Wandelroute rond het domein van De Lovie in Proven

DSC_6624Deze wandeling is een aanrader bij heel warm weer omdat het parcours grotendeels door bebossing loopt en niet te lang is. De meeste paden zijn verhard en gemakkelijk begaanbaar.

We starten aan bistro Jagershof aan de Krombeekseweg. Na afloop van de wandeling (zo’n anderhalf uur) kan je daar even verpozen of een maaltijd of een snack nemen. Wat langs de straatkant een “baancafé” lijkt, verbergt achter zijn muren een verzorgde keuken, weliswaar met beperkte menukaart maar met een uitgebreid aanbod van streek- en andere bieren.  Continue reading

Abdij Ten Putte in Gistel

IMG_1575In Gistel, op amper 10 km van Oostende en van de kust, ligt de Abdij Ten Putte. Toeristen die even de drukke kustgemeenten en stranden beu zijn, vinden daar een oase van rust midden een agrarisch gebied. Ongerept is het landschap niet helemaal want enkele honderden meters daar vandaan loopt de snelweg Jabbeke – Calais. De geluidshinder op de achtergrond is gelukkig heel beperkt.

Een bezoekje, vooral op een mooie zonnige zomerdag, is een aanrader. In de maand is juli is het bijzonder druk in Ten Putte: op 6 juli wordt de feestdag van Sint-Godelieve gevierd en gaat de Sint-Godelieveprocessie in Gistel uit. Heel de maand lang komen bedevaarders “dienen” (= een bedevaart doen) in de abdij. In de maand augustus en zeker in het voor- en najaar is het er heel wat rustiger. Continue reading

Wandelroute Rooigemsebeek

13km in totaal – ongeveer de helft afgelegd
Mullem – Lede – Huise
zondag 7 augustus 2016

Toerisme Oost-Vlaanderen D/2008/0332/5

DSC_6366De wandeling loopt feitelijk over drie fusiegemeenten: Oudenaarde, Kruishoutem en Zingem. Een mooie wandeling in de natuur rond drie typische dorpjes, met goed uitgestippelde en gemakkelijk begaanbare wandelpaden. Dorpjes en streek zonder pretentie, prachtige vergezichten en pure natuur maar zonder spectaculair erfgoed. Stukken van het parcours worden ook gebruikt door wielertoeristen, wat een ongemak is.

We vertrekken aan de gemeenteschool van Mullem waarvan het historisch centrum ook “het okergele dorp” heet en in een dal ligt. Tegenwoordig is het een deelgemeente van Oudenaarde. De Romaanse toren van de Sint-Hilariuskerk dateert uit de twaalfde eeuw, de rest van de kerk uit het begin van de 17de eeuw. Nadien werden nog verbouwingen aangebracht.

 DSC_6362  DSC_6370
 DSC_6368  DSC_6369

Het omwalde kasteel aan de overkant van de kerk is verdwenen en vervangen door een landhuis.

In het dorp zijn er twee restaurants, waarvan één blijkbaar gesloten voor overname. De Kroon gaat pas open na 11 uur, voordien is er in het dorp geen mogelijkheid voor een plasstop of voor een kop koffie. Spijtig. Continue reading

De oorlog van de frontschilders

IMG_1406In de recent ingerichte panoramazaal van Westfront Nieuwpoort, onder het monument van Albert I aan de IJzersluizen, loopt nog tot juni 2017 een tijdelijke tentoonstelling van werk van de zogenaamde “frontschilders”, dit zijn schilders, in de meeste gevallen oorlogsvrijwilligers of gemobiliseerde soldaten, die tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben geschilderd in of in de buurt van Nieuwpoort.

Al vóór de Eerste Wereldoorlog werkten daar een aantal schilders. Gebouwen en taferelen uit dat typisch Vlaams vissersstadje waren toen al een geliefkoosd onderwerp van deze artistes-peintres. Enkelen onder hen zouden als militair hun artistiek werk verderzetten tijdens de vijandelijkheden. Maar hun inspiratie lag nu elders. Nu ging de aandacht naar het veranderd uitzicht van de stad waarvan de gebouwen door het oorlogsgeweld zwaar waren beschadigd of weggeveegd, een spookstad waaruit de bevolking was vertrokken. Op het schilderdoek kwamen voortaan desolate landschappen, gebombardeerde gebouwen, loopgrachten en-bruggen, afgeknakte bomen en soldaten die zich een weg banen door een troosteloos landschap.

