<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Siagrius, weblog van John Aspeslagh &#187; eerste wereldoorlog</title>
	<atom:link href="http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;tag=eerste-wereldoorlog" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://siagrius.be/siagrius</link>
	<description>Lokale geschiedenis en erfgoed  ...</description>
	<lastBuildDate>Tue, 03 Feb 2026 10:07:14 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
		<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
		<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.8</generator>
	<item>
		<title>Shrapnel citeert uit het dagboek van Sylvain Van Praet</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9444</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9444#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 19 Aug 2020 13:06:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[john aspeslagh]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Sylvain Van Praet]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9444</guid>
		<description><![CDATA[&#160; &#160; Shrapnel 2020/3 p. 65-70 vertelt de bevrijding van Oostende in oktober 1918 aan de hand van het oorlogsdagboek van Sylvain Van Praet. &#160; &#160; &#160;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><em><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0002.jpg"><img class="wp-image-9435 alignleft" alt="IMG_20191120_0002" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0002.jpg" width="213" height="308" /></a></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Shrapnel</em> 2020/3 p. 65-70 vertelt de bevrijding van Oostende in oktober 1918 aan de hand van het oorlogsdagboek van <a href="http://siagrius.be/siagrius/?cat=1053" target="_blank">Sylvain Van Praet.</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/08/Shrapnel-2020.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9446" alt="Shrapnel 2020" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2020/08/Shrapnel-2020.jpg" width="1168" height="1704" /></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9444</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een vergeten ooggetuige in Oostende tussen 21 en 26 oktober 1914</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9433</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9433#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 20 Nov 2019 18:45:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Geschiedenis algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[beschieting Oostende]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Sven Anders Hedin]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9433</guid>
		<description><![CDATA[De bijdrage over Sven Hedin en de eerste oorlogsmaand in Oostende en gepubliceerd in De Plate, jaargang 42, nummer 10 (oktober 2014), p. 228-242, is nu ook overgenomen in Schrapnel, The Western Front Association België, nummer vierde kwartaal 2019.p. 11-24. &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9433">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0002.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9435" alt="IMG_20191120_0002" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0002-206x300.jpg" width="206" height="300" /></a></p>
<p>De bijdrage over <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7906" target="_blank">Sven Hedin en de eerste oorlogsmaand in Oostende</a> en gepubliceerd in De Plate, jaargang 42, nummer 10 (oktober 2014), p. 228-242, is nu ook overgenomen in<a href="https://wfabelgie.wordpress.com/" target="_blank"><em> Schrapnel, The Western Front Association België</em>,</a> nummer vierde kwartaal 2019.p. 11-24.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0003.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-9436" alt="IMG_20191120_0003" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/11/IMG_20191120_0003.jpg" width="1654" height="2386" /></a></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7906" target="_blank"> Lees verder</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p style="text-align: center;">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9433</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Spionagekoorts in Oostende</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9414</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9414#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 Apr 2019 13:57:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Spionage 1914]]></category>
		<category><![CDATA[Uhlanen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9414</guid>
		<description><![CDATA[Bijdrage verschenen in Biekorf jaargang 2019, maart, p. 120-22 Waren er onder de Uhlanen handelsreizigers of kooplui die kort vóór de oorlog nog onze gewesten hadden bezocht, vraagt Lucien Van Acker zich af[1]. Al wie den toestand van ons land &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9414">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Bijdrage verschenen in <em>Biekorf<br />
</em>jaargang 2019, maart, p. 120-22</strong></span></p>
<p>Waren er onder de <i>Uhlanen</i> handelsreizigers of kooplui die kort vóór de oorlog nog onze gewesten hadden bezocht, vraagt Lucien Van Acker zich af<a title="" href="#_ftn1">[1]</a>.</p>
<p><i>Al wie den toestand van ons land kent van v</i><i>óór den oorlog, weet dat het krioelde van Duitschers, waarvan de eenen reserveofficieren waren en de anderen spioene</i>n, schrijven Elleboudt en Lefèvre<a title="" href="#_ftn2">[2]</a>. In hun oorlogsdagboek en in de lokale pers vonden we enkele gevallen van echte of vermeende spionage in het Oostendse tijdens de maanden augustus en september 1914.</p>
<p>In de eerste dagen van augustus liet minister van Oorlog De Broqueville een bericht aanplakken waarin werd gemeld dat op spionage de doodstraf stond, zonder mogelijkheid op beroep binnen de 24 uren uit te voeren. Dit bericht werkte vanzelfsprekend de &#8220;<i>spionitis</i>&#8221; in de hand.</p>
<p>Enkele Duitsers die na de oorlogsverklaring op het punt stonden om met een huurauto naar het neutrale Nederland te vertrekken, werden, op de verdenking &#8220;<i>spioenen</i>&#8221; te zijn, tegengehouden.</p>
<p>Elleboudt en Lefèvre vermelden het geval van een zonderlinge soldaat van het 3<sup>de</sup> Linieregiment die in uniform een kapperssalon binnenkwam om zich te laten &#8220;<i>rasieren und haarsneiden</i>&#8220;. Een klant verwittigde de Burgerwacht die de kerel inrekende. Hij gaf zich uit voor een Deen die als vrijwilliger dienst had genomen in het Belgische leger. Maar was hij wel een spion? <i>De overheid hechtte er meer belang aan hem in verzekerde bewaring te stellen en later zal het wel gebleken zijn, dat ze volkomen gelijk had,</i> besluiten de twee auteurs.</p>
<p>In <i>Hotel Continental</i> werd een hotelgast die probeerde een radio te installeren in zijn kamer, door brigadier Goovaert aangehouden. Het betrof de Duitse officier Eberhard of Erhard die naast een aanzienlijke som geld ook een alfabet in cijferschrift bij zich had. Deze man was een echte spion die enkele weken later, in de maand september, in Zwijndrecht werd terechtgesteld. De spullen die hij achterliet werden door een deurwaarder per opbod verkocht op de markt in Oostende.</p>
<p>De Gendarmerie arresteerde een Duitser die onlangs nog in Stene paarden was komen opkopen.</p>
<p>Een andere &#8220;Duitser&#8221; liet in zijn hotel in de Kerkstraat (of Sint-Paulusstraat?) een valies staan met zeven &#8220;<i>springtuigen</i>&#8221; erin. Hier was duidelijk sprake van een misverstand. De man bleek een handelsreiziger uit Verviers te zijn en zijn &#8220;<i>springtuigen</i>&#8221; waren brouwerijmateriaal. Hij werd, na verontschuldigingen, opnieuw vrijgelaten.</p>
<p>Duitsers die al jaren in Oostende woonden, vroegen politiebescherming omdat de bevolking hen van spionage verdacht.</p>
<div><strong><span style="color: #ff0000;">Lees verder in <em>Biekorf 2019.</em></span></strong><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> <i>Biekorf</i> 118 (2018), p. 506.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> A. ELLEBOUDT en G. LEFEVRE, <i>1914-1918 Oostende onder de Duitsche bezetting</i> (Oostende, s.d), p. 9-13.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9414</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Handel met de vijand in Oostende? Het proces Smis-Valcke van december 1920</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9387</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9387#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Jan 2019 13:49:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[1914-1918]]></category>
		<category><![CDATA[1920]]></category>
		<category><![CDATA[collaboratie]]></category>
		<category><![CDATA[Economische collaboratie]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[Henri Smis]]></category>
		<category><![CDATA[Hof van Assisen]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9387</guid>
		<description><![CDATA[Bijdrage verschenen in Biekorf 118 (2018), nummer december, p. 435-66. Na de vervolging van de Oostendse activisten voor het West-Vlaamse Hof van Assisen in juni en voor dat van Brabant in juli[1], pakte Justitie de economische collaboratie aan. Henri Smis stond in &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9387">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;">Bijdrage verschenen in <strong><em>Biekorf</em> 118 (2018), nummer december, p. 435-66.</strong></span></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/12063891_813982802054987_6518043845171279099_n.jpg"><img class="size-medium wp-image-9391 alignleft" alt="12063891_813982802054987_6518043845171279099_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/12063891_813982802054987_6518043845171279099_n-300x182.jpg" width="300" height="182" /></a>Na de vervolging van de Oostendse activisten voor het West-Vlaamse Hof van Assisen in juni en voor dat van Brabant in juli<a title="" href="#_ftn1">[1]</a>, pakte Justitie de economische collaboratie aan. Henri Smis stond in december 1920 in Brugge terecht op beschuldiging van in Oostende en omgeving werken te hebben uitgevoerd voor de bezetter en zo te hebben bijgedragen tot de Duitse oorlogsmachine.</p>
<p>Zijn proces begon op donderdag 9 en eindigde op woensdag 22 december 1920. Alleen al door de notoriteit van de beklaagde groeide de rechtszaak uit tot een megaproces waarover de tweetalige Oostendse pers<a title="" href="#_ftn2">[2]</a> een hele maand lang verslag uitbracht. Die verslagen die elkaar aanvullen, waren de basis voor deze bijdrage. Het is het enige geval van economische collaboratie dat zo&#8217;n weerklank kreeg in de pers en bij de bevolking.</p>
<p>Dat de firma Smis-Valcke vanaf de eerste dagen van de bezetting zijn gewone activiteiten had hernomen en die zelfs uitgebreid had onder Duitse leiding, had een groot deel van de bevolking diep gegriefd. Smis&#8217; vriendschappelijke omgang met de vijand en zijn flamboyante levensstijl verklaren waarom de publieke opinie verwachtte dat hij na de bevrijding zijn verdiende loon zou krijgen.</p>
<p>Het assisendossier zelf bestaat niet meer. Algemene gegevens over het proces, zoals de samenstelling van het Hof en van de jury, de akte van inbeschuldigingstelling en het vonnis vonden we terug in het <i>Register van de arresten</i> uitgesproken tijdens het jaar 1920<a title="" href="#_ftn3">[3]</a>. Het volumineus dossier<a title="" href="#_ftn4">[4]</a> van het faillissement van de firma Smis-Valcke uitgesproken door de Handelsrechtbank van Oostende (4 januari 1921, hierna verder afgekort als DHRO) is wel bewaard. Bijzonder interessant zijn de bezwaarschriften gericht aan het Hof van Beroep van Gent waarin Smis met cijfermateriaal en andere gegevens de fiscale aanslag aanvecht op zijn inkomsten uit de oorlogsjaren. In de marge vonden we enkele bijkomende gegevens over zijn aannemingen uitgevoerd voor de bezetter, de opeisingen van de stad Oostende, de onbetaalde rekeningen, de uitrusting van de firma door de bezetter aangeslagen in 1917, &#8230;<span id="more-9387"></span></p>
<p><strong>Henri Smis, selfmade man</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/1503420_10205882165514981_5099704451627467555_n.jpg"><img class="size-medium wp-image-9389 alignleft" alt="1503420_10205882165514981_5099704451627467555_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/1503420_10205882165514981_5099704451627467555_n-300x174.jpg" width="300" height="174" /></a>Henri Smis werd op 16 januari 1858 in Gistel geboren.  Zijn vader was een keuterboertje. Als tienjarige moest Henri op de enige koe van het gezin passen. Toen hij wat ouder werd, ging hij werken bij landbouwers en volgde landbouwcursussen. Op zijn achttiende trok hij naar Frankrijk om de taal te leren. Hij kwam terug naar Gistel voor de loting maar werd uitgeloot. In 1885 trad hij in het huwelijk met Helena Vanderbeele met wie hij drie kinderen kreeg<a title="" href="#_ftn5">[5]</a>. In 1887 werd hij hoofd van de groendienst<a title="" href="#_ftn6">[6]</a> van de stad Oostende.  Helena overleed kort daarna in 1890 en drie jaar later hertrouwde hij met Silvie Valcke<a title="" href="#_ftn7">[7]</a>. In 1896 nam hij ontslag bij de stedelijke groendienst en kwam, net als zijn broer August, aan de kost als zelfstandig bloemist-hovenier. Henri vond zijn draai in het zakenleven en ontpopte zich tot &#8220;allround&#8221; aannemer van openbare werken en zaakvoerder van de firma Smis-Valcke met zetel aan de H. Serruyslaan 76<a title="" href="#_ftn8">[8]</a>, vlak naast het <i>Hotel des Thermes<a title="" href="#_ftn9"><b>[9]</b></a></i> dat hij in eigen regie had opgetrokken. Henri dong voortdurend mee in bouw- en andere aanbestedingsdossiers en kreeg talrijke opdrachten van het liberaal stadsbestuur en van de Staat. In 1897 mocht hij een nieuw perceel in het Maria-Hendrikapark<a title="" href="#_ftn10">[10]</a> aanplanten. Na de eeuwwisseling bouwde hij de Koninklijke Gaanderijen<a title="" href="#_ftn11">[11]</a> tussen de <i>Drie Gapers</i> en de Wellingtonrenbaan en de stedelijke hangars en stapelplaats op het Hazegras<a title="" href="#_ftn12">[12]</a>. In 1907 werd hij belast met het volledig vernieuwen van het rioolstelsel in het oudste stadsgedeelte en met de bouw van een zuiveringsstation<a title="" href="#_ftn13">[13]</a>. In 1910 mocht hij de stedelijke betalende jongensschool in de Ooststraat optrekken<a title="" href="#_ftn14">[14]</a>. In 1911 kreeg hij aan het zwaaidok een perceel stadsgrond in concessie waar hij werkplaatsen voor scheepsherstel en een droogdok inrichtte<a title="" href="#_ftn15">[15]</a>. In het voorjaar van 1914 startte Smis met de bouw van de H. Hartkerk<a title="" href="#_ftn16">[16]</a> die nog in de steigers stond bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Naast bouwwerken specialiseerde Smis-Valcke zich ook in onderhouds- en baggerwerken in de haven en de waterwegen en in het verstevigen van strand en duinen. Zo sloot Smis in 1912 een vijfjarig contract met de Belgische Staat af voor het uitvoeren van baggerwerken in de drie Noordzeehavens en in het kanaal Brugge &#8211; Oostende<a title="" href="#_ftn17">[17]</a>.</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/12936761_10207718718399272_8502497715807543076_n.jpg"><img class="size-medium wp-image-9392 alignleft" alt="12936761_10207718718399272_8502497715807543076_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/12936761_10207718718399272_8502497715807543076_n-300x192.jpg" width="300" height="192" /></a>Ex-burgemeester Liebaert<a title="" href="#_ftn18">[18]</a> overdreef niet toen hij als getuige op het proces Smis betitelde als <i>&#8220;le plus grand entrepreneur d&#8217;Ostende&#8221;</i>. In de kranten lezen we dat zijn bedrijf beschikte over 65 voertuigen, 600 karren, 62 stoommachines, eigen schepen en tuiboten. Voor de oorlog werd maandelijks voor 80 000 BEF aan lonen uitbetaald en op datum van 1 juli 1914 werd het bedrijfskapitaal geschat op 1 500 000 BEF, wat voor die tijd enorme bedragen waren. Deze &#8220;<i>homme d&#8217;affaires</i>&#8221; behoorde tot de club van de twintig meest gefortuneerden van Oostende die kandidaat mochten zijn voor een zetel in de Senaat<a title="" href="#_ftn19">[19]</a>. Smis was een doordrijver en velen benijdden zijn succesvol bedrijf.</p>
<p><strong>De oorlogsjaren<a title="" href="#_ftn20">[20]</a></strong></p>
<p>Toen de Duitse troepen in september 1914 Oostende naderden, wilde Smis&#8217; aanvankelijk zijn hele  bedrijfsvloot naar Groot-Brittannië overbrengen waar zijn tweede vrouw<a title="" href="#_ftn21">[21]</a> voor de duur van de oorlog zou blijven. Hij bedacht zich op het laatste ogenblik zodat het gros van zijn schepen in Oostende bleef en in handen van de bezetter viel<a title="" href="#_ftn22">[22]</a>.</p>
