Het verlies van België

Johan Op de Beeck
Het verlies van België
Horizon, 2015

Verlies BelgieGebeurtenissen in Brussel en België in de periode augustus 1830 – 1831. Prachtig historisch verhaal dat door de auteur bovendien magistraal werd naverteld op Radio Klara. We schrijven wel “historisch verhaal” omdat we het boek moeilijk als een historisch monografie stricto sensu durven betitelen.

Het werk telt een kleine 450 bladzijden en 264 eindnoten met summiere bronverwijzing, dus minder dan één verwijzing per bladzijde. Dat vinden we nogal magertjes en dit maakt het werk ook onbetrouwbaar om zelf naartoe te refereren. In de bibliografie is er geen verwijzing naar archiefmateriaal. Er zijn enkele recente publicaties opgenomen (o.a. van Herman Balthazar, Gita Deneckere, Jeroen Koch en Els Witte) maar ook heel wat gedateerd materiaal. Naast deze secundaire bronnen, komt de voornaamste informatie van Op de Beeck uit de memoires en de correspondentie van de hoofdrolspelers, o.a. van De Potter en Gendebien. Dit roept al dadelijk de vraag op naar de graad van betrouwbaarheid van die laatste bronnen, vooral als niet wordt gedubbelcheckt in archiefmateriaal of in andere historische werken en/of in de geschriften of memoires van andere spelers in het gebeuren.

Louis De Potter is duidelijk de centrale figuur van heel dit historisch verhaal. Een centrale figuur of een hoofdpersonage is nu eenmaal een romantechnisch gegeven of must. Vraag is echter of De Potter in werkelijkheid die rol heeft gespeeld en of hij het gewicht verdient dat hij zichzelf heeft toegeëigend in zijn memoires en geschriften, gewicht dat Op de Beeck hem probleemloos gunt in zijn verhaal. Te meer dat De Potter niet in Brussel was toen de rellen uitbraken en nadien ook vlug opnieuw van het politiek toneel is verdwenen. Het is een vaststaand feit dat er toen wel een republikeinse stroming was.  Maar wat was haar gewicht in vergelijking met de beweging van de patriotten en van de orangisten? Ook vinden we dat Op de Beeck te weinig aandacht besteedt aan de rol die de grote mogendheden en het Congres van Londen hebben gespeeld in het conflict tussen het Noorden en het Zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Precies of ze van aan de andere kant van het universum stonden te kijken naar de kronkels en de capriolen van De Potter en de andere spelers.

En wat het gedachtengoed van De Potter betreft, kan je gerust de bedenking maken dat de zeer liberale grondwet van onze monarchie gerust de vergelijking kan doorstaan met deze van een republiek. Wat was dan de meerwaarde van een republiek? Continue reading

Onverfranst, onverduitst?

Lode Wils
Onverfranst, onverduist?
Flamenpolitik, Activisme, Frontbeweging
Kalmthout, Pelckmans, 2014

In 1974 publiceerde Lode Wils Flamenpolitik en aktivisme. Vlaanderen tegenover België in de Eerste Wereldoorlog. Veertig jaar later bezorgt hij ons een remake. Zijn visie is niet fundamenteel veranderd, wel hier en daar genuanceerder door het vooruitschrijdend inzicht en als gevolg van publicaties die nadien zijn verschenen. Wel is het zo dat de auteur nu expliciet een derde element aan zijn studie heeft toegevoegd, nl. de Frontbeweging.

De oorzaak van het Activisme legt Wils bij het stokken na 1900 van de taalwetgeving en het niet inwilligen van een aantal rechtmatige Vlaamse verzuchtingen. Waar voordien de Katholieke Partij, die Vlaams voelender was dan de Liberale, erin was geslaagd om een aantal Vlaamse eisen door het parlement te loodsen, was dit niet meer zo evident na de wijziging van het kiesstelsel als gevolg van de invoering van het algemeen meervoudig mannenstemrecht en de evenredige vertegenwoordiging en de opkomst van de socialistische partij. Om een meerderheid te krijgen was nu de steun nodig van de antiklerikalen, die minder Vlaams georiënteerd waren, en van Waalse verkozenen. Daarnaast was er ook de aanstelling als aartsbisschop van de rabiate Vlaminghater Désiré-Joseph Mercier.

Al vóór de Duitse inval van augustus 1914 leefde in flamingantische middens de denkpiste van bestuurlijke scheiding. Ook vond men in die middens adepten van de alldeutsche en völkische  denkbeelden die verwezen naar de natuurlijke en historische verbondenheid tussen verwante Germaanse volkeren.

Eveneens vóór de inval droomde de Duitse generale staf van een sterke aanwezigheid aan de Noordzeekust, als tegenpool voor de Engelse invloed en macht op het vastenland. Continue reading

100 jaar geleden schreef Sylvain Van Praet in zijn dagboek


14 oktober 1914 was de eerste dag van de Duitse bezetting. Hier komen elke dag in eigen vertaling de gebeurtenissen verteld door de Oostendse stadsbediende Sylvain Van Praet die zijn onuitgegeven dagboek - The occupation of Ostend by the Germans – in het Engels bijhield tot aan de bevrijding van de stad in oktober 1918. Veel leesgenot.

