Biografie Hugo Verriest

Romain Vanlandschoot
Tielt, Lannoo 2014
616 p.

Deze lijvige en heel complete biografie zou kunnen doorgaan als een dubbele of zelfs driedubbele biografie. Hugo Verriest, de West-Vlaamse priester, is uiteraard de centrale figuur maar ook Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach worden voortdurend opgevoerd. Gezelle was de leraar van Verriest in het Roeselaarse Klein Seminarie en Albrecht Rodenbacht was er zijn leerling. Het Klein Seminarie komt voortdurend terug want het is de plaats waar de drie elkaar hebben ontmoet en waar vriendschap voor het leven werd gesmeed.

Toch zien we dat Verriest ideologisch dichter staat bij zijn leerling dan bij zijn leraar. De vriendschap tussen Gezelle en Verriest werd wel nooit verbroken, maar kende wel enkele dipjes. De bewondering van Verriest voor zijn oude meester bleef al die jaren ongerept. Ze waren het wel niet eens over het West-Vlaams als standaardtaal . Waar Gezelle opteerde voor het West-Vlaams model, trok Verriest resoluut de kaart van het algemeen Nederlands en voor aansluiting met het Noorden. Het particularisme van Gezelle was bovendien door ideologische motieven ingegeven, nl. de vrees dat de protestantse invloed vanuit het Noorden het katholieke Vlaanderen zou overspoelen. Continue reading

Korsele of de Geuzenhoek van Horebeke

Horebeke ligt op een tiental kilometers van Oudenaarde. Deze fusiegemeente omvat drie kernen: Sint-Maria-Horebeke, Sint-Kornelis-Horebeke en Korsele, beter bekend als de Geuzenhoek.

Geuzenhoek is ook de naam van een wandelroute in de Vlaamse Ardennen. De route is uitgegeven door Toerisme Oost-Vlaanderen[1] en is 14 km lang. Ze kan gemakkelijk in twee delen worden opgesplitst.

Wie minder goed te been is, kan de wagen achterlaten aan de kerk van Sint-Maria-Horebeke en zo’n halve kilometer te voet via een landweg (de Ketse) wandelen naar de kerk van Sint-Kornelis-Horebeke. Je kan dan terugwandelen via dezelfde weg of iets langer via de Koekoekstraat en de Kullaarsweg. Continue reading

West-Vlamingen in de Nederlandse Tweede Kamer (1815 – 1830)

Eerste deel van bijdrage verschenen in Biekorf van maart 2015

Hun beperkte biografieën verschenen in Biekorf van juni 2015

Leonard du Bus de Gisegnies

Tweehonderd jaar geleden, op 21 september 1815, had niet in Den Haag maar in de gotische zaal van het Brusselse stadhuis de plechtige installatie van de Staten-Generaal plaats. Willem I (1772-1843)[1] hield er een openingstoespraak in het Nederlands waarin hij herinnerde aan de bloeiperiode van de Nederlanden onder  Karel V.  De vorst begaf zich daarna naar het Koningsplein om de eed op de grondwet af te leggen. De voorzitters van Eerste en Tweede Kamer kwamen vervolgens aan de beurt[2]. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was geboren. Van het koningschap van Willem I onthouden we voornamelijk de opleving van de economie en de handel in onze gewesten, zijn inspanningen om, los van de invloed van de Kerk, degelijk onderwijs te organiseren en natuurlijk ook zijn maatregelen om, na bijna een kwarteeuw Franse overheersing, van het Nederlands weer de bestuurstaal te maken in het Diets gedeelte van de zuidelijke Nederlanden. Continue reading

Het Gezellemuseum in Brugge

Het Gezellemuseum bevindt zich, hoe kan het ook anders, in Brugge, aan de Rolweg 64. In feite is dit het geboortehuis van de dichter. Vader Gezelle was hier hovenier en gebruikte de tuin als planten- en boomkwekerij. Het domein was ook veel groter dan wat er vandaag overblijft van de tuin en de woning.. De familie Gezelle was geen eigenaar van het huis, vader was conciërge van de rijke familie die in de zomer een deel van het huis bewoonde.

Gezelle is er geboren en heeft er het grootste deel van zijn jeugd doorgebracht. Na zijn lagere middelbaar verliet hij Brugge om de hogere leerjaren te volgen in Roeselare. Dat was toen ongeveer het moment waarop vader en het gezin verhuisde naar een andere woning in de omgeving. Continue reading

Het Frontparadijs in Gent …

Heinrich Wandt
Het Frontparadijs
Oorlogsrelaas van een Duitse soldaat in bezet Gent
Hannibal, 2014
285 blz.

Het Frontparadijs maakt deel uit van de talrijke publicaties in het kader van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Het geschrift is niet nieuw want de oorspronkelijke Duitse versie werd al in de jaren twintig gepubliceerd. De auteur werd toen ook meermaals vervolgd voor eerroof. Die processen werden ingespannen door de voormalige Duitse, vooral Pruisische officieren die de auteur zonder scrupules aan de schandpaal had genageld in zijn boek.

