100 jaar geleden schreef Sylvain Van Praet in zijn dagboek


14 oktober 1914 was de eerste dag van de Duitse bezetting. Hier komen elke dag in eigen vertaling de gebeurtenissen verteld door de Oostendse stadsbediende Sylvain Van Praet die zijn onuitgegeven dagboek - The occupation of Ostend by the Germans – in het Engels bijhield tot aan de bevrijding van de stad in oktober 1918. Veel leesgenot.

 

Afkortingen en tekens

Dagboek Van Praet 1914

Dagboek Van Praet 1915

Dagboek Van Praet 1916

Dagboek Van Praet 1917

Dagboek Van Praet 1918

Oostende, Maandag 15 – Dinsdag 23 April 1918.

Het valt op hoe weinig paarden de Duitsers nog hebben. Dagelijks zien we soldaten karren voorttrekken en ezels kanonnen. De weinig overgebleven paarden zijn niet om aan te zien. De zeldzame dieren die nog in het bezit zijn van de burgerbevolking, ook niet trouwens. Ze zijn allemaal vel over been.

De Duitse overheid heeft het in omloop brengen van nieuwe kasbonnen verboden. Nu al zijn er voor een totaal van zestien miljoen van die papieren uitgebracht. Het stadsbestuur was dus genoodzaakt om een nieuwe lening aan te gaan bij het Gemeentekrediet in Brussel. Er werden drie leningen afgesloten: één van 1 300 000 BEF om de interest te kunnen vereffenen op de lening van 25 000 000 BEF uit 1898; een tweede lening van 2 000 000 BEF voor de gewone uitgaven van de stad en een derde van 3 000 000 BEF om de bezetting te bekostigen. Momenteel is van de twee laatste leningen al het tweede deel opgenomen (500 000 en 750 000 BEF). Het derde deel is aangevraagd.

Omdat de stad zoveel opeisingen moest doen, kon ze niet anders dan de vergoeding aan de eigenaars stopzetten tot na ontvangst van het tweede deel van de leningen. De stadskas zal nu ook de som van 600 000 BEF aan de Duitse overheid overmaken voor gemaakte kosten. De Oostendenaars krijgen voorlopig wel geen vergoeding voor de inkwartiering van militairen. Gezien de slechte toestand van haar financiën, kreeg de stad een subsidie van 100 000 BEF vanwege het “Gouvernement”[1].

In de nacht van de 17de op de 18de april werd de stad ondanks het bar slechte weer nogmaals gebombardeerd. De ontploffingen volgden elkaar op en telkens lichtte de stad op. Voor ons betekende het een nieuwe rush naar de kelder onder de Sint-Jozefskerk.

De granaten zijn allemaal ontploft aan de westkant van de stad, in Mariakerke. Het wijkcommissariaat – op de hoek van de Northlaan en de Nieuwpoortsesteenweg[2] – werd volledig vernield. Twee politieagenten kwamen onder het puin terecht, maar alleen agent René Declerck[3] is zwaargewond. Verschillende huizen zijn vernield of beschadigd maar er waren geen doden. Een granaat is midden in het oud kerkhof ontploft en heeft verschillende graven vernield.

Vandaag 19 april, tussen 11 en 12 uur ’s middags, zijn twee granaten of bommen ontploft in de buurt van de Spuikom. Volgende personen[4] werden gewond:

Henri Rodenbach, 65 jaar, Romestraat 62, zwaar en Berthe Gallin, 17 jaar, Vrijhavenstraat 31, licht gewond.

Om halfzes deze avond losten enkele vliegtuigen bommen in de omgeving van de kazerne. Naast verschillende militairen, werden volgende burgers gedood of verwond[5]:

gedood:

Oscar Derudder, 33 jaar, Rogierlaan 65

zwaar gewond:

Jules Demeester, 55 jaar, Wapenplein 15

Ed. Vanrenterghem, 54 jaar, Arbeidstraat[6] 5

Esther Dudal, 8 jaar, de Smet de Naeyerlaan 31

licht gewond:

Gilbert Dudal, 3 jaar, idem

Hélène Vanhecke, 43 jaar, idem. 

Demeester, Vanrenterghem en Rodenbach zijn ondertussen overleden.Op 20 april, rond 17u00 Duitse tijd, hebben de geallieerden de stad nog maar eens beschoten. Nu lag vooral de wijk Mariakerke onder vuur. De meeste granaten zijn ontploft in zee of op het strand. Er zijn geen slachtoffers en ook geen schade.

De nacht van de 22ste op de 23ste en de daaropvolgende dag zullen in het geheugen van elke Oostendenaar gegrift blijven.

s’ Middags om 12.15 uur Duitse tijd, barstte een zwaar bombardement los. Op enkele minuten stonden we in de kelder van de Sint-Jozefskerk. Voortaan is de ingang ‘s nachts verlicht met een blauwe gaslamp.

Alle kustbatterijen begonnen te vuren terwijl talrijke geallieerde granaten explodeerden. We konden zonder veel moeite de Duitse batterijen onderscheiden die schoten in de richting van de zee. De beschieting duurde twee en een half uur.

