Het Oostends activisme in het archief van de Raad van Vlaanderen

Verschenen in Biekorf, jaargang 2017, nummer 3 (september), p. 276 – 303

Ter gelegenheid van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog bracht het Rijksarchief het archief van de Raad van Vlaanderen onder de aandacht. De introductie en de gedetailleerde inventaris van Luc Vandeweyer zijn samen met een aantal representatieve stukken sedert begin 2016 online[1] beschikbaar.

In dit Conglomeraatsarchief zijn documenten ondergebracht afkomstig van de Raad van Vlaanderen, van de semi-autonome administraties[2] en van de naoorlogse bezitters van het archief. Luc Vandeweyer beschrijft de bewogen geschiedenis van de collectie: in oktober 1918 werden documenten afkomstig van diverse diensten haastig verzameld en door archivaris-activist Albert Vlamynck[3] in Leipzig in veiligheid gebracht. In de eerste jaren na de oorlog hadden de naar Duitsland gevluchte activisten toegang tot het archief. Ze probeerden te verhinderen dat het in handen van het Belgisch gerecht zou vallen. Halfweg de jaren 1920 kwam het onder duistere omstandigheden terecht bij de Nationale Bond voor de Belgische Eenheid (Ligue Nationale) die het ontrafelde en daarna toevertrouwde aan de Commission des Archives de Guerre die later opging in het Rijksarchief. Omdat het archiefmateriaal bevatte dat best niet opnieuw in Duitse handen zou vallen, werd het in 1940 overgebracht naar Engeland waar het ernstige schade opliep. In 1945 kwam het terug naar België en bleef tot 1991[4] ontoegankelijk. De Belgische patriotten die, onder leiding van o.a. Armand Wullus (beter gekend als “Rudiger”[5]), na 1925 het archief[6] hebben “onderzocht” met als bedoeling van de Vlaamse beweging in zijn geheel te beschadigen, hebben niet alleen heel wat dossiers door elkaar gehaald of opnieuw geklasseerd maar ook eigen documenten en beschrijvingen toegevoegd. Van die laatste vinden we in de dossiers 5505 en 5467[7] een overzicht van respectievelijk de West-Vlaamse en de Oostendse activisten en hun medewerkers. Continue reading

De oorlog van de frontschilders

IMG_1406In de recent ingerichte panoramazaal van Westfront Nieuwpoort, onder het monument van Albert I aan de IJzersluizen, loopt nog tot juni 2017 een tijdelijke tentoonstelling van werk van de zogenaamde “frontschilders”, dit zijn schilders, in de meeste gevallen oorlogsvrijwilligers of gemobiliseerde soldaten, die tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben geschilderd in of in de buurt van Nieuwpoort.

Al vóór de Eerste Wereldoorlog werkten daar een aantal schilders. Gebouwen en taferelen uit dat typisch Vlaams vissersstadje waren toen al een geliefkoosd onderwerp van deze artistes-peintres. Enkelen onder hen zouden als militair hun artistiek werk verderzetten tijdens de vijandelijkheden. Maar hun inspiratie lag nu elders. Nu ging de aandacht naar het veranderd uitzicht van de stad waarvan de gebouwen door het oorlogsgeweld zwaar waren beschadigd of weggeveegd, een spookstad waaruit de bevolking was vertrokken. Op het schilderdoek kwamen voortaan desolate landschappen, gebombardeerde gebouwen, loopgrachten en-bruggen, afgeknakte bomen en soldaten die zich een weg banen door een troosteloos landschap.

Er waren ook “militaire kunstschilders” bezig in Lo en De Panne. Maar door de aanwezigheid van prominente artiesten als Alfred Bastien en Maurice Wagemans kreeg de Nieuwpoortse groep meer bekendheid. De groep werd ook officieel erkend en was een onderdeel van de Section documentaire artistique de l’Armée en campagne. Zeg maar: de propaganda dienst die het oorlogsgebeuren voor het nageslacht vastlegde. Eigenaardig dat naast foto- en cinematografie, media die nochtans al ruim verspreid waren, de traditionele schilderkunst nog altijd in aanmerking kwam om de herinnering aan het krijgsgebeuren vast te leggen. De Nieuwpoortse groep werkte in een kelder die ze met allerlei achtergelaten spullen als schildersatelier had ingericht. Naar wat Luc Filliaert schrijft in zijn boek, zou dat groepje rond de Section documentaire, die militair was gestructureerd en met patriottische bedoelingen in het leven was geroepen, een eerder Brussels kransje geweest zijn en was het voor een Vlaamse kunstenaar als bv. Joe English bijzonder moeilijk om bij die groep aan te sluiten. Continue reading

100 jaar geleden vertelde Sylvain Van Praet de bevrijding van Oostende op 17 oktober


14 oktober 1914 was de eerste dag van de Duitse bezetting. Hier komen elke dag in eigen vertaling de gebeurtenissen verteld door de Oostendse stadsbediende Sylvain Van Praet die zijn onuitgegeven dagboek - The occupation of Ostend by the Germans – in het Engels bijhield tot aan de bevrijding van de stad in oktober 1918.

 

The occupation of Ostend
by the Germans

oorlogsdagboek van
Sylvain Van Praet

vertaling John Aspeslagh

hertaling Martine Figoureux

Afkortingen en tekens
Dagboek Van Praet 1914
Dagboek Van Praet 1915
Dagboek Van Praet 1916
Dagboek Van Praet 1917
Dagboek Van Praet 1918

 

De laatste oorlogsweken en de bevrijding van Oostende

augustus – oktober 1918

Maandag 26 Augustus – Zaterdag 7 September

Na weken van onverschilligheid, is de bevolking eindelijk wakker geschoten. Gewenning is een tweede natuur van de mens, zegt het spreekwoord. En de stemmingswisselingen van een mens kunnen het best vergeleken worden met een thermometer. Na vier oorlogsjaren en vier jaren van ellende en tekorten, kunnen we zeggen dat we in het begin nog vol moed waren. Maar geleidelijk ging die moed over in berusting en uiteindelijk onverschilligheid. Dat is het logisch gevolg van een situatie die geen perspectief biedt. Van zodra slecht nieuws ons bereikte, betrokken de gezichten. Het was voldoende dat de Duitsers zich ergens terugtrokken om de gezichten opnieuw te zien glunderen en de zwarte gedachten te verjagen.

De opmars van de geallieerden heeft de bevolking wakker geschud en weer hoop gegeven. Iedereen heeft nu een landkaart. Nog nooit werd de kaart van Noord-Frankrijk zo grondig bestudeerd als nu. Talrijke inwoners berekenen aan de hand van de huidige evolutie van het front, hoeveel weken het nog zal duren vooraleer de Duitsers zich uit België zullen terugtrekken. Sommigen denken dat dit al binnen drie weken zal zijn.

Die prognose heeft de Kommandantur echter niet belet om tegen de komende winter 210 kachels te bestellen. Maar het zou best kunnen dat die kachels wat dichter bij de Duitse grens zullen worden aangestoken.