Er waren ook “militaire kunstschilders” bezig in Lo en De Panne. Maar door de aanwezigheid van prominente artiesten als Alfred Bastien en Maurice Wagemans kreeg de Nieuwpoortse groep meer bekendheid. De groep werd ook officieel erkend en was een onderdeel van de Section documentaire artistique de l’Armée en campagne. Zeg maar: de propaganda dienst die het oorlogsgebeuren voor het nageslacht vastlegde. Eigenaardig dat naast foto- en cinematografie, media die nochtans al ruim verspreid waren, de traditionele schilderkunst nog altijd in aanmerking kwam om de herinnering aan het krijgsgebeuren vast te leggen. De Nieuwpoortse groep werkte in een kelder die ze met allerlei achtergelaten spullen als schildersatelier had ingericht. Naar wat Luc Filliaert schrijft in zijn boek, zou dat groepje rond de Section documentaire, die militair was gestructureerd en met patriottische bedoelingen in het leven was geroepen, een eerder Brussels kransje geweest zijn en was het voor een Vlaamse kunstenaar als bv. Joe English bijzonder moeilijk om bij die groep aan te sluiten. Continue reading

Het proces tegen Wilhelm II

Hans Andriessen, e.a.
Lannoo, Tielt, 520 p.
ISBN 978 94 014 29832 

Proces Wilhelm IINa zijn troonsafstand in 1918 is Wilhelm II in ballingschap vertrokken naar het Nederlandse Doorn. De geallieerden hebben zijn uitlevering gevraagd, wat Nederland, dat neutraal was tijdens de Eerste Wereldoorlog, altijd heeft geweigerd.

Naar analogie met wat gebeurde na de Tweede Wereldoorlog, heeft een ploeg bestaande uit historici en juristen een denkbeeldig proces van Wilhem II laten plaatsvinden in de vroege jaren 1920. De schriftelijke neerslag vindt men in deze publicatie. Hamvragen zijn: liet het internationaal recht zoals het gecodificeerd was ca 1920 wel toe dat een ex-keizer werd uitgeleverd en internationaal berecht? Was de keizer persoonlijk verantwoordelijk voor al wat zich in het oorlogsgebeuren had afgespeeld?

We laten het juridisch luik van het werk ter zijde en beperken ons tot enkele interessante statements  van de “verdediging”, o.a. betreffende de verantwoordelijkheid voor het uitbreken van de oorlog, de inval in België, de wreedheden begaan tijdens de opmars en natuurlijk ook voor de duikbotenoorlog waarbij heel wat onschuldige burgers het leven lieten.

De Duitsers, en de keizer persoonlijk, als enige schuldige aanwijzen voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, was voor de “verdediging” onaanvaardbaar. Dit berust op een mythe die de geallieerden, de eindoverwinnaars dus, gecreëerd hebben, zegt ze. Vooral de Britten treft schuld. Ze wilden de voornaamste economische wereldmacht blijven en konden moeilijk dulden dat een recent verenigd Duitsland als kaper op de kust verscheen, zijn deel van de internationale handel opeiste en een koloniale macht werd. Om dit te verwezelijken moest Duitsland zowel zijn handels- als oorlogsvloot verder uitbouwen, wat een doorn in het oog  van het Brits imperialisme was.  Continue reading

De activistische beweging in Oostende

Deel 1: verschenen in Biekorf, jaargang 2016, nummer 2
Deel 2: te verschijnen in Biekorf, jaargang 2016, nummer 3

Ontstaan en ontwikkeling van het activisme[1] 

Eugeen van Oye, de best gekende Oostendse activist maar niet de echte voorman …

Als een gevolg van het gewijzigd kiessysteem[2] slaagde de Vlaamse Beweging er na de eeuwwisseling steeds minder in om via parlementaire weg haar eisen te realiseren. Vanaf eind 1914 probeerden flaminganten, activisten[3] genoemd, de Duitse bezetter voor hun kar te spannen voor het realiseren van hun programma: de vernederlandsing van de Gentse Franstalige universiteit, gebruik van het Nederlands in gerecht, bestuur en onderwijs en een vorm van zelfbestuur voor Vlaanderen. De meest radicale vleugel waren de Jong-Vlamingen, een beweging in Gent opgericht door de Nederlandse dominee Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nijegaard (1870 – 1955)[4]. Ze beoogden de verdwijning van het “wangedrocht België”, de administratieve scheiding van Vlaanderen en Wallonië op basis van de taalgrens en de inlijving van Frans-Vlaanderen. Over hoe Vlaanderen er na de Duitse eindzege zou moeten uitzien, liepen de meningen uiteen: sommige Jong-Vlamingen streefden de volledige onafhankelijkheid van Vlaanderen na, anderen wilden Vlaanderen integreren binnen het Duitse Rijk, nog anderen binnen een bond van Germaanse staten. Domela wist dat er voor een Groot-Nederland weinig steun was in het Noorden.

De Duitsers namen de voornaamste activistische eisen over in hun eigen Flamenpolitik[5]. Zo hoopten ze niet alleen Vlaanderen definitief in hun invloedssfeer te zullen houden maar ook hun blazoen bij de Vlamingen op te smukken na de vele wreedheden tijdens hun opmars begaan, hun mateloze opeisingen, de deportaties en de verplichte arbeid in Duitsland. Dat koning Albert aan het IJzerfront en de Belgische regering in Le Havre halsstarrig weigerden te beloven na de oorlog aan de Vlaamse verzuchtingen tegemoet te komen, speelde in de kaart van zowel de activisten als de Duitsers. Continue reading

‘De laatste boot’, roman van Frans Van den Weghe

Na activisme en vier jaar oorlog, weer hoop op een betere toekomst 

Verschenen in De Plate, jaargang 2016, nummer maart

Het activisme in Oostende en Frans Van den Weghe

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wilden de activisten met de steun van de Duitse bezetter[i] een aantal Vlaamse eisen realiseren, o.a. de volledige vernederlandsing van het middelbaar en hoger onderwijs en zelfbestuur voor Vlaanderen.  Stadsbibliothecaris Eugeen Everaerts en dokter-dichter Eugeen van Oye waren de plaatselijke voortrekkers van het activisme. Er was ook een harde kern leraars actief in het Oostends atheneum: Leo Van den Bogaert, Jérome Decroos, Marie-Joseph Grauls en Frans Van den Weghe[ii]. Parallel met de opkomst van het activisme, ontstond aan de IJzer de Frontbeweging, een antwoord van de Vlaamse piotten op de vele vernederingen door het Franstalig officierenkorps. Uiteindelijk zouden activisme en Frontbeweging elkaar vinden en na de oorlog opgaan in de Frontpartij.

Frans Van den Weghe (Sint-Jans-Molenbeek 1868 – Eindhoven 1937)[iii], studeerde Germaanse filologie in Gent waar hij ook actief was in de flamingantische vrijzinnige studentenbeweging. In 1892 werd hij aangesteld als leraar aan het Oostends atheneum en aan de zeevaartschool. In 1897 stond hij samen met Everaerts aan de wieg van de Oostendse afdeling van het Algemeen Nederlands Verbond. Zowel in het atheneum als in de activistische beweging was Van den Weghe de kompaan en rechterhand van Leo Van den Bogaert met wie hij in 1915 het Zevenpunten Programma van de Jong-Vlaamse Beweging[iv] onderschreef. Volgens zijn collega Gustaaf Lefèvre[v], liet zijn gezag bij de leerlingen te wensen over en genoot hij weinig respect vanwege zijn nauwe contacten met de bezetter, net als Van den Bogaert trouwens. Hij zou bovendien een alcoholprobleem hebben gehad, wat hijzelf later heeft ontkend. Als activist ijverde hij voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit en, eens het zover was, was hij ook aanwezig bij de opening ervan. In 1918 organiseerde hij talrijke meetings in Oostende en omgeving en nam er ook het woord. In het spoor van Leo Van den Bogaert en door toedoen van de bezetter, werd hij in 1917 waarnemend prefect van het atheneum maar kort erna weer afgezet na een protestactie van de leerlingen. Hij was ook lokaal correspondent van het activistisch dagblad Gazet van Brussel. Op 8 november 1918 werd hij als leraar geschorst en bij KB van 1 december 1919 met terugwerkende kracht definitief uit het ambt gezet[vi]. Continue reading

De Afdaling in de Hel

Ian Kershaw
De afdaling in de hel
Spectrum 2014

Europa tussen 1914 tot 1949. Een continuüm van oorlog met een rustpauze tussen 1918 en 1939.

KershawDe Russische revolutie en nadien het Verdrag van Versailles maakten een einde aan de multi-etnische monarchieën uit Centraal en Oost-Europa. In de plaats kwamen nieuwe, meestal ook multi-etnische staten, die, met uitzondering van de Sovjet Unie, aanvankelijk opteerden voor de liberale democratie. In de loop van het interbellum, verdween de democratie zo goed als overal of werd ze onder de voet gelopen door totalitaire regimes als nazi-Duitsland of Sovjet-Rusland.