Wandt was niet om het even wie. Ideologisch was hij socialist, sociaaldemocraat om precies te zijn, en vandaar antimilitarist en pacifist. Toen hij vlak vóór de oorlog opgeroepen werd voor de militaire dienst, deserteerde hij maar meldde zich na enkele tijd terug aan. Hij verhuisde naar een Duitse vestinggevangenis die hij na enkele maanden al inwisselde voor het front in het Ieperse. Om gezondheidsredenen werd hij naar Gent overgeplaatst dat naast Tielt functioneerde als centrum van het zo geheten etappegebied, het hinterland van de operatiezone aan de IJzer en de kust.

Voor de oorlog had hij heel wat gereisd en verbleef hij een tijdje in Parijs waar hij in de socialistische milieus rond Jaurès werd opgemerkt. Eén van zijn grootste ontgoochelingen was de onmacht van de Franse en Duitse socialisten om door gezamenlijke actie de oorlog te vermijden. Die mislukking was voor hem een stimulans om het ware gelaat van het Pruisisch militarisme te laten zien en aan te klagen. Continue reading

Frankrijk rijdt zich te pletter

Eric Zemmour
Le suicide français
Albin Michel 2014

534 p.

Mei 1968 vormt een breuklijn in de recente Franse geschiedenis. De Gaulle nam pas ontslag in april 1969 maar na de revolte van mei 1968, uitgelokt door de studenten en waarop arbeiders, syndicaten en linkse politieke partijen nadien inspeelden, was de Gaulle niet meer dezelfde als voorheen. “Dix années, ça suffit”, klonk het toen.

In de periode van 1958 tot 1968, de jaren dat de Gaulle echt het beleid bepaalde, streefde de Franse rechtse meerderheid naar een maximum aan autonomie en onafhankelijkheid t.o.v. andere landen en/of internationale instanties.

“Europa” was toen nog de EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) en niet de Euromarkt of de Europese Unie, de vrijhandelsassociatie die het na het toetreden van de Britten meer en meer geworden is. De Gaulle had de toetreding van Groot-Brittannië consequent tegengehouden maar na zijn aftreden en overlijden (1970) hebben zijn opvolgers Pompidou, Giscard en Mitterrand duidelijk het geweer van schouder veranderd.

Zelfde streven van de Gaulle naar onafhankelijkheid op militair en diplomatiek vlak: uitbouw van een eigen atoom strijkkracht (Force de frappe) en het eigen militair apparaat dat onttrokken werd aan het overkoepelend commando van de NATO. Eigen koers los van de VS i.v.m. de buitenlandse politiek, met o.a. de erkenning van de Chinese Volksrepubliek.  Continue reading

Koning Willem I

Jeroen KOCH
Koning Willem I
1772-1843
Boom Amsterdam, 2013
704 blz

In het kader van tweehonderd jaar Koninkrijk der Nederlanden en met de steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds verscheen in 2013 het eerste deel uit een reeks van drie biografieën gewijd aan de drie Nederlandse koningen. Jeroen Koch belichtte de figuur van Willem I en bezorgde ons een nieuwe, hedendaagse biografie van deze koning. De vorige[1] dateerden al van voor en kort na de Tweede Wereldoorlog.

Hoewel het leven van Willem I niet het eigenlijk onderwerp uitmaakt van het werk van Els Witte, kon ze niet anders dan ook de figuur van de koning belichten tijdens de vijftienjarige periode van en de naweeën van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het bilan van de regeerperiode van koning Willem I is voor haar overwegend positief: de koning droeg bij tot de welvaart van de nieuwe staat en dit tot grote tevredenheid van de toen dominerende elites. Kortom, Els Witte schetst op de eerste plaats het beeld van de “goede koning” van het “verloren koninkrijk” waaraan diezelfde elites na 1830 met heimwee terugdachten.  Continue reading

Het verloren Koninkrijk

Els WITTE
Het verloren Koninkrijk
Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie 1828 – 1850
De Bezige Bij, 2014
687 p.

Wij willen Willem weg, wilde Willem wijzer worden, wij willen Willem weer”. Wie kent dat wijsje niet dat vele generaties onderwijzers hun leerlingen hebben leren afdreunen tijdens de les Vaderlandse geschiedenis? Zoveel jaren later beseffen we  dat het zinnetje uit de officiële, belgicistische geschiedschrijving-genre-Pirenne komt en dat deze eigenlijk - ad maiorem gloriam van de “revolutie” van 1830 en vooral van de dynastie van de Coburgs – met de ware toedracht van de feiten en van de gebeurtenissen een loopje heeft genomen. Het werk van Els Witte heeft de ambitie om de Belgische “revolutie” in de juiste context te kaderen en werpt tevens een nieuw licht op het orangisme.