De stad ligt nog altijd onder geallieerd vuur. Op 30 augustus om halfvijf in de namiddag waren volgende slachtoffers te betreuren:

overleden:

Thérèse Piers, 72 jaar, Kapellestraat 71

zwaar gewond:

Gaspard Gooris, 3 jaar, E. Beernaertstraat 21
Célestine Vandenbroele, 49 jaar, E. Beernaertstraat 23
Marie Vuylsteke, 68 jaar, Leopoldlaan 20

licht gewond:

Fernanda Gooris, 7 jaar, E. Beernaertstraat 21
Henriette Callewaert, 35 jaar, Christinastraat 118
Pelagie Demulder, 61 jaar, E. Beernaertstraat 10
Herminie Sorel, 40 jaar, Ooststraat 40

Op 5 september 1918 om zes uur in de avond:

overleden:

Lucie Dewulf, 11 jaar, Langestraat 3
Yvonne Dewulf, 8 jaar, idem
Louis Rozé, 40 jaar, Hospitaalstraat 3

zwaar gewond:

Joséphine Dewaele, 35 jaar, Langestraat 3

licht gewond:

Rosa Coulier, 40 jaar, Langestraat 3
Marie Dewulf, 5 jaar, idem
François Dewulf, 11 jaar, idem
Joseph Huys, 69 jaar, Visserskaai 34
Agnès Janssens, 23 jaar, Langestraat 1
Alphonse Maus, 38 jaar, P. Benoitstraat 18
Euphrasie Van Praet, 59 jaar, Veldstraat 96

Op 7 september 1918 om halfelf in de voormiddag:

licht gewond:

Henri Luca, 16 jaar, Albertlaan 40b

De heer Fichefet, die veertien dagen vastzat en een boete van 1000 DM kreeg omdat hij de neergehaalde Britse en Franse piloot had gegroet, is ondertussen weer op vrije voeten. Ik ben ervan overtuigd dat de Duitsers nooit de laatste Mark van zijn boete zullen opstrijken.

De Duitse overheid bereidt tegen ontvangstbewijs de inlevering van koperen kranen, enz voor. Je kan alleen maar een andere kraan krijgen als je akkoord gaat met de prijs die geboden wordt voor je koperen kraan. Wil je een kraan in een ander metaal, dan moet je cash betalen. Er worden huiszoekingen in het vooruitzicht gesteld. Als ze nog zo’n kraan bij jou thuis aantreffen, heb je geen recht op een vergoeding maar moet je wel geld neertellen voor de vervangende kraan.

Zondag 8 – Woensdag 11 September

Aangaande de inzameling van koper en andere metalen, werd de bevolking geïnformeerd dat iedereen koperen waterkranen e.d. op eigen kosten naar een bepaalde plaats moest brengen. Wie geen ontvangstbewijs vroeg, kon kosteloos een vervangkraan in een ander metaal krijgen. Wie dat bewijs wel vroeg, moest de vervangkraan cash betalen.

We zijn stilaan gewend geraakt aan de dwingelandij van dit hoog beschaafd volk. Ons van de domme houden, is de beste manier om hen om de tuin te leiden. En zullen zij die al doen wat de Duitsers vragen, na de oorlog worden vergoed? Onder welke voorwaarden en wanneer gaan de Duitsers betalen voor wat ze hebben aangericht? Maar al wat ze hebben afgepakt, zien we niet meer terug. En de beloofde vergoeding zal op zich laten wachten. Laten we daarom patriotisme boven eigen belang stellen en zo weinig mogelijk inleveren. Al wat we kunnen wegsteken, wegsteken.

Op plakbrieven lezen we dat hier volgende zondag om 12.44 uur een peloton van Belgische IJzerhelden wordt verwacht. Ze komen uit Duitsland waar ze krijgsgevangen waren. Die “helden” zullen in de schouwburg het toneelstuk “Why” opvoeren over de behandeling van onze “Vlaamse jongens” aan het front.

Ze komen met z’n dertigen, verneem ik, dertig lafaards, of beter gezegd dertig judassen die van plan zijn de vaderlandsliefde van hun landgenoten die al vier jaar onder de klauwen van de vijand leven, aan het wankelen te brengen. Ze komen verdeeldheid zaaien onder de bevolking die snakt naar bevrijding en dit onder het mom van de uitroeping van een vrij en onafhankelijk Vlaanderen. In werkelijkheid hebben ze hun vaderland en hun ziel verkocht aan de bezetter met wie ze onder één hoedje spelen. En Duitsland, die edele natie die ze zo beminnen, gebruikt hen om zijn eigen snode plannen te realiseren en om het klein en vredelievend Belgisch volk onder de duim te houden. Grote en machtige Duitse natie, gij die de zwakken beschermt, uw cultuur en uw betrouwbaarheid zijn lege woorden en bluf. We kunnen u best vergelijken met een misdadiger die het familielid van wie hij zal erven, vergiftigt om zo diens bezit in handen te krijgen.

En wat die dertig ellendelingen betreft, die paraat staan om ons te laten zien hoe de Vlaamse jongens aan het front worden behandeld, ze zijn onze aandacht niet waard. We liegen niet als we zeggen dat de Duitsers toelaten dat de Oostendse bevolking dertig landverraders met de nodige luister ontvangt terwijl ze een eerbaar en gecultiveerd man tot veertien dagen opsluiting en een boete van 1000 DM hebben veroordeeld omdat hij na een noodlanding aan twee geallieerde piloten goeiedag heeft gezegd.

Donderdag 12 – Vrijdag 20 September

De laatste dagen werd de stad tot tweekeer toe gebombardeerd. De 16de van deze maand, ‘s ochtends rond negen uur, begon de batterij Tirpitz plots te schieten en kort daarop kwam reactie van geallieerde zijde. De projectielen explodeerden allemaal in de zuidwestelijke stadswijken. Volgende personen werden gedood of gewond:

overleden:

Charles Massenhove, 41 jaar, Nieuwlandstraat 30
Colette Van Maele, 76 jaar, Leffingestraat 97
Léon Vanhouk, 5 jaar, idem

licht gewond:

Sidonie Roose, 67 jaar, idem

Ook de dag daarna, kort na de middag, nadat de Duitsers weer het vuur hadden geopend, kwam er zo goed als ogenblikkelijk reactie van de geallieerden. Er was toen slechts één licht gewonde:

Germaine Dalle, 7 jaar, Leffingestraat 264.

In de voormiddag van de 18de, terwijl een geallieerde vliegenier al bombarderen een kabelballon naar beneden haalde, werden volgende inwoners licht gewond door het Duits artilleriegeschut:

Leo Slock, 66 jaar, Avisostraat 39
Marcel Soenen, 17 jaar, Ooststraat 15

De Duitsers hebben burgers opgeëist om de bomkraters op te vullen in de buurt van de Batterij Tirpitz. Ze werd herhaaldelijk geraakt maar de schade bleef beperkt.

Sedert 6 september leven we weer op de tijd van de meridiaan van Berlijn. Het Duits uur is één uur voor op dat van Greenwich.

De dertig judassen zijn ondertussen aangekomen. In de stoet, geëscorteerd door Duitse gendarmes, liepen ook enkele landverraders uit Brugge en Oostende mee. Duizenden nieuwsgierigen stonden in de Kapelle- en de Kerkstraat te kijken naar de gemene gezichten van die schoften. Ze staken allemaal in het kaki uniform van het Belgisch leger. Slechts enkelen zagen er opgewekt uit, de rest keek recht voor zich uit.