<p>De stad was op 15 oktober nog maar pas bezet en Smis herbegon vier dagen later al met baggeren<a title="" href="#_ftn23">[23]</a>. Hij hield zich niet langer aan het lastenboek afgesloten met de Belgische Staat en negeerde de richtlijnen van Richard Verstraete, de ter plaatse gebleven ingenieur van <i>Bruggen en Wegen</i>. Voortaan volgde hij de instructies<a title="" href="#_ftn24">[24]</a> op van de militairen van de dienst <i>Marinehafenbau</i>. Dat die bezig waren de Noordzeehavens in te richten als U-botenbasis voor de <i>Flotille</i><i> Flandern</i>, raakte zijn koude kleren niet.</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/11130131_10200394141091640_8167998782449990845_n.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-9390" alt="11130131_10200394141091640_8167998782449990845_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2019/01/11130131_10200394141091640_8167998782449990845_n-300x176.jpg" width="300" height="176" /></a>Smis aanvaardde ook nieuwe opdrachten van de bezetter. In het najaar van 1914, de slag aan de IJzer was amper achter de rug, plaatste Smis in Slijpe een nieuwe ophaalbrug over het kanaal ter vervanging van het  door het Belgisch leger opgeblazen exemplaar. Het droogdok<a title="" href="#_ftn25">[25]</a> in de haven van Oostende dat Smis voor de oorlog was beginnen bouwen, breidde hij uit zodat Duitse oorlogsschepen er hersteld konden worden. In het dok van de zeemacht trokken boten van Smis-Valcke een vijandige torpedoboot weer vlot. Smis voerde ook werken uit op de militaire vliegvelden van Mariakerke en Middelkerke en leverde materiaal voor het militaire vliegveld van Gistel. Hij leverde hout voor de Duitse stellingen in de duinen<a title="" href="#_ftn26">[26]</a> en leende materieel uit voor het boren van een waterput in de buurt van Fort Napoleon. In de loop van de oorlog sloot hij contracten af met en verhuurde materieel aan Duitse firma&#8217;s die aan de kust militaire werkzaamheden kwamen uitvoeren. In opdracht van <i>Marinehafenbau</i>, ondernam Smis stappen om van het bestuur van <i>Bruggen en Wegen</i> de plannen te bekomen van de haveninrichtingen van Oostende en Zeebrugge en van de waterlopen van het IJzerbekken. Hiertoe probeerde hij de bureeloverste om te kopen. In de tussentijd had de Oostendse nijveraar Victor Fermon via de Belgische vertegenwoordiger in Breskens de Belgische regering in Le Hâvre op de hoogte gebracht van Smis&#8217; gesjoemel. Die reageerde door de zoon en de schoonzoon van Smis, allebei gemobiliseerd, te laten interneren.</p>
<p><strong>Het proces voor het Hof van Asssisen in Brugge</strong></p>
<p>Oostende werd bevrijd op 17 oktober 1918. Twee dagen later werd Henri Smis opgepakt door de <i>Sûreté militaire<a title="" href="#_ftn27"><b>[27]</b></a></i>. Kort daarop werd hij weer vrijgelaten maar opnieuw opgesloten in februari 1919. Bij de aanvang van zijn proces in december 1920 had Smis dus meer dan twintig maanden voorhechtenis achter de rug. Onderzoeksrechter Haus<a title="" href="#_ftn28">[28]</a> had het vooronderzoek geleid. Het gerechtelijk dossier van Smis bevatte  vierduizend stukken. Het Parket-Generaal van Gent besliste om Smis te vervolgen op basis van artikel 115 van het strafwetboek<a title="" href="#_ftn29">[29]</a>. Op misdrijven gepleegd vóór 21 oktober 1916 (datum van publicatie in het BS) stond levenslange hechtenis; voor feiten na die datum, stond de doodstraf.</p>
<p>Precies als de Oostendse activisten moest Smis voor het Hof van Assisen in Brugge verschijnen. Louis Minnens, raadsheer van het Hof van Beroep van Gent, was voorzitter en Joseph Vanden Abeele en Pierre Kervijn bijzitters. Maurice Faveau trad op als Openbaar Ministerie. Maurice Geûens<a title="" href="#_ftn30">[30]</a> uit Brugge en Albéric Deswarte<a title="" href="#_ftn31">[31]</a> uit Brussel verdedigden Henri Smis. Meester Claeys behartigde de belangen van de Belgische Staat. De procedure verliep in het Frans. Notaris Paul Desimpel uit Waasten zat de twaalfkoppige jury voor, onder wie ook twee Oostendenaars: Jan Larock, gepensioneerde, en Polydore Breemersch, handelaar.  Zo&#8217;n 92 getuigen waren opgeroepen, waarvan de helft à décharge of als &#8220;témoins de moralité&#8221;.</p>
<p>Op 9 december 1920, de eerste dag van het proces, brachten twee gendarmen Smis binnen. <i>&#8220;Hoe geweldig zijne gezondheid geknakt is, kan onmiddellijk opgemerkt worden</i>&#8220;, schreef <i>De Zeewacht</i>. De rechtszaal was tot de nok gevuld. Heel wat Oostendenaars waren speciaal naar Brugge afgereisd. Na het voorlezen van de akte van inbeschuldigingstelling, werd Smis door voorzitter Minnens ondervraagd. Die beging al direct een blunder door te beweren dat Smis tijdens de oorlog zijn zakken had gevuld. Meester Deswarte zou die <i>slip of the tongue</i> later aangrijpen om in cassatie te gaan.</p>
<div><span style="color: #ff0000;"><strong>Lees verder in <em>Biekorf</em> 118 (2018), nummer december, p. 435-66.</strong></span><br clear="all" /></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><strong><a title="" href="#_ftnref1">[</a></strong><a title="" href="#_ftnref1">1]</a> Zie J. ASPESLAGH, &#8216;De activistische beweging in Oostende&#8217;, in: <i>Biekorf</i>, jaargang 2016, p. 290-300.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> <i>De Zeewacht</i> 11, 15, 18 en 23 december 1920; 1, 8 en 22 januari 1921; <i>Duinengalm</i> 3, 10, 17, 24 en 31 december 1920; 7 en 21 januari 1921; <i>Le Carillon </i>12, 15, 19, 22 en 26 december 1920; 2 januari 1921; <i>L’Echo d’Ostende</i> 11-12, 15, 18-19, 22 en 23 december 1920; 1-2 en 8-9 en 29 januari 1921. Het proces kreeg ook aandacht in de Brugse pers: <i>Journal de Bruges </i>25 maart 1920; 16, 19 december 1920; <i>La Patrie </i>7 juni 1919; 11 en 24 december 1920. De Gentse <i>Vooruit</i> bracht verslag in zijn edities van 11, 13, 15, 16, 17, 18, 19, 22, 23 en 24 december 1920.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> <i>Rijksarchief Brugge</i>, R 82 HAWEST, 71.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> <i>Rijksarchief Brugge</i>, R 496, nummer 458 (dossiers faillissementen 1921). Daarin vonden we vier belangrijke documenten i.v.m. met de oorlogsinkomsten van Smis en de fiscale aanslag erop. In feite gaat het om ongedateerde bezwaarschriften uit 1921, zonder titel en waarvan de chronologische volgorde moeilijk te bepalen is. We verwijzen telkens naar de aanhef van die documenten: <i>Copie pour Mr le Président </i>(3 blz);<i> Mémoire </i>(8 blz);<i> Mémoire au nom de monsieur Smis-Valcke </i>(12 blz);<i> Devant la cour d&#8217;appel de Gand </i>(8 blz).<i> </i></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> Voorgaande biografische elementen komen uit de getuigenis van August Borgers (<i>De Zeewacht</i> 23 december 1920) en het pleidooi van meester Geûens (<i>Le Carillon</i> 22 december 1920 en <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 1 januari 1921).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a> Volgens vorige kranten zou Henri Smis in 1882 of 1887 aangesteld zijn als &#8220;<i>jardinier de la ville</i>&#8220;. In de corresponderende jaargangen van de <i>Bulletin Communal</i> vonden we zijn naam niet terug. De <i>Bulletin Communal</i> van 1896 vermeldt op p. 232 het ontslag van &#8220;<i>sieur Smis de ses fonctions de jardinier de la ville</i>&#8220;.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref7">[7]</a> <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> en <i>La Feuille d&#8217;Ostende</i> van 5 oktober 1893. Silvie werd in 1861 geboren te Oostende.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref8">[8]</a>Na de Eerste Wereldoorlog was Henri Smis eerst gedomicilieerd in Klemskerke waar hij een buitenverblijf had. Nadien was zijn domicilie aan de Smet de Naeyerlaan 52 te Oostende.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref9">[9]</a> Na de onteigeningen in 1906 voor het rechttrekken van de H. Serruyslaan, kocht Henri Smis zes loten bouwgrond van de stad Oostende voor de prijs van 57 400 BEF (<i>Bulletin Communal</i> 1906, p. 141-45 en 1911, p. 19-20). De burelen van de firma bevonden zich achteraan en gaven uit op de Aartshertoginnestraat. Het kort tevoren geopende <i>Hotel des Thermes</i> dat uitkeek op het nu gedempte derde dok, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog als lazaret ingericht. Na de oorlog werd het opgeëist om er dakloze gezinnen in onder te brengen. Omdat de hotelkamers geen individuele schoorstenen hadden, staken de nieuwe bewoners kachelbuizen door de ramen. Vandaar de benaming &#8220;kanonhotel&#8221;; zie O. VILAIN, <i>Langs de Oostendse kateien </i>(Oostende, 1974), p. 87.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref10">[10]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1897, p. 667; F. LOGGHE, <i>Het Hazegras, </i>in de reeks: <i>Oostendse Historische publicaties </i>(Oostende, 1999), p. 92.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref11">[11]</a> <a href="https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/56979">https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/56979</a> ; <a href="https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/108179">https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/108179</a> ;  <a href="http://oostendenoars.blogspot.be/2015/03/de-gaanderijen-in-opbouw.html">http://oostendenoars.blogspot.be/2015/03/de-gaanderijen-in-opbouw.html</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref12">[12]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1906, p. 48-49; F. LOGGHE, <i>idem</i>, p. 33.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref13">[13]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1907, p. 338-58 en 1908, p. 489-93 en 532-33.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref14">[14]</a><i>Bulletin Communal</i> 1910, p. 653. Later Albertschool genoemd.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref15">[15]</a><i>Bulletin Communal</i> 1911, p. 8 en 197-201. De concessie van Smis liep tot 1931 en werd na zijn faillissement overgedragen aan de firma Beliard-Crighton (<i>Bulletin Communal</i> 1923, p. 259, 261 en 394).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref16">[16]</a> <i>Bulletin Communal</i> 1912, p. 108 en 1302-07; 1913, p. 550-52 en p. 628-32; 1923, p. 286-87; G. BILLIET, &#8216;Omtrent de oprichting van de H. Hartparochie en de H. Hartkerk&#8217;, in: <i>Ostendiana</i> V (Oostende, 1986), p. 204 e.v. De H. Hartkerk zou pas in 1928 ingewijd worden en na Smis&#8217; faillissement in 1921 door een andere aannemer afgewerkt.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref17">[17]</a> DRKO, <i>Mémoire au nom de monsieur Smis-Valcke</i>, p. 2; <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i> 15 december 1920.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref18">[18]</a> Over Auguste Liebaert (1856-1927), zie R. JANSOONE, ‘Oostende en de zeevisserij in de Eerste Wereldoorlog’, in <i>De Plate</i>, 2006, p. 128 ; <a href="https://www.oostende.be/product.aspx?id=3514">https://www.oostende.be/product.aspx?id=3514</a> . In <i>Biekorf, </i>jaargang 2018<i>, </i>p. 121-22, verscheen een bijdrage over zijn engagement als logebroeder.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref19">[19]</a> Om zich in de periode van het cijnskiesstelsel kandidaat te stellen voor de Senaat moest men ofwel een kadastraal inkomen hebben van minimum 12 000 BEF of minimum 1200 BEF aan directe belasting betalen; zie <i>Le Carillon</i> 7 juli 1910 en 13 augustus 1912.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref20">[20]</a> We baseren ons voornamelijk op de akte van inbeschuldigingstelling.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref21">[21]</a> Bij haar terugkeer, stootte ze (&#8220;<i>elle a répudié&#8221;</i>) de winst af die haar man had gemaakt tijdens haar afwezigheid; zie DRKO, <i>Devant la cour d&#8217;appel de Gand</i>, p. 8.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref22">[22]</a> Toen op 15 oktober 1914, de dag van de aankomst van de Duitsers, drie van zijn baggerschepen met vluchtelingen aan boord wilden uitvaren naar Folkestone, kwam Henri Smis ter plaatse en zei dat het te laat was; zie S. VAN PRAET, <i>The occupation of Ostend by the Germans,</i> onuitgegeven oorlogsdagboek, typoscript f°2.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref23">[23]</a> A. SMISSAERT, <i>Vier jaar onder de klauwen der duitsche barbaren</i>, in <i>De Plate</i>, jaargang 1990, p. 44 ; S. VAN PRAET<i>, The occupation </i>…, typoscript f°6.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref24">[24]</a> Voor de onderzeeërs was In de dokken een diepgang van 2,5 m nodig en nog meer in de havengeul; zie T. TERMOTE, <i>Oorlog onder water. Unterseeboots Flottille Flandern 1915-1918</i> (Leuven, 2014), p 178.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref25">[25]</a> Bevond zich aan de Vaartblekersstraat bij het zwaai- of Sasdok. De Duitsers brachten er later machines over uit de werkplaatsen van het Zeewezen; zie S. VAN PRAET, <i>The occupation of …,</i> typoscript f° 401 ; R. JANSOONE, ‘Oostende en de zeevisserij’, in: <i>De Plate</i>, 2005, p. 111 en 113.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref26">[26]</a> &#8220;Die opeising is ook op datum van 7 december 1914 vermeld in het oorlogsdagboek van S.VAN PRAET, <i>The occupation of Ostend …</i>, typoscript, f° 48: &#8220;<i>De heer Deweert, één van onze houthandelaars, heeft tot op heden al voor meer dan 100 000 BEF aan hout geleverd aan de bezetter. Op de vuurtorenwijk groeven de Duitsers diepe loopgraven. Ze stelden verschillende kanonnen op en de duinenpaden werden geplaveid. Sinds vier of vijf dagen zijn ze aan het werk in de buurt van het oud Fort Napoleon. In de werkplaats van het Zeewezen is een grote ploeg militairen constant aan het werk</i>&#8220;.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref27">[27]</a> In tegenstelling met wat gezegd werd tijdens het proces, zou Smis pas op 6 november 1914  zijn opgepakt, samen met Van Oye en andere Oostendse activisten; zie C. CASTELEIN, <i>Herinneringen uit den oorlog 1914-1918</i>, ed. C. VERMAUT (Oostende, 1998), p. 37.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref28">[28]</a> Haus had ook het vooronderzoek geleid in de zaak Van Oye en de andere Oostendse activisten. Zie J. ASPESLAGH, &#8216;De activistische beweging in Oostende&#8217;<i>, </i>in: <i>Biekorf</i>, jaargang 2016, nr 2 (juni), p. 163-193 en nr 3 (september), p. 275-302.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref29">[29]</a> De besluitwet van 11 oktober 1916 (BS 21 oktober 1916) voerde de doodstraf in voor misdrijven voorzien in artikel 115 van het strafwetboek, o.a. &#8220;<i>de vijanden van de staat helpen door hun soldaten, manschappen, arbeid, geld, levensmiddelen, wapens of munitie te verschaffen</i>&#8220;.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref30">[30]</a> Over Maurice Geûens (1883-1967), zie K. ROTSAERT, <i>Lexicon van de parlementariërs van het arrondissement Brugge, 1830-1995 </i>(Brugge, 2006), p. 26; A. VAN DEN ABEELE, <i>De Balie van Brugge. Geschiedenis van de Orde van advocaten in het gerechtelijk arrondissement Brugge</i> 1810-1950 (Brugge, 2009), p. 167-68;  <a href="https://nl.wikipedia.org/wiki/Maurice_Ge%C3%BBens">https://nl.wikipedia.org/wiki/Maurice_Ge%C3%BBens</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref31">[31]</a> Over Alberic Deswarte (1875-1928), Brussels socialistisch advocaat en tijdens de Eerste Wereldoorlog actief in de Vlaamse Beweging i.v.m. <i>De Vlaamsche Stem</i>, nadien senator en geëngageerd in de amnestiebeweging, zie <i>Nieuwe Enncyclopedie van de Vlaamse Beweging</i> (1998), p. 922-23; aanvulling op voorgaand artikel in: B. YAMMINE, &#8216;Nieuw licht op de Duitse propaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog&#8217; in: <i>WT</i>, jaargang 76 (2017), p. 254, voetnoot 96; M.BASSE, <i>De Vlaamsche Beweging</i> <i>van 1905 tot 1930 </i>(Gent 1930-33), <i>passim</i>; A. FAINGNAERT, <i>Verraad of Zelfverdediging?</i> (Kapellen, 1932), <i>passim</i>; D. VANACKER, <i>Het aktivistisch avontuur</i> (Gent, 1991), <i>passim</i>; L. WILS, <i>Onverfranst, onverduitst? </i>(Kalmthout, 2014), <i>passim</i>.</p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9387</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lazaretten voor Oostendenaars tijdens de Eerste Wereldoorlog</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9374</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9374#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 06 Dec 2018 11:16:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[dokter Ghyoot]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[Hotel de la Marine]]></category>
		<category><![CDATA[Hotel des Thermes]]></category>
		<category><![CDATA[Lazaretten]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9374</guid>
		<description><![CDATA[Verschenen in De Plate, jaargang 2018, nummer december In Le Littoral[1] jaargang 1937, vonden we zes bijdragen van de Oostendse dokter-chirurg Jules Ghyoot over de organisatie en de werking van de lazaretten voor de burgerbevolking. Ghyoot schreef die reeks naar aanleiding &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9374">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><span style="color: #ff0000;"><strong>Verschenen in<i> <a href="https://www.deplate.be/" target="_blank">De Plate</a></i>, jaargang 2018, nummer december</strong></span></p>
<div id="attachment_9380" style="width: 302px" class="wp-caption alignleft"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/12/Moeder-Constance.jpg"><img class="size-medium wp-image-9380 " alt="Moeder Constance" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/12/Moeder-Constance-292x300.jpg" width="292" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Moeder Constance</p></div>