 

Afkortingen en tekens

Dagboek Van Praet 1914

Dagboek Van Praet 1915

Dagboek Van Praet 1916

Dagboek Van Praet 1917

Dagboek Van Praet 1918

Oostende, Donderdag 19  - Vrijdag 27 Juli 1917.

Sedert het fameuze Duits offensief van 9 en 10 juli werden al driehonderd Duitsers begraven op het nieuw kerkhof. Er liggen daar nu meer dan tweeduizend Duitse gesneuvelden.

De twaalf Oostendse geestelijken die door de Kommandantur verplicht werden Oostende te verlaten, kwamen op 22 juli terug uit hun ballingsoord. Ondertussen ontving de Kommandantur een lijst met namen van ca 260 geestelijken die momenteel in Oostende verblijven.

Tegen 14 augustus moet de stad 19 000 kg nieuwe aardappelen leveren. Zolang dat niet is gebeurd, blijft de hele oogst geconfisqueerd.

De laatste dagen moesten we een nieuwe klap incasseren: de Duitse opmars aan het Russisch front terwijl de interne toestand in Duitsland danig is verslechterd. Dit heeft veel mensen in verwarring gebracht.

Met een tussentijd van één à twee weken, ontvangen we vanuit Holland brood voor onze bevolking. En of de inwoners daarmee tevreden zijn! We krijgen ook verse vis uit Holland maar niet zo vaak.

De 25ste was er ’s morgens alarm en niemand mocht de straat op. Na één uur werd het afgeblazen.

Sinds het Duits offensief in Lombardzijde de 10de van deze maand wordt aan dat front een artillerieartilleriegevecht geleverd zoals we het nog nooit hebben meegemaakt. Volgens Duitse soldaten is dit gevecht zelfs niet te vergelijken met wat voorafging aan het offensief aan de Somme. Naar diezelfde soldaten beweren, zal het front in Vlaanderen heel binnenkort het toneel worden van tragische gebeurtenissen.

© Vertaling John Aspeslagh. Tekst overnemen kan mits bronvermelding.

Over de eerste oorlogsweken:

Biografie Hugo Verriest

Romain Vanlandschoot
Tielt, Lannoo 2014
616 p.

Deze lijvige en heel complete biografie zou kunnen doorgaan als een dubbele of zelfs driedubbele biografie. Hugo Verriest, de West-Vlaamse priester, is uiteraard de centrale figuur maar ook Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach worden voortdurend opgevoerd. Gezelle was de leraar van Verriest in het Roeselaarse Klein Seminarie en Albrecht Rodenbacht was er zijn leerling. Het Klein Seminarie komt voortdurend terug want het is de plaats waar de drie elkaar hebben ontmoet en waar vriendschap voor het leven werd gesmeed.

Toch zien we dat Verriest ideologisch dichter staat bij zijn leerling dan bij zijn leraar. De vriendschap tussen Gezelle en Verriest werd wel nooit verbroken, maar kende wel enkele dipjes. De bewondering van Verriest voor zijn oude meester bleef al die jaren ongerept. Ze waren het wel niet eens over het West-Vlaams als standaardtaal . Waar Gezelle opteerde voor het West-Vlaams model, trok Verriest resoluut de kaart van het algemeen Nederlands en voor aansluiting met het Noorden. Het particularisme van Gezelle was bovendien door ideologische motieven ingegeven, nl. de vrees dat de protestantse invloed vanuit het Noorden het katholieke Vlaanderen zou overspoelen. Continue reading

Korsele of de Geuzenhoek van Horebeke

Horebeke ligt op een tiental kilometers van Oudenaarde. Deze fusiegemeente omvat drie kernen: Sint-Maria-Horebeke, Sint-Kornelis-Horebeke en Korsele, beter bekend als de Geuzenhoek.

Geuzenhoek is ook de naam van een wandelroute in de Vlaamse Ardennen. De route is uitgegeven door Toerisme Oost-Vlaanderen[1] en is 14 km lang. Ze kan gemakkelijk in twee delen worden opgesplitst.

Wie minder goed te been is, kan de wagen achterlaten aan de kerk van Sint-Maria-Horebeke en zo’n halve kilometer te voet via een landweg (de Ketse) wandelen naar de kerk van Sint-Kornelis-Horebeke. Je kan dan terugwandelen via dezelfde weg of iets langer via de Koekoekstraat en de Kullaarsweg. Continue reading

West-Vlamingen in de Nederlandse Tweede Kamer (1815 – 1830)

Eerste deel van bijdrage verschenen in Biekorf van maart 2015

Hun beperkte biografieën verschenen in Biekorf van juni 2015

Leonard du Bus de Gisegnies

Tweehonderd jaar geleden, op 21 september 1815, had niet in Den Haag maar in de gotische zaal van het Brusselse stadhuis de plechtige installatie van de Staten-Generaal plaats. Willem I (1772-1843)[1] hield er een openingstoespraak in het Nederlands waarin hij herinnerde aan de bloeiperiode van de Nederlanden onder  Karel V.  De vorst begaf zich daarna naar het Koningsplein om de eed op de grondwet af te leggen. De voorzitters van Eerste en Tweede Kamer kwamen vervolgens aan de beurt[2]. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was geboren. Van het koningschap van Willem I onthouden we voornamelijk de opleving van de economie en de handel in onze gewesten, zijn inspanningen om, los van de invloed van de Kerk, degelijk onderwijs te organiseren en natuurlijk ook zijn maatregelen om, na bijna een kwarteeuw Franse overheersing, van het Nederlands weer de bestuurstaal te maken in het Diets gedeelte van de zuidelijke Nederlanden. Continue reading

Het Gezellemuseum in Brugge

Het Gezellemuseum bevindt zich, hoe kan het ook anders, in Brugge, aan de Rolweg 64. In feite is dit het geboortehuis van de dichter. Vader Gezelle was hier hovenier en gebruikte de tuin als planten- en boomkwekerij. Het domein was ook veel groter dan wat er vandaag overblijft van de tuin en de woning.. De familie Gezelle was geen eigenaar van het huis, vader was conciërge van de rijke familie die in de zomer een deel van het huis bewoonde.

Gezelle is er geboren en heeft er het grootste deel van zijn jeugd doorgebracht. Na zijn lagere middelbaar verliet hij Brugge om de hogere leerjaren te volgen in Roeselare. Dat was toen ongeveer het moment waarop vader en het gezin verhuisde naar een andere woning in de omgeving. Continue reading

Het Frontparadijs in Gent …

Heinrich Wandt
Het Frontparadijs
Oorlogsrelaas van een Duitse soldaat in bezet Gent
Hannibal, 2014
285 blz.

Het Frontparadijs maakt deel uit van de talrijke publicaties in het kader van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Het geschrift is niet nieuw want de oorspronkelijke Duitse versie werd al in de jaren twintig gepubliceerd. De auteur werd toen ook meermaals vervolgd voor eerroof. Die processen werden ingespannen door de voormalige Duitse, vooral Pruisische officieren die de auteur zonder scrupules aan de schandpaal had genageld in zijn boek.

Wandt was niet om het even wie. Ideologisch was hij socialist, sociaaldemocraat om precies te zijn, en vandaar antimilitarist en pacifist. Toen hij vlak vóór de oorlog opgeroepen werd voor de militaire dienst, deserteerde hij maar meldde zich na enkele tijd terug aan. Hij verhuisde naar een Duitse vestinggevangenis die hij na enkele maanden al inwisselde voor het front in het Ieperse. Om gezondheidsredenen werd hij naar Gent overgeplaatst dat naast Tielt functioneerde als centrum van het zo geheten etappegebied, het hinterland van de operatiezone aan de IJzer en de kust.

Voor de oorlog had hij heel wat gereisd en verbleef hij een tijdje in Parijs waar hij in de socialistische milieus rond Jaurès werd opgemerkt. Eén van zijn grootste ontgoochelingen was de onmacht van de Franse en Duitse socialisten om door gezamenlijke actie de oorlog te vermijden. Die mislukking was voor hem een stimulans om het ware gelaat van het Pruisisch militarisme te laten zien en aan te klagen. Continue reading

Frankrijk rijdt zich te pletter

Eric Zemmour
Le suicide français
Albin Michel 2014

534 p.

Mei 1968 vormt een breuklijn in de recente Franse geschiedenis. De Gaulle nam pas ontslag in april 1969 maar na de revolte van mei 1968, uitgelokt door de studenten en waarop arbeiders, syndicaten en linkse politieke partijen nadien inspeelden, was de Gaulle niet meer dezelfde als voorheen. “Dix années, ça suffit”, klonk het toen.

In de periode van 1958 tot 1968, de jaren dat de Gaulle echt het beleid bepaalde, streefde de Franse rechtse meerderheid naar een maximum aan autonomie en onafhankelijkheid t.o.v. andere landen en/of internationale instanties.

“Europa” was toen nog de EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) en niet de Euromarkt of de Europese Unie, de vrijhandelsassociatie die het na het toetreden van de Britten meer en meer geworden is. De Gaulle had de toetreding van Groot-Brittannië consequent tegengehouden maar na zijn aftreden en overlijden (1970) hebben zijn opvolgers Pompidou, Giscard en Mitterrand duidelijk het geweer van schouder veranderd.

Zelfde streven van de Gaulle naar onafhankelijkheid op militair en diplomatiek vlak: uitbouw van een eigen atoom strijkkracht (Force de frappe) en het eigen militair apparaat dat onttrokken werd aan het overkoepelend commando van de NATO. Eigen koers los van de VS i.v.m. de buitenlandse politiek, met o.a. de erkenning van de Chinese Volksrepubliek.  Continue reading