Blijkbaar waren ze helemaal niet tevreden met de ontvangst in Oostende. Het was muisstil in de straten en de Oostendenaars waren alleen uit nieuwsgierigheid buitengekomen. Het optreden van de IJzerhelden werd een compleet fiasco.

Zaterdag 21 – Maandag 30 September

Er is heel wat nieuws.

1° Er is een bedrag van 3705,32 DM ter beschikking van de stad, zijnde het saldo van de 1 500 000 DM voorafbetalingen voor de levering van kolen tijdens de voorbije winter en waarvan de Duitsers schaamteloos het grootste deel zelf hebben verbruikt. Op de vraag naar een uittreksel van haar lopende rekening, kreeg de stad telkens een ontwijkend antwoord van de Kommandantur. Het was dus onmogelijk om een zicht te krijgen op het verloop van de financiële transacties.

2° Het stadsbestuur werd ook op de hoogte gebracht van de afloop van de verschillende rechtszaken die door Duitse burgers waren ingespannen bij het speciaal gerechtshof van Valenciennes. De stad moet nu een lening van 136 441,61 BEF aangaan als vergoeding voor de Duitse onderhorigen die het proces hebben ingespannen. Een tweede lening ten bedrage van 13 357,55 BEF moet dienen om de proceskosten te dekken.

3° Het stadsbestuur moet vóór 30 september 191 211 DM storten op de rekening van de Garnison Verwaltung in Brugge als betaling voor zeegras, zeeppoeder, borstels, waterkruiken, petroleum, acetyleen, enz. Er worden hoeveelheden vermeld, maar niets over kwaliteit, stukprijzen of begunstigden. Werd alles wel effectief geleverd door de vermelde Duitse dienst? Wat er ook van zij, de hoeveelheden kunnen een heel legerkorps bedienen terwijl er al lang niet meer dan tweeduizend militairen in Oostende gelegerd zijn. En ik vergat nog te vermelden dat alles in dit burgerlijk jaar werd geleverd.

Op 25 september was er drukke activiteit in de lucht met de bedoeling Duitse stellingen te observeren en te vernietigen. Als een gevolg hiervan, werden volgende personen gedood of gewond:

overleden:

Auguste Quarin, 11 jaar, Leeuwerikenstraat 5
Albert Quarin, 11 jaar, idem
Henri Vanbelle, 66 jaar, Torhoutsesteenweg 280
licht gewond:

Auguste Quarin, 41 jaar, Leeuwerikenstraat 5
Marie Dehaene, 34 jaar, idem

Herhaaldelijk vlogen escadrons van 10, 20 en zelfs 25 toestellen over de stad, dit met wisselend succes. De Duitsers verloren zes of zeven kabelballons waarvan vier in drie dagen tijd.

Op 28 september, rond 3 uur in de nacht, werd de bevolking opgeschrikt door een zware beschieting. Aanvankelijk dacht iedereen dat het om een luchtaanval ging maar naderhand werd duidelijk dat het hevige explosies waren die elkaar aan een hels tempo opvolgden. Het was onduidelijk welk deel van de stad onder vuur lag. Met bevende handen begonnen we ons aan te kleden en vluchtten in ijltempo naar de schuilkelder. Hoewel het buiten nog pikdonker was, werd de stad fel opgelicht door het schieten van de kanonnen en de exploderende oorlogstuigen. De beschieting duurde de hele nacht en tot laat in de namiddag. Vooral de westelijke en oostelijke stadsdelen hadden het hard te verduren gekregen. Als bij wonder raakte niemand gedood of gewond. In totaal werden meer dan tweehonderd granaten op Oostende afgeschoten. Het regende die dag pijpenstelen en de wolken hingen heel laag boven de stad zodat de piloten verplicht waren geweest heel laag over stad te scheren. Alles was bijzonder vlug gegaan.

Op 29 september, om halfvijf en halfzeven in de namiddag, werden weer andere stadsdelen het doelwit van geallieerde aanvallen. Tijdens die operatie werden volgende personen gedood of gewond:

overleden:

Jules Vandevelde, 37 jaar, Renteniersstraat 17
Albert Claeys, ?, uit Stene

licht gewond:

Leopold Vandevelde, 44 jaar, uit Stene
René Deblieck, ?, uit Bredene

Op zondagmorgen 29 september, vroeg de Kommandantur informatie over het aantal schepenen, gemeenteraadsleden, stadsbedienden, brandweerlui, politieagenten, werknemers van de water-, gas- en elektriciteitsmaatschappij en van de Commission for Relief. Ze wilden ook weten welke familieleden werk bekwaam of ziekelijk of mindervalide waren.  Zijn ze misschien van plan om de hele stad te evacueren? Wat er ook van zij, tegen de avond bereikten ons berichten dat Roeselare in handen van de geallieerde was en dat de bevolking van Torhout uit de stad was weggevlucht.

Dinsdag 1 – Woensdag 2 Oktober
Plots was het dan zover. De Duitsers waren volop hun vertrek aan het voorbereiden. Op de zeepromenade werden kanonnen ontmanteld; lazaretten, Duitse winkels, boekhandels, enz. werden gesloten. Ze brachten boten tot zinken om de haventoegang te blokkeren. Elektrische hefkranen werden opgeblazen en ploften neer in de dokken. Gaan ze ook de zes à zevenhonderd kachels en kolen die de stad heeft betaald, vernietigen?

De Commission for relief in Belgium werd verwittigd dat ze de pakhuizen aan de dokken gingen opgeblazen waar alle voedingswaren lagen opgeslagen.  ‘s Middags, om 12.15 uur, werd de bevolking van het volgende op de hoogte gebracht:

Bericht Kommandantur

Oostende, 1 oktober 1918.

Alle valide Belgen tussen de 17 tot 45 jaar die werk bekwaam zijn, moeten zonder uitzondering zich vandaag tegen 15 uur begeven naar volgende plaatsen:

1) woonachtig in het stadscentrum, van de haven tot aan de Leopoldlaan:

samenkomst aan de zuidoostelijke hoek van het Maria-Hendrikapark. Marsrichting: Conterdam en zo verder naar Maldegem.

2) woonachtig in het westelijk deel van de stad, van de Leopoldlaan tot aan de Sportstraat:

samenkomst in het Leopoldpark. Marsrichting: Slykens en zo verder naar Maldegem.

3) woonachtig in de sector Mariakerke: samenkomst bij het nieuw kerkhof aan de Stuiversstraat. Marsrichting: Stene-Zandvoorde en zo verder naar Maldegem.

4) woonachtig in de sector van de Vuurtorenwijk (negerdorp) : samenkomst aan de hoek van de Victoria- en de Congolaan. Marsrichting: Bredene en zo verder naar Maldegem. Op de verzamelplaatsen zullen militairen instructies gegeven die strikt moeten worden gevolgd. De eindplaats van de mars is Maldegem, op 16 km Oostwaarts van Brugge. De bagage moet bestaan uit kleren en voedsel voor een tocht van twee dagen naar Maldegem.  Maximum toegelaten gewicht voor de bagage is twintig kg.

Volgende personen zijn vrijgesteld:

1° De burgemeester, schepenen en gemeenteraadsleden

2° De bedienden van het stadhuis

3° Het politiekorps

4° De helft van de clerus

5° Het personeel van de bedrijven voor water-, gas- en elektriciteit en het personeel van de gezondheidsdienst

6° De brandweermannen.