<p>In <i>Le Littoral<a title="" href="#_ftn1"><b>[1]</b></a> </i>jaargang 1937, vonden we zes bijdragen van de Oostendse dokter-chirurg Jules Ghyoot over de organisatie en de werking van de lazaretten voor de burgerbevolking. Ghyoot schreef die reeks naar aanleiding van het overlijden van Moeder Constance<a title="" href="#_ftn2">[2]</a> van de Brugse Zwartzusters<a title="" href="#_ftn3">[3]</a> die hem, samen met een zestal medezusters, in die moeilijke periode had bijgestaan. Zuster Constance zou later algemeen overste van haar congregatie worden.</p>
<p>Dat het relaas van Ghyoot in verschillende afleveringen en onregelmatig werd gepubliceerd, is waarschijnlijk de verklaring voor de onsamenhangendheid van zijn verhaal en de overlappingen. We hebben zijn tekst in chronologisch volgorde samengevat, wat structuur aangebracht en in de mate van het mogelijke aangevuld met gegevens uit andere bronnen<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>.<b> </b></p>
<p><strong>De weken vóór 15 oktober 1914, eerste dag van de bezetting van Oostende</strong></p>
<p>Half augustus, twee weken nadat België betrokken geraakte bij de oorlog, richtte het Rode Kruis in Oostende en omgeving hulp- en verbandposten in<a title="" href="#_ftn5">[5]</a>. Eén van die &#8220;noodhospitalen&#8221; bevond zich in <i>Hôtel des Thermes</i> dat na de oorlog in de volksmond bekend bleef als &#8220;kanonhotel&#8221;. Het <i>Hôtel des Thermes</i> bevond zich op de hoek van de H. Serruyslaan met de Vindictivelaan (toen nog Keizerskaai) en de Aartshertoginnestraat<a title="" href="#_ftn6">[6]</a>, recht tegenover het na de Tweede Wereldoorlog gedempte derde dok. Henri Smis, rond de eeuwwisseling de grootste &#8220;allround&#8221; aannemer van Oostende, had het voor eigen rekening gebouwd in 1907. In 1909 werd het officieel ingehuldigd. In die tijd bestonden er plannen om het derde dok op te vullen en op die locatie een &#8220;thermale inrichting&#8221; op te trekken<a title="" href="#_ftn7">[7]</a>. Zo kwam het nieuw hotel aan zijn naam. Vandaag bevindt zich op het opgevulde dok het stadhuis van Oostende.<span id="more-9374"></span></p>
<div id="attachment_9379" style="width: 310px" class="wp-caption alignleft"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/12/12991002_10207804922034309_8521358142812180399_n.jpg"><img class="size-medium wp-image-9379 " alt="12991002_10207804922034309_8521358142812180399_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/12/12991002_10207804922034309_8521358142812180399_n-300x190.jpg" width="300" height="190" /></a><p class="wp-caption-text">Hotel des Thermes</p></div>
<p>Na de val van Antwerpen begin oktober 1914 werd <i>Hôtel des Thermes</i> met de materiële en financiële steun van Henri Smis<a title="" href="#_ftn8">[8]</a> ingericht als veldhospitaal voor de uit Antwerpen geëvacueerde militairen. Tweeduizend militairen<a title="" href="#_ftn9">[9]</a> hadden medische zorgen nodig. Dit verblijf zou maar van heel korte duur zijn want al tijdens de nacht van 13 op 14 oktober werd Oostende opgegeven door het Belgisch legercommando. Een zestal zwaargewonde en onvervoerbare militairen bleven achter. Hen meesturen met de laatste overvolle pakketboot die Oostende verliet, zou hun doodsvonnis hebben betekend. Jules Ghyoot bleef ter plaatse om hen te verzorgen<a title="" href="#_ftn10">[10]</a>. Tijdens de eerste dagen van de bezetting werden de achtergelaten militairen overgebracht naar het <i>Burgerlijk Hospitaal</i> in de Godshuizenstraat (nu E. Cavellstraat).<b> </b></p>
<p><strong>Half oktober 1914 – februari 1915</strong></p>
<p><i> </i><i>Hôtel des Thermes<a title="" href="#_ftn11"><b>[11]</b></a></i> ging automatisch over in Duitse handen en werd nu <i>Feldlazaret Nr 4</i>. Aan het hoofd stond <i>Oberstabartz</i> Lexer die Ghyoot nog kende uit de tijd dat hij zich in Berlijn specialiseerde. Lexer vroeg hem of hij zich voorlopig wilde ontfermen over de Duitse &#8220;Verletzten&#8221;, totdat er voldoende militaire artsen in Oostende zouden zijn. Ghyoot en zijn collega Georges Verhaeghe<a title="" href="#_ftn12">[12]</a> weigerden niet, niet uit schrik maar omdat ze het hun plicht vonden de lijdende mensheid bij te staan, ongeacht of het geallieerden of vijanden waren. De Duitse geneesheren zouden die geste niet vergeten! De eerste dagen zagen Ghyoot en Verhaeghe meestal kleine letsels. Dat veranderde toen eind oktober het offensief aan de IJzer op gang kwam. De gewonden werden nu letterlijk met karrenvrachten binnengebracht. Het waren niet alleen Duitse militairen maar evenzeer bewoners uit wat stilaan het &#8220;verwoeste gewest&#8221; aan het worden was. Toen dan eindelijk voldoende militaire dokters in Oostende aankwamen, werden die vrijwel onmiddellijk doorgestuurd naar de IJzer. Ghyoot en Verhaeghe konden niets anders dan op post blijven met als gevolg dat ze met een scheef oog werden bekeken door de bevolking. Het was pas vanaf half november dat deze twee plaatselijke geneesheren volledig ter beschikking kwamen van de burgerbevolking.</p>
<p><strong>Vanaf maart 1915</strong></p>
<p>Toen veranderde de situatie compleet.</p>
<div id="attachment_9378" style="width: 215px" class="wp-caption aligncenter"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/12/11694027_10207308005440088_6110921292558014550_n.jpg"><img class="size-medium wp-image-9378  " alt="11694027_10207308005440088_6110921292558014550_n" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/12/11694027_10207308005440088_6110921292558014550_n-205x300.jpg" width="205" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Hotel de la Marine, Kapellestraat, wordt nu burgerlijk hospitaal.</p></div>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Lees verder in <em>DE PLATE</em>, december 2018</strong></span></p>
<div>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> &#8216;Une page de l&#8217;histoire locale – À propos de la mort d&#8217;une humble religieuse&#8217;, in: <i>Le Littoral</i> 23 januari, 6, 13, 20 februari en 6, 27 maart 1937. Deze reeks artikelen wordt zonder verwijzing vermeld in F. GEVAERT en F. HUBRECHTSEN, <i>Oostende 14-18</i>, deel 2, (Koksijde, 1996), p. 79-80.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> Stefanie Foulon (1874-1937), in 1926 verkozen tot algemeen overste van haar congregatie. Haar inzet in Oostende tijdens de Eerste Wereldoorlog is vergelijkbaar met die van zuster Louise (Agnes Michiels) van de Grijze Zusters, de &#8220;engel van Oostende&#8221;, die in 1915 een weeshuis had geopend. Ook bij het overlijden van zuster Louise schreef Jules Ghyoot een bijdrage in <i>Le Littoral</i> 20 januari 1934.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> De Brugse Zwartzusters zijn sedert 1613 werkzaam in Oostende. Tijdens de Franse revolutie werden ze verdreven en kwamen pas in 1856 terug. Als klooster kochten ze een herenhuis aan in de Kaaistraat dat later dienst zal doen als moederhuis en nadien overgaan naar het Sint-Andreaslyceum. In 1914 waren er twintig zwartzusters werkzaam op drie plaatsen: het lazaret van <i>Hôtel des Thermes</i> (tot eind januari 1915, zie voetnoot 11), het lazaret <i>Hôtel de la Marine </i>(in 1918 overgebracht naar huis Rigano-Serruys, zie verder p. 6 ) en<i> </i>het dispensarium of verpleegtehuis ingericht in <i>Hôtel d&#8217;Allemagne</i> (militair lazaret in de Kaaistraat, zie <i>Duinengalm </i>27 mei 1921). In 1919 namen een vijftal Zwartzusters de dienst op zich in de nieuwe kliniek van de <i>Katholieke Volksbond</i> ingericht in een villa aan het Prinses Stefanieplein. Jules Ghyoot was er directeur. In 1929 openden de zusters een eigen kliniek, de H. Hartkliniek, op de hoek van de Frère Orbanstraat en de Ooievaarslaan; zie F. VAN DEN BERGHE, J. VAN DEN HEUVEL en G. VERHELST, <i>De  Zwartzusters van Brugge, Diksmuide, Oostende, Veurne en Brazilië</i> (Brugge, 1986), p. 247 e.v.; de website van de Zwartzusters:  <a href="http://www.zwartzusters-bethel-brugge.be/oostende.html">http://www.zwartzusters-bethel-brugge.be/oostende.html</a> ; <i>Het Verbond der Christelijke Mutualiteiten van de arrondissementen Oostende – Veurne – Diksmuide</i> <i>1903-1983 </i>(Verbond Christelijke Mutualiteiten, 1983) p. 58-59; <i>100 jaar Volksbond Oostende 1896-1996</i> (ACW Oostende, 1996), p. 63; L. DEWULF, &#8216;Verdwenen en actuele kloosters in Oostende&#8217;, in: <i>De Plate, </i>jaargang 2017, p. 58. Over de vroegste geschiedenis van de <i>Zwartzusters</i> in Oostende, verschenen, naar een document uit de 19<sup>de</sup> eeuw, ook 18 bijdragen in <i>De Plate</i>, jaargangen 1983-87.