De activistische beweging in Oostende

Deel 1: verschenen in Biekorf, jaargang 2016, nummer 2
Deel 2: te verschijnen in Biekorf, jaargang 2016, nummer 3

Ontstaan en ontwikkeling van het activisme[1] 

Eugeen van Oye, de best gekende Oostendse activist maar niet de echte voorman …

Als een gevolg van het gewijzigd kiessysteem[2] slaagde de Vlaamse Beweging er na de eeuwwisseling steeds minder in om via parlementaire weg haar eisen te realiseren. Vanaf eind 1914 probeerden flaminganten, activisten[3] genoemd, de Duitse bezetter voor hun kar te spannen voor het realiseren van hun programma: de vernederlandsing van de Gentse Franstalige universiteit, gebruik van het Nederlands in gerecht, bestuur en onderwijs en een vorm van zelfbestuur voor Vlaanderen. De meest radicale vleugel waren de Jong-Vlamingen, een beweging in Gent opgericht door de Nederlandse dominee Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nijegaard (1870 – 1955)[4]. Ze beoogden de verdwijning van het “wangedrocht België”, de administratieve scheiding van Vlaanderen en Wallonië op basis van de taalgrens en de inlijving van Frans-Vlaanderen. Over hoe Vlaanderen er na de Duitse eindzege zou moeten uitzien, liepen de meningen uiteen: sommige Jong-Vlamingen streefden de volledige onafhankelijkheid van Vlaanderen na, anderen wilden Vlaanderen integreren binnen het Duitse Rijk, nog anderen binnen een bond van Germaanse staten. Domela wist dat er voor een Groot-Nederland weinig steun was in het Noorden.

De Duitsers namen de voornaamste activistische eisen over in hun eigen Flamenpolitik[5]. Zo hoopten ze niet alleen Vlaanderen definitief in hun invloedssfeer te zullen houden maar ook hun blazoen bij de Vlamingen op te smukken na de vele wreedheden tijdens hun opmars begaan, hun mateloze opeisingen, de deportaties en de verplichte arbeid in Duitsland. Dat koning Albert aan het IJzerfront en de Belgische regering in Le Havre halsstarrig weigerden te beloven na de oorlog aan de Vlaamse verzuchtingen tegemoet te komen, speelde in de kaart van zowel de activisten als de Duitsers. Continue reading

100 jaar geleden schreef Sylvain Van Praet in zijn dagboek


14 oktober 1914 was de eerste dag van de Duitse bezetting. Hier komen elke dag in eigen vertaling de gebeurtenissen verteld door de Oostendse stadsbediende Sylvain Van Praet die zijn onuitgegeven dagboek - The occupation of Ostend by the Germans – in het Engels bijhield tot aan de bevrijding van de stad in oktober 1918. Veel leesgenot.

 

Afkortingen en tekens

Dagboek Van Praet 1914

Dagboek Van Praet 1915

Dagboek Van Praet 1916

Dagboek Van Praet 1917

Dagboek Van Praet 1918

Oostende, Dinsdag 19  - Zondag 24 Februari 1918.

Het op grote schaal bestelen van de burgerbevolking is tegenwoordig schering en inslag. Maar nu zijn Duitse militairen ook nog betrokken bij moordpartijen.

Deze week heeft een Duitse soldaat bijna een heel gezin uitgemoord in Snaaskerke. De man was bij boer Vanmassenhove boter gaan halen en keerde daarna terug naar Oostende in gezelschap van de schoonbroer van Vanmassenhove, Boydens, die eveneens om boter was gekomen Ze hoopten op die manier eventuele problemen met Duitse gendarmen te vermijden. Aan de stadsgrens van Oostende namen de twee afscheid van elkaar en Schlömer, want zo heette de soldaat, keerde op zijn stappen terug naar de boerderij. Daar vertelde hij dat Boydens was aangehouden en dat hij 1000 DM nodig had voor zijn vrijlating. Toen boer Vanmassenhove weigerde op de vraag in te gaan, trok de bandiet zijn revolver en schoot Vanmassenhove neer. De boerin en één van de zonen probeerden nog tussen te komen maar werden op hun beurt neergeschoten. De jongste zoon kon ontsnappen.

De boerin en haar zoon werden levensgevaarlijk gewond. De foto van Schlömer werd op verschillende plaatsen uitgehangen. Vóór de oorlog was hij al gekend als misdadiger en veroordeeld tot vijftien jaar opsluiting. Een echte schande dat Duitsland de deuren van zijn gevangenissen openzet om criminelen toe te laten dienst te nemen in het leger. In andere beschaafde landen is van zoiets geen sprake.  En zeggen dat het al de tweede keer is dat zoiets gebeurt in Snaaskerke.