Bij het lezen van het monumentaal werk van Els Witte, krijgen we een totaal ander beeld van de periode 1815-1830. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was een bloeiperiode voor ons economisch leven en Willem I was als vorst algemeen aanvaard door de elite en de nijveraars van het Zuiden. Het koninkrijk van Willem I was wel een creatie in het kielzog van het Congres van Wenen. Dit wil echter niet zeggen dat Willem I, net als de Bourbons in Parijs, de klok volledig richting Ancien Regime heeft teruggedraaid. Heel wat verworvenheden van de Franse revolutie en van het Franse Keizerrijk heeft hij verder laten bestaan.  Konings godsdienstpolitiek, met als orgelpunt de vrijheid van en de gelijkstelling van de erediensten, gaat terug op de denkbeelden van de Verlichting en van het Jozefisme. Net als de Oostenrijkse keizer werd nu ook Willem teruggefloten door de katholieke goegemeente. Dit mag niet worden veralgemeend want een aantal vooruitstrevende bisschoppen en geestelijken stonden wel achter de innoverende ideeën van de koning. Niet alleen de godsdienst maar ook de taalpolitiek van de koning die van het Nederlands de officiële taal van zijn rijk wilde maken, werd op de korrel genomen door de Franstaligen en de verfranste Vlamingen. Zijn godsdienst- en taalpolitiek worden traditioneel beschouwd als de voornaamste factoren die hebben geleid tot de Belgische revolutie hoewel moet worden vermeld dat de koning al in 1829 en begin 1830 de meeste van de gecontesteerde maatregelen had ingetrokken of bijgestuurd. Continue reading

Een vergeten ooggetuige in Oostende tussen 21 en 26 oktober 1914

Voor de volledige tekst van deze bijdrage, zie De Plate, jaargang 42, nummer 10 (oktober 2014), p. 228-242.

De eerste beschieting van Oostende vanuit zee vond plaats op 23 oktober 1914 en wordt beschreven in de Oostendse oorlogsdagboeken van Elleboudt-Lefèvre, Smissaert en Van Praet. Van die beschieting en van de gebeurtenissen in Oostende en aan de kust tussen 21 en 26 oktober bestaat ook een ooggetuigenverslag van de Zweed Sven Anders Hedin.

Sven Anders Hedin

Sven Anders Hedin (1865-1952)[1] was niet de eerste de beste. De Zweed is vooral gekend als geograaf en ontdekkingsreiziger en publiceerde heel wat rond zijn reizen en expedities in centraal Azië. Zijn reisverhalen illustreerde hij met zelfgemaakte foto’s. Hij had een tijd gestudeerd in Duitsland waar hij zijn bewondering opdeed voor het Duitse Rijk en voor keizer Wilhelm II. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Zweden neutraal maar dit belette Hedin niet om uit te komen voor zijn pro-Duitse gevoelens. Zijn geloof in de Duitse eindoverwinning, gepaard met zijn diepe minachting voor Groot-Brittannië, stak hij niet onder stoelen of banken, ventileerde het ook in de Zweedse en Duitse pers[2]. Omdat de oorlogsjaren niet het geschikte moment waren om verre reizen te ondernemen, gooide Hedin het over een ander boeg. In de maanden september en oktober 1914 vinden we hem, “auf Einladung des Kaisers”[3], aan het westelijk front waar hij de Duitse troepen volgde in België en Frankrijk. Door zijn goede relaties met de Duitse legerleiding kon hij zich zo goed als vrij bewegen in het oorlogsgebied. Op 8 november is hij terug in Berlijn. Tijdens de daaropvolgende weken schrijft hij zijn relaas dat in de eerste maanden van 1915 verschijnt onder de titel Ein Volk in Waffen. Continue reading

Melkerijonderwijs in West-Vlaanderen

 Artikel verschenen in Biekorf van juni 2014.

In zijn artikel over de privélessen Deens die Guido Gezelle[1] mogelijk gaf aan Sidonie Tanghe, vraagt Karel Platteau zich af welke opleiding Sidonie had gevolgd. We vonden het antwoord in de Rapports Triennaux (RT, Driejaarlijkse verslagen)[2] die de minister van Landbouw voorlegde aan het Parlement. Deze RT vermelden tientallen initiatieven[3] uitgaande van of gesubsidieerd door het ministerie van Landbouw. Het betreft meestal korte vormingscursussen of leergangen voor volwassenen. Na hun oprichting zullen de Boerenbond en de Boerinnenbond ook cursussen organiseren, meestal met subsidies van het ministerie. In deze bijdrage beperken we ons tot de specifieke opleidingen voor dochters van landbouwers: de melkerijscholen en de opleidingen landbouwhuishoudkunde.

ontstaan van het landbouwonderwijs in belgië

Kort na de onafhankelijkheid begonnen de discussies over de mogelijke organisatie en subsidiëring van land- en tuinbouwonderwijs. Waren deze opleidingen wel zinvol op het niveau van het secundair onderwijs, vroegen de volksvertegenwoordigers zich af. Moesten ze niet eerder ingericht worden in het hoger onderwijs? En hoe zat het met de financiële tussenkomst van de staat? Er werd wel geëxperimenteerd met een aantal initiatieven, o.a. met een Institut agricole de Thourout opgericht rond 1850. Hoewel er geen wettelijke regeling bestond, betoelaagde de overheid toch dit proefproject. Continue reading