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> De informatie over het hospitaalwezen in de vier Oostendse oorlogsdagboeken (C. Castelein, A. Elleboudt-G. Lefèvre, A. Smissaert en S. Van Praete, zie <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7354">http://siagrius.be/siagrius/?p=7354</a>) is eerder sporadisch en povertjes. Vandaar dat het relaas van dokter Ghyoot een welgekomen   aanvulling is.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> Zie A. ELLEBOUDT en G. LEFEVRE, <i>Oostende onder de Duitsche bezetting</i> (Oostende, s.d.), p. 16-18.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a> Waar zich nu de Taverne Faro bevindt.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref7">[7]</a> <i>L&#8217;</i><i>Echo d&#8217;Ostende</i> 2 augustus 1909. Oostende wilde zich toen als thermale stad profileren. In het interbellum zou opnieuw een <i>Thermae Palace</i> verrijzen achter de koninklijke gaanderijen, rechtover de hippodroom en naast het z.g.n. <i>Badenpaleis</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref8">[8]</a> Tijdens het proces van Smis wegens economische collaboratie in december 1920 getuigde Jules Ghyoot: &#8220;<i>Smis heeft alles gedaan om &#8216;t lijden der ongelukkige gekwetsten te lenigen. […] Van &#8216;t begin der bezetting stuurden de duitschers er gekwetsten toe. […] Smis hielp veel de achtergelaten Belgische en Fransche gekwetsten, o.a. 2 erggewonden. Smis betaalde alles. […] Het feit duitsche gekwetsten te bezorgen kan niet aanzien worden als anti-vaderlandsch. &#8216;t Is eene daad van menschlievendheid</i>&#8221; (<i>Duinengalm</i> 24 december 1920).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref9">[9]</a> A. ELLEBOUDT en G. LEFEVRE, <i>Oostende onder &#8230;</i>, p. 45.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref10">[10]</a> Hij werd daar al bijgestaan door Zwartzusters die eind januari 1915 werden afgedankt (<i>De Zeewacht</i> 26 januari 1919).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref11">[11]</a> Eind oktober 1914 overleed hier de Duitse graaf von Schwerin; zie S. VAN PRAET, <i>The occupation of Ostend by the Germans</i>, onuitgegeven typoscript, f° 7.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref12">[12]</a> Georges Verhaeghe (1876-1936) was ook liberaal gemeenteraadslid en later schepen van Oostende; zie <a href="https://www.oostende.be/product.aspx?id=3586">https://www.oostende.be/product.aspx?id=3586</a></p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9374</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Sylvain Van Praet vertelt de bezetting van Oostende</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=7941</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=7941#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Nov 2018 10:29:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Dagboek Sylvain Van Praet 1914-18]]></category>
		<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[1914-1918]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[laatste oorlogsweken 1918 Oostende]]></category>
		<category><![CDATA[oorlogsdagboek Van Praet oostende]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Oostende 1914-1918]]></category>
		<category><![CDATA[Sylvain Van Praet]]></category>
		<category><![CDATA[WO I]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=7941</guid>
		<description><![CDATA[14 oktober 1914 was de eerste dag van de Duitse bezetting. Hier komen elke dag in eigen vertaling de gebeurtenissen verteld door de Oostendse stadsbediende Sylvain Van Praet die zijn onuitgegeven dagboek - The occupation of Ostend by the Germans &#8211; in &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7941">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/w8Pn_YPjFKEcPXkoEXjm9dMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" title="Zelfportret Sylvain Van Praet als Garde Civique" alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-w5px8BdOhYg/U-XjGsiWN-I/AAAAAAAAGug/6OXv_vLFdiY/s800/VanPraetBurgerwacht.jpg" width="144" height="182" /></a><br />
14 oktober 1914 was de eerste dag van de Duitse bezetting. Hier komen elke dag in eigen vertaling de gebeurtenissen verteld door de Oostendse stadsbediende Sylvain Van Praet die zijn onuitgegeven <a title="Zie Oostendse oorlogsdagboeken" href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7354" target="_blank">dagboek</a> -<em> The occupation of Ostend by the Germans</em> &#8211; in het Engels bijhield tot aan de bevrijding van de stad op 17 oktober 1918.</p>
<p>&nbsp;</p>
<table border="0" cellspacing="0" cellpadding="0">
<tbody>
<tr>
<td rowspan="6" valign="top" width="321">
<p style="text-align: center;"><em><span style="color: #ff0000;"><strong>The occupation of Ostend</strong></span></em><br />
<em> <span style="color: #ff0000;"><strong>by the Germans</strong></span></em></p>
<p style="text-align: center;">oorlogsdagboek van<br />
<strong><span style="color: #ff0000;">Sylvain Van Praet</span></strong></p>
<p style="text-align: center;">vertaling John Aspeslagh</p>
<p style="text-align: center;">hertaling Martine Figoureux</p>
</td>
<td style="text-align: right;" valign="top" width="321"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/08/Afkortingen-en-tekens.pdf" target="_blank">Afkortingen en tekens</a></td>
</tr>
<tr>
<td style="text-align: right;" valign="top" width="321"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2017/01/Dagboek-Van-Praet-1914.pdf" target="_blank">Dagboek Van Praet 1914</a></td>
</tr>
<tr>
<td style="text-align: right;" valign="top" width="321"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2017/01/Dagboek-Van-Praet-1915.pdf" target="_blank">Dagboek Van Praet 1915</a></td>
</tr>
<tr>
<td style="text-align: right;" valign="top" width="321"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2017/01/Dagboek-Van-Praet-1916.pdf" target="_blank">Dagboek Van Praet 1916</a></td>
</tr>
<tr>
<td style="text-align: right;" valign="top" width="321"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/01/Dagboek-Van-Praet-1917.pdf" target="_blank">Dagboek Van Praet 1917</a></td>
</tr>
<tr>
<td style="text-align: right;" valign="top" width="321"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2018/08/Dagboek-Van-Praet-19181.pdf" target="_blank">Dagboek Van Praet 1918</a></td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>&nbsp;</p>
<p align="center"><span style="color: #ff0000;"><strong>De vier Oostendse oorlogsdagboeken en het mysterie Sylvain Van Praet</strong></span></p>
<p> De voorbije vier jaar werd zowat overal de Eerste Wereldoorlog herdacht. Oorlogsdagboeken werden van onder het stof gehaald en ge(her)publiceerd. Jammer genoeg was dit niet het geval voor de Oostendse kroniekschrijvers die nochtans, gezien de specifieke ligging van de stad binnen het operatiegebied, een heel apart relaas op papier hadden gezet.</p>
<p><i>Vier jaar onder de klauwen der duitsche barbaren</i> is de niet mis te verstane titel van het chronologisch ingedeeld oorlogsdagboek dat gemeenteraadslid en dagbladuitgever Aimé Smissaert<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn1">[1]</a>publiceerde in <i>De</i><i>Duinengalm.</i> De eerste aflevering verscheen in het nummer van 1 december 1919 en de laatste – 17 november 1915, de 399ste oorlogsdag – in <i>De Duinengalm </i>van 24 december 1922. In de digitale GOD-collectie<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn2">[2]</a>zijn er in totaal 163 afleveringen beschikbaar. De Oostendse <i>Bibliotheek Kris Lambert</i> en het Iepers <i>Flanders Fields Museum</i> bezitten fotokopieën van de 26 afleveringen<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn3">[3]</a> die daarop volgen. Er zijn twee hiaten: één van iets meer dan een jaar voor de periode van half september 1916 tot half oktober 1917 en een tweede hiaat voor de laatste oorlogsweken, van eind april tot aan de bevrijding van Oostende op 17 oktober 1918. <i>De Plate </i>publiceerde in zestig afleveringen<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn4">[4]</a>de gebeurtenissen van de eerste oorlogsmaanden.<span id="more-7941"></span></p>
<p><i>Oostende onder de Duitsche bezetting </i>werd<i></i>gepubliceerd door het duo Alphonse Elleboudt, gemeenteraadslid en uitgever van <i>De</i> <i>Zeewacht</i>, en Gustaaf Lefèvre<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn5">[5]</a>. Hun dagboek is thematisch opgebouwd en behandelt ook uitvoerig deeerste oorlogsweken (augustus – half oktober 1914) waarover we niets vinden in de andere oorlogsdagboeken.<i>De Zeewacht</i> van 4 januari 1919 kondigde de publicatie in de vorm van uitknipbare afleveringen aan maar de eerste aflevering verscheen pas een klein jaar later, op 13 december 1919, en ongeveer gelijktijdig met de eerste aflevering van het dagboek van Smissaert in de concurrerende krant <i>De Duinengalm. </i>De volledige reeks afleveringen van <i>Oostende onder de Duitsche bezetting</i> werd later gebundeld (570 bladzijden) en zonder vermelding van datum gedrukt bij <i>Unitas</i>, de huisdrukkerij van <i>De Zeewacht.</i></p>
