style="color: #ff6600;">ees verder in: </span><strong style="color: #ff6600;"><em>Biekorf</em>, jg. 123 (2023), pp. 385-415</strong></p>
<div>
<p><strong>Van meet af aan was er twijfel over de levensvatbaarheid van LFL</strong></p>
<p><strong>Redactie en medewerkers van LFL</strong></p>
<p><strong>Vijf jaargangen met in totaal 57 afleveringen</strong></p>
<p><strong>Interne punten van discussie: traditie versus vernieuwing en de eigenheid van de Frans-Belgische literatuur</strong></p>
<p><strong>LFL promoot het nieuwe medium film</strong></p>
<p><strong>Aandacht voor de Vlaamse letterkunde en de taalkwestie</strong></p>
<p><strong>Karel Van de Woestijne, de Vlaamse dichter ten dienste van LFL?</strong></p>
<p><strong>Michel de Ghelderode of LFL als springplank naar internationale bekendheid</strong></p>
<p><strong>Het abrupt einde van LFL</strong></p>
<p><strong>Opvolging voor LFL?</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>INDEX van de medewerkers aan <i>La Flandre Littéraire </i>1922-29</strong></span></p>
<p style="text-align: right;"><strong>jaar, nummer, bladzijde<br />
titels verwijzen naar de afzonderlijke <em>Cahiers<br />
</em></strong><strong>Deze index is niet opgenomen in <em>Biekorf</em></strong></p>
<p><b>Angenot Marcel</b> 1923, I, 256; 1923, XII, 243</p>
<p><b>Ansel Franz</b> 1923, VII, 144; 1923, XII, 238; 1924, VI, 351</p>
<p><b>Arland Marcel</b> 1924, XII, 453</p>
<p><b>Arnauld Céline</b> 1924, XII, 470</p>
<p><b>Aveline Claude</b> 1924, I, 13; 1924, XII, 461</p>
<p><b>Avermaete Roger</b>, 1923, V, 323; 1924, XII, 464; 1925, VIII, 121</p>
<p><b>Avort Paul</b> 1924, III, 35; 1925, XI, 168; 1925, XI, 179</p>
<p><b>Baugniet M.L.</b> 1925, II, 226</p>
<p><b>Bayer René</b> 1925, II, 224</p>
<p><b>Beck Christian</b> 1924, XII, 454</p>
<p><b>Bernières Claude</b> 1922, II, 37; 1922, V, 103; 1923, IV, 302; 1923, VII, 143; 1924, III, 37; 1924, VI, 347; 1924, XI, 441; 1925, III, 236; 1925, IX, 134</p>
<p><b>Beyaert-Carlier</b> 1922, III, 58; 1923, I, 260; 1923, V, 325</p>
<p><b>Billiet Joseph</b> 1924, I, 4; 1924, II, 22; 1924, XII, 460, 1925, IX, 132; 1925, X, 156; 1926, II, 4</p>
<p><b>Bladel Maurice</b> 1922, V, 104</p>
<p><b>Boens Daan</b> 1924, VI, 350</p>
<p><b>Broodcoorens Pierre</b> 1923, X, 208</p>
<p><b>Burniaux Constant</b> 1922, III, 66; 1922, III, 67; 1923, III, 286; 1925, VI, 81</p>
<p><b>Cantillon Arthur</b> 1924, II, 25</p>
<p><b>Carême Maurice</b> 1924, VIII, 393; 1925, X, 160</p>
<p><b>Catelain Jaque</b> 1925, IX, 125</p>
<p><b>Cavens Achille</b> 1922, VI, 127; 1923, II, 276; 1923, IV, 314; 1923, V, 330; 1923, VIII, 161; 1923, IX, 199; 1923,XII, 239; 1924, VI, 360; 1924, VII, 374; 1924, X, 430</p>
<p><b>Champagne Paul</b> 1923, V, 319; 1923, V, 327; 1924, III, 44; 1924, IV, 60; 1924, VII, 375; 1924, IX, 416; 1924, X, 426; 1924, XI, 447; 1925, II, 218; 1925, VII, 105</p>
<p><b>Chenoy Léon (-Marie)</b> 1923, IX, 179; 1925, I, 182; 1925, III, 227; 1925, III, 235</p>
<p><b>Christophe Lucien</b> 1922, VI, 122</p>
<p><b>Colleye Hubert</b> 1923, III, 284; 1923, IV, 309</p>
<p><b>Conrardy Charles</b> 1922, VI, 126</p>
<p><b>Coolen </b><b>William</b> 1922, I, 18; 1922, III, 68; 1922, III, 70; 1922, V, 112; 1923, I, 257; 1923, III, 283; 1923, IV, 316; 1923, VIII, 173; 1923, IX, 192; 1923, IX, 193; 1923, X, 215</p>
<p><b>Costenoble Philostène</b> 1924, III, 39; 1924, IV, 50; 1925, I, 187; 1925, II, 220; 1925, III, 229; 1925, XI, 174; 1926, II, III; 1928, <i>Ixelles, mes amours</i></p>
<p><b>Counson Albert</b> 1923, II, 267; 1923, VII, 139</p>
<p><b>Cuypers Firmin</b> 1922, V, 108; 1922, VI, 133; 1923, II, 278; 1923, III, 295; 1923, IV, 299; 1923, IV, 315; 1923, V, 331; 1923, VIII, 171; 1923, VIII, 173; 1923, IX, 194; 1923, X, 213; 1923, XI, 230; 1923, XII, 245; 1924, I, 10; 1924, I, 14; 1924, II, 30; 1924, II, 31; 1924, III, 47; 1924, IV, 62; 1924, VIII, 400; 1924, IX, 418; 1924, X, 433; 1924, X, 434; 1924, XI, 450; 1925, II, 216; 1925, III, 227; 1925, III, 237; 1925, V, 78; 1925, VI, 91<span style="text-decoration: underline;">;</span>1925, VI, 91; 1925, VI, 92; 1925, VII, 107; 1925, VII, 108; 1925, VII, 110; 1925, IX, 129; 1925, IX, 143; 1925, X, 158; 1925, X, 160; 1925, X, 161; 1925, X, 162; 1925, XI, 167; 1925, XI, 177; 1926, II, 5; 1926, II, 13; 1926, VII, 1; 1926, IX, 1-20 (<i>La meilleure situation dramatique</i>); 1928 <i>Victor De Knop</i></p>
<p><b>de Behr André</b> 1922, VI, 130</p>
<p><b>de Bendère Robert</b> 1922, III, 71; 1922, IV, 91; 1922, VI, 135; 1923, VII, 155</p>
<p><b>de Ghelderode </b><b>Michel</b> 1923, I, 253; 1923, II, 269; 1923, VIII, 166; 1923, XII, 240; 1924, I, 12; 1924, II, 32; 1924, III, 33; 1924, III, 38; 1924, III, 48; 1924, IV, 49; 1924, IV, 64; 1924, VIII, 391; 1924, VIII, 396; 1924, VIII, 399; 1924, IX, 415; 1924, X, 421; 1924, X, 429; 1924, XI, 449; 1924, XII, 462; 1925, I, 186; 1925, II, 211; 1925, III, 229; 1925, III, 230; 1925, III, 234; 1925, V, 70; 1925, V, 79; 1925, VII, 102; 1925, VII, 111; 1925, IX, 138; 1925, X, 145; 1925, X, 158; 1925, XI, 175; 1926, VI, 4 – 36 (<i>La mort du docteur</i> <i>Faust</i>); 1927, <i>Vénus: tragi-farce en 1 acte</i></p>
<p><b>De la Doës Julien</b> 1926, II, 8; 1926, IV, 5 ; 1928, <i>La séculaire aventure de l&#8217;adolescent au masque violet</i></p>
<p><b>de Ridder André</b> 1924, VI, 349</p>
<p><b>De Riddere A.</b> 1923, IX, 190</p>
<p><b>de Riddere E.</b> 1923, II, 271; 1923, XII; 237</p>
<p><b>De Smet Robert</b> 1923, IX, 190</p>
<p><b>de Smet Frédéric</b> 1924, VII, 363; 1924, IX, 407</p>
<p><b>de Sutter J. Toussaint</b> 1923, X, 211</p>
<p><b>de Sylva G</b>. 1923, X, 204</p>
<p><b>de Sylva J.</b> 1923, III, 287</p>
<p><b>De Vuyst Omer</b> 1922, III, 54</p>
<p><b>Deauville Max</b> 1923, V, 323; 1924, XI, 442; 1926, X, 1 &#8212; 16 (<i>Rien qu&#8217;un homme</i>); 1927 <i>L&#8217;ami de la maison: comédie en 3 actes</i></p>
<p><b>Delchevalerie Charles</b> 1923, XI, 221</p>
<p><b>Delen A.J.J.</b> 1924, VI, 352</p>
<p><b>Delteil Joseph</b> 1924, XI, 438</p>
<p><b>Dermee Paul</b> 1924, XII, 456</p>
<p><b>Des Ombiaux Maurice</b> 1925, VI, 91</p>
<p><b>Desprechins Emile</b> 1922, VI, 126</p>
<p><b>Desson André</b> 1924, XII, 451</p>
<p><b>Donce-Brisy E(mile)</b> 1924, IV, 55</p>
<p><b>Dreve Jean</b> 1922, I, 22; 1922, II, 46</p>
<p><b>Eekhoud Georges</b> 1924, VI, 338</p>
<p><b>Elskamp Max</b> 1922, VI, 115</p>
<p><b>Ensor </b><b>James</b> 1922, I, 8; 1922, II, 38; 1924, VI, 336; 1924, VII, 379; 1925, III, 232; 1925, IX, 130; 1926, VII, 3-30 (<i>Cahier spécial James Ensor</i>)</p>
<p><b>Epstein Jean</b> 1925, VII, 104; 1925, VIII, 117; 1925, X, 151</p>
<p><b>Fabry Camille</b> 1923, X, 209</p>
<p><b>Fierens-Gevaert</b> 1924, VI, 343</p>
<p><b>Flament Jules</b> 1922, I, X</p>
<p><b>Fleischman Théo</b> 1922, III, 61; 1922, IV, 89; 1922, V, 107; 1922, VI, 129; 1923, I, 262; 1923, II, 277; 1923, III, 291; 1923, III, 294; 1923, IV, 313; 1923, VII, 150; 1923, VIII, 170; 1923, IX, 191; 1923, X, 209; 1923, X, 215; 1923, XI, 229; 1923, XII, 244; 1924, VI, 358; 1924, VII, 372; 1924, VIII, 397; 1924, IX, 404</p>
<p><b>Fontaine Pierre</b> 1925, I, 204</p>
<p><b>Fourrier Marcel</b> 1926, II, VI</p>
<p><b>Francis Eve</b> 1925, XI, 179</p>
<p><b>Frenay-Cid Herman</b> 1924, I, 7; 1925, VI, 90; 1925, IX, 135</p>
<p><b>Gauchez Maurice</b> 1923, V, 324; 1926, I, 1 &#8212; 20 (<i>Essai sur Don Juan</i>)</p>
<p><b>Géo-Charles (Guyot Charles Louis Prosper)</b> 1924, I, 7; 1924, XII, 472; 1925, II, 215</p>
<p><b>Gerbosch Eugeen Achille</b> 1929, <i>Les morutiers de Flandre</i></p>
<p><b>Geurickx Otto</b> 1925, I, 184</p>
<p><b>Gibet J.B.</b> 1925, I, 200</p>
<p><b>Gilkin Iwan</b> 1922, III, 59</p>
<p><b>Giraud Albert</b> 1922, V, 102</p>
<p><b>Glineur Jean</b> 1923, IV, 310; 1925, IX, 137</p>
<p><b>Goffin Arnold</b> 1923, X, 206</p>
<p><b>Goffin Robert</b> 1922, III, 64</p>
<p><b>Grégoire Herman</b> 1922, V, 98</p>
<p><b>Guiette Robert</b> 1923, I, 265; 1925, III, 240; 1926, II, 12; 1926, VIII, 1; 1927, III, 1 &#8211;20 (<i>L&#8217;allumeur de rêves</i>)</p>
<p><b>Hardy Adolphe</b> 1923, IX, 183</p>
<p><b>Harlaire André</b> 1924, XII, 457</p>
<p><b>Hellens Franz</b> 1922, IV, 77; 1923, IX, 183; 1924, VI, 344; 1925, I, 181; 1926, VIII, 5-14 (<i>Cahier Franz Hellens</i>)</p>
<p><b>Henneuse Armand</b> 1923, V, 329; 1924, I, 8; 1924, II, 24; 1924, IV, 53; 1924, VIII, 394; 1924, VIII, 398; 1924, IX, 410; 1924, X, 424; 1924, XI, 444; 1924, XII, 465; 1924, XII, 479; 1924, XII, 480; 1925, VII, 103; 1925, VIII, 119; 1925, IX, 143; 1925, X, 154; 1925, XI, 178</p>
<p><b>Heux Gaston</b> 1924, VI, 354; 1924, XII, 476</p>
<p><b>Joly Edmond</b> 1922, III, 51; 1924, VI, 340</p>
<p><b>Kervyn de Meerendré (Léon?)</b> 1923, VII, 147</p>
<p><b>Koninckx Willy</b> 1924, VII, 369</p>
<p><b>Krains Hubert</b> 1922, I, 5; 1924, VI, 338</p>
<p><b>Lalou René</b> 1926, VIII, 16</p>
<p><b>Lambeau E.</b> 1922, II, 41</p>
<p><b>Lebesgue Phileas</b> 1924, I, VI; 1924, III, 36</p>
<p><b>Leclercq Jules</b> 1923, VIII, 159; 1923, XII, 235</p>
<p><b>Lecomte Marcel</b> 1924, VIII, 390</p>
<p><b>Lenain Yves</b> 1923, III, 293</p>
<p><b>Lieder Frans</b> 1922, I, 19</p>
<p><b>Liege René</b> 1924, II, 25; 1924, XII, 474</p>
<p><b>Linze Georges</b> 1925, III, 233</p>
<p><b>Lochac Emmanuel</b> 1924, II, 19; 1924, IX, 403; 1924, XII, 455; 1925, V, 68</p>
<p><b>Loumaye Marcel</b> 1922, I, 15</p>
<p><b>Lurkin Jean</b> 1924, II, 26</p>
<p><b>Marlow Georges</b> 1922, V, 103</p>
<p><b>Martin du Gard Maurice</b> 1926, VIII, 16</p>
<p><b>Michiels Charles</b> 1923, II, 275; 1923, III, 291; 1927 <i>Dialogues d&#8217;Europe et de Jstin</i></p>
<p><b>Millet Marcel</b> 1924, IV, 56; 1924, XII, 458; 1925, VII, 101</p>
<p><b>Mockel Albert</b> 1923, XI, 219</p>
<p><b>Montaigle Armand</b> 1923, I, 261</p>
<p><b>Montys Pierre</b> 1924, XII, 473</p>
<p><b>Moussinac Léon</b> 1925, VI, 88</p>
<p><b>Nazariantz Hrand</b> 1922, III, 60</p>
<p><b>Pasquier Alix</b> 1923, IX, 181</p>
<p><b>Périer </b><b>Gaston-Denys</b> 1923, IV, 303; 1924, VII, 366</p>
<p><b>Petit </b><b>Georges</b> 1922, II, 42; 1922, IV, 81; 1923, III, 296; 1923, IX, 184; 1924, III, 42</p>
<p><b>Picard Edmond</b> 1924, VI, 337</p>
<p><b>Pierard Louis</b> 1922, III, 63</p>
<p><b>Pierron Sander</b> 1922, VI, 116</p>
<p><b>Poupeye Camille</b> 1925, I, 181; 1926, II, 11; 1926, VI, 1</p>
<p><b>Purnal René</b> 1923, VII, 144; 1924, XII, 472</p>
<p><b>Ramaekers Georges</b> 1922, I, 13; 1922, IV, 87; 1922, VI, 119; 1923, I, 251; 1924, VI, 353</p>
<p><b>Raucourt Jules</b> 1925, III, 239; 1926, IV, 6 &#8211; 37 (<i>Le Cinéma</i>)</p>
<p><b>Remy Gabrielle</b> 1923, X, 204</p>
<p><b>Renard (Charles-)Ernest</b> 1923, III, 290; 1923, V, 325; 1923, VIII, 165; 1925, VI, 90</p>
<p><b>Reverdy Pierre</b> 1924, X, 419</p>
<p><b>Richard Elie</b> 1924, XII, 474</p>
<p><b>Ruet Noël</b> 1922, I, 15; 1922, III, 62; 1922, III, 62; 1923, I, 252; 1923, I, 255; 1923, X, 217</p>
<p><b>Saintville Paul</b> 1925, IX, 136</p>
<p><b>Servranckx Marie-Louise</b> 1923, III, 289; 1923, IV, 312; 1923, V, 326; 1923, VII, 149; 1923, IX, 197; 1923, XI, 227; 1923, XII, 248; 1924, VI, 357; 1924, VIII, 395; 1924, IX, 414</p>