De liberale democratie overleefde alleen in West-Europa. De leiders van Frankrijk en de UK waren echter zwak en door hun angst om mogelijk een nieuwe oorlog te ontketenen waarop ze toen militair niet voorbereid waren, speelden ze in de kaart van Hitler die ze lieten begaan o.a. in Oostenrijk en Tsjecho-Slovakije. Pas op 1 september 1939, toen Hitler Polen binnenviel, vonden ze dat het welletjes was geweest. Daarbij komt dat de US zich politiek had geïsoleerd en teruggetrokken uit Europa. De US was zelf geen lid van de Volkerenbond waarop Europa aanvankelijk had gerekend als een soort regulator van de naoorlogse wereldorde.

De Tweede Wereldoorlog had als gevolg dat de etnische conflicten voor een stuk van de baan waren in Centraal Europa. De Endlösung en de naoorlogse emigratie naar Isräel had het Jodenvragstuk opgelost en, door bevolkingsuitwisseling en het verdrijven van de ethnische Duitsers uit Centraal en Oost-Europa, waren de herrezen staten minder multi-etnisch geworden. De bezetting van Oost-Europa door de Sovjets en de Amerikaanse aanwezigheid in West-Europa zorgden voor een nieuwe opdeling van ons continent. De nieuwe Europese orde die rond 1949 tot stand zou komen met de oprichting van de NATO, het Warschaupact, de Marshallhulp en de opsplitsing van Duitsland zou voortduren tot ca 1990 toen de Sovjet-Unie opnieuw Rusland werd en zich terugtrok uit de vroegere satellietstaten. Die periode reserveert Kershaw voor het tweede deel van zijn werk.

Het boek van Ian Kershaw werd door Marc Reynebeau aangegeven als het beste boek van 2015. Hij publiceerde er ook een recensie over in de DS:  ‘Duitsland bewijst dat je kan leren uit het verleden’ 

 

Het verlies van België

Johan Op de Beeck
Het verlies van België
Horizon, 2015

Verlies BelgieGebeurtenissen in Brussel en België in de periode augustus 1830 – 1831. Prachtig historisch verhaal dat door de auteur bovendien magistraal werd naverteld op Radio Klara. We schrijven wel “historisch verhaal” omdat we het boek moeilijk als een historisch monografie stricto sensu durven betitelen.

Het werk telt een kleine 450 bladzijden en 264 eindnoten met summiere bronverwijzing, dus minder dan één verwijzing per bladzijde. Dat vinden we nogal magertjes en dit maakt het werk ook onbetrouwbaar om zelf naartoe te refereren. In de bibliografie is er geen verwijzing naar archiefmateriaal. Er zijn enkele recente publicaties opgenomen (o.a. van Herman Balthazar, Gita Deneckere, Jeroen Koch en Els Witte) maar ook heel wat gedateerd materiaal. Naast deze secundaire bronnen, komt de voornaamste informatie van Op de Beeck uit de memoires en de correspondentie van de hoofdrolspelers, o.a. van De Potter en Gendebien. Dit roept al dadelijk de vraag op naar de graad van betrouwbaarheid van die laatste bronnen, vooral als niet wordt gedubbelcheckt in archiefmateriaal of in andere historische werken en/of in de geschriften of memoires van andere spelers in het gebeuren.

Louis De Potter is duidelijk de centrale figuur van heel dit historisch verhaal. Een centrale figuur of een hoofdpersonage is nu eenmaal een romantechnisch gegeven of must. Vraag is echter of De Potter in werkelijkheid die rol heeft gespeeld en of hij het gewicht verdient dat hij zichzelf heeft toegeëigend in zijn memoires en geschriften, gewicht dat Op de Beeck hem probleemloos gunt in zijn verhaal. Te meer dat De Potter niet in Brussel was toen de rellen uitbraken en nadien ook vlug opnieuw van het politiek toneel is verdwenen. Het is een vaststaand feit dat er toen wel een republikeinse stroming was.  Maar wat was haar gewicht in vergelijking met de beweging van de patriotten en van de orangisten? Ook vinden we dat Op de Beeck te weinig aandacht besteedt aan de rol die de grote mogendheden en het Congres van Londen hebben gespeeld in het conflict tussen het Noorden en het Zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Precies of ze van aan de andere kant van het universum stonden te kijken naar de kronkels en de capriolen van De Potter en de andere spelers.

En wat het gedachtengoed van De Potter betreft, kan je gerust de bedenking maken dat de zeer liberale grondwet van onze monarchie gerust de vergelijking kan doorstaan met deze van een republiek. Wat was dan de meerwaarde van een republiek? Continue reading