Om 16 uur wordt het startsein voor de verplaatsing gegeven door de aanwezige officier.

Zij die niet op tijd aanwezig zijn, zullen worden gestraft conform de militaire wetten.

FISCHER

Stadscommandant

 

Hoeft het gezegd dat dit bericht heel wat commotie heeft veroorzaakt? Het vertrek van de mannen en het afscheid van hun familie zorgden voor hartverscheurende taferelen.

De karavanen vertrokken op de voorziene tijd en plaats maar vele mannen waren niet komen opdagen of waren er onderweg van door gegaan.

Vandaag specifieerde volgend nieuw bericht:

Bericht

Alle valide mannen tussen de 17 en 45 jaar, met inbegrip van zij met Franse, Engelse, Italiaanse, of andere nationaliteit, die gisteren niet zijn kunnen vertrekken, moeten zich morgen 2 september, om 14 uur begeven naar het Leopoldpark, vlak over de grote post. Ze moeten kleren en eten meehebben voor tien dagen, tot in Maldegem.

Zij die niet afkomen, zullen worden gestraft conform de militaire wetgeving.

Oostende, 1 oktober 1918.

FISCHER

Kommandant ter Zee

 

De twee berichten waren met de hand geschreven en maar op enkele exemplaren verspreid. Dit was een aanwijzing dat alles heel vlug had moeten gaan.

Tot nu toe ben ik aan die maatregel kunnen ontsnappen.

Vanavond, rond 19 uur, terwijl de Duitsers met grote haast aan het inpakken waren en nog vlug springstof hadden aangebracht onder de bruggen, de watertoren en de elektriciteitsfabriek, heeft de Kommandantur een nieuwe order uitgevaardigd:

tegen morgenvroeg 3 september, moeten de twee aanplakbrieven op 200 exemplaren worden verspreid. Op de eerste moet worden vermeld dat patrouilles het vuur zullen openen op al wie op diefstal wordt betrapt. De tweede aanplakbrief moet vermelden dat alle mannen tussen 17 en 45 jaar moeten verzamelen in het Leopoldpark (aanduiding van dag en uur worden voorlopig openlaten). Artsen worden hiervan vrijgesteld.

Dit dagboek begint stilletjes aan op zijn einde toe te lopen. Ik pak mijn valiezen … om hier te blijven.

 
Donderdag 3 oktober

De plakbrieven voor de evacuatie van de stad die de Duitsers gisteren hebben laten drukken, waren vanmiddag klaar. Ik bracht ze naar de Kommandantur die in het Atheneum is ondergebracht. Daar waren de Duitsers volop documenten aan het verbranden en de speelplaats zat onder dikke rook. Het was er hectisch. Ik kon Hauptmann Escher niet vinden en alle kantoren op de tweede verdieping waren dicht. Ik vroeg dan maar naar de stadskommandant maar uiteindelijk werd ik toch bij Escher gebracht die ook volop bezig was met het triëren van paperassen om te verbranden. Hij antwoordde dat voor de pas gedrukte plakbrieven nieuwe orders moesten worden afgewacht.

Er werden veertig mannen opgeëist om morgen kwart over vijf het vee weg te brengen. Ze moeten voedsel voor drie weken bijhebben. De straten stonden vol wagens die in ijltempo werden geladen.

Van tijd tot tijd ontplofte een granaat in de omgeving. De Duitsers schoten terug van op twee locaties. Er waren maar een paar geallieerde piloten in de lucht te bespeuren maar toch slaagde één er in om een kabelballon naar beneden te halen die nog maar pas ‘s middags was opgelaten.

De meest fantastische verhalen deden ondertussen de ronde: de Bulgaren waren van kamp veranderd, de Anglo-Amerikaanse vloot was de Schelde opgevaren en had de Duitsers ingesloten. De heer Scheidemann zou nu Rijkskanselier zijn en de Kaiser zou op de vlucht zijn.

In tegenstelling tot wat gisteren werd rondgestrooid, staan de hefkranen nog altijd op hun gewone plaats in de haven.

Nu circuleert het gerucht dat de resterende valide mannen niet zullen worden geëvacueerd en dat zij die al vertrokken zijn, huiswaarts zullen keren. De bevolking reageert opgelucht. 

Vrijdag 4 oktober

Deze morgen werd volgend order via plakbrieven verspreid en mondeling door de bellenman: “Alle ongehuwde mannen tussen de 16 en 45 jaar moeten om 11 uur verzamelen aan het stadhuis. Ze moeten geen bagage en geen voedsel meebrengen”. De Duitsers hadden die mannen nodig om de straten te helpen opruimen, het vee weg te brengen, enz. Zestien onder hen zijn ondertussen vertrokken met de dieren. Ze kregen elk zeven broden, spek en 100 BEF.

We beleven spannende momenten alhoewel we de werkelijke militaire stand van zaken niet kennen.

De Duitsers zijn nog altijd volop het materiaal aan het opladen en wegbrengen. Deze namiddag werden de sluizen opgeblazen. We horen voortdurend het dof geluid van ontploffingen en soms beven de grond en de gebouwen.

Hoelang zal dit nog duren? Er blijven maar een paar Duitse soldaten over in Oostende en al het materiaal is weg. De stad kan dus binnen de kortste tijd helemaal worden geëvacueerd. De bevolking wacht angstvallig af. Bij de werkbekwame mannen loopt de spanning hoog op. De meeste – onder wie ikzelf – zijn van plan om in Oostende achter te blijven.

Zou de bevrijding nakende zijn? Misschien morgen of binnen enkele uren? Het is nauwelijks te geloven en iedereen wacht vol vertrouwen af. Alleen al het idee van binnenkort bevrijd te worden, snijdt me de adem af.

Zaterdag 5 – Maandag 7 Oktober

De Duitsers gaan onverminderd door met vernielingen. Op de scheepswerven werden de treinsporen opgeblazen. De Elektriciteitsfabriek is klaar om in de lucht te vliegen. Maar de Duitsers zijn ondertussen van gedacht veranderd, ze hebben alleen de machinezaal buiten werking gesteld.

Zondag 6 oktober deed de heer Vollerts van de Garnison Verwaltung het aanbod aan de stad om de volledige kolenvoorraad over te nemen. Hij vroeg 80 DM per ton en er liggen hier duizend ton van goede kwaliteit en evenveel van slechte kwaliteit opgestapeld. Ze kwamen tot een akkoord met een reductie van 20 BEF per ton. De kolen zijn nu voor de bevolking.

Nu een deel van de bevolking de stad heeft verlaten en de soldaten in allerijl materiaal wegbrengen, dacht iedereen dat er geen Duitse soldaten meer zouden zijn. Maar spijtig genoeg is dit niet zo. We maken nu de moeilijkste momenten mee sedert het begin van de bezetting. We leven in complete onzekerheid over het lot van onze stad. Vele jongelui die de stad moesten verlaten, zijn ondergedoken omdat ze dachten dat ze de volgende dag al zouden worden bevrijd. Maar al een week weten ze dat dit een verkeerde inschatting was en hun situatie momenteel allesbehalve benijdenswaardig is. Ze mogen van geluk spreken dat de Duitsers de huizen nog niet hebben doorzocht.

Ondertussen zijn veel Duitse militairen teruggekeerd naar Veldlazaret 4 van de zeemacht aan de Rogierlaan.

In de namiddag van 7 oktober plakte de Kommandantur een bericht aan waarin stond dat Duitsland bereid was besprekingen aan te vatten over de vredesvoorwaarden van president Wilson. Heel wat mensen haastten zich naar de Kommandantur voor meer informatie. Een soldaat zei: “Dat is het werk van onze Scheidemann”, wat bewijst dat die man graag gezien is door de soldaten. Maar is dit weer geen politiek maneuver? President Wilson is niet de eerste de beste en zal zich niet bij de neus laten nemen. Dit is goed nieuws voor de stad en velen zijn van mening dat de Duitsers alle geallieerde voorwaarden zullen moeten aanvaarden als ze niet willen dat hun grondgebied zwaar wordt bestookt.

Dinsdag 8 – Woensdag 9 Oktober
Het is nu al een week geleden dat een tweeduizendtal mannen de stad verlieten en dat de Duitsers in ijltempo hun koffers begonnen te pakken. En toch zijn ze nog altijd hier. Meer nog, een aantal militairen zijn zelfs teruggekomen. Alles van enige militaire betekenis werd vernield of achtergelaten. Maar plots is de situatie veranderd en wordt het verhaal over vredesonderhandelingen de wereld ingestuurd. Onze bevolking heeft meer vertrouwen in een overhaast vertrek dan in stugge onderhandelingen.

De Kommandantur en het gerecht zijn hun kantoren opnieuw aan het inrichten en ook de opeisingen gaan onverminderd door.

Nog nooit heeft de bevolking zo’n periode van hoge verwachtingen meegemaakt gevolgd door diepe ontgoocheling. We waren zo dicht bij de bevrijding, zo’n mooie perspectieven openden zich en nu lijden we averij vlak voor de haven. Al bijna vier jaar snakken we naar bevrijding. We mochten heel kort een glimp opvangen maar plots is de duisternis teruggekeerd. Dat is meer dan ontmoedigend.

Donderdag 10 – Zondag 13 Oktober

Omdat de meeste valide mannen de stad hebben verlaten is het ook gedaan met de visvangst op zee. Zo komt het dat vitaminerijke voeding ontbreekt en dat de voorraden van de Commission for relief die nog niet uitgedeeld zijn, binnenkort op gaan zijn. Maar de gebeurtenissen volgen elkaar zo snel op dat, wie weet, de wapenstilstand binnen de kortste keren een einde zal maken aan onze miserie.

Vele van de geëvacueerde mannen zijn nu teruggekeerd. Sommige met toelating, anderen op eigen initiatief. Hun verhalen zijn hartverscheurend.

De hele veestapel, behalve de melkkoeien, werd weggevoerd. De gemeente Zandvoorde is verplicht om dagelijks 120 liter melk aan de stad te leveren, bestemd voor de baby’s en de zieken.

Vandaag 13 oktober verscheen een Duits communiqué waarin stond dat de Rijksregering (en niet langer de Keizerlijke regering) bereid was om zich uit de bezette gebieden terug te trekken. Dat nieuws werd op gejuich ontvangen, niet alleen door de bevolking maar ook door de soldaten. Die hebben de affiches met oorlogspropaganda van de muren van de Kommandantur gerukt. Vanavond zongen de soldaten luidkeels in de straten en dit voor de eerste keer sinds meer dan een jaar.

 
Maandag 14 Oktober

Morgen zal het exact vier jaar geleden zijn dat Oostende werd bezet.

Vanmorgen vroeg werden we wakker met hevige beschieting van enkele woonwijken vlak buiten de stadsgrens. Die beschieting kwam onverwacht omdat het al twee weken rustig is aan het front. Er waren zelfs geen vliegtuigen meer te bespeuren.

In plaats van in hevigheid af te nemen, werd de beschieting zwaarder en naderde de stad. ‘s Middags vernamen we dat er al doden en gewonden gevallen waren. In de loop van de namiddag kwamen de westelijk gelegen stadsdelen onder hevig vuur te liggen, tien à twaalf personen kwamen om en er vielen ook gewonden.

De militairen begonnen opnieuw in te pakken. Vanavond om acht uur hoorden we dat inwoners van Stene, de Conterdam en van delen van Bredene die tussen de vijftien en de vijftig jaar oud zijn, bevel hebben gekregen om de gemeente te verlaten. Paardeneigenaars kregen om halfzeven te horen dat ze hun dieren naar de Kommandantur moesten brengen. De stad moest een naamlijst van mannen tussen vijfenveertig en vijftig jaar opstellen.

Als ik dit neerschrijf, is het ondertussen tien uur in de avond. Het gerucht doet de ronde dat morgen alle mannen jonger dan vijftig jaar op straat zullen worden gearresteerd en weggevoerd. En dat op een 15de oktober, de verjaardag van vier jaar tirannie. Op dit eigenste ogenblik, hoor ik een geallieerd vliegtuig over de stad scheren, het wordt onthaald op artilleriesalvo’s. Ik heb zo de indruk dat er morgen heel wat te beleven zal zijn.

Dinsdag 15 – Woensdag 16 Oktober

Volgende personen werden gedood of gewond tijdens het bombardement van gisteren.

Bombardement van 14 oktober om 11.00 uur voor de middag:

overleden:

Theophile Van Wassenhove, 58 jaar, Stockholmstraat 27
Charles Degryse, 51 jaar, Torhoutsesteenweg 121

zwaar gewond en nadien overleden:

Basile Osaer, 45 jaar, Boekareststraat 8

licht gewond:

Charles Boedt, 56 jaar, Timmermanstraat 53
Joseph Vergauwe, 81 jaar, Leffingestraat

Bombardement van 14 oktober om 16.00 uur:

overleden:

Henri Rosseel, 13 jaar, Torhoutsesteenweg 308
Octave David, 6 jaar, Nieuwlandstraat 20
Joseph Declercq, 61 jaar, Torhoutsesteenweg 299
Marie Coeneye, 83 jaar, Vrijheidstraat
Achille Rosseel, 16 jaar, Torhoutsesteenweg 308
Julien Rosseel, 6 jaar, idem
Jérome Vanhee, 24 jaar, Torhoutsesteenweg 312
Marie Holte, 15 jaar, Torhoutsesteenweg 310

zwaar gewond:

Oscar Tratsaert, 11 jaar, Duivenhokstraat 75
Victorine Verstraete, 46 jaar, Torhoutsesteenweg 301
Théophile Vanderheyde, 49 jaar, idem
Victorine Baltus, 46 jaar, Torhoutsesteenweg 333

licht gewond:

Olinto Anzempamber, 50 jaar, Torhoutsesteenweg 137
Paule Vanderheyde, 21 jaar, Torhoutsesteenweg 301
Polydore Devrie, 59 jaar, Nieuwlandstraat 57
Octavie Verleye, 42 jaar, Torhoutsesteenweg 308
Arthur David, 15 jaar, Nieuwlandstraat 20
Adolphine Rosseel, 11 jaar, Torhoutsesteenweg 308
Berthe Krowel, 43 jaar, Torhoutsesteenweg 310
Prosper Wackenier, 12 jaar, Torhoutsesteenweg 440

De voorbije twee dagen werden treinsporen, machines van de watermaatschappij, de spoorwegbrug over het kanaal, enz. vernield. De Duitsers vragen vrede maar vooraleer te vertrekken, blijven ze installaties vernielen. Tijdens die operaties werden stukken ijzer, stenen, enz. weggeslingerd en kwamen terecht op de daken en in de straten. Het lawaai dat die ongewone projectielen produceerden, geleek op dat van schrapnels. Het was levensgevaarlijk om buiten te komen in de straten ten zuiden van de A. Pieterslaan.

In de nacht van 15 op 16 oktober en de daaropvolgende dag trok transport van kanonnen, materiaal en militairen van West naar Oost door de stad. Het vermelden meer dan waard is het feit dat de infanteriesoldaten tijdens hun doortocht zongen en dat de wagens werden voortgetrokken door … de manschappen. Dat is wat er na vier jaar rest van het eens zo trotse Duitsland.

Vanmorgen 16 oktober, gebruikten de Duitsers hun voorraad munitie op en gingen ondertussen verder met vernielen. Het lawaai was verschrikkelijk. Ze bliezen ook enkele batterijen op.

De burgemeester kreeg het bevel om alle burgers die in de gevangenis van de Babylonestraat waren opgesloten, vrij te laten en de mensen op te roepen tot kalmte.

In de loop van de voormiddag is de Kommandantur dan vertrokken. Enkele militairen blijven achter en bewaken de wegen met machinegeweren. Twee van hen staan opgesteld aan het Leopoldpark, anderen langs de toegangswegen.

Terwijl ik aan het schrijven ben, horen we nog altijd ontploffingen. Ondertussen is het tien uur. Het lawaai is ondraaglijk en stukken materiaal vliegen door de lucht. Misschien vertrekt de laatste militair morgen of overmorgen? We wachten op de komst van de geallieerde detachementen. Is de bevrijding echt zo nabij? Wil dat zeggen dat mijn dagboek naar zijn einde loopt?

Donderdag 17 Oktober
Driewerf hoera voor de geallieerden! Hiep, hiep, hoera voor de Belgen! De bevrijding was dichterbij dan we dachten! Eindelijk vrij! Hoe zoet klinkt het woord vrijheid in de oren! Maar hoe is de bevrijding van Oostende verlopen?

Vanmorgen kwart voor elf GMT verliet ik het stadhuis en maakte van de gelegenheid gebruik om wat rond te toeren op de zeepromenade. Plots zag ik vier of vijf vliegtuigen heel laag aangevlogen komen vanuit de richting van Blankenberge. Het was onmiddellijk duidelijk dat het Belgische en Franse toestellen waren. Iedereen die ze opmerkte, werd bijna hysterisch. Toen ik terug op het Wapenplein kwam, scheerden de piloten over mij en beantwoorden het wuiven en het hoerageroep van de bevolking. In de Weststraat kwamen de mensen met Belgische vlaggen buiten om ermee te wuiven naar de piloten. Vooraleer om halftwaalf rechtsomkeer te maken, gooiden de piloten Franse kranten uit. Enkelen vlogen rondjes terwijl de Oostendenaars bleven wuiven.

Terwijl de vliegtuigen allerlei toeren uithaalden, werden vier van de slachtoffers van de laatste bombardementen naar buiten gebracht uit de Sint-Jozefskerk. Hun kisten werden op vier steekkarren gezet want in stad zijn er geen paarden en wagens meer. Toen de begrafenisgangers de vliegers zagen, renden ze naar de A. Pieterslaan. Met uitzondering van een wenende vrouw had iedereen de lijkkisten achtergelaten. Het was een hartverscheurend en gelijker tijd indrukwekkend moment.

Iedereen stak een tricolor lintje op de kleren, aan vele gevels hing de Belgische driekleur en ook de kinderen zwaaiden er lustig mee niettegenstaande dat er aan Petit Paris nog altijd Duitse militairen met machinegeweren stonden. Uit schaamte durfden ze het vuur niet openen. Om 14 uur heeft de laatste Duits per fiets de stad verlaten. Slechts enkelen hebben zich verborgen in leegstaande huizen met de bedoeling zich aan de geallieerden over te geven.

Na de middag begonnen de geallieerden met de ontmijning van de invalswegen naar de stad. De een na de andere mijn werd tot ontploffing gebracht. Een dertigtal vliegers cirkelden onophoudelijk boven de stad. Zo’n dozijn ervan landden op het strand en ik had de eer de Belgische kommandant Chaumotte te mogen begeleiden naar het stadhuis. De man moest aldoor handen schudden en werd door honderden omstaanders omhelsd. Het was een hele opgave om hem tot bij de burgemeester te brengen.  Alle straten waren bevlagd met de Belgische driekleur die vier jaar lang zorgvuldig verborgen was gehouden. De vreugde en de uitbundigheid van de burgers zijn onbeschrijfelijk.

Terwijl de burgemeester de kommandant ontving, werden nog drie andere Britse marineofficieren binnengeleid. Toen we hoorden dat ze aan boord van de Vindictive hadden deelgenomen aan de blokkade van de haven, werden ze overladen met felicitaties.

‘s Avonds arriveerden de eerste Belgische “tommies”. Hun humeur was opperbest. Voor de manier waarop ze werden onthaald, ontbreken woorden. Het waren mannen van het Tweede Regiment Jagers, Vlamingen en Walen, vaderlandslievende Belgen, elkaar helemaal niet hatend zoals de Duitsers ons hadden willen doen geloven.

Vooraleer te gaan slapen, kreeg Oostende nog het bezoek van koning Albert en de koningin. Ze trotseerden de zeemijnen die vóór de haven lagen omdat ze nog diezelfde dag incognito een bezoek wilden brengen aan het bevrijde Oostende. Ze werden dus niet onthaald op de manier die de Oostendse bevolking zou gewild hebben. Schepen H. De Vriese ontving hen op het stadhuis.

Lang leve België, lang leven de geallieerden! Hiep, hiep, hoera!

Zo zijn we aan het einde gekomen van dit dagboek. Nu wordt Oostende bezet door de geallieerden en zijn de Duitsers op de vlucht. Vooraleer ik definitief afsluit, nog enkele bedenkingen.

Nawoord

Duitsland is erin geslaagd de geallieerden vier jaar lang te bekampen. Het vond zijn kracht in het koeioneren en terroriseren van de bezette gebieden. Het land was goed voorbereid en vastbesloten om in één ruk de hele aardbol te veroveren. Bij verrassing viel het België en Frankrijk binnen. Maar eens de eerste offensieven waren gekomen, moest het zijn toevlucht nemen tot een hele reeks wanpraktijken om zijn eigen bevolking van het nodige te voorzien, zijn militaire capaciteit veilig te stellen en zijn handel en industrie draaiende te houden.

Hoe Duitsland hierin bleef slagen, heb ik duidelijk beschreven in voorgaande bladzijden. In weerwil van de bepalingen en de afspraken van het volkerenrecht, hebben zijn leiders alle levensnoodzakelijke goederen uit ons land geroofd als aanvulling van hetgeen zijn eigen bodem niet langer zelf in voldoende mate kon produceren. Op die manier kon Duitsland zijn eigen bevolking in leven en zijn leger operationeel houden. Privébezit werd niet ontzien en gewetensvrijheid niet gerespecteerd.

België met zijn vruchtbare bodem heeft massaal allerlei voedingswaren geproduceerd voor Duitsland. Het is voor iedereen meer dan duidelijk dat België in die vier jaar dienstdeed als de belangrijkste graanschuur van de bezetter. De Belgische veestapel en de opbrengst van zijn landbouw werden richting Rijn weggesleept zodat de Duitse bevolking en leger verder werden bevoorraad. De geallieerden wilden dit beletten door de Centrale Machten de toegang tot de wereldzee te ontzeggen.

De Belgische industrie en handel droegen in grote mate bij tot het overleven van de Duitse economie. Duitsland was zelf niet voldoende in staat om weerwerk te bieden  aan de enorme oorlogsinspanningen van de geallieerden. De bezetter aarzelde dan ook geen seconde om uit eigen belang de economie van België en Noord-Frankrijk om zeep te helpen en onze industriële infrastructuur te ontmantelen.

Door deze schandalige praktijken kon Duitsland vier jaar lang het hoofd boven water houden. Om te beletten dat het eigen land een slagveld werd, besloot Duitsland ons landje en Noord-Frankrijk te plunderen en volledig kapot te maken.

En die Hunnen deden nog veel meer dan dat.

Omdat ze hoopten op die manier gemakkelijker en vlugger hun einddoel te bereiken, deinsden ze niet terug voor corruptie en bedrog. Ze gebruikten enkele gemene politici en moedigden hen aan in hun pogingen om Vlamingen en Walen uit elkaar te spelen. Maar ondanks dit schandalig gedrag en het instellen van een terreurregime slaagden ze er niet in om de hechte band tussen Vlamingen en Walen kapot te krijgen. De Belgische bevolking heeft op stoïcijnse wijze het juk van de tiran gedragen. Haar vertrouwen in de toekomst bleef onwrikbaar en haar hoop op bevrijding onwankelbaar.

Die hoop en dat vertrouwen mogen niet bedrogen worden. Het lijden van die vier jaren mag niet voor niets zijn geweest.

Nadat het de bevolking tot slavernij had gebracht, privé en publiek eigendom ontvreemd, ontelbare burgers vermoord, werd Duitsland tot overgave gedwongen. Het kon niet anders dan genade vragen en zich vernederen zoals nooit tevoren in de geschiedenis het geval is geweest.

Gerechtigheid heeft het gehaald op barbaarsheid en hypocrisie, twee wapens die de Hunnen hebben gebruikt in hun poging om de wereld te onderwerpen.

België was de eerste om zich te verzetten en zich te roeren tegen de Teutoonse horden die het plan hadden opgevat om heel Europa onder de voet te lopen. Die edele en moedige daad heeft de geallieerden in staat gesteld om de Pruisische adelaar, symbool van het Duits militarisme, te verdrijven en voor altijd onschadelijk te maken.

Eer komt toe aan het kleine België en aan zijn grootmoedige koning! Eer ook aan Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, de VS en aan alle landen die zich ingezet hebben voor die nobele zaak.

Einde.

(get.) S. Van Praet

 © John Aspeslagh. Tekst overnemen kan mits bronvermelding.

Over de eerste oorlogsweken:

Het Frontparadijs in Gent …

Heinrich Wandt
Het Frontparadijs
Oorlogsrelaas van een Duitse soldaat in bezet Gent
Hannibal, 2014
285 blz.

Het Frontparadijs maakt deel uit van de talrijke publicaties in het kader van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Het geschrift is niet nieuw want de oorspronkelijke Duitse versie werd al in de jaren twintig gepubliceerd. De auteur werd toen ook meermaals vervolgd voor eerroof. Die processen werden ingespannen door de voormalige Duitse, vooral Pruisische officieren die de auteur zonder scrupules aan de schandpaal had genageld in zijn boek.

Wandt was niet om het even wie. Ideologisch was hij socialist, sociaaldemocraat om precies te zijn, en vandaar antimilitarist en pacifist. Toen hij vlak vóór de oorlog opgeroepen werd voor de militaire dienst, deserteerde hij maar meldde zich na enkele tijd terug aan. Hij verhuisde naar een Duitse vestinggevangenis die hij na enkele maanden al inwisselde voor het front in het Ieperse. Om gezondheidsredenen werd hij naar Gent overgeplaatst dat naast Tielt functioneerde als centrum van het zo geheten etappegebied, het hinterland van de operatiezone aan de IJzer en de kust.

Voor de oorlog had hij heel wat gereisd en verbleef hij een tijdje in Parijs waar hij in de socialistische milieus rond Jaurès werd opgemerkt. Eén van zijn grootste ontgoochelingen was de onmacht van de Franse en Duitse socialisten om door gezamenlijke actie de oorlog te vermijden. Die mislukking was voor hem een stimulans om het ware gelaat van het Pruisisch militarisme te laten zien en aan te klagen. Continue reading

Een vergeten ooggetuige in Oostende tussen 21 en 26 oktober 1914

Voor de volledige tekst van deze bijdrage, zie De Plate, jaargang 42, nummer 10 (oktober 2014), p. 228-242.

De eerste beschieting van Oostende vanuit zee vond plaats op 23 oktober 1914 en wordt beschreven in de Oostendse oorlogsdagboeken van Elleboudt-Lefèvre, Smissaert en Van Praet. Van die beschieting en van de gebeurtenissen in Oostende en aan de kust tussen 21 en 26 oktober bestaat ook een ooggetuigenverslag van de Zweed Sven Anders Hedin.

Sven Anders Hedin

Sven Anders Hedin (1865-1952)[1] was niet de eerste de beste. De Zweed is vooral gekend als geograaf en ontdekkingsreiziger en publiceerde heel wat rond zijn reizen en expedities in centraal Azië. Zijn reisverhalen illustreerde hij met zelfgemaakte foto’s. Hij had een tijd gestudeerd in Duitsland waar hij zijn bewondering opdeed voor het Duitse Rijk en voor keizer Wilhelm II. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Zweden neutraal maar dit belette Hedin niet om uit te komen voor zijn pro-Duitse gevoelens. Zijn geloof in de Duitse eindoverwinning, gepaard met zijn diepe minachting voor Groot-Brittannië, stak hij niet onder stoelen of banken, ventileerde het ook in de Zweedse en Duitse pers[2]. Omdat de oorlogsjaren niet het geschikte moment waren om verre reizen te ondernemen, gooide Hedin het over een ander boeg. In de maanden september en oktober 1914 vinden we hem, “auf Einladung des Kaisers”[3], aan het westelijk front waar hij de Duitse troepen volgde in België en Frankrijk. Door zijn goede relaties met de Duitse legerleiding kon hij zich zo goed als vrij bewegen in het oorlogsgebied. Op 8 november is hij terug in Berlijn. Tijdens de daaropvolgende weken schrijft hij zijn relaas dat in de eerste maanden van 1915 verschijnt onder de titel Ein Volk in Waffen. Continue reading

Oostende in de verdediging

Oostende vóór de bezetting door de Duitsers
Tien weken om niet te vergeten
Begin augustus – half oktober 1914

Nadat de Oostendenaars van het oorlogsnieuws bekomen zijn en de eerste paniek van zich hebben afgezet, breken enkele weken aan waarvoor men vijfentwintig jaar later een naam zal vinden, de “drôle de guerre“. Begin augustus 1914 speelt de oorlog zich nog ver van de kust af. De ernst van de toestand dringt pas echt door als Luik, Brussel en Gent in handen van de vijand vallen. Alle hoop blijft gericht op de forten rond Antwerpen die de Duitse aanval definitief moeten afslaan.

Dag na dag komt de oorlog dichter. Niet alleen de vluchtelingen en de gewonden vinden de weg naar de kust, ook de Duitsers komen op verkenning in de kustprovincie. Eind augustus wordt de streek een eerste keer geconfronteerd met een vijandelijke voorhoede die teruggeslagen wordt aan de Snaaskerkebrug. Twee weken later is het weer prijs aan het Roggeveld, tussen Zarren en Esen. Het optimisme waarmee de kranten tot op het laatste moment de gebeurtenissen proberen te verslaan, wijkt meer en meer voor het pessimisme van de harde realiteit, zeker als Antwerpen valt en de regering naar Oostende vlucht. Als die na enkele dagen opnieuw vertrekt, is het duidelijk: de situatie is hopeloos. Het is nu nog een kwestie van enkele uren eer de Duitsers Oostende zullen bezetten. Op 15 oktober om half tien is het zover en het zal vier lange en bange jaren wachten zijn op hun vertrek. Continue reading

Oostende overspoeld door de vluchtelingen

Oostende vóór de bezetting door de Duitsers
Tien weken om niet te vergeten
Begin augustus – half oktober 1914

 

Op dinsdag 4 augustus valt Duitsland België binnen. De invallers ondervinden meer weerstand dan verwacht. De Luikse forten houden een tijdje stand. Eens Luik ingenomen, gaan de Duitsers vlug vooruit. In het westelijk deel van het land houdt men de toestand aan het front nauwlettend in het oog. Er zijn niet alleen de militaire operaties maar ook de wreedheden t.o.v. de burgerbevolking. De Duitsers verwijten Burgerwachten en inwoners dat ze achterhoedegevechten leveren, aan spionageactiviteiten doen en Duitse militairen beschieten. Meestal echter zijn het de Duitsers zelf die elkaar per ongeluk beschieten en ook Franse soldaten op de terugtocht. Het is algemeen bekend hoe de Duitsers reageerden: standrechtelijke terechtstelling van verdachten en van gijzelaars, in brand steken van huizen en gebouwen, enz. Daar kunnen de inwoners van Dinant, Aarschot, Leuven en nog andere locaties van mee spreken. Die wreedheden geraken niet alleen vlug bekend in het nog niet bezette deel van het land maar ook in het buitenland waar de sympathie voor “poor little Belgium” met de dag groeit.

Tussen 4 augustus en 15 oktober 1914 (de eerste dag van de bezetting van Oostende) verlopen zes weken van onzekerheid en paniek met als gevolg een enorme stroom vluchtelingen die zich beweegt van Oost naar West. Geleidelijk bereikt die mensenvloed de kustlijn van waaruit velen via Oostende naar Groot-Brittannië hopen te ontkomen. Tussen begin augustus en 13 oktober, de dag waarop de laatste maalboot de haven uitvaart, worden zo’n 80 000 vluchtelingen[1] naar Engeland verscheept, bijna het dubbele van de Oostendse bevolking van toen. Dit geeft een idee van de impact en de druk die van deze vluchtende mensenmassa uitging op de lokale bevolking en de voorzieningen. Er zouden nog meer mensen het kanaal hebben overgestoken als er voldoende schepen waren geweest en meer overvaarten mogelijk. Maar de maalboten worden op de eerste plaats voor troepentransporten ingezet en voor vervoer van gewonde militairen vanuit het belegerde Antwerpen. Zo komt het dat vele vluchtelingen tegen wil en dank in Oostende achterblijven en pas na de bezetting van de stad op eigen initiatief of door uitdrijving naar huis terugkeren. Continue reading

Oostende tijdens de Eerste Wereldoorlog: authentieke bronnen

Oostende vóór de bezetting door de Duitsers
Tien weken om niet te vergeten
Begin augustus – half oktober 1914

 

Vier jaar onder de klauwen der duitsche barbaren is de veelzeggende titel van het oorlogsdagboek dat gemeenteraadslid en dagbladuitgever Aimé Smissaert[1] publiceerde in De Duinengalm. De eerste aflevering verscheen in de editie van 1 december 1919 en de laatste – die van 17 november 1915, de 399ste oorlogsdag – in De Duinengalm van 24 december 1922. In de digitale GOD[2]-collectie zijn er in totaal 163 afleveringen beschikbaar. De Bibliotheek Kris Lambert van Oostende en het Flanders Fields Museum van Ieper bezitten fotokopieën van de 26 afleveringen[3] die daarop volgen. Er zijn twee hiaten: één van iets meer dan een jaar voor de periode van half september 1916 tot half oktober 1917 en een tweede voor de laatste oorlogsweken, van eind april tot aan de bevrijding van Oostende op 17 oktober 1918. Het heemkundig tijdschrift De Plate publiceerde de eerste zestig afleveringen[4]. Continue reading

Het seizoen 1914 in Oostende: de ‘beau monde’ ontvlucht de stad

Oostende vóór de bezetting door de Duitsers
Tien weken om niet te vergeten
Begin augustus – half oktober 1914

 

Eind juli is het aan de kust business as usual: prachtig weer, het seizoen draait op volle toeren en casino en schouwburg maken hun programmatie voor de komende winter bekend. Alleen maar goed nieuws in de mondaine badstad!

Een eerste donkere wolk verscheen in Le Carillon van 30 juni en 1 juli. We vinden er het verhaal van de moord op de Oostenrijkse aartshertogen die de anarchist Gavrilo Princip twee dagen eerder had gepleegd in Sarajevo. In Le Littoral, L’Echo en La Saison d’Ostende[1] gaat deze gebeurtenis ongemerkt voorbij. Continue reading

Käthe Kollwitz Koekelare

2014 … Honderd jaar geleden begon de eerste grote wereldbrand. België dat net als Nederland een neutrale toeschouwer had moeten zei, belandde ongewild midden in de brand. We voelen ons slachtoffer van een agressie en onze sympathie gaat op de eerste plaats uit naar zij die ons op dat moeilijk moment hebben gesteund, nl. Frankrijk en Groot-Brittannië. Maar misschien is het in een jaar van herinnering en herdenking  aangewezen om even over de muur te kijken bij de vroegere vijand. Ook daar zijn bij de kleine mens diepe wonden geslagen en het zou totaal verkeerd zijn om elke Duitser te beschouwen als een rabiaat militarist en een fanatieke aanhanger van der Kaiser.

De familie Kollwitz staat symbool voor het modale Duitse gezin dat net zoals zoveel andere Europese gezinnen in de oorlogsspiraal terecht kwam en meegezogen werd. Moeder Käthe (1867-1945) was kunstenares en vader arts. Ze woonden in Berlijn, in de wijk Prenzlauer Berg en hadden twee zonen, Peter en Hans. Peter was pas achttien toen hij zich als oorlogsvrijwilliger meldde. Hij sneuvelde al in de eerste oorlogsdagen, op 23 oktober 1914, in de omgeving van het Roggeveld, in de toenmalige gemeente Esen bij Diksmuide. Er moeten daar veel Duitsers gesneuveld zijn vermits later op die plaats een Duits Friedfhof werd aangelegd. Continue reading