<p>Men is lang in de overtuiging geweest dat dit de enige twee Oostendse oorlogsdagboeken waren. Op het einde van de vorige eeuw echter doken ongeveer gelijktijdig twee nieuwe dagboeken op: het volumineus onuitgegeven dagboek <i>The occupation of Ostend by the Germans</i>toegeschreven aan Sylvain Van Praet en de <i>Herinneringen uit den Oorlog</i> bewaard in een notaboekje van tramconducteur Charles Castelein .</p>
<p>Stadsarchivaris C. Vermaut verzorgde de uitgave van de summiere notities van Charles Castelein onder de titel <i>Het Oostendse oorlogsdagboek van Charles Castelein 1914-1918<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn6"><b>[6]</b></a></i>.</p>
<p>Een Oostendse stadsambtenaar – is het de Sylvain Van Praet wiens handtekening voorkomt onderaan het typoscript? – hield een in het Engels gesteld dagboek bij onder de titel <i>The occupation of Ostend by the Germans. </i>Rond dit onuitgegeven dagboek en zijn auteur blijven er tot op heden heel wat onduidelijkheden. Walter Thys<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn7">[7]</a>ontdekte het dagboek al in de jaren 1950 toen hij in de Verenigde Staten studeerde en in 1994 nam hij de draad terug op. De bijdrage die hij toen hierover publiceerde is bij ons weten het eerste en tot nu toe enige onderzoek gewijd aan dit dagboek.Thys betwijfelt of stadsambtenaar Sylvain Van Praet wel de auteur is. En als het Van Praet is, waarom verkoos hij om zijn dagboek in het Engels<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn8">[8]</a>te schrijven? Was zijn Engels toereikend? Voormalige medewerkers van Van Praet in het stadhuis hadden hun twijfels omtrent het handschrift. Thys kon in de onmiddellijke omgeving van Van Praet ook niemand vinden die van dit dagboek op de hoogte was. En daar stopt het mysterie niet. In de bibliotheek<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn9">[9]</a>van de Amerikaanse Yale universiteit ontbreken gegevens over hoe en wanneer het document er terecht kwam, wat toch hoogst eigenaardig is voor een gerenommeerde bibliotheek als die van Yale. In de catalogus wordt Van Praet omschreven als &#8220;<i>a member of the Ostend (Belgium) city government</i>&#8220;, wat helemaal niet klopt<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn10">[10]</a>. En ook het verhaal dat Van Praet zijn dagboek verborg &#8220;<i>in a hole in the wall of the Maison Communal</i>&#8220;, wordt door Thys als ongeloofwaardig afgedaan.</p>
<p>Ondertussen verzorgden we de volledige Nederlandse vertaling<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn11">[11]</a>van het typoscript dat zo’n 468 in quarto folio&#8217;s omvat. Een twintigtal zijn verloren gegaan. Het verloren gegane stuk konden we reconstrueren aan de hand van het manuscript dat samen met de getypte versie in Yale wordt bewaard. Het dagboek bestrijkt dag na dag vier jaar Duitse bezetting, van 14 oktober 1914 tot 17 oktober 1918<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn12">[12]</a>.</p>
<p>Egied Strubbe<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn13">[13]</a>maakt een onderscheid tussen soldatendagboeken<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn14">[14]</a>, bezettingsdagboeken en oorlogsdagboeken<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn15">[15]</a>. De dagboeken van Castelein, Smissaert en Van Praet behoren tot de tweede categorie. Dat van Elleboudt-Lefèvre omvat het hele oorlogsgebeuren en is dus een “oorlogsdagboek” in de strikte betekenis van het woord.</p>
<p>Strubbe merkt op dat weinige van die dagboeken in hun oorspronkelijke versie zijn bewaard, met name de notities genomen op het moment dat de gebeurtenissen zich voordeden en geschreven met de emoties van het ogenblik. De meeste dagboeken werden na de oorlog zowel in taal en stijl als naar inhoud herschreven. Bepaalde feiten of gebeurtenissen werden weleens weggelaten, sommige werden anders ingekleurd. De auteur kende nu immers de afloop en de ware toedracht ervan en paste zijn tekst aan in het vooruitzicht van publicatie, hield rekening met de stemming onder de bevolking (bv. revanchisme) en ook wel eens met de verwachtingen van de lezers.</p>
<p>In het licht van het voorgaande kunnen we stellen dat het dagboek van Charles Castelein het enige is dat achteraf nooit werd herwerkt omdat de notities niet bedoeld waren om te worden uitgegeven. Alphonse Elleboudt en Gustaaf Lefèvre hebben de oorspronkelijke chronologische notities &#8211; waarvan we restanten vonden in <i>De</i> <i>Zeewacht</i> jaargang 1919 en de nummers van 10 en 16 augustus 1935 &#8211; na de oorlog thematisch geordend tot een vlotlezend geheel. Ook Aimé Smissaert “<i>kreeg de bijstand van enkele toegewijde medewerkers en informanten […] De teksten zijn dus in ruime mate gezamenlijk werk, maar dan wel onder supervisie en onder eindredactie van Aimé Smissaert zelf</i>“<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn16">[16]</a>. Waarschijnlijk liet Van Praet zijn manuscript na de oorlog typen. We merken minimale verschillen tussen het manuscript en het typoscript. Aantekeningen in manuscript wijzen erop dat het als grondtekst diende voor het uittypen. Misschien was het ook al een verwerking van eerdere notities? Walter Thys stelt dat <i>“Van Praet in de tijd vooruit gaat met personages en toestanden zonder zelf te weten wat er zal volgen</i>“. Waarschijnlijk weet hij het wel, maar doet hij alsof en respecteert zijn oorspronkelijke notities zoveel mogelijk naar vorm en inhoud<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn17">[17]</a>. Het typoscript eindigt met een <i>Nawoord</i>met algemene beschouwingen over de voorbije oorlog. Dit stuk ontbreekt in het manuscript.<br />
Het Oostendse oorlogsdagboek waar het meest naar verwezen wordt, is dat van Elleboudt en Lefèvre. Het is trouwens het enige dat na de oorlog in boekvorm werd uitgegeven. Het feit dat de auteurs een duo vormden, ouder waren dan Van Praet, journalistieke ervaring hadden, toegang tot allerlei bronnen en een groter schrijf- en verteltalent, spreken volgens Walter Thys in hun voordeel. Het dagboek van Van Praet daarentegen is “sec” gesteld, in eenvoudig gesproken Engels dat duidelijk niet de moedertaal van de auteur is, met als gevolg heel wat slordigheden, oneigenlijk en zelfs foutief taalgebruik. Maar Van Praet was wel een stadsbeambte waardoor hij als getuige een bevoorrechte positie bekleedde. In het stadhuis kon hij de gebeurtenissen van heel nabij volgen en de beleidsbeslissingen van het stadsbestuur uit eerste bron vernemen. Hij kan zelfs nauw betrokken zijn geweest bij de uitvoering. Zijn verhaal is bovendien erg empathisch. Hij deelt het lot van de Oostendse bevolking die gevangen zit in eigen stad maar hij is ook gevoelig voor het lijden van de gewone Duitse soldaat. Hij is echter genadeloos voor het Duits establishment en militarisme: het zijn &#8220;Hunnen&#8221; die België leegplunderen en de bevolking uithongeren. Hij is ook onverbiddelijk voor de landgenoten die meeheulen met de vijand, nl. de activisten.</p>
<p>Voor de periode van 1914 t/m 1917 nam Van Praet de Franse versie van de aangeplakte berichten (&#8220;<i>placards</i>&#8220;) van de Kommandantur en het stadsbestuur systematisch over en dit zowel in het manuscript als in het typoscript. In dit geval dus geen omzetting naar het Engels<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn18">[18]</a>. Voor ons bevatten die berichten evenwel geen nieuwe informatie. Ze zijn bovendien praktisch allemaal terug te vinden in de oorlogsdagboeken van Elleboudt-Lefèvre en/of Smissaert en/of in de collectie uitgegeven door de drukkerij De Vriese<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn19">[19]</a>. Van Praet gebruikt ook de Franse straatbenamingen.</p>
<p align="center"><span style="color: #ff0000;"><strong>Stadsbeamte én kroniekschrijver? </strong></span></p>
<p><span style="color: #ff0000;"><b>De stadsbeambte Sylvain Van Praet</b></span></p>
<p>Deze biografie is samengesteld uit gegevens van het persoonlijk dossier<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn20">[20]</a>van Van Praet bij de stadsadministratie, uit vermeldingen in de <i>Bulletin Communal / Gemeenteblad<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn21"><b>[21]</b></a></i>en uit berichten in de lokale pers<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn22">[22]</a>.</p>
<p>Sylvain Van Praet werd geboren in Oostende op 26 oktober 1889<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn23">[23]</a>. Op 1 februari 1908 trad hij in dienst van de stad en op 1 januari daaropvolgend werd hij definitief benoemd als &#8220;expéditionnaire&#8221;, wat betekent dat hij instond voor het kopiëren (toen nog overschrijven!) en het verzenden van documenten. In 1912 volgde zijn bevordering tot &#8220;commis&#8221; (klerk). &#8220;In 1914-18 ben ik [in Oostende] gebleven&#8221;, lezen we in een verklaring uit 1940. In november 1919 overleed zijn vader Victor. Rouwadres: Antwerpenstraat 18. Van 1920 tot 1930 was Sylvain bijkomend aangesteld als &#8220;sténographe de l&#8217;administration communale&#8221;, waarvoor hij een jaarlijkse vaste vergoeding van 1000 BEF kreeg. In die hoedanigheid woonde hij de vergaderingen van het schepencollege en de gemeenteraad bij. Tussen 1920 en 1925 wordt hij vermeld als lesgever stenografie van cursussen ingericht door het Van Nestegenootschap. Ondertussen was hij op 25 maart 1920 in het huwelijk getreden met Julienne Bourgoignie (1892 &#8211; 1980) die als dactylo werkte op het stadssecretariaat. In januari 1923 werd hun zoon Fernand geboren. Op 1 januari 1926 volgt zijn aanstelling als onderbureauchef. Vanaf die datum tot aan zijn pensionering zal regelmatig op hem een beroep worden gedaan om de stadssecretaris te vervangen. Op 1 januari 1928 wordt hij bureeloverste. Tijdens de ziekte en na het overlijden van stadssecretaris Hippoliet Vermeire werd hij opnieuw dienstdoende stadssecretaris en in 1933 kandideerde hij samen met dertien anderen voor de definitieve aanstelling in dat ambt. Hij moest echter Michel Surmont, die een diploma Bestuursrecht bezat, voor laten gaan. De gemeenteraadszitting van 22 september 1933 moet voor Sylvain bijzonder pijnlijk zijn geweest: Surmont kwam binnen en werd voorgesteld als de nieuwe stadssecretaris. Waarnemend secretaris Van Praet werd bedankt door de gemeenteraad en uitgeleide gedaan onder handgeklap van zij die hem in een geheime stemming hadden weggestemd<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn24">[24]</a>. Op 1 januari 1940 wordt Sylvain benoemd tot &#8220;afdelingshoofd&#8221;, een vorm van compensatie en erkenning was <i>voor &#8220;zijn ervaring en innige hoffelijkheid, [die] menschen altijd bevredigt</i>&#8220;<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn25">[25]</a>, &#8220;<i>een harde werker die gedurende meer dan 12 jaar de sympathie wist te halen van éénieder waarmee hij in aanraking kwam&#8221;<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn26"><b>[26]</b></a></i>. Op 17 mei 1940, zonder dat ze voorafgaand toelating van het schepencollege hadden gekregen, verlieten Sylvain en zijn vrouw hun job om hun 17-jarige zoon Fernand te vergezellen naar Blois naar waar hij zich samen met zijn leeftijdsgenoten moest begeven om gemobiliseerd te worden. Het gezin kwam pas in september 1940 terug. Noch het stadsbestuur, noch dienstdoend gouverneur Bulckaert aanvaardden het begeleiden van hun zoon als een geldige reden voor hun afwezigheid. In afwachting van een gerechtelijke uitspraak, werd Sylvain in juni 1940 eerst afgezet en later geschorst voor onbepaalde duur. Ook zijn vrouw Julienne werd enkele maanden geschorst met verlies van wedde. Eind december 1940 liet gouverneur Bulckaert weten dat hij van oordeel was dat Sylvain ambtshalve moest worden ontslagen. In november 1940 had de correctionele rechtbank een vonnis in hun voordeel geveld en werd Sylvains ontslag ingetrokken. In de plaats kwam een schorsing van één jaar ingaande op de datum van hun vertrek, met als gevolg dat Sylvain en zijn vrouw al in mei 1941 hun werk op het stadhuis konden hervatten. Sylvain verving nog herhaaldelijk de stadssecretaris tijdens diens verlof, wat er op wijst dat de plooien tussen hem en het stadsbestuur gladgestreken waren. In maart 1944 werd het gezin Van Praet verplicht geëvacueerd naar Gent waar ze als boventalligen in het stadsbestuur werden ingeschakeld. In oktober 1944 waren ze terug aan het werk in het Oostends stadhuis. Door de Besluitwet van 5 mei 1944 werden de sancties van ex-gouverneur Bulckaert vernietigd. Sylvain werd nu ook benoemd tot lid van de adviescommissie over het gedrag van het stadspersoneel tijdens de oorlog. Zijn houding tijdens de bezetting werd door het stadsbestuur omschreven als &#8220;onberispelijk&#8221;. In 1948 werd hij aangesteld als jurylid steno- en dactylografie voor de wervingsexamens van de stad. In de naoorlogse jaren zal hij weer regelmatig de stadssecretaris vervangen. In januari 1951 werd Sylvain ernstig ziek ten gevolge van een hartkwaal<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn27">[27]</a>en deed een aanvraag om op pensioen te worden gesteld op 1 oktober. Hij ontving de titel van &#8220;ere-afdelingschef&#8221;. Zijn vrouw Julienne Bourgoignie volgde hem op 1 april 1953. Sylvain overleed in Oostende op 3 juni 1978 en zijn vrouw twee jaar na hem.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><b>D</b></span><b><span style="color: #ff0000;">e dagboekschrijver van </span><i><span style="color: #ff0000;">The occupation of Ostend by the Germans</span><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn28"><b>[28]</b></a></i></b></p>
<p>Het is hoogst waarschijnlijk uit veiligheidsoverwegingen dat de dagboekschrijver, laten we hem voorlopig X noemen, zoveel mogelijk autobiografische informatie heeft geweerd. Een dagboek bijhouden vol gevoelige gegevens i.v.m. de bezettende macht was strafbaar en had in het beste geval, dedagboekschrijver een paar jaar opsluiting in een Duitse gevangenis kunnen kosten. Oostende lag in het operatiegebied en werd uitgebouwd tot thuishaven voor de Duitse <i>Nordsee Flotille</i>. De stad was zo goed als volledig afgesloten van de rest van het land. Wie weet zou de bezettende overheid zijn notities niet als een vorm van &#8220;spionage&#8221; hebben beschouwd en daarop stond de doodstraf. Vandaar dat autobiografische verwijzingenzeldzaam zijn. Op een totaal van ca 470 bladzijden typoscript vonden we amper een dertiental elementen die een licht werpen op de dagboekschrijver:</p>
<ul>
<li>In oktober 1914 was X van plan om samen met drie kameraden Oostende te ontvluchten.</li>
<li>X woont nog thuis bij zijn ouders en het gezin is samengesteld uit vier personen.</li>
<li>X werkt in een kantoor op het Oostendse stadhuis toen nog gelegen op het Wapenplein.</li>
<li>X is een ex-burgerwachter en als de bezettende macht eind 1914 de ex-burgerwachters oproept voor controle maakt hij deel uit van de groep van wie de familienaam begint met een letter tussen N en Z.</li>
<li>In 1917 was X tien dagen aan het bed gekluisterd met de mazelen.</li>
<li>X gaat van kantoor naar huis via de Witte Nonnenstraat.</li>
<li>X woont dicht bij de A. Pieterslaan. Bij een beschieting in 1918 is een granaat neergekomen in de buurt van zijn woning en ontploft in de meubelwinkel van de heer Jules Ouvry. Uit een publicitaire inlassing in de lokale pers, weten we dat die meubelzaak gevestigd was in de Rogierlaan 42-44.</li>
<li>Bij bombardementen in 1918 gaat het gezin schuilen in de kelders onder de Sint-Jozefskerk. Hiervoor moet X &#8220;enkel de straat oversteken en om de hoek gaan&#8221;.</li>
<li>De tuin van het burgerlijk hospitaal bevindt zich op zo&#8217;n honderd meter van de woning van X.</li>
<li>X houdt meestal s&#8217; avonds zijn dagboek bij op zijn zolderkamer.</li>
<li>In het manuscript staat een man afgebeeld in het uniform van de Burgerwacht. Volgens Walter Thys is dit een zelfportret van X.</li>
<li>In het manuscript komen een achttal passages in stenografie voor.</li>
<li>Onder het typoscript staat de handtekening &#8220;S. Van Praet&#8221;.</li>
</ul>
<p><span style="color: #ff0000;"> </span><b><span style="color: #ff0000;">Als we nu de informatie i.v.m. Sylvain Van Praet toetsen aan die van X</span>:</b></p>
<p>SVP en X waren in Oostende tijdens de Eerste Wereldoorlog en aan het werk in het stadhuis.</p>
<ol>
<li>Antwerpenstraat 18, het ouderlijk adres<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn29">[29]</a>van Sylvain, beantwoordt perfect aan de beschrijving van X: niet ver van de A. Pieters- en Rogierlaan, op 100 meter van de tuin van het burgerlijk hospitaal<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn30">[30]</a>, gelegen aan de overkant van de Sint-Jozefskerk.</li>
<li>De familienaam van X begint met een letter tussen N en Z.</li>
<li>Sylvain en X zijn onderlegd in stenografie. In zijn dagboek verwijst X trouwens naar lessen georganiseerd door het Van Nestegenootschap<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn31">[31]</a>.</li>
<li>De handtekening van Sylvain op documenten daterend van 1940 en later kende duidelijk een evolutