Een vergeten ooggetuige in Oostende tussen 21 en 26 oktober 1914

IMG_20191120_0002

De bijdrage over Sven Hedin en de eerste oorlogsmaand in Oostende en gepubliceerd in De Plate, jaargang 42, nummer 10 (oktober 2014), p. 228-242, is nu ook overgenomen in Schrapnel, The Western Front Association België, nummer vierde kwartaal 2019.p. 11-24.

 

 

 

IMG_20191120_0003

 Lees verder

 

Hechte vriendschap in barre tijden De naoorlogse correspondentie tussen Eugeen van Oye en Hugo Verriest

 

Bijdrage verschenen in
WT Wetenschappelijke Tijdingen
jaargang 78, 2019/2 p. 130-53

 

Hechte vriendschap in barre tijden
De naoorlogse correspondentie tussen Eugeen van Oye en Hugo Verriest

“Nam et secundas res splendidiores facit amicitia et adversas, partiens communicansque, leviore”[1]

Cicero, Laelius, De amicitia, 22

Van OyeDPDe bibliotheek van de Gentse Universiteit bezit een vijfhonderdtal brieven geschreven door of gericht aan Eugeen van Oye (1840-1926)[2]. Het oudste exemplaar is van december 1847. Volgens de beheerder werd de collectie nog niet adequaat ontsloten door een gebrek aan middelen. Voor deze bijdrage baseerden we ons op een reeks steekkaarten uit de jaren 1960-1980 met een korte beschrijving van de brieven[3]. Enkele brieven werden niet, onduidelijk of zelfs verkeerd gedateerd.

Aanvankelijk waren we op zoek naar Van Oye’s correspondentie uit de Eerste Wereldoorlog. We hoopten bijkomende informatie te vinden over zijn rol als (ere)voorzitter van de Jong-Vlaamse activistische beweging, meer bepaald die binnen de Oostendse groepering. Het was ook in die jaren dat Van Oye zich liet meeslepen door meer radicale voormannen uit de beweging, met name dominee Derk Jan Domela Nieuwenhuis Nyegaard (1870-1955) en de Bruggeling Emile Dumon (1862-1948)[4], relaties die naderhand weer bekoelden. Helaas bevat het archief geen relevante stukken uit die jaren. Continue reading

René Van Oye en het landbouwonderwijs in de 19de eeuw

Bijdrage verschenen in Biekorf
jaargang 2019, maart, pp. 86-89

In de bijdrage over de aardappelziekte[1] eerder verschenen in Biekorf, wijdt de auteur enkele regels aan de Torhoutse geneesheer René Van Oye, tevens leraar aan de plaatselijke Landbouwschool van de Staat opgericht in 1849 en overgeplaatst in 1860.

Toch even vermelden dat René de vader was van dichter-activist Eugeen Van Oye (1840-1926)[2] die zich na zijn studies als dokter in Oostende vestigde. Eugeen was ook de leerling aan wie Guido Gezelle Dien avond en die Rooze opdroeg. In zijn Lijdensgeschiedenis[3] – een soort van curriculum vitae – schreef Eugeen over zijn vader:

René van Oye, geneesheer, Prof. van Scheikunde, technologie en plantkunde aan de Staats- hoogere landbouwschool te Thorhout, stichter en opsteller met dr Jos. Ossieur (mijn moederlijken onkel), geneesheer te Roeselare, van de Annales médicales de la Fl[andre] occidentale. 

Volgens een Kamerverslag[4] uit 1853, werd de Rijkslandbouwschool van Torhout vier jaar eerder opgericht op het gehucht “Berg-op-Zoom”, à une demi-lieue au nord de cette ville, entre le chemin de fer[5] de la Flandre occidentale et la grande route de Thourout à Bruges. In de jaren 1849-52 telde de school zesentwintig leerlingen en vijf leerkrachten, onder wie dokter René Van Oye, deeltijds leraar voor het vak Botanica waarvoor hij een jaarloon van 1500 BEF kreeg. De school bood landbouwonderwijs aan, zowel op “lager” (vandaag zouden we spreken van “secundair”) als op hoger niveau. Hoewel de schoolbevolking stabiel bleef, was het aantal leerkrachten verdubbeld tegen het einde van het decennium. In het verslag[6] voor het schooljaar 1858-59 vinden we de naam van René Van Oye terug. Zijn opdracht omvatte negen wekelijke lesuren, gespreid over zes beurten, voor de vakken Organische en anorganische chemie, Chemische ontledingen en Landbouwtechnologie. In het verslag wordt ook vermeld dat het vak Anorganische Chemie één van de vakken is die “het minst regelmatig werd gegeven”. Continue reading

Leuven Vlaams en januari 1968

Verschenen in ROMANESKE
Tijdschrijft Vlaamse romanisten Leuven, jg. 42 – 2018

KUL-UCL001Zoals het gebruikelijk was in die jaren, begon het academiejaar op de eerste maandag van oktober met een lesvrije dag. De meeste studenten waren zich op dat moment volop aan het installeren en gingen in de Universitaire Hallen het lijvige, tweetalige programmaboek afhalen met aan de ene zijde de Nederlandstalige collegeroosters en achterste voren de Franstalige UCL-pagina’s. Franstaligen en Vlamingen hadden dus allebei gelijk als ze beweerden dat de roosters van hun taalgroep vooraan in het programmaboek stonden!

Toen ik op die bewuste maandag in 1965 terugkeerde van de Hallen naar mijn kamer in de “Just” in de Minderbroedersstraat – eerstejaars kregen absolute voorrang voor een kamer in de “pedagogies” – liep ik even een ondertussen verdwenen tabakswinkel binnen in het straatje tussen de Oude Markt en Parijsstraat. De winkelierster onthaalde mij spontaan op een “Bonjour, monsieur. Vous désirez”? Dat die dame mij in de “eerste landstaal” aansprak, was voor mij geen struikelblok. Aan de kust waren we dat gewend. In het hoogseizoen werden we daar zelfs getrakteerd op volledige Franstalige zondagsmissen. En terwijl ik de bedenking maakte van “Tiens, is dat hier in Leuven ook zoals aan de kust”, hoorde ik de unitaire universiteitsbeiaard vrolijk “Keere weerom, Reuske, Reuske, Keere weerom Reuzegom” spelen. Continue reading

Kapelaan Cyriel Verschaeve

Reactie op:
http://www.standaard.be/cnt/dmf20170817_03022769

VerschaeveIk begrijp niet dat een historicus als Reynebeau geen onderscheid maakt tussen de collaborateur op latere leeftijd en de Verschaeve literator en steunpilaar van de Frontbeweging. Voor dit laatste al verdient hij een straatnaam. En wat de zgn ‘processen’ o.l.v. de krijgsraad in 1945-46 betreft, kent iedereen de sfeer van wraak en vergelding waarin die verliepen. Wie toen de doodstraf of levenslang kreeg, zou er twee jaar nadien met enkele jaren opsluiting vanaf zijn gekomen. Economische collaborateurs vielen zo goed als allemaal uit de boot. Zonder dat ik een fan ben van Leopold II, kan ik niet aannemen dat die man nooit iets goeds zou hebben gedaan. Weeral wordt enkel de Congo-affaire in rekening gebracht. Van een historicus verwacht ik toch wat meer nuance en vooral dat hij niet inspeelt op een plotse hetze gecreëerd door een burgemeester-volksvertegenwoordiger op zoek naar aandacht tijdens de komkommerperiode.
Als Cyriel een straatnaam gekregen heeft in die gemeenten, zal het niet zijn omdat hij op latere leeftijd collaboreerde maar om zijn rol als schrijver en/of zijn betekenis voor de Vlaamse ontvoogding binnen de Frontbeweging.
Wie genuanceerd de historische figuur Verschaeve wil leren kennen, leest best zijn biografie “Kapelaan Verschaeve” door Romain Vanlandschoot verschenen bij Lannoo in 1998 (489 blz).

De eeuw van de macht

Europa 1815-1914
R.J. Evans
Hollands Diep, 1102 bladzijden

Eeuw van de machtToen dit werk begin 2017 in de boekhandel kwam, kreeg het heel wat media-aandacht. In feite is het een vertaling van The pursuit of Power, in 2016 verschenen in de reeks History of Europe van Penguin.

In zijn inleiding verklaart de auteur de titel in het lang en het breed alsook de gevolgde methodiek. Chronologie is niet het allerbelangrijkste. In de ogen van Evans is het “veroveren van de macht” of “macht krijgen over” de rode draad die loopt doorheen de hele 19de eeuw. Ongebruikelijk is zeker zijn aandacht voor wat zich afspeelde in minder gekende of minder centraal gelegen gebieden van Europa als het Iberisch schiereiland, de Balkan, Scandinavië en Oost-Europa. Ook kunst, cultuur, wetenschap, literatuur, filosofie, … hebben een plaats gekregen in het werk.  Daarmee maakt de auteur komaf met de traditionele dominantie in de geschiedschrijving van politieke, diplomatieke en militaire items.

Men kan zich echter de vraag stellen welke de reële invloed op de wereldgeschiedenis was van een paleisrevolutie in Portugal, een hervorming van het kiesstelsel in Scandinavië of een landbouwhervorming in Rusland? Bovendien komen dergelijke gebeurtenissen maar heel summier aan bod. Gelukkig maar want het meer dan duizend bladzijden tellend werk is zoal overladen en zwaarlijvig genoeg. Had de auteur zich niet beter beperkt tot landen en evoluties die echt het verder verloop van de wereldgeschiedenis mee hebben bepaald en deze items dieper uitgewerkt? Continue reading

Het proces tegen Wilhelm II

Hans Andriessen, e.a.
Lannoo, Tielt, 520 p.
ISBN 978 94 014 29832 

Proces Wilhelm IINa zijn troonsafstand in 1918 is Wilhelm II in ballingschap vertrokken naar het Nederlandse Doorn. De geallieerden hebben zijn uitlevering gevraagd, wat Nederland, dat neutraal was tijdens de Eerste Wereldoorlog, altijd heeft geweigerd.

Naar analogie met wat gebeurde na de Tweede Wereldoorlog, heeft een ploeg bestaande uit historici en juristen een denkbeeldig proces van Wilhem II laten plaatsvinden in de vroege jaren 1920. De schriftelijke neerslag vindt men in deze publicatie. Hamvragen zijn: liet het internationaal recht zoals het gecodificeerd was ca 1920 wel toe dat een ex-keizer werd uitgeleverd en internationaal berecht? Was de keizer persoonlijk verantwoordelijk voor al wat zich in het oorlogsgebeuren had afgespeeld?

We laten het juridisch luik van het werk ter zijde en beperken ons tot enkele interessante statements  van de “verdediging”, o.a. betreffende de verantwoordelijkheid voor het uitbreken van de oorlog, de inval in België, de wreedheden begaan tijdens de opmars en natuurlijk ook voor de duikbotenoorlog waarbij heel wat onschuldige burgers het leven lieten.

De Duitsers, en de keizer persoonlijk, als enige schuldige aanwijzen voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, was voor de “verdediging” onaanvaardbaar. Dit berust op een mythe die de geallieerden, de eindoverwinnaars dus, gecreëerd hebben, zegt ze. Vooral de Britten treft schuld. Ze wilden de voornaamste economische wereldmacht blijven en konden moeilijk dulden dat een recent verenigd Duitsland als kaper op de kust verscheen, zijn deel van de internationale handel opeiste en een koloniale macht werd. Om dit te verwezelijken moest Duitsland zowel zijn handels- als oorlogsvloot verder uitbouwen, wat een doorn in het oog  van het Brits imperialisme was.  Continue reading

De Afdaling in de Hel

Ian Kershaw
De afdaling in de hel
Spectrum 2014

Europa tussen 1914 tot 1949. Een continuüm van oorlog met een rustpauze tussen 1918 en 1939.

KershawDe Russische revolutie en nadien het Verdrag van Versailles maakten een einde aan de multi-etnische monarchieën uit Centraal en Oost-Europa. In de plaats kwamen nieuwe, meestal ook multi-etnische staten, die, met uitzondering van de Sovjet Unie, aanvankelijk opteerden voor de liberale democratie. In de loop van het interbellum, verdween de democratie zo goed als overal of werd ze onder de voet gelopen door totalitaire regimes als nazi-Duitsland of Sovjet-Rusland.

De liberale democratie overleefde alleen in West-Europa. De leiders van Frankrijk en de UK waren echter zwak en door hun angst om mogelijk een nieuwe oorlog te ontketenen waarop ze toen militair niet voorbereid waren, speelden ze in de kaart van Hitler die ze lieten begaan o.a. in Oostenrijk en Tsjecho-Slovakije. Pas op 1 september 1939, toen Hitler Polen binnenviel, vonden ze dat het welletjes was geweest. Daarbij komt dat de US zich politiek had geïsoleerd en teruggetrokken uit Europa. De US was zelf geen lid van de Volkerenbond waarop Europa aanvankelijk had gerekend als een soort regulator van de naoorlogse wereldorde.

De Tweede Wereldoorlog had als gevolg dat de etnische conflicten voor een stuk van de baan waren in Centraal Europa. De Endlösung en de naoorlogse emigratie naar Isräel had het Jodenvragstuk opgelost en, door bevolkingsuitwisseling en het verdrijven van de ethnische Duitsers uit Centraal en Oost-Europa, waren de herrezen staten minder multi-etnisch geworden. De bezetting van Oost-Europa door de Sovjets en de Amerikaanse aanwezigheid in West-Europa zorgden voor een nieuwe opdeling van ons continent. De nieuwe Europese orde die rond 1949 tot stand zou komen met de oprichting van de NATO, het Warschaupact, de Marshallhulp en de opsplitsing van Duitsland zou voortduren tot ca 1990 toen de Sovjet-Unie opnieuw Rusland werd en zich terugtrok uit de vroegere satellietstaten. Die periode reserveert Kershaw voor het tweede deel van zijn werk.

Het boek van Ian Kershaw werd door Marc Reynebeau aangegeven als het beste boek van 2015. Hij publiceerde er ook een recensie over in de DS:  ‘Duitsland bewijst dat je kan leren uit het verleden’ 

 

Het verlies van België

Johan Op de Beeck
Het verlies van België
Horizon, 2015

Verlies BelgieGebeurtenissen in Brussel en België in de periode augustus 1830 – 1831. Prachtig historisch verhaal dat door de auteur bovendien magistraal werd naverteld op Radio Klara. We schrijven wel “historisch verhaal” omdat we het boek moeilijk als een historisch monografie stricto sensu durven betitelen.

Het werk telt een kleine 450 bladzijden en 264 eindnoten met summiere bronverwijzing, dus minder dan één verwijzing per bladzijde. Dat vinden we nogal magertjes en dit maakt het werk ook onbetrouwbaar om zelf naartoe te refereren. In de bibliografie is er geen verwijzing naar archiefmateriaal. Er zijn enkele recente publicaties opgenomen (o.a. van Herman Balthazar, Gita Deneckere, Jeroen Koch en Els Witte) maar ook heel wat gedateerd materiaal. Naast deze secundaire bronnen, komt de voornaamste informatie van Op de Beeck uit de memoires en de correspondentie van de hoofdrolspelers, o.a. van De Potter en Gendebien. Dit roept al dadelijk de vraag op naar de graad van betrouwbaarheid van die laatste bronnen, vooral als niet wordt gedubbelcheckt in archiefmateriaal of in andere historische werken en/of in de geschriften of memoires van andere spelers in het gebeuren.

Louis De Potter is duidelijk de centrale figuur van heel dit historisch verhaal. Een centrale figuur of een hoofdpersonage is nu eenmaal een romantechnisch gegeven of must. Vraag is echter of De Potter in werkelijkheid die rol heeft gespeeld en of hij het gewicht verdient dat hij zichzelf heeft toegeëigend in zijn memoires en geschriften, gewicht dat Op de Beeck hem probleemloos gunt in zijn verhaal. Te meer dat De Potter niet in Brussel was toen de rellen uitbraken en nadien ook vlug opnieuw van het politiek toneel is verdwenen. Het is een vaststaand feit dat er toen wel een republikeinse stroming was.  Maar wat was haar gewicht in vergelijking met de beweging van de patriotten en van de orangisten? Ook vinden we dat Op de Beeck te weinig aandacht besteedt aan de rol die de grote mogendheden en het Congres van Londen hebben gespeeld in het conflict tussen het Noorden en het Zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Precies of ze van aan de andere kant van het universum stonden te kijken naar de kronkels en de capriolen van De Potter en de andere spelers.

En wat het gedachtengoed van De Potter betreft, kan je gerust de bedenking maken dat de zeer liberale grondwet van onze monarchie gerust de vergelijking kan doorstaan met deze van een republiek. Wat was dan de meerwaarde van een republiek? Continue reading