De 21ste van deze maand werd nog een moord gepleegd, deze keer in Oostende. De heer Daems (?) werd dood aangetroffen in zijn zetel in de kelderverdieping van zijn woning op de hoek van de Aartshertoginne- en de Ooststraat. Zijn hoofd was doorboord met een 4 mm-kogel uit een Duitse revolver.

Het lijkt erop dat het bloed van de Hunnen oververhit geraakt. Er vallen steeds meer  slachtoffers.

© Vertaling John Aspeslagh. Tekst overnemen kan mits bronvermelding.

Over de eerste oorlogsweken:

The Passchendaele Experience

Dit museum dat al enkele jaren bestaat, werd in het vooruitzicht van 2014 volledig heringericht en onlangs officieel geopend door minister Geert Bourgeois. Het bevindt zich in het kasteeldomein van Zonnebeke (Ieperstraat 5), in een streek waar de Eerste Wereldoorlog diepe wonden heeft geslagen. Enkele kilometers verder liggen ook het Polygoonbos, het Tyne Cot Cemetery, het Bayernwald  en nog zoveel andere sites die herinneren aan de “grote oorlog“.

Tijdens het Britse offensief van 1917 werden hier in honderd dagen tijd een half miljoen militairen buiten gevecht gesteld voor een terreinwinst van amper 8 kilometer. Passendale werd zo het symbool van het zinloos oorlogsgeweld. Continue reading

Handzame – Kortemark – Zarren in de Franse pers tijdens de Eerste Wereldoorlog

Duitse troepen houden parade voor de kerk van Kortemark

Sinds enkele jaren heeft de Bibliothèque nationale François Mitterrand de belangrijkste Franse kranten gedigitaliseerd en beschikbaar gesteld via het Gallica-platform. We waren nieuwsgierig of Kortemark of één van de deelgemeenten in de collectie voorkwamen. En inderdaad: we vonden zowel vermeldingen van Cortemarck als van Handzaeme en Zarren, voornamelijk in de oorlogsjaren 1914 t/m 1919.

Meestal zijn het zakelijke communiqués uitgaande van de Franse, Britse of Belgische militaire overheid. Een vijftiental redactionele teksten dateren voornamelijk uit het eerste en het laatste oorlogsjaar. In 1914 werd vooral nieuws verzameld uit Nederlandse[1] kranten. De berichten zijn opgesteld vanuit propagandaoogpunt en geven uiteraard het standpunt van de geallieerden weer. Hoe de Duitsers zelf aankeken tegen deze gebeurtenissen, vernemen we uiteraard niet.

Aantal vermeldingen in

1914

1915

1916

1917

1918

1919

TOTAAL

La Croix

2

2

9

2

1

16

La Presse

2

2

Le Figaro

3

2

5

Le Gaulois

1

4

10

15

Le Petit Parisien

1

2

3

3

2

11

Le Temps

2

3

10

1

16

L’Humanité

1

5

6

Ouest-Eclair

1

1

1

3

 

6

12

10

37

8

1

74

Vermelde gebeurtenissen betreffende
Handzame

1

2

5

1

3

12

Kortemark

4

7

14

3

1

29

Zarren

2

2

4

3

11

 

5

11

7

19

9

1

52

Volgende gebeurtenissen of krijgsverrichtingen komen aan bod:

Handzame: beschieting Handzamevaart, burgemeester terechtgesteld in 1914, troepenbewegingen rond Handzame, beschieten van het vliegveld.

Kortemark: burgerslachtoffers, ontploffing van munitieopslagplaats in 1919, vermeende spionageactiviteit, luchtaanvallen op spoorwegknooppunt en station, troepenbewegingen.

Zarren: beschietingen, spoorweg en station gebombardeerd, troepenbewegin­gen, vliegtuig en Duitse ballons neergehaald.

De meest vermelde wapenfeiten betreffen de geallieerde luchtaanvallen op de het station en het spoorwegknooppunt van Kortemark, gevolgd door de veelvuldige luchtaanvallen op het vliegveld van Handzame. De terechtstelling van de burgemeester van Handzame in het begin van de oorlog en de gijzeling van pastoor Blancke en onderpastoor Barras in 1915 – als gevolg van de vermeende spionageactiviteit van Alidor Van Damme – moeten het gewelddadig karakter van de Duitse bezetting aantonen en de afkeer van de lezers opwekken.

1917 spant de kroon met 37 vermeldingen van 19 verschillende krijgsverrichtingen, voornamelijk bombardementen op het station van Kortemark.

Volledige tekst met overzicht van de krijgsverrichtingen 1914-1919:
Kortemark in Franse kranten

© John Aspeslagh


[1] Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal. De Nederlandse kranten hadden correspondenten in het bezette België.