Toen ik ’s morgens rond 9 uur arriveerde op mijn werk, vernam ik dat dozijnen granaten waren ontploft in de Vuurtorenwijk, meer bepaald in de Heist- en de Fortstraat. De granaat die terechtkwam in de Schippersstraat is niet ontploft. Andere tuigen kwamen neer in de Steensedijk, in de Aartshertogstraat en in de Leffingestraat. De Kommandantur gaf opdracht om tweehonderd man (werklui of inwoners, het was om het even) naar deze straten te sturen om de bomkraters op te vullen.

Deze beschieting is één van de zwaarste die we hebben meegemaakt.

Hierna de naamlijst[7] van twee families die van de aardbol zijn geveegd:

gedood:

August Jonckheere, 22 jaar, Steensedijk 57

Louis Jonckheere, 17 jaar, idem

Angèle Jonckheere, 16 jaar, idem

Irma Jonckheere, 15 jaar, idem

Madeleine Jonckheere, 11 jaar, idem

Louis Deputter, 49 jaar, Steensedijk 59

Eugénie Coeneye, 45 jaar, idem

Marie Deputter, 19 jaar, idem

Marguerite Deputter, 17 jaar, idem

Valentine Deputter, 7 jaar, idem

zwaar gewond:

Alphonse Deputter, 10 jaar, idem (kort nadien overleden)

Ernestine Deputter, 14 jaar, idem (kort nadien overleden).

Kort daarop ging het nieuws rond dat twee geallieerde oorlogsbodems (lichte kruisers) de haven aan de oostkant waren binnengevaren met de bedoeling deze kruisers tot zinken te brengen en zodoende de haven te blokkeren. De geallieerden hadden in Zeebrugge dezelfde strategie toegepast, echter met meer succes.

Om 9 uur probeerde een geallieerde piloot dan de twee schepen te bombarderen en ze zo tot zinken te brengen.

Rond 14 uur zag ik vanaf de zeepromenade dat de twee oorlogsbodems naast elkaar op het strand waren vastgelopen, ongeveer ter hoogte van Hotel de L’Espérance. Eén ervan stond in brand en af en toe was er een explosie aan boord. De twee schoorstenen van de schepen waren nog intact maar ze waren hun masten kwijt. De beschietingen hadden er schroot van gemaakt. De schepen waren dus niet tot in de haven geraakt.

Terwijl zo’n vijfhonderd kijklustigen (voor het merendeel militairen) stonden toe te kijken, vlogen twee geallieerde vliegtuigen over. Gelukkig zonder bommen af te werpen. Op dat moment verschenen plots drie Duitse watervliegtuigen op minder dan honderd meter boven ons. Hun machinegeweren begonnen te schieten op de toeschouwers. De paniek was onbeschrijflijk. De massa stoof uiteen, weg van het gevaar. Waarom dat plotse schieten op de menigte?

Twee minuten later zag ik een Duitse officier met een beenwonde en een gewonde marinesoldaat liggen. Ze werden beiden naar een lazaret overgebracht. De laatste had wel een dozijn kogels in zijn lichaam gekregen en was al stervende toen hij werd weggebracht. Dit keer had ik van dicht bij de dood gezien!

Om 17.30 uur Duitse tijd verliet ik mijn kantoor en begaf me naar de Kommandantur om meer informatie te krijgen. Op dat moment vlogen geallieerde vliegtuigen over en gooiden bommen in de Kerkstraat, in de Sint-Sebastiaanstraat, rond Petit Paris, enz. Eenmaal /terug in mijn kantoor, waar twee ruiten waren gesneuveld, hoorde ik dat er ten minste negen personen waren omgekomen en dat er zeker twintig gewond waren. Het dodental liep uiteindelijk op tot vijftien en tot zesentwintig met die van de nacht voordien erbij. Zesentwintig doden in vierentwintig uur!

Om 19 uur was ik aan Petit Paris waar een bom verschillende inwoners had gedood of verwond. Op dat eigenste moment vlogen weer drie tuigen over die bommen afwierpen op de stad. Gelukkig vielen er nu geen slachtoffers meer onder de burgerbevolking maar er werden wel drie militairen zwaar toegetakeld.

Een dag vol akelige en niet te voorziene verrassingen!

 

[1] De Zivilverwaltung in Brugge? De gevolmachtigden in Brussel ?

[2] Chaussée de Thourout, zowel in Ms als in Ts. Waar de nieuwe zwemkom zal komen.

[3] Ook vermeld in Duinengalm van 12 november 1920.

[4] Deze slachtoffers en ook deze hierna worden niet vermeld in Duinengalm van 12 november 1920. Oscar Derudder staat in de lijst van Elleboudt-Lefèvre, p. 567.

[5] Een drietal worden vermeld in Elleboudt-Lefèvre, p. 567.

[6] Naam was al in 1912 veranderd in Schoolstraat. Nu Dokter Verhaeghestraat. Zie D. DESCHACHT, p. 21.

[7] Zie ook Duinengalm van 12 november 1920 en ELLE p. 566-67. Elleboudt-Lefèvre  schrijft Augusta Jonckheere i.p.v. August.

© Vertaling John Aspeslagh. Tekst overnemen kan mits bronvermelding.

Over de eerste oorlogsweken: