De Meetkerkse Moeren

Meetkerke ligt in het poldergebied ten Noordwesten van Brugge, langs de baan van Brugge naar Oostende. Het dorpje maakt deel uit van de fusiegemeente Zuienkerke. De wandelroute[1] start aan het vroeger schoolgebouw, op de ruime en nette parking die speciaal voor wandelaars en fietsers werd aangelegd. Men kan hier de auto kwijt en rustig de wandelschoenen aantrekken op één van de bankjes.

We slaan de richting in van de kerk en komen voorbij de afspanning Het Mortierken dat een mooie kaart biedt aan dagjestoeristen. Wie nog even wil plassen vooraleer de tocht aan te vatten kan hier terecht. En op de terugweg kan je opnieuw hier de keel doorspoelen. Continue reading

Oorlog en Terpentijn

Oorlog en Terpentijn
Stefan Hertmans
Roman
De Bezige Bij 2014

Is ‘Oorlog en terpentijn’ van Stefan Hertmans een vervalsing? Dat vroeg de Nederlandse schrijver Arnon Grunberg zich eind maart af“, lezen we in De Morgen.

We begrijpen die discussie niet goed. We lazen het boek volledig uit en vonden het zeker de moeite. Of het al of niet op schriftjes van de grootvader is gebaseerd – wat we persoonlijk wel geloven – maakt niet uit. En er zijn niet alleen de schriftjes. Hertmans zocht bv. ook de locaties op waar zijn grootvader aan het front lag. Natuurlijk kan je nooit honderd procent zeker zijn dat het precies daar was evenmin als je exact kan weten wat grootvader toen dacht of meemaakte, welke de emoties van het ogenblik waren. In dit genre komt altijd een stuk fictie te pas. Op de kaft staat trouwens het woord “roman”. Dat steekt Hertmans trouwens ook niet onder stoelen of banken in de recensie die verscheen in DS: “Om de waarheid waarachtig te maken, heb je ook een scheut verbeelding nodig“. Hertmans hoeft helemaal niet het portret van Maria Emelia te voorschijn te halen om te bewijzen dat zijn werk geen “vervalsing” is. Hij legt al genoeg uit de intimiteit van zijn grootouders bloot. Continue reading

Oostende in de verdediging

Oostende vóór de bezetting door de Duitsers
Tien weken om niet te vergeten
Begin augustus – half oktober 1914

Nadat de Oostendenaars van het oorlogsnieuws bekomen zijn en de eerste paniek van zich hebben afgezet, breken enkele weken aan waarvoor men vijfentwintig jaar later een naam zal vinden, de “drôle de guerre“. Begin augustus 1914 speelt de oorlog zich nog ver van de kust af. De ernst van de toestand dringt pas echt door als Luik, Brussel en Gent in handen van de vijand vallen. Alle hoop blijft gericht op de forten rond Antwerpen die de Duitse aanval definitief moeten afslaan.

Dag na dag komt de oorlog dichter. Niet alleen de vluchtelingen en de gewonden vinden de weg naar de kust, ook de Duitsers komen op verkenning in de kustprovincie. Eind augustus wordt de streek een eerste keer geconfronteerd met een vijandelijke voorhoede die teruggeslagen wordt aan de Snaaskerkebrug. Twee weken later is het weer prijs aan het Roggeveld, tussen Zarren en Esen. Het optimisme waarmee de kranten tot op het laatste moment de gebeurtenissen proberen te verslaan, wijkt meer en meer voor het pessimisme van de harde realiteit, zeker als Antwerpen valt en de regering naar Oostende vlucht. Als die na enkele dagen opnieuw vertrekt, is het duidelijk: de situatie is hopeloos. Het is nu nog een kwestie van enkele uren eer de Duitsers Oostende zullen bezetten. Op 15 oktober om half tien is het zover en het zal vier lange en bange jaren wachten zijn op hun vertrek. Continue reading

Vrijgeweed wandelroute

De wandelroute[1] situeert zich tussen Torhout (Groenhove), Oostkamp en Wingene en is 12,8 km lang, voornamelijk binnen de gemeentegrenzen van Wingene. We splitsten de route op en volgen een ingekort circuit van zo’n 7km vanaf de wijk Rick tot aan de Ringbeekstraat waar we rechts afslaan in de richting van De Zingende Watermolen.

Op de wandelroute moeten we een paar keer gedurende korte tijd wandelen langs gevaarlijke verbindingswegen of deze dwarsen. De betonnen Vannekensstraat-Westkanstraat is nogal druk bereden. Een omwonende doet zijn beklag over het rijgedrag van sommige chauffeurs die ook voor heel wat lawaaioverlast zorgen. Men rijdt er duidelijk veel te snel.

We vertrekken aan de Rick, een vroeger markpleintje dat omgeven was door herbergen. De naam komt van ‘Ter Eect’ en was één van de eerste bewoonde kernen van de gemeente Wingene. Het pleintje diende als marktplaats voor paardenhandel en is nu handig als parkeerplaats voor de wagen van de wandelaars. Continue reading

Al die mondjes hebben honger

Oostende vóór de bezetting door de Duitsers
Tien weken om niet te vergeten
Begin augustus – half oktober 1914

In de nacht van zaterdag op zondag 2 augustus dragen Rijkswacht en politie de oproepingsbrieven voor de algemene mobilisatie rond. Op maandag 3 augustus is het dan zover: Duitsland verklaart de oorlog.

De bevolking geraakt in paniek en neemt voorzorgen. Marktkramers weigeren bankbiljetten omdat geruchten de ronde doen dat het papieren geld de helft van zijn waarde heeft verloren. Oostendenaars en toeristen bestormen de plaatselijke Nationale Bank om biljetten voor muntstukken te wisselen. Politieversterking komt erbij te pas en de brandweer moet nadarafsluitingen plaatsen. De agenten slagen er niet in om de menigte te bedwingen en de burgemeester laat militairen aanrukken. Pasmunt wordt met het uur zeldzamer. De Handelskamer roept op tot kalmte en verzekert dat als de Nationale Bank de nodige tijd krijgt, ze alle aangeboden biljetten zal omwisselen in muntstukken. De Nationale Bank laat voor twintig miljoen BEF extra gouden munten slaan.

Op de Groentenmarkt is het één en al verwarring. Sommige marktkramers profiteren van de situatie. De aardappelen die ze voor dag en dauw tegen een spotprijs aankochten bij de tuinbouwers, verkopen ze op de markt aan 80 centimen voor 3 kilo’s[1]. De kooplustigen pikken dit niet en vóór de politie ter plaatse komt, hebben ze al kramen omvergegooid en meerdere kilo’s patatten meegegritst. Continue reading

Oostende overspoeld door de vluchtelingen

Oostende vóór de bezetting door de Duitsers
Tien weken om niet te vergeten
Begin augustus – half oktober 1914

 

Op dinsdag 4 augustus valt Duitsland België binnen. De invallers ondervinden meer weerstand dan verwacht. De Luikse forten houden een tijdje stand. Eens Luik ingenomen, gaan de Duitsers vlug vooruit. In het westelijk deel van het land houdt men de toestand aan het front nauwlettend in het oog. Er zijn niet alleen de militaire operaties maar ook de wreedheden t.o.v. de burgerbevolking. De Duitsers verwijten Burgerwachten en inwoners dat ze achterhoedegevechten leveren, aan spionageactiviteiten doen en Duitse militairen beschieten. Meestal echter zijn het de Duitsers zelf die elkaar per ongeluk beschieten en ook Franse soldaten op de terugtocht. Het is algemeen bekend hoe de Duitsers reageerden: standrechtelijke terechtstelling van verdachten en van gijzelaars, in brand steken van huizen en gebouwen, enz. Daar kunnen de inwoners van Dinant, Aarschot, Leuven en nog andere locaties van mee spreken. Die wreedheden geraken niet alleen vlug bekend in het nog niet bezette deel van het land maar ook in het buitenland waar de sympathie voor “poor little Belgium” met de dag groeit.

Tussen 4 augustus en 15 oktober 1914 (de eerste dag van de bezetting van Oostende) verlopen zes weken van onzekerheid en paniek met als gevolg een enorme stroom vluchtelingen die zich beweegt van Oost naar West. Geleidelijk bereikt die mensenvloed de kustlijn van waaruit velen via Oostende naar Groot-Brittannië hopen te ontkomen. Tussen begin augustus en 13 oktober, de dag waarop de laatste maalboot de haven uitvaart, worden zo’n 80 000 vluchtelingen[1] naar Engeland verscheept, bijna het dubbele van de Oostendse bevolking van toen. Dit geeft een idee van de impact en de druk die van deze vluchtende mensenmassa uitging op de lokale bevolking en de voorzieningen. Er zouden nog meer mensen het kanaal hebben overgestoken als er voldoende schepen waren geweest en meer overvaarten mogelijk. Maar de maalboten worden op de eerste plaats voor troepentransporten ingezet en voor vervoer van gewonde militairen vanuit het belegerde Antwerpen. Zo komt het dat vele vluchtelingen tegen wil en dank in Oostende achterblijven en pas na de bezetting van de stad op eigen initiatief of door uitdrijving naar huis terugkeren. Continue reading

Notre-Dame de la Treille in Rijsel

Hoewel de eerste steen van de huidige kathedraal van Rijsel pas in 1854 werd gelegd, kende dit neogotisch gebouw al een bewogen geschiedenis. De “ultieme” steen, bij manier van spreken, werd pas zo’n 140 jaar later geplaatst, in 1999. De kerk herbergt niet enkel de bisschopszetel van Rijsel maar ook het miraculeus beeldje van Notre-Dame de La Treille, Onze-Lieve-Vrouw van de Wijnstok.

De verering gaat terug tot de middeleeuwen. “Treille” zou verwijzen naar Treola, een wijngaard toen ergens in de buurt. Tijdens de Franse revolutie werd het beeldje verstopt en kreeg het nadien een plaats in de Sainte-Cathérinekerk vanwaar het in 1872 naar de pas gebouwde kathedraal werd overgebracht. Spijtig genoeg werd het in 1959 gestolen en nooit teruggevonden. Wat we vandaag in de koorkapel zien, is dus een replica van het beeld. Continue reading

Langs de Mortagne wandelroute

Deze route loopt volledig over het grondgebied van de gemeente Spiere-Helkijn. Samen met Mesen is het een West-Vlaamse gemeente met faciliteiten voor de Franstaligen voor wie de gemeente “Espierres-Helchin” heet. Als we echter naar de gemeentelijke website kijken, zien we dat, in tegenstelling met bv. de Brusselse rand, hier enkel de Nederlandse vorm als officiële gemeentenaam wordt gebruikt.

Op het terras van een cafeetje in Spiere worden we door de bazin in het Frans aangesproken en we horen dat de twee andere cafébezoekers in een toch wat verbasterde vorm van de taal van Molière aan het praten zijn. Bij het weggaan spreekt één van hen ons in het Vlaams aan en zegt terloops dat hij de beide landstalen spreekt. De tweetaligheid is hier historisch ontstaan wat niet te verwonderen is door de ligging van de gemeente tussen centra als Kortrijk, Doornik, Roubaix, Tourcoing en Rijsel. Dat de gemeente niet overgegaan is naar de provincie Henegouwen, samen met het bv. het nabijgelegen Dottenijs en Moeskroen, is te verklaren door de meerderheid van Vlaamssprekende inwoners toen de taalgrens werd afgebakend. Continue reading

Oostende tijdens de Eerste Wereldoorlog: authentieke bronnen

Oostende vóór de bezetting door de Duitsers
Tien weken om niet te vergeten
Begin augustus – half oktober 1914

 

Vier jaar onder de klauwen der duitsche barbaren is de veelzeggende titel van het oorlogsdagboek dat gemeenteraadslid en dagbladuitgever Aimé Smissaert[1] publiceerde in De Duinengalm. De eerste aflevering verscheen in de editie van 1 december 1919 en de laatste – die van 17 november 1915, de 399ste oorlogsdag – in De Duinengalm van 24 december 1922. In de digitale GOD[2]-collectie zijn er in totaal 163 afleveringen beschikbaar. De Bibliotheek Kris Lambert van Oostende en het Flanders Fields Museum van Ieper bezitten fotokopieën van de 26 afleveringen[3] die daarop volgen. Er zijn twee hiaten: één van iets meer dan een jaar voor de periode van half september 1916 tot half oktober 1917 en een tweede voor de laatste oorlogsweken, van eind april tot aan de bevrijding van Oostende op 17 oktober 1918. Het heemkundig tijdschrift De Plate publiceerde de eerste zestig afleveringen[4]. Continue reading

Brouwerijmuseum De Snoek in Fortem

Fortem ligt aan de Lovaart en is een gehucht van de West-Vlaamse gemeente Alveringem gelegen achter de IJzer. Wanneer je van Diksmuide komt, rijd je via Fortem Alveringem binnen. Aan de Lovaart steek je de brug over, je slaat het eerste straatje links in en je kunt je auto kwijt voor café De Snoek waarachter de voormalige brouwerij zich bevindt. Achteraan is er ook een kleine parking voor bezoekers. Continue reading