<p><b>Soleymieux Jean</b> 1925, V, 75; 1925, VI, 94</p>
<p><b>Steyns Désiré</b> 1922, II, 32</p>
<p><b>Strobbaerts Marcel</b> 1925, I, 189; 1925, I, 203</p>
<p><b>Tedesco Jean</b> 1925, VIII, 120</p>
<p><b>Thylienne Léon-Marie</b> 1922, I, 17; 1922, IV, 90; 1923, IV, 306</p>
<p><b>Toller Ernst</b> 1926, II, 1</p>
<p><b>Toussaint Herman</b> 1925, I, 187</p>
<p><b>Tulpinck Camille</b> 1923, VII, 145</p>
<p><b>Vaes René</b> 1925, II, 221; 1925, VII, 97</p>
<p><b>Valentin Albert</b> 1925, I, 183</p>
<p><b>Valère ?</b> 1925, I, 188</p>
<p><b>Van Acker Flori</b> 1923, IV, 311</p>
<p><b>Van Arenbergh Emile</b> 1923, IX, 181</p>
<p><b>Van Daele Edmond</b> 1925, X, 150</p>
<p><b>Van de Casteele Johan</b> 1924, III, 41; 1925, I, 206; 1925, III, 241; 1925, V, 80; 1925, VI, 95; 1925, VII, 112; 1925, VIII, 124; 1925, IX, 140; 1925, X, 159</p>
<p><b>Van de Woestyne Karel</b> 1923, VII, 139; 1925, VI, 84</p>
<p><b>Van den Borren </b><b>Charles</b> 1924, VII, 370</p>
<p><b>Van den Wijngaert </b><b>Frank</b> 1924, IV, 57; 1925, VI, 93; 1925, VI, 96; 1925, VII, 109; 1925, VIII, 122</p>
<p><b>Van Houtryve A.</b> 1922, I, 23; 1922, II, 47; 1922, VI, 131; 1923, VIII, 176</p>
<p><b>Van Offel Horace</b> 1922, I, 3; 1922, II, 29; 1922, IV, 75; 1923, II, 272; 1923, VII, 140</p>
<p><b>Vandeputte Henri</b> 1922, II, 45; 1924, I, 2; 1924, II, 17; 1924, II, 19; 1924, II, 29; 1924, III, 46; 1924, IV, 58; 1924, VI, 345; 1924, VII, 368; 1924, VIII, 387; 1924, VIII, 393; 1924, IX, 409; 1924, X, 420; 1924, XI, 435; 1924, XII, 475; 1925, III, 236; 1925, V, 65; 1925, IX, 134; 1925, IX, 142; 1925, XI, 173; 1926, V, 3 &#8212; 23 (<i>Cahier Henri Vandeputte</i>); 1927, IV, 1 &#8212; 24  (<i>Phrases dignes d&#8217;attention</i>)</p>
<p><b>Vanderborght Paul</b> 1923, IV, 305; 1923, VIII, 164; 1925, II, 217; 1925, V, 72</p>
<p><b>Varlet Théo</b> 1924, II, 21; 1925, VI, 86; 1925, VIII, 115</p>
<p><b>Verboom René</b> 1925, I, 190; 1925, I, 190-98 (<i>Cahier Verboom</i>); 1925, III, 234; 1925, V, 73; 1925, XI, 165; 1925, XI, 176</p>
<p><b>Villette Yvonne</b> 1922, VI, 124</p>
<p><b>Virres Georges</b> 1924, VI, 342</p>
<p><b>Vivier Robert</b> 1923, I, 260; 1923, X, 204; 1924, VIII, 392; 1924, XI, 440; 1924, XII, 471</p>
<p><b>Wagner A.</b> 1924, XI, 439</p>
<p><b>Wilmotte Maurice</b> 1922, V, 95</p>
<p><b>Wyseur Marcel</b> 1922, I, 14; 1922, II, 40; 1922, III, 58; 1923, VIII, 164; 1924, VI, 351</p>
<p><b>Zweig Stephan</b> 1926, VIII, 16</p>
<p>&nbsp;</p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref1"><span style="color: #000000;">[1]</span></a> LFL (december 1924-januari 1925, p. 64) en <i>Le Journal de Bruges</i> (9 en 12 juli 1925) vermelden dat in Brugge met ingang van 1897 een gelijknamig tijdschrift gedurende twee jaar werd uitgegeven door Edward Daveluy junior, zoon (°1859) van Edouard Alexis Daveluy (1812-1894), stichter van het Brugs drukkersbedrijf.  Over deze Brugs-Oostendse familie van drukkers, fotografen en dagbladuitgevers, zie <a href="https://archief.oostende.be/product.aspx?id=4995"><span style="color: #000000;">https://archief.oostende.be/product.aspx?id=4995</span></a> ; P. VANDENABEELE, ‘De Oostendse drukkers Daveluy’, in: <i>De Plate</i>, jg. 15 (1986), pp. 181-92. </span></p>
<p><span style="color: #000000;">Over het 19de-eeuws Brugse tijdschrift <i>La Flandre Littéraire</i>, zie K. CALIS, ‘Arthur Hubens, schrijver in de Brugse belle époque’, in: <i>Biekorf</i>, jg. 123 (2023), pp. 134-40. Hoewel LFL in 1924 vermeldt niets af te weten van dit vroeger tijdschrift, is de gelijkenis toch frappant: het belang van het Frans als cultuurtaal om vooral de Frans-Belgische auteurs op de kaart te zetten.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref2"><span style="color: #000000;">[2]</span></a> Bij voorbeeld Charles Conrardy (1893-1957), Maurice Gauchez (1884-1957), Marcel Loumaye (1889-1956) en Robert Vivier (1894-1989). Zie ook R. VIVIER, ‘La poésie du front’ en ‘Poètes issus de la guerre’, in : G. CHARLIER en J. HANSE, <i>Histoire illustrée des lettres françaises de Belgique </i>(Brussel, 1958), pp. 562-66 </span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref3"><span style="color: #000000;">[3]</span></a> Voor de reactie in Oostende bij het tot stand komen van de taalwet van 1921 en de geleidelijke vernederlandsing van de stad tijdens het interbellum, verwijzen we naar: J. ASPESLAGH, &#8216;Hoe Oostende reageerde op de vernederlandsing van het openbaar leven&#8217;, in: <i>Biekorf</i>,<i> </i>jg. 121 (2021), pp. 187-210 en ‘Het moeizaam proces van vernederlandsing in Oostende tijdens het Interbellum’, in: <i>Wetenschappelijke Tijdingen</i>, jg. 82 (2023), pp. 101-61.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref4"><span style="color: #000000;">[4]</span></a> M. DE GHELDERODE, ‘Les fantômes d’Ostende’, in : <i>Le Journal de Bruges</i> 23 september 1950. Een gelijkaardige uitspraak deed hij al twee jaar eerder  bij het overlijden van Firmin Cuypers in dezelfde krant van 25 september 1948: &#8220;[…] <i>cette chère Flandre littéraire […] qui mena le bon combat pour le maintien de la langue et de la culture françaises en Flandre occidentale</i>&#8220;.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref5"><span style="color: #000000;">[5]</span></a> Zie de aanwezigen op de banketten ter ere van Claude Bernières, James Ensor (beide georganiseerd door een erecomité in 1923), van Karel van de Woestijne (georganiseerd door <i>Le Carillon</i> in 1925) en op de startavond van de <i>Club du cinéma</i> in 1928, in: <i>Le Carillon</i> 14 april, 25-26 december 1923; 16 februari 1925; 17 maart 1928. Het groepje rond LFL uit het begin van de jaren 1920 werd beschreven door Michel de Ghelderode onder de titel ‘Les fantômes d’Ostende’, dertien afleveringen in <i>Le Journal de Bruges</i> van 9, 16, 23 en 30 september, 7, 14 en 28 oktober, 4, 11 en 29 november, 20 en 30 december 1950, 6 januari 1951. Zie ook Cahier <i>Vandeputte et les Lettres</i> (LFL februari 1926), p. 23; E. MIN, <i>James Ensor, een biografie</i> (Meulenhoff, 2008), pp. 227-306; P. THEUNYNCK, <i>Karel Van de Woestijne, Biografie </i>(Antwerpen, 2010), pp. 369-416.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref6"><span style="color: #000000;">[6]</span></a> Journalist van <i>Le Carillon</i> en stichter van LFL, liberaal gemeenteraadslid van Oostende van 1927 tot 1938; zie <a href="https://archief.oostende.be/product.aspx?id=3441"><span style="color: #000000;">https://archief.oostende.be/product.aspx?id=3441</span></a> Uit een berichtje in <i>De Zeewacht</i> (1 oktober 1932) kunnen we afleiden dat hij altijd Frans sprak in de gemeenteraad omdat de Oostendenaars zijn Mechels dialect niet begrepen.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref7"><span style="color: #000000;">[7]</span></a> Bruggeling van geboorte, was in dienst als journalist van de liberale kranten <i>Le Journal de Bruges</i> en nadien van <i>Le Carillon</i> waarvan hij een tijdje directeur was. Co-directeur van LFL eerst met William Coolen en nadien met Michel de Ghelderode. In 1933 keerde hij terug naar <i>Le Journal de Bruges</i>. Hij stierf aan zijn bureau in 1948; zie <i>Het Kustblad</i> 24 september 1948; <i>Le Journal de Bruges</i> 18 en 22. De Ghelderode nam afscheid van Cuypers in <i>Le Journal de Bruges</i> van 25 september 1948 onder de titel &#8216;Firmin Cuypers, ce vieil ami&#8217;.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref8"><span style="color: #000000;">[8]</span></a> G. CHARLIER en J. HANSE, … <i>lettres françaises de Belgique</i>, pp. 524-25; N. HOSTYN, &#8216;Henri Vandeputte&#8217;, in: <i>De Plate</i>, jg. 21 (1992), pp. 240-41;  <a href="https://objectifplumes.be/author/henri-vandeputte/"><span style="color: #000000;">https://objectifplumes.be/author/henri-vandeputte/</span></a> Zie ook zijn autobiografie in <i>Cahier Henri Vandeputte</i>, LFL februari 1926.</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref9"><span style="color: #000000;">[9]</span></a> Over Michel de Ghelderode, zie E. BOGAERT, &#8216;Ghelderode, Michel de&#8217;, in: <i>Nationaal Biografisch Woordenboek</i>, dl. 6 (1974), kol. 331-40; R. BEYEN, <i>Michel de Ghelderode ou la hantise du masque</i> (Brussel, <i>Académie Royale de Langue et Littérature françaises,</i> 1971; <i>Michel de Ghelderode ou la comédie des apparences,</i> catalogus bij de tentoonstelling in het Centre Pompidou te Parijs en KBR te Brussel (1980).</span></p>
</div>
<div>
<p><span style="color: #000000;"><a title="" href="#_ftnref10"><span style="color: #000000;">[10]</span></a> Ook als &#8216;De la Doës&#8217; of &#8216;De la Does&#8217; vermeld. Verbastering van de Nederlandse familienaam Van der Does.</span></p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9566</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Henri Smis, een allround aannemer</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9453</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9453#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 21 Oct 2020 09:21:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[aannemer]]></category>
		<category><![CDATA[Belle Epoque]]></category>
		<category><![CDATA[De Plate]]></category>
		<category><![CDATA[Henri Smis]]></category>
		<category><![CDATA[Hotel des Thermes]]></category>
		<category><![CDATA[kanonhotel]]></category>
		<category><![CDATA[Koninklijke Gaanderijen]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9453</guid>
		<description><![CDATA[Verschenen in DE PLATE, Jaargang 49, oktober 2020, pp. 206-31  Selfmade man Henri Smis werd op 16 januari 1858 in Gistel geboren als zoon van een keuterboertje. Toen hij tien jaar was, verliet hij de school om op de enige &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9453">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><span style="color: #ff0000;"><strong>Verschenen in DE PLATE, Jaargang 49, oktober 2020,<br />
</strong></span><span style="color: #ff0000;"><strong>pp. 206-31 </strong></span></p>
<p><strong>Selfmade man</strong></p>
<p>Henri Smis werd op 16 januari 1858 in Gistel geboren als zoon van een keuterboertje. Toen hij tien jaar was, verliet hij de school om op de enige koe van het gezin te passen. Later ging hij aan het werk op boerderijen en volgde landbouwcursussen. Op zijn achttiende trok hij naar Frankrijk om er de taal te leren. Hij kwam terug naar Gistel voor de loting maar werd uitgeloot<a title="" href="#_ftn1">[1]</a>. Daarna verhuisde hij naar Oostende waar hij in 1885 in het huwelijk trad met Helena Vanderbeele (1859-1890). Het koppel kreeg drie kinderen: Elisa (°1885), Aline (°1886) en Auguste (°1890)<a title="" href="#_ftn2">[2]</a>. Vermoedelijk in 1887 werd Henri hoofd van de groendienst van de stad Oostende<a title="" href="#_ftn3">[3]</a>. Drie jaar later, op 11 juni 1890<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>, vier dagen na de geboorte van hun zoon Auguste, overleed Helena. In 1893 hertrouwde Henri met Silvie Valcke (°1861). Op de huwelijksakte staat nog &#8220;stads-hovenier&#8221; als beroep<a title="" href="#_ftn5">[5]</a>. In 1895 wordt Henri niet meer vermeld bij de vijf stadshoveniers maar wel zijn broer Auguste die in 1896 ook ontslag nam<a title="" href="#_ftn6">[6]</a>. We moeten er dus van uit gaan dat Henri ergens tussen 1893 en 1895 uit dienst ging als stadshovenier bij de stad Oostende.</p>
<p>Henri en Auguste waren daarna bedrijvig als zelfstandige bloemisten-hoveniers. Hun bloemenwinkels waren aanpalend op de A. Pieterslaan 83 (Auguste) en 85 (Henri)<a title="" href="#_ftn7">[7]</a>. Die laatste had ook het bloemenstal van het Kursaal in concessie (die in 1898 overging naar zijn broer Auguste) en twee bijhuizen aan de Zeedijk 40bis en 62, dicht bij de Vlaanderenhelling. Publiciteit in de lokale pers voor hun winkels aan de A. Pieterslaan bevat de hint: &#8220;<i>remarquez le numéro</i>&#8220;, hetgeen enige concurrentie tussen de twee broers laat vermoeden<a title="" href="#_ftn8">[8]</a>.</p>
<p>In de kranten wordt Henri herhaaldelijk omschreven als &#8220;<i>fleuriste du high life&#8221;. </i>Hij leverde o.a. de bloemen voor de ontvangst van de Londense Lord Mayor in het Kursaal (1897), van de sjah van Perzië (1900) en voor de inhuldiging van het ruiterstandbeeld van Leopold I (1901). Hij was ook voorzitter van de Oostendse bloemistenkring <i>La Flore</i> en actief betrokken bij de bloemenfeesten en -corso&#8217;s waaraan hij en zijn dochters met een eigen wagen deelnamen<a title="" href="#_ftn9">[9]</a>.<span id="more-9453"></span></p>
<p>In oktober 1897 namen Henri, Auguste – elke broer wel voor eigen rekening! – en nog twee andere aannemers deel aan een openbare aanbesteding voor de aanleg van een nieuw gedeelte van het Maria-Hendrikapark. Ondanks het bezwaarschrift van zijn broer Auguste en van nog een andere inschrijver, wees het stadsbestuur de opdracht toe aan Henri voor een totaal bedrag van 32 247 BEF. Henri plantte er 241 322 bomen en struiken en in het oude Bois de Boulogne nog eens 20 367. In april 1898 was de opdracht  af<a title="" href="#_ftn10">[10]</a>.</p>
<p>Pas na de eeuwwisseling ontpopte Henri Smis zich geleidelijk aan tot &#8220;allround&#8221; aannemer van openbare werken, haven- en waterwerken en als zaakvoerder van de firma Smis-Valcke<a title="" href="#_ftn11">[11]</a> met vanaf ca 1909 zetel aan de H. Serruyslaan 76<a title="" href="#_ftn12">[12]</a>, vlak naast het <i>Grand Hotel des Thermes<a title="" href="#_ftn13"><b>[13]</b></a></i>. De burelen van de firma bevonden zich in de Aartshertoginnestraat, in het verlengde van zijn woning. Hij begon zo goed als van nul, op weg om de grootste aannemer van Oostende te worden:</p>
<p style="text-align: right;">            &#8220;<i>La modicité de ses ressources dont il disposait n&#8217;effraya point cet homme […]. Son activité […] suppléa au capital souvent absent. Cet entrepreneur […] fait tout, et vous ne sauriez imaginer une chose qu&#8217;il n&#8217;entreprenne […] et il fait bien tout ce qu&#8217;il fait&#8221;<a title="" href="#_ftn14"><b>[14]</b></a>.</i></p>
<p>Uit wat we met de zoekterm &#8220;Smis&#8221; vonden in de lokale kranten van de GOD-collectie<a title="" href="#_ftn15">[15]</a>, concluderen we dat Henri Smis in de periode tussen 1900 en de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, naast privé opdrachten, ook deelnam aan zo&#8217;n 74 openbare aanbestedingen waarvan 17 met positief gevolg voor zijn bedrijf. Het waren voornamelijk opdrachten in het kustgebied en het hinterland, maar ook een paar verder het binnenland in. Zijn voornaamste opdrachtgevers waren de Staat en het liberaal Oostends stadsbestuur. In een periode waar geen sprake was van digitale hulpmiddelen, moet hij zeker over een grote ploeg medewerkers hebben beschikt die zorgden voor plannen en lastenboeken.  Ex-burgemeester Liebaert<a title="" href="#_ftn16">[16]</a> van Oostende overdreef niet toen hij later Smis betitelde als <i>&#8220;le plus grand entrepreneur d&#8217;Ostende&#8221; </i>van vóór de oorlog. Het bedrijf beschikte over 65 voertuigen, 600 karren, 62 stoommachines, eigen schepen en tuiboten. Maandelijks werd voor 80 000 BEF aan lonen uitbetaald en op datum van 1 juli 1914 werd het bedrijfskapitaal geschat op 1 500 000 BEF, wat voor die tijd enorme bedragen waren. Smis was niet alleen mee, maar voor op zijn tijd: als één van de eerste aannemers uit de streek maakte hij gebruik van gewapend beton volgens het Franse systeem Hennebique waarvan hij één van de drieëntwintig Belgische concessionarissen was<a title="" href="#_ftn17">[17]</a>.</p>
<p>Deze &#8220;<i>homme d&#8217;affaires</i>&#8221; behoorde tot de club van de twintig meest gefortuneerden van Oostende die zich kandidaat mochten stellen voor een zetel in de Senaat<a title="" href="#_ftn18">[18]</a>. Eind 1903 vermeldden de krantenzijn verkiezing als bestuurslid van de plaatselijke <i>Ligue Libérale</i>. <i>&#8220;Nous souhaitons de voir Henri Smis échevin des travaux publics&#8221;</i>, schreef de pers<a title="" href="#_ftn19">[19]</a> vijf jaar later, maar dat bleef een vrome wens. In september 1911 nam Smis  ontslag uit de <i>Ligue</i> op het moment dat de drie Oostendse liberale groeperingen overeenkwamen om een antiklerikaal kartel te vormen met de socialisten. Smis wilde met een afzonderlijke lijst opkomen maar dat is dode letter gebleven<a title="" href="#_ftn20">[20]</a>.</p>
<p align="center">xxx</p>
<p>Hierna bespreken we chronologisch zijn voornaamste realisaties in Oostende<a title="" href="#_ftn21">[21]</a>.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Lees verder in DE PLATE, Jaargang 49, oktober 2020,<br />
pp. 206-31 </strong></span></p>
<p><strong>Ombuiging Koningsstraat ter hoogte van de Koninklijke Villa (1903)</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-1.jpeg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9460" alt="Foto 1" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-1.jpeg" width="849" height="651" /></a></p>
<p><strong>Koninklijke Baan (1903-1904)</strong></p>
<p><strong>Koninklijke Gaanderijen (1905-1906)</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-8.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9457" alt="Foto 8" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-8.jpg" width="1198" height="757" /></a></p>
<p><strong>Opslagplaatsen en stapelhuis aan het Vlotdok (1906)</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-9.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9461" alt="Foto 9" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-9.jpg" width="2003" height="1174" /></a></p>
<p><strong>Oostelijke Vleugel Kursaal (1907)</strong></p>
<p><strong>Het <i>Grand Hotel des Thermes</i> (1907)</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-14.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9458" alt="Foto 14" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-14.jpg" width="654" height="836" /></a></p>
<p><strong>Nieuwe riolering in Oostende (1907-1911)</strong></p>
<p><strong>Bouw van het zuiveringsstation aan de Conterdam (1908-1909)</strong></p>
<p><strong>Stedelijke Betalende Jongensschool in de Ooststraat (Albertschool) (1910)</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-17-De-Plate.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9462" alt="Foto 17 (De Plate)" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-17-De-Plate.jpg" width="1353" height="2007" /></a></p>
<p><strong>Baggerwerken aan de kust (1912-1917)</strong></p>
<p><strong>Droogdok en slipway (1913 en eerste oorlogsjaren)</strong></p>
<p><strong>H. Hartkerk en inrichting van de aangrenzende straten (1913-14)</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-19.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9463" alt="Foto 19" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/10/Foto-19.jpg" width="634" height="616" /></a></p>
<p>Zo komen we aan de Eerste Wereldoorlog waarin Smis zich schuldig had gemaakt aan <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9387" target="_blank">economische collaboratie </a>waarvoor hij op 19 oktober 1918, twee dagen na de bevrijding van de stad, werd opgepakt door de <i>Sûreté Militaire</i>. Kort daarop werd hij vrijgelaten maar in februari 1919 opnieuw opgesloten. Bij de aanvang van zijn proces voor het Assisenhof in Brugge op 9 december 1920, had Smis dus meer dan twintig maanden voorhechtenis achter de rug. Dit megaproces waar zo&#8217;n tweehonderd getuigen <i>à charge</i> en <i>à décharge</i> de revue passeerden in een grotendeels met Oostendenaars bevolkte bomvolle rechtszaal, duurde tot 21 december 1920 en werd uiteindelijk het enige proces voor economische collaboratie in Oostende. De tijdens de oorlog moe getergde en uitgehongerde bevolking verwachtte dat het gerecht een voorbeeld zou stellen. En Henri, laat dit duidelijk zijn, had niet alleen maar vrienden in Oostende. Zijn succes in het zakenleven en de riante levensstijl die hij ook tijdens de oorlog had kunnen aanhouden, hadden bij velen afgunst gewekt. De hyperpatriottische en revanchistische sfeer waarin tijdens de eerste naoorlogse jaren processen werden gevoerd, speelde hem uiteraard ook parten. Smis werd veroordeeld tot vijf jaar opsluiting en moest een fortuin aan achterstallige bedrijfsbelastingen betalen. Hij verloor zijn politieke rechten alsook het recht op vergoeding voor opgelopen oorlogsschade aan zijn eigendommen. Hij werd al in mei 1921 onverwacht vrijgelaten wegens gezondheidsredenen. De Rechtbank van Koophandel van Oostende had ondertussen zijn bedrijf failliet verklaard op 4 januari 1921. Eerherstel werd hem geweigerd in mei 1934 en pas toegestaan in oktober 1937<sup><sup><a title="" href="#_ftn2">[</a>. </sup></sup>Hij overleed in zijn buitenverblijf in Klemskerke op 24 november 1941.</p>
<div><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> Voorgaande biografische elementen komen uit de getuigenis van August Borgers (<i>De Zeewacht</i> 23 december 1920) en het pleidooi van meester Geûens (<i>Le Carillon</i> 22 december 1920; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 1 januari 1921) op het proces van Henri Smis.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> Registers Burgerlijke stand Oostende: huwelijksakte 1885/11; geboorteakten 1885/871, 1886/844 en 1890/477.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> <i>La Tribune d&#8217;Ostende </i>(9 februari 1908) betitelt hem als gewezen &#8220;<i>directeur de nos plantations</i>&#8220;. In het <i>Bulletin Communal</i> vonden we niets terug over zijn aanstelling of over zijn ontslag.<br />
De &#8220;<i>jardinier de la ville</i>&#8221; was wel degelijk &#8220;<i>un ouvrier permanent de la ville</i>&#8221; met een jaarlijkse wedde van 1500 BEF in 1892. Er is ook sprake van &#8220;<i>jardiniers</i>&#8221; en &#8220;<i>jardinier en chef</i>&#8220;; zie <i>Bulletin Communal </i>1868, p. 49; 1885 p. 64; 1892 pp. 197-98 en 251.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> Registers Burgerlijke stand Oostende: overlijdensakte 1890/336.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> Registers Burgerlijke stand Oostende: huwelijksakte 1893/144; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> en <i>La Feuille d&#8217;Ostende</i> 5 oktober 1893.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1895, p. 169; 1896, p. 232.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref7">[7]</a> Bij het overlijden van zijn eerste vrouw in 1890, was het adres nog: Zuidlaan 95. De Zuidlaan werd in mei 1912 herdoopt tot Alfons Pieterslaan, naar de pas overleden burgemeester.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref8">[8]</a> <i>Le Carillon</i> 17 februari 1897; 1 augustus 1899; 27 juli en 20 augustus 1900; 18 juni 1901; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 10 november en 12 december 1898.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref9">[9]</a> <i>Le Carillon</i> 4 augustus 1896; 21 juli, 31 juli, 10 en 12 augustus 1897; 18 augustus 1900; 6 augustus 1901; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 17 mei 1894; 14 en 21 augustus 1900; 20 augustus 1901.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref10">[10]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1897, p. 667; <i>Rapport sur l&#8217;administration et la situation de la ville d&#8217;Ostende, Exercice </i>1897, pp. 110-11; Le<i> Carillon</i> 27 oktober 1897; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 4 november 1897; C. DURY, <i>Oostende in de Belle Epoque </i>(Artis-Historia, 1999), pp. 30-31; F. LOGGHE, <i>Het Hazegras, </i>in de reeks: <i>Oostendse Historische publicaties </i>(Oostende, 1999), p. 92; G. CALLAERT e.a. , <i>Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen: inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oostende</i>, deel IB (Brussel, Ministerie Vlaamse Gemeenschap, 2005), p. 583; G. OLLIEUZ, <i>Kroniek van het Hazegras</i> (Soest, 2018), pp. 44-45;  <a href="https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/77743">https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/77743</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref11">[11]</a> Niet te verwarren met de firma&#8217;s Smis-Damman van zijn broer Auguste en Smis-Rau van Gustave, de zoon van Auguste. Deze bedrijven werden pas na de Eerste Wereldoorlog actief. De bekende architect Silvain Smis (1909-2003) was de zoon van Auguste Smis-Damman, de broer en schoonzus van Henri; zie <i>Le Littoral</i> 23 juli 1932; <a href="https://archief.oostende.be/product.aspx?id=5814">https://archief.oostende.be/product.aspx?id=5814</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref12">[12]</a>Na zijn faillissement was Henri Smis gedomicilieerd in Klemskerke waar hij voordien al een buitenverblijf had. Nog later was zijn domicilie gevestigd aan de Smet de Naeyerlaan 52 te Oostende.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref13">[13]</a> Zie verder <i>Grand Grand Hotel des Thermes</i>, p. 6.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref14">[14]</a> <i>La Tribune d&#8217;Ostende</i> 9 februari 1908.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref15">[15]</a> Stadsbibliotheek Oostende, <i>Gescande Oostendse Documenten</i> (krantendatabank).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref16">[16]</a> Over Auguste Liebaert (1856-1927), zie R. JANSOONE, ‘Oostende en de zeevisserij in de Eerste Wereldoorlog’, in <i>De Plate</i>, jg. 35 (2006), p. 128 ; <a href="https://www.oostende.be/product.aspx?id=3514">https://www.oostende.be/product.aspx?id=3514</a> . In <i>Biekorf, </i>jg.118 (2018)<i>, </i>pp. 121-22, verscheen een bijdrage over zijn engagement als logebroeder.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref17">[17]</a> Procédé genoemd naar François Hennebique (1842-1921), Frans architect en pionier van het gewapend beton. Zie &#8216;Tir Communal d&#8217;Ostende&#8217;, in: <i>Le Béton armé, organe mensuel des agents et concessionnaires du système Hennebique</i>,  jg. 13 (1910), pp. 155-57;<br />
<a href="https://www.hetstillepand.be/hennebique_systeem.html">https://www.hetstillepand.be/hennebique_systeem.html</a> ; <a href="https://nl.wikipedia.org/wiki/Fran%C3%A7ois_Hennebique">https://nl.wikipedia.org/wiki/Fran%C3%A7ois_Hennebique</a>  Ook aannemer J. Lauwers (Christinastraat 61) was concessionaris in Oostende.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref18">[18]</a> Om zich in het cijnskiesstelsel kandidaat te stellen voor de Senaat moest men toen ofwel een kadastraal inkomen hebben van minimum 12 000 BEF of minimum 1200 BEF aan directe belasting betalen; zie <i>Le Carillon</i> 7 juli 1910; 13 augustus 1912.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref19">[19]</a> <i>La Tribune d&#8217;Ostende</i> 9 februari 1908.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref20">[20]</a> <i>Le Carillon </i>10 december 1903; 28 januari en 2 februari 1909; 19 september en 14 december 1911.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref21">[21]</a> Kleinere opdrachten niet besproken in deze bijdrage: de duivenschieting op de Wellingtonrenbaan en aanpassingswerken aan de Koerslaan (nu Koningin Astridlaan) (1899); de bekleding in steen (<i>perré</i>) van de dijk in Mariakerke (1901) en aan de Oosteroever (1907); wegenwerken langs de baan Oostende-Torhout in de omgeving van de brug van Snaaskerke (1903); &#8220;<i>établissement pour les services de propreté publique de la ville</i>&#8221; aan de Frère-Orbanstraat (1904); de betonconstructie volgens methode Hennebique voor de schietstand van de Oostendse Burgerwacht (1909); kaaimuur en stapelhuis aan Houtdok (1909), enz.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9453</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Shrapnel citeert uit het dagboek van Sylvain Van Praet</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9444</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9444#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 19 Aug 2020 13:06:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[john aspeslagh]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Sylvain Van Praet]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9444</guid>
		<description><![CDATA[&#160; &#160; Shrapnel 2020/3 p. 65-70 vertelt de bevrijding van Oostende in oktober 1918 aan de hand van het oorlogsdagboek van Sylvain Van Praet. &#160; &#160; &#160;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><em><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0002.jpg"><img class="wp-image-9435 alignleft" alt="IMG_20191120_0002" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0002.jpg" width="213" height="308" /></a></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Shrapnel</em> 2020/3 p. 65-70 vertelt de bevrijding van Oostende in oktober 1918 aan de hand van het oorlogsdagboek van <a href="http://siagrius.be/siagrius/?cat=1053" target="_blank">Sylvain Van Praet.</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/08/Shrapnel-2020.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9446" alt="Shrapnel 2020" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/08/Shrapnel-2020.jpg" width="1168" height="1704" /></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9444</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een vergeten ooggetuige in Oostende tussen 21 en 26 oktober 1914</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9433</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9433#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 20 Nov 2019 18:45:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Geschiedenis algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[beschieting Oostende]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Sven Anders Hedin]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9433</guid>
		<description><![CDATA[De bijdrage over Sven Hedin en de eerste oorlogsmaand in Oostende en gepubliceerd in De Plate, jaargang 42, nummer 10 (oktober 2014), p. 228-242, is nu ook overgenomen in Schrapnel, The Western Front Association België, nummer vierde kwartaal 2019.p. 11-24. &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9433">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0002.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9435" alt="IMG_20191120_0002" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0002-206x300.jpg" width="206" height="300" /></a></p>
<p>De bijdrage over <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7906" target="_blank">Sven Hedin en de eerste oorlogsmaand in Oostende</a> en gepubliceerd in De Plate, jaargang 42, nummer 10 (oktober 2014), p. 228-242, is nu ook overgenomen in<a href="https://wfabelgie.wordpress.com/" target="_blank"><em> Schrapnel, The Western Front Association België</em>,</a> nummer vierde kwartaal 2019.p. 11-24.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0003.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9436" alt="IMG_20191120_0003" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0003.jpg" width="1654" height="2386" /></a></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7906" target="_blank"> Lees verder</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p style="text-align: center;">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9433</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De vier Oostendse oorlogsdagboeken en het mysterie Sylvain Van Praet</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9425</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9425#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 08 Nov 2019 20:52:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[1914-1918]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlogsdagboek]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Sylvain Van Praet]]></category>
		<category><![CDATA[Yale]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9425</guid>
		<description><![CDATA[Verschenen in De Plate, jg. 48 (2019), november, pp. 233-39. De voorbije vier jaar werd zowat overal de Eerste Wereldoorlog herdacht. Oorlogsdagboeken werden van onder het stof gehaald en ge(her)publiceerd. Jammer genoeg was dit niet het geval voor de Oostendse &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9425">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>Verschenen in<br />
<span style="color: #ff0000;"><strong>De Plate, jg. 48 (2019), november, pp. 233-39.</strong></span></p>
<div id="attachment_9429" style="width: 310px" class="wp-caption alignleft"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/Burgerwacht.png"><img class=" wp-image-9429" alt="Burgerwacht" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/Burgerwacht-300x186.png" width="300" height="186" /></a><p class="wp-caption-text">Rechts zelfportret van Sylvain Van Praet in uniform van Burgerwacht</p></div>
<p>De voorbije vier jaar werd zowat overal de Eerste Wereldoorlog herdacht. Oorlogsdagboeken werden van onder het stof gehaald en ge(her)publiceerd. Jammer genoeg was dit niet het geval voor de Oostendse kroniekschrijvers die nochtans, gezien de specifieke ligging van de stad binnen het operatiegebied, een heel apart relaas op papier hadden gezet.</p>
<p><i>Vier jaar onder de klauwen der duitsche barbaren</i> is de niet mis te verstane titel van het chronologisch ingedeeld oorlogsdagboek dat gemeenteraadslid en dagbladuitgever Aimé Smissaert<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn1">[1]</a>publiceerde in <i>De</i><i>Duinengalm.</i> De eerste aflevering verscheen in het nummer van 1 december 1919 en de laatste – 17 november 1915, de 399ste oorlogsdag – in <i>De Duinengalm </i>van 24 december 1922. In de digitale GOD-collectie<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn2">[2]</a>zijn er in totaal 163 afleveringen beschikbaar. De Oostendse <i>Bibliotheek Kris Lambert</i> en het Iepers <i>Flanders Fields Museum</i> bezitten fotokopieën van de 26 afleveringen<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn3">[3]</a> die daarop volgen. Er zijn twee hiaten: één van iets meer dan een jaar voor de periode van half september 1916 tot half oktober 1917 en een tweede hiaat voor de laatste oorlogsweken, van eind april tot aan de bevrijding van Oostende op 17 oktober 1918. <i>De Plate </i>publiceerde in zestig afleveringen<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn4">[4]</a>de gebeurtenissen van de eerste oorlogsmaanden.</p>
<p><i>Oostende onder de Duitsche bezetting </i>werd<i></i>gepubliceerd door het duo Alphonse Elleboudt, gemeenteraadslid en uitgever van <i>De</i> <i>Zeewacht</i>, en Gustaaf Lefèvre<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn5">[5]</a>. Hun dagboek is thematisch opgebouwd en behandelt ook uitvoerig deeerste oorlogsweken (augustus – half oktober 1914) waarover we niets vinden in de andere oorlogsdagboeken.<i>De Zeewacht</i> van 4 januari 1919 kondigde de publicatie in de vorm van uitknipbare afleveringen aan maar de eerste aflevering verscheen pas een klein jaar later, op 13 december 1919, en ongeveer gelijktijdig met de eerste aflevering van het dagboek van Smissaert in de concurrerende krant <i>De Duinengalm. </i>De volledige reeks afleveringen van <i>Oostende onder de Duitsche bezetting</i> werd later gebundeld (570 bladzijden) en zonder vermelding van datum gedrukt bij <i>Unitas</i>, de huisdrukkerij van <i>De Zeewacht.</i></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7941#more-7941">Lees verder</a></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9425</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hechte vriendschap in barre tijden De naoorlogse correspondentie tussen Eugeen van Oye en Hugo Verriest</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9417</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9417#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Jul 2019 12:52:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Geschiedenis algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Activisme]]></category>
		<category><![CDATA[Eugeen van Oye]]></category>
		<category><![CDATA[Hugo Verriest]]></category>
		<category><![CDATA[KANTL]]></category>
		<category><![CDATA[Koninklijke academie Nederlandse taal en letterkunde]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[vriendschap]]></category>
		<category><![CDATA[Wetenschappelijke tijdingen]]></category>
		<category><![CDATA[WT]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9417</guid>
		<description><![CDATA[&#160; Bijdrage verschenen in WT Wetenschappelijke Tijdingen jaargang 78, 2019/2 p. 130-53 &#160; Hechte vriendschap in barre tijden De naoorlogse correspondentie tussen Eugeen van Oye en Hugo Verriest &#8220;Nam et secundas res splendidiores facit amicitia et adversas, partiens communicansque, leviore&#8221;[1] &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9417">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Bijdrage verschenen in</strong></span><br />
<span style="color: #ff0000;"><strong>WT <em>Wetenschappelijke Tijdingen</em></strong></span><br />
<a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"><span style="color: #ff0000;"><strong>jaargang 78, 2019/2 p. 130-53</strong></span></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p align="center"><strong>Hechte vriendschap in barre tijden</strong><br />
<strong>De naoorlogse correspondentie tussen Eugeen van Oye en Hugo Verriest</strong></p>
<p align="right"><i>&#8220;Nam et secundas res splendidiores facit amicitia et adversas, pa</i><i>rtiens communicansque, leviore&#8221;<a title="" href="#_ftn1"><b>[1]</b></a></i></p>
<p align="right">Cicero, <i>Laelius, De amicitia, </i>22</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/07/Van-OyeDP.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9419" alt="Van OyeDP" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/07/Van-OyeDP-234x300.jpg" width="234" height="300" /></a>De bibliotheek van de Gentse Universiteit bezit een vijfhonderdtal brieven geschreven door of gericht aan Eugeen van Oye (1840-1926)<a title="" href="#_ftn2">[2]</a>. Het oudste exemplaar is van december 1847. Volgens de beheerder werd de collectie nog niet adequaat ontsloten door een gebrek aan middelen. Voor deze bijdrage baseerden we ons op een reeks steekkaarten uit de jaren 1960-1980 met een korte beschrijving van de brieven<a title="" href="#_ftn3">[3]</a>. Enkele brieven werden niet, onduidelijk of zelfs verkeerd gedateerd.</p>
<p>Aanvankelijk waren we op zoek naar Van Oye&#8217;s correspondentie uit de Eerste Wereldoorlog. We hoopten bijkomende informatie te vinden over zijn rol als (ere)voorzitter van de Jong-Vlaamse activistische beweging, meer bepaald die binnen de Oostendse groepering. Het was ook in die jaren dat Van Oye zich liet meeslepen door meer radicale voormannen uit de beweging, met name dominee Derk Jan Domela Nieuwenhuis Nyegaard (1870-1955) en de Bruggeling Emile Dumon (1862-1948)<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>, relaties die naderhand weer bekoelden. Helaas bevat het archief geen relevante stukken uit die jaren.<span id="more-9417"></span></p>
<p>We ontdekten er wel de naoorlogse briefwisseling van Eugeen van Oye met zijn schoolvriend Hugo Verriest (1840-1922) en dit tot aan diens overlijden<a title="" href="#_ftn5">[5]</a>. We bespreken deze brieven chronologisch, ongeacht de volgorde in het archief. De brieven van Van Oye zijn met potlood geschreven op kladpapier zodat het geschrift moeilijk te ontcijferen is. Die van Verriest zijn definitieve versies in inkt, geschreven met bevende hand op vezelachtig papier. De definitieve versie van de brieven van Eugeen Van Oye naar Hugo Verriest hebben we jammer genoeg niet teruggevonden in het Verriest-archief van het Antwerpse Letterenhuis. Alleen van de brief van 7 april 1919 (UGent HS 3375 423 ) hebben we de laatste versie ontdekt in het archief van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren<i> </i>in Gent (KANTL)<a title="" href="#_ftn6">[6]</a>.</p>
<p>Eind oktober 1918, werd de bijna tachtigjarige dokter Eugeen van Oye ondervraagd door de <i>Sûreté militaire</i><b> </b>en<b> </b>in voorlopige hechtenis opgesloten in het vroegere Rode-Nonnenklooster aan de Katelijnestraat in Brugge. De mensonterende omstandigheden waarin hij naar Brugge werd overgebracht en zijn verblijf aldaar heeft Van Oye uitvoerig beschreven in <i>Mijn Gevangenis </i>(Brugge, 1923). Wegens zijn hoge leeftijd kwam hij al na enkele dagen vrij en, door het nog ontredderd treinverkeer, keerde hij te voet langs de Brugse vaart naar Oostende terug. Ondertussen had Van Oye op 21 oktober zijn ontslag als geneesheer van het Armenbureel gekregen<i>. </i>Op 8 december daaropvolgend werd hem eveneens de deur gewezen als leraar Hygiëne aan de Oostendse Nijverheidsschool<a title="" href="#_ftn7">[7]</a>.</p>
<p>De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde was het laatst bijeengekomen op 5 augustus 1914. Na een onderbreking van vijf jaar kwam ze opnieuw bijeen op 26 februari 1919<a title="" href="#_ftn8">[8]</a>. Na de wapenstilstand had het bestuur nog enkele weken gewacht alvorens de uitnodigingen te versturen omdat ze eerst intern schoon schip wilde maken en leden die zich aan collaboratie hadden bezondigd, uit haar midden verwijderen. Alphonse Harmignie (1851-1931), minister van Wetenschappen en Kunst (november 1918 &#8211; september 1919), had uitdrukkelijk gesteld dat de Academie zelf moest bepalen wie ze zou uitsluiten<a title="" href="#_ftn9">[9]</a>. Over de uitzetting van Willem de Vreese (1869-1938), Lodewijk Dosfel (1881-1925), Edmond Fabri (1855-1927), Julius Obrie (1849-1929) en Raphaël van den Berghe (1845-1923) die betrokken waren geweest bij de vervlaamsing van de Gentse Hogeschool, was er geen discussie. Ook Jan Baptist Bellefroid (1888-1971) en Willem de Vreese die waren toegetreden tot de Raad van Vlaanderen en Hippoliet Haerynck (1858-1924) die had meegewerkt aan <i>De Vlaamsche Post, </i>werden de deur gewezen. Over het lot van een viertal andere leden bestond nog twijfel. Over hen zou op de<i> </i>vergadering van 19 maart beslist worden na een bijkomend onderzoek door een commissie <i>ad hoc</i>: Eugeen Van Oye, Frank Lateur (1871-1969, alias Stijn Streuvels), Jules Persyn (1878-1933) en Alfons de Cock (1850-1921). De laatste twee waren eveneens betrokken geweest bij de vervlaamsing van de Hogeschool.</p>
<p>Wat betreft Van Oye, was de Academie in elk geval niet bij de pakken blijven zitten. Al in december 1918 &#8230;..</p>
<div>Lees verder in:</div>
<div></div>
<div><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/" target="_blank"><span style="color: #ff0000;"><strong>WT Wetenschappelijke Tijdingen</strong></span></a><br />
<a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"><span style="color: #ff0000;"><strong>jaargang 78, 2019/2 p. 130-53</strong></span></a></div>
<div><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">[1]</a><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"> <i>&#8220;</i>Vriendschap maakt immers voorspoed meer glanzend en tegenslag, door die te delen en erover te praten, lichter om te dragen<i>&#8220;.</i></a></p>
</div>
<div>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">[2]</a><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"> UGent <i>Briefwisseling aan Eugeen Van Oye, 22 december 1847 &#8211; 11 juni 1962</i> (https://lib.ugent.be/catalog/rug01:000772439). De archiefbenaming is misleidend want het archief bevat ook de kladversie van brieven van Eugeen van Oye. Dit archief wordt niet vermeld bij R. Vanlandschoot, <i>Biografie Hugo Verriest, </i>Tielt, 2014, pp. 580-82.</a></p>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">Voor Eugeen van Oye: J. J. M. Westenbroek, in: <i>Nationaal Biografisch Woordenboek</i>, dl. 4 (1970), kol. 634-640; L. Buning en P. van Hees, in: <i>Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging</i>, dl. 2 (1998), pp. 2371-2372; J.D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, Persoonlijke herinneringen aan Dr. Eugeen van Oye, in: <i>De Dietsche Gedachte</i>, jg. 1 (1927), nr. 11, pp. 132-36 en nr. 12, pp. 147-49; L. Buning, Aan de nagedachtenis van dr. Eugeen van Oye als strijdend Vlaming, in: <i>Het Pennoen</i>, jg. 19, nr. 8 (juni 1969), pp. 6-8; H. Dekeyser, <i>Huldeboek dokter Eugeen van Oye, </i>1970 (uitgegeven ter gelegenheid van de van Oye hulde in Gistel, 8-16 juni 1969). Over Van Oye&#8217;s engagement in Jong-Vlaanderen en in Oostende, zie J. Aspeslagh, De activistische beweging in Oostende, in: <i>Biekorf </i>jg. 116 (2016), pp. 169-75 en 290-94.</a></p>
</div>
<div>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">[3]</a><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"> UGent Hs 3375,  https://lib.ugent.be/en/catalog?q=eugeen+van+oye&amp;type=correspondence</a></p>
</div>
<div>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">[4]</a><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"> Voor Derk Jan Domela Nieuwenhuis Nyegaard: L. Buning, in: <i>Nationaal Biografisch Woordenboek</i>, dl. 6 (1974), kol. 231-248; L. Buning en P. van Hees, in: <i>Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging</i>, dl. 1 (1998), pp. 973-975; L. Buning, Een Vlaming uit het Noorden, ds. Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard, in: <i>Het Pennoen</i>, jg. 20 (1970), nr. 3, pp. 6-11; L. Buning, <i>Het strijdbaar leven van J.D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, Vlaming door keuze, </i>Alternatyf, Buitenpost, 1976.</a></p>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">Voor Emile Dumon: K. Rotsaert, in: <i>Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging</i>, dl. 1 (1998), pp. 1014-15; https://nl.wikipedia.org/wiki/Emile_Dumon</a></p>
</div>
<div>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">[5]</a><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"> Voor Hugo Verriest: A. Demedts, in: <i>Nationaal Biografisch Woordenboek, </i>dl. 1 (1964), kol. 948-953; S. Maes, in: <i>Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse </i>Beweging, dl. 3 (1998), pp. 3274-76; R. Vanlandschoot, <i>Biografie</i> <i>Hugo Verriest […].</i></a></p>
</div>
<div>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">[6]</a><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"> Alle vermelde documenten uit het archief van KANTL bevinden zich in map KANTL/02/000048 (Uitsluiting leden) of KANTL/04/000377 (Ingekomen brieven 1919, o.a. één van Van Oye).</a></p>
</div>
<div>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">[7]</a><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"> &#8216;Lijdensgeschiedenis van Eugeen&#8217; (UGent HS 3375 434) overgenomen in het <i>Huldeboek Dokter Eugeen Van Oye […]</i> p. 14-15.</a></p>
</div>
<div>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">[8]</a><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"> <i>Verslagen en mededelingen der Koninklijke Academie voor Taal en Letterkunde, Eerste vergadering na den oorlog 26 februari 1919 </i>(Gent, 1919), p. 16.</a></p>
</div>
<div>
<p><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/">[9]</a><a href="https://openjournals.ugent.be/wt/article/79050/galley/200675/view/"> <i>Verslagen en mededelingen der Koninklijke Academie voor Taal en Letterkunde&#8217;Gent</i>, 1919, p. 12-14; archief KANTL, briefwisseling  16 november 1918, 16 januari, 27 februari, 8 en 28 maart 1919 tussen het bestuur van de Academie en minister Harmignie.</a></p>
</div>
</div>
<div id="gtx-trans" style="position: absolute; left: 231px; top: 2195.42px;"></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9417</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Spionagekoorts in Oostende</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9414</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9414#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 Apr 2019 13:57:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Spionage 1914]]></category>
		<category><![CDATA[Uhlanen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9414</guid>
		<description><![CDATA[Bijdrage verschenen in Biekorf jaargang 2019, maart, p. 120-22 Waren er onder de Uhlanen handelsreizigers of kooplui die kort vóór de oorlog nog onze gewesten hadden bezocht, vraagt Lucien Van Acker zich af[1]. Al wie den toestand van ons land &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9414">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Bijdrage verschenen in <em>Biekorf<br />
</em>jaargang 2019, maart, p. 120-22</strong></span></p>
<p>Waren er onder de <i>Uhlanen</i> handelsreizigers of kooplui die kort vóór de oorlog nog onze gewesten hadden bezocht, vraagt Lucien Van Acker zich af<a title="" href="#_ftn1">[1]</a>.</p>
<p><i>Al wie den toestand van ons land kent van v</i><i>óór den oorlog, weet dat het krioelde van Duitschers, waarvan de eenen reserveofficieren waren en de anderen spioene</i>n, schrijven Elleboudt en Lefèvre<a title="" href="#_ftn2">[2]</a>. In hun oorlogsdagboek en in de lokale pers vonden we enkele gevallen van echte of vermeende spionage in het Oostendse tijdens de maanden augustus en september 1914.</p>
<p>In de eerste dagen van augustus liet minister van Oorlog De Broqueville een bericht aanplakken waarin werd gemeld dat op spionage de doodstraf stond, zonder mogelijkheid op beroep binnen de 24 uren uit te voeren. Dit bericht werkte vanzelfsprekend de &#8220;<i>spionitis</i>&#8221; in de hand.</p>
<p>Enkele Duitsers die na de oorlogsverklaring op het punt stonden om met een huurauto naar het neutrale Nederland te vertrekken, werden, op de verdenking &#8220;<i>spioenen</i>&#8221; te zijn, tegengehouden.</p>
<p>Elleboudt en Lefèvre vermelden het geval van een zonderlinge soldaat van het 3<sup>de</sup> Linieregiment die in uniform een kapperssalon binnenkwam om zich te laten &#8220;<i>rasieren und haarsneiden</i>&#8220;. Een klant verwittigde de Burgerwacht die de kerel inrekende. Hij gaf zich uit voor een Deen die als vrijwilliger dienst had genomen in het Belgische leger. Maar was hij wel een spion? <i>De overheid hechtte er meer belang aan hem in verzekerde bewaring te stellen en later zal het wel gebleken zijn, dat ze volkomen gelijk had,</i> besluiten de twee auteurs.</p>
<p>In <i>Hotel Continental</i> werd een hotelgast die probeerde een radio te installeren in zijn kamer, door brigadier Goovaert aangehouden. Het betrof de Duitse officier Eberhard of Erhard die naast een aanzienlijke som geld ook een alfabet in cijferschrift bij zich had. Deze man was een echte spion die enkele weken later, in de maand september, in Zwijndrecht werd terechtgesteld. De spullen die hij achterliet werden door een deurwaarder per opbod verkocht op de markt in Oostende.</p>
<p>De Gendarmerie arresteerde een Duitser die onlangs nog in Stene paarden was komen opkopen.</p>
<p>Een andere &#8220;Duitser&#8221; liet in zijn hotel in de Kerkstraat (of Sint-Paulusstraat?) een valies staan met zeven &#8220;<i>springtuigen</i>&#8221; erin. Hier was duidelijk sprake van een misverstand. De man bleek een handelsreiziger uit Verviers te zijn en zijn &#8220;<i>springtuigen</i>&#8221; waren brouwerijmateriaal. Hij werd, na verontschuldigingen, opnieuw vrijgelaten.</p>
<p>Duitsers die al jaren in Oostende woonden, vroegen politiebescherming omdat de bevolking hen van spionage verdacht.</p>
<div><strong><span style="color: #ff0000;">Lees verder in <em>Biekorf 2019.</em></span></strong><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> <i>Biekorf</i> 118 (2018), p. 506.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> A. ELLEBOUDT en G. LEFEVRE, <i>1914-1918 Oostende onder de Duitsche bezetting</i> (Oostende, s.d), p. 9-13.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9414</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Handel met de vijand in Oostende? Het proces Smis-Valcke van december 1920</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9387</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9387#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Jan 2019 13:49:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[1914-1918]]></category>
		<category><![CDATA[1920]]></category>
		<category><![CDATA[collaboratie]]></category>
		<category><![CDATA[Economische collaboratie]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[Henri Smis]]></category>
		<category><![CDATA[Hof van Assisen]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9387</guid>
		<description><![CDATA[Bijdrage verschenen in Biekorf 118 (2018), nummer december, p. 435-66. Na de vervolging van de Oostendse activisten voor het West-Vlaamse Hof van Assisen in juni en voor dat van Brabant in juli[1], pakte Justitie de economische collaboratie aan. Henri Smis stond in &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9387">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;">Bijdrage verschenen in <strong><em>Biekorf</em> 118 (2018), nummer december, p. 435-66.</strong></span></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/12063891_813982802054987_6518043845171279099_n.jpg"><img class="size-medium wp-image-9391 alignleft" alt="12063891_813982802054987_6518043845171279099_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/12063891_813982802054987_6518043845171279099_n-300x182.jpg" width="300" height="182" /></a>Na de vervolging van de Oostendse activisten voor het West-Vlaamse Hof van Assisen in juni en voor dat van Brabant in juli<a title="" href="#_ftn1">[1]</a>, pakte Justitie de economische collaboratie aan. Henri Smis stond in december 1920 in Brugge terecht op beschuldiging van in Oostende en omgeving werken te hebben uitgevoerd voor de bezetter en zo te hebben bijgedragen tot de Duitse oorlogsmachine.</p>
<p>Zijn proces begon op donderdag 9 en eindigde op woensdag 22 december 1920. Alleen al door de notoriteit van de beklaagde groeide de rechtszaak uit tot een megaproces waarover de tweetalige Oostendse pers<a title="" href="#_ftn2">[2]</a> een hele maand lang verslag uitbracht. Die verslagen die elkaar aanvullen, waren de basis voor deze bijdrage. Het is het enige geval van economische collaboratie dat zo&#8217;n weerklank kreeg in de pers en bij de bevolking.</p>
<p>Dat de firma Smis-Valcke vanaf de eerste dagen van de bezetting zijn gewone activiteiten had hernomen en die zelfs uitgebreid had onder Duitse leiding, had een groot deel van de bevolking diep gegriefd. Smis&#8217; vriendschappelijke omgang met de vijand en zijn flamboyante levensstijl verklaren waarom de publieke opinie verwachtte dat hij na de bevrijding zijn verdiende loon zou krijgen.</p>
<p>Het assisendossier zelf bestaat niet meer. Algemene gegevens over het proces, zoals de samenstelling van het Hof en van de jury, de akte van inbeschuldigingstelling en het vonnis vonden we terug in het <i>Register van de arresten</i> uitgesproken tijdens het jaar 1920<a title="" href="#_ftn3">[3]</a>. Het volumineus dossier<a title="" href="#_ftn4">[4]</a> van het faillissement van de firma Smis-Valcke uitgesproken door de Handelsrechtbank van Oostende (4 januari 1921, hierna verder afgekort als DHRO) is wel bewaard. Bijzonder interessant zijn de bezwaarschriften gericht aan het Hof van Beroep van Gent waarin Smis met cijfermateriaal en andere gegevens de fiscale aanslag aanvecht op zijn inkomsten uit de oorlogsjaren. In de marge vonden we enkele bijkomende gegevens over zijn aannemingen uitgevoerd voor de bezetter, de opeisingen van de stad Oostende, de onbetaalde rekeningen, de uitrusting van de firma door de bezetter aangeslagen in 1917, &#8230;<span id="more-9387"></span></p>
<p><strong>Henri Smis, selfmade man</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/1503420_10205882165514981_5099704451627467555_n.jpg"><img class="size-medium wp-image-9389 alignleft" alt="1503420_10205882165514981_5099704451627467555_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/1503420_10205882165514981_5099704451627467555_n-300x174.jpg" width="300" height="174" /></a>Henri Smis werd op 16 januari 1858 in Gistel geboren.  Zijn vader was een keuterboertje. Als tienjarige moest Henri op de enige koe van het gezin passen. Toen hij wat ouder werd, ging hij werken bij landbouwers en volgde landbouwcursussen. Op zijn achttiende trok hij naar Frankrijk om de taal te leren. Hij kwam terug naar Gistel voor de loting maar werd uitgeloot. In 1885 trad hij in het huwelijk met Helena Vanderbeele met wie hij drie kinderen kreeg<a title="" href="#_ftn5">[5]</a>. In 1887 werd hij hoofd van de groendienst<a title="" href="#_ftn6">[6]</a> van de stad Oostende.  Helena overleed kort daarna in 1890 en drie jaar later hertrouwde hij met Silvie Valcke<a title="" href="#_ftn7">[7]</a>. In 1896 nam hij ontslag bij de stedelijke groendienst en kwam, net als zijn broer August, aan de kost als zelfstandig bloemist-hovenier. Henri vond zijn draai in het zakenleven en ontpopte zich tot &#8220;allround&#8221; aannemer van openbare werken en zaakvoerder van de firma Smis-Valcke met zetel aan de H. Serruyslaan 76<a title="" href="#_ftn8">[8]</a>, vlak naast het <i>Hotel des Thermes<a title="" href="#_ftn9"><b>[9]</b></a></i> dat hij in eigen regie had opgetrokken. Henri dong voortdurend mee in bouw- en andere aanbestedingsdossiers en kreeg talrijke opdrachten van het liberaal stadsbestuur en van de Staat. In 1897 mocht hij een nieuw perceel in het Maria-Hendrikapark<a title="" href="#_ftn10">[10]</a> aanplanten. Na de eeuwwisseling bouwde hij de Koninklijke Gaanderijen<a title="" href="#_ftn11">[11]</a> tussen de <i>Drie Gapers</i> en de Wellingtonrenbaan en de stedelijke hangars en stapelplaats op het Hazegras<a title="" href="#_ftn12">[12]</a>. In 1907 werd hij belast met het volledig vernieuwen van het rioolstelsel in het oudste stadsgedeelte en met de bouw van een zuiveringsstation<a title="" href="#_ftn13">[13]</a>. In 1910 mocht hij de stedelijke betalende jongensschool in de Ooststraat optrekken<a title="" href="#_ftn14">[14]</a>. In 1911 kreeg hij aan het zwaaidok een perceel stadsgrond in concessie waar hij werkplaatsen voor scheepsherstel en een droogdok inrichtte<a title="" href="#_ftn15">[15]</a>. In het voorjaar van 1914 startte Smis met de bouw van de H. Hartkerk<a title="" href="#_ftn16">[16]</a> die nog in de steigers stond bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Naast bouwwerken specialiseerde Smis-Valcke zich ook in onderhouds- en baggerwerken in de haven en de waterwegen en in het verstevigen van strand en duinen. Zo sloot Smis in 1912 een vijfjarig contract met de Belgische Staat af voor het uitvoeren van baggerwerken in de drie Noordzeehavens en in het kanaal Brugge &#8211; Oostende<a title="" href="#_ftn17">[17]</a>.</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/12936761_10207718718399272_8502497715807543076_n.jpg"><img class="size-medium wp-image-9392 alignleft" alt="12936761_10207718718399272_8502497715807543076_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/12936761_10207718718399272_8502497715807543076_n-300x192.jpg" width="300" height="192" /></a>Ex-burgemeester Liebaert<a title="" href="#_ftn18">[18]</a> overdreef niet toen hij als getuige op het proces Smis betitelde als <i>&#8220;le plus grand entrepreneur d&#8217;Ostende&#8221;</i>. In de kranten lezen we dat zijn bedrijf beschikte over 65 voertuigen, 600 karren, 62 stoommachines, eigen schepen en tuiboten. Voor de oorlog werd maandelijks voor 80 000 BEF aan lonen uitbetaald en op datum van 1 juli 1914 werd het bedrijfskapitaal geschat op 1 500 000 BEF, wat voor die tijd enorme bedragen waren. Deze &#8220;<i>homme d&#8217;affaires</i>&#8221; behoorde tot de club van de twintig meest gefortuneerden van Oostende die kandidaat mochten zijn voor een zetel in de Senaat<a title="" href="#_ftn19">[19]</a>. Smis was een doordrijver en velen benijdden zijn succesvol bedrijf.</p>
<p><strong>De oorlogsjaren<a title="" href="#_ftn20">[20]</a></strong></p>
<p>Toen de Duitse troepen in september 1914 Oostende naderden, wilde Smis&#8217; aanvankelijk zijn hele  bedrijfsvloot naar Groot-Brittannië overbrengen waar zijn tweede vrouw<a title="" href="#_ftn21">[21]</a> voor de duur van de oorlog zou blijven. Hij bedacht zich op het laatste ogenblik zodat het gros van zijn schepen in Oostende bleef en in handen van de bezetter viel<a title="" href="#_ftn22">[22]</a>.</p>
<p>De stad was op 15 oktober nog maar pas bezet en Smis herbegon vier dagen later al met baggeren<a title="" href="#_ftn23">[23]</a>. Hij hield zich niet langer aan het lastenboek afgesloten met de Belgische Staat en negeerde de richtlijnen van Richard Verstraete, de ter plaatse gebleven ingenieur van <i>Bruggen en Wegen</i>. Voortaan volgde hij de instructies<a title="" href="#_ftn24">[24]</a> op van de militairen van de dienst <i>Marinehafenbau</i>. Dat die bezig waren de Noordzeehavens in te richten als U-botenbasis voor de <i>Flotille</i><i> Flandern</i>, raakte zijn koude kleren niet.</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/11130131_10200394141091640_8167998782449990845_n.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9390" alt="11130131_10200394141091640_8167998782449990845_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/11130131_10200394141091640_8167998782449990845_n-300x176.jpg" width="300" height="176" /></a>Smis aanvaardde ook nieuwe opdrachten van de bezetter. In het najaar van 1914, de slag aan de IJzer was amper achter de rug, plaatste Smis in Slijpe een nieuwe ophaalbrug over het kanaal ter vervanging van het  door het Belgisch leger opgeblazen exemplaar. Het droogdok<a title="" href="#_ftn25">[25]</a> in de haven van Oostende dat Smis voor de oorlog was beginnen bouwen, breidde hij uit zodat Duitse oorlogsschepen er hersteld konden worden. In het dok van de zeemacht trokken boten van Smis-Valcke een vijandige torpedoboot weer vlot. Smis voerde ook werken uit op de militaire vliegvelden van Mariakerke en Middelkerke en leverde materiaal voor het militaire vliegveld van Gistel. Hij leverde hout voor de Duitse stellingen in de duinen<a title="" href="#_ftn26">[26]</a> en leende materieel uit voor het boren van een waterput in de buurt van Fort Napoleon. In de loop van de oorlog sloot hij contracten af met en verhuurde materieel aan Duitse firma&#8217;s die aan de kust militaire werkzaamheden kwamen uitvoeren. In opdracht van <i>Marinehafenbau</i>, ondernam Smis stappen om van het bestuur van <i>Bruggen en Wegen</i> de plannen te bekomen van de haveninrichtingen van Oostende en Zeebrugge en van de waterlopen van het IJzerbekken. Hiertoe probeerde hij de bureeloverste om te kopen. In de tussentijd had de Oostendse nijveraar Victor Fermon via de Belgische vertegenwoordiger in Breskens de Belgische regering in Le Hâvre op de hoogte gebracht van Smis&#8217; gesjoemel. Die reageerde door de zoon en de schoonzoon van Smis, allebei gemobiliseerd, te laten interneren.</p>
<p><strong>Het proces voor het Hof van Asssisen in Brugge</strong></p>
<p>Oostende werd bevrijd op 17 oktober 1918. Twee dagen later werd Henri Smis opgepakt door de <i>Sûreté militaire<a title="" href="#_ftn27"><b>[27]</b></a></i>. Kort daarop werd hij weer vrijgelaten maar opnieuw opgesloten in februari 1919. Bij de aanvang van zijn proces in december 1920 had Smis dus meer dan twintig maanden voorhechtenis achter de rug. Onderzoeksrechter Haus<a title="" href="#_ftn28">[28]</a> had het vooronderzoek geleid. Het gerechtelijk dossier van Smis bevatte  vierduizend stukken. Het Parket-Generaal van Gent besliste om Smis te vervolgen op basis van artikel 115 van het strafwetboek<a title="" href="#_ftn29">[29]</a>. Op misdrijven gepleegd vóór 21 oktober 1916 (datum van publicatie in het BS) stond levenslange hechtenis; voor feiten na die datum, stond de doodstraf.</p>
<p>Precies als de Oostendse activisten moest Smis voor het Hof van Assisen in Brugge verschijnen. Louis Minnens, raadsheer van het Hof van Beroep van Gent, was voorzitter en Joseph Vanden Abeele en Pierre Kervijn bijzitters. Maurice Faveau trad op als Openbaar Ministerie. Maurice Geûens<a title="" href="#_ftn30">[30]</a> uit Brugge en Albéric Deswarte<a title="" href="#_ftn31">[31]</a> uit Brussel verdedigden Henri Smis. Meester Claeys behartigde de belangen van de Belgische Staat. De procedure verliep in het Frans. Notaris Paul Desimpel uit Waasten zat de twaalfkoppige jury voor, onder wie ook twee Oostendenaars: Jan Larock, gepensioneerde, en Polydore Breemersch, handelaar.  Zo&#8217;n 92 getuigen waren opgeroepen, waarvan de helft à décharge of als &#8220;témoins de moralité&#8221;.</p>
<p>Op 9 december 1920, de eerste dag van het proces, brachten twee gendarmen Smis binnen. <i>&#8220;Hoe geweldig zijne gezondheid geknakt is, kan onmiddellijk opgemerkt worden</i>&#8220;, schreef <i>De Zeewacht</i>. De rechtszaal was tot de nok gevuld. Heel wat Oostendenaars waren speciaal naar Brugge afgereisd. Na het voorlezen van de akte van inbeschuldigingstelling, werd Smis door voorzitter Minnens ondervraagd. Die beging al direct een blunder door te beweren dat Smis tijdens de oorlog zijn zakken had gevuld. Meester Deswarte zou die <i>slip of the tongue</i> later aangrijpen om in cassatie te gaan.</p>
<div><span style="color: #ff0000;"><strong>Lees verder in <em>Biekorf</em> 118 (2018), nummer december, p. 435-66.</strong></span><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><strong><a title="" href="#_ftnref1">[</a></strong><a title="" href="#_ftnref1">1]</a> Zie J. ASPESLAGH, &#8216;De activistische beweging in Oostende&#8217;, in: <i>Biekorf</i>, jaargang 2016, p. 290-300.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> <i>De Zeewacht</i> 11, 15, 18 en 23 december 1920; 1, 8 en 22 januari 1921; <i>Duinengalm</i> 3, 10, 17, 24 en 31 december 1920; 7 en 21 januari 1921; <i>Le Carillon </i>12, 15, 19, 22 en 26 december 1920; 2 januari 1921; <i>L’Echo d’Ostende</i> 11-12, 15, 18-19, 22 en 23 december 1920; 1-2 en 8-9 en 29 januari 1921. Het proces kreeg ook aandacht in de Brugse pers: <i>Journal de Bruges </i>25 maart 1920; 16, 19 december 1920; <i>La Patrie </i>7 juni 1919; 11 en 24 december 1920. De Gentse <i>Vooruit</i> bracht verslag in zijn edities van 11, 13, 15, 16, 17, 18, 19, 22, 23 en 24 december 1920.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> <i>Rijksarchief Brugge</i>, R 82 HAWEST, 71.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> <i>Rijksarchief Brugge</i>, R 496, nummer 458 (dossiers faillissementen 1921). Daarin vonden we vier belangrijke documenten i.v.m. met de oorlogsinkomsten van Smis en de fiscale aanslag erop. In feite gaat het om ongedateerde bezwaarschriften uit 1921, zonder titel en waarvan de chronologische volgorde moeilijk te bepalen is. We verwijzen telkens naar de aanhef van die documenten: <i>Copie pour Mr le Président </i>(3 blz);<i> Mémoire </i>(8 blz);<i> Mémoire au nom de monsieur Smis-Valcke </i>(12 blz);<i> Devant la cour d&#8217;appel de Gand </i>(8 blz).<i> </i></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> Voorgaande biografische elementen komen uit de getuigenis van August Borgers (<i>De Zeewacht</i> 23 december 1920) en het pleidooi van meester Geûens (<i>Le Carillon</i> 22 december 1920 en <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 1 januari 1921).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a> Volgens vorige kranten zou Henri Smis in 1882 of 1887 aangesteld zijn als &#8220;<i>jardinier de la ville</i>&#8220;. In de corresponderende jaargangen van de <i>Bulletin Communal</i> vonden we zijn naam niet terug. De <i>Bulletin Communal</i> van 1896 vermeldt op p. 232 het ontslag van &#8220;<i>sieur Smis de ses fonctions de jardinier de la ville</i>&#8220;.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref7">[7]</a> <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> en <i>La Feuille d&#8217;Ostende</i> van 5 oktober 1893. Silvie werd in 1861 geboren te Oostende.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref8">[8]</a>Na de Eerste Wereldoorlog was Henri Smis eerst gedomicilieerd in Klemskerke waar hij een buitenverblijf had. Nadien was zijn domicilie aan de Smet de Naeyerlaan 52 te Oostende.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref9">[9]</a> Na de onteigeningen in 1906 voor het rechttrekken van de H. Serruyslaan, kocht Henri Smis zes loten bouwgrond van de stad Oostende voor de prijs van 57 400 BEF (<i>Bulletin Communal</i> 1906, p. 141-45 en 1911, p. 19-20). De burelen van de firma bevonden zich achteraan en gaven uit op de Aartshertoginnestraat. Het kort tevoren geopende <i>Hotel des Thermes</i> dat uitkeek op het nu gedempte derde dok, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog als lazaret ingericht. Na de oorlog werd het opgeëist om er dakloze gezinnen in onder te brengen. Omdat de hotelkamers geen individuele schoorstenen hadden, staken de nieuwe bewoners kachelbuizen door de ramen. Vandaar de benaming &#8220;kanonhotel&#8221;; zie O. VILAIN, <i>Langs de Oostendse kateien </i>(Oostende, 1974), p. 87.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref10">[10]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1897, p. 667; F. LOGGHE, <i>Het Hazegras, </i>in de reeks: <i>Oostendse Historische publicaties </i>(Oostende, 1999), p. 92.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref11">[11]</a> <a href="https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/56979">https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/56979</a> ; <a href="https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/108179">https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/108179</a> ;  <a href="http://oostendenoars.blogspot.be/2015/03/de-gaanderijen-in-opbouw.html">http://oostendenoars.blogspot.be/2015/03/de-gaanderijen-in-opbouw.html</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref12">[12]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1906, p. 48-49; F. LOGGHE, <i>idem</i>, p. 33.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref13">[13]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1907, p. 338-58 en 1908, p. 489-93 en 532-33.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref14">[14]</a><i>Bulletin Communal</i> 1910, p. 653. Later Albertschool genoemd.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref15">[15]</a><i>Bulletin Communal</i> 1911, p. 8 en 197-201. De concessie van Smis liep tot 1931 en werd na zijn faillissement overgedragen aan de firma Beliard-Crighton (<i>Bulletin Communal</i> 1923, p. 259, 261 en 394).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref16">[16]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1912, p. 108 en 1302-07; 1913, p. 550-52 en p. 628-32; 1923, p. 286-87; G. BILLIET, &#8216;Omtrent de oprichting van de H. Hartparochie en de H. Hartkerk&#8217;, in: <i>Ostendiana</i> V (Oostende, 1986), p. 204 e.v. De H. Hartkerk zou pas in 1928 ingewijd worden en na Smis&#8217; faillissement in 1921 door een andere aannemer afgewerkt.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref17">[17]</a> DRKO, <i>Mémoire au nom de monsieur Smis-Valcke</i>, p. 2; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 15 december 1920.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref18">[18]</a> Over Auguste Liebaert (1856-1927), zie R. JANSOONE, ‘Oostende en de zeevisserij in de Eerste Wereldoorlog’, in <i>De Plate</i>, 2006, p. 128 ; <a href="https://www.oostende.be/product.aspx?id=3514">https://www.oostende.be/product.aspx?id=3514</a> . In <i>Biekorf, </i>jaargang 2018<i>, </i>p. 121-22, verscheen een bijdrage over zijn engagement als logebroeder.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref19">[19]</a> Om zich in de periode van het cijnskiesstelsel kandidaat te stellen voor de Senaat moest men ofwel een kadastraal inkomen hebben van minimum 12 000 BEF of minimum 1200 BEF aan directe belasting betalen; zie <i>Le Carillon</i> 7 juli 1910 en 13 augustus 1912.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref20">[20]</a> We baseren ons voornamelijk op de akte van inbeschuldigingstelling.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref21">[21]</a> Bij haar terugkeer, stootte ze (&#8220;<i>elle a répudié&#8221;</i>) de winst af die haar man had gemaakt tijdens haar afwezigheid; zie DRKO, <i>Devant la cour d&#8217;appel de Gand</i>, p. 8.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref22">[22]</a> Toen op 15 oktober 1914, de dag van de aankomst van de Duitsers, drie van zijn baggerschepen met vluchtelingen aan boord wilden uitvaren naar Folkestone, kwam Henri Smis ter plaatse en zei dat het te laat was; zie S. VAN PRAET, <i>The occupation of Ostend by the Germans,</i> onuitgegeven oorlogsdagboek, typoscript f°2.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref23">[23]</a> A. SMISSAERT, <i>Vier jaar onder de klauwen der duitsche barbaren</i>, in <i>De Plate</i>, jaargang 1990, p. 44 ; S. VAN PRAET<i>, The occupation </i>…, typoscript f°6.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref24">[24]</a> Voor de onderzeeërs was In de dokken een diepgang van 2,5 m nodig en nog meer in de havengeul; zie T. TERMOTE, <i>Oorlog onder water. Unterseeboots Flottille Flandern 1915-1918</i> (Leuven, 2014), p 178.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref25">[25]</a> Bevond zich aan de Vaartblekersstraat bij het zwaai- of Sasdok. De Duitsers brachten er later machines over uit de werkplaatsen van het Zeewezen; zie S. VAN PRAET, <i>The occupation of …,</i> typoscript f° 401 ; R. JANSOONE, ‘Oostende en de zeevisserij’, in: <i>De Plate</i>, 2005, p. 111 en 113.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref26">[26]</a> &#8220;Die opeising is ook op datum van 7 december 1914 vermeld in het oorlogsdagboek van S.VAN PRAET, <i>The occupation of Ostend …</i>, typoscript, f° 48: &#8220;<i>De heer Deweert, één van onze houthandelaars, heeft tot op heden al voor meer dan 100 000 BEF aan hout geleverd aan de bezetter. Op de vuurtorenwijk groeven de Duitsers diepe loopgraven. Ze stelden verschillende kanonnen op en de duinenpaden werden geplaveid. Sinds vier of vijf dagen zijn ze aan het werk in de buurt van het oud Fort Napoleon. In de werkplaats van het Zeewezen is een grote ploeg militairen constant aan het werk</i>&#8220;.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref27">[27]</a> In tegenstelling met wat gezegd werd tijdens het proces, zou Smis pas op 6 november 1914  zijn opgepakt, samen met Van Oye en andere Oostendse activisten; zie C. CASTELEIN, <i>Herinneringen uit den oorlog 1914-1918</i>, ed. C. VERMAUT (Oostende, 1998), p. 37.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref28">[28]</a> Haus had ook het vooronderzoek geleid in de zaak Van Oye en de andere Oostendse activisten. Zie J. ASPESLAGH, &#8216;De activistische beweging in Oostende&#8217;<i>, </i>in: <i>Biekorf</i>, jaargang 2016, nr 2 (juni), p. 163-193 en nr 3 (september), p. 275-302.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref29">[29]</a> De besluitwet van 11 oktober 1916 (BS 21 oktober 1916) voerde de doodstraf in voor misdrijven voorzien in artikel 115 van het strafwetboek, o.a. &#8220;<i>de vijanden van de staat helpen door hun soldaten, manschappen, arbeid, geld, levensmiddelen, wapens of munitie te verschaffen</i>&#8220;.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref30">[30]</a> Over Maurice Geûens (1883-1967), zie K. ROTSAERT, <i>Lexicon van de parlementariërs van het arrondissement Brugge, 1830-1995 </i>(Brugge, 2006), p. 26; A. VAN DEN ABEELE, <i>De Balie van Brugge. Geschiedenis van de Orde van advocaten in het gerechtelijk arrondissement Brugge</i> 1810-1950 (Brugge, 2009), p. 167-68;  <a href="https://nl.wikipedia.org/wiki/Maurice_Ge%C3%BBens">https://nl.wikipedia.org/wiki/Maurice_Ge%C3%BBens</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref31">[31]</a> Over Alberic Deswarte (1875-1928), Brussels socialistisch advocaat en tijdens de Eerste Wereldoorlog actief in de Vlaamse Beweging i.v.m. <i>De Vlaamsche Stem</i>, nadien senator en geëngageerd in de amnestiebeweging, zie <i>Nieuwe Enncyclopedie van de Vlaamse Beweging</i> (1998), p. 922-23; aanvulling op voorgaand artikel in: B. YAMMINE, &#8216;Nieuw licht op de Duitse propaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog&#8217; in: <i>WT</i>, jaargang 76 (2017), p. 254, voetnoot 96; M.BASSE, <i>De Vlaamsche Beweging</i> <i>van 1905 tot 1930 </i>(Gent 1930-33), <i>passim</i>; A. FAINGNAERT, <i>Verraad of Zelfverdediging?</i> (Kapellen, 1932), <i>passim</i>; D. VANACKER, <i>Het aktivistisch avontuur</i> (Gent, 1991), <i>passim</i>; L. WILS, <i>Onverfranst, onverduitst? </i>(Kalmthout, 2014), <i>passim</i>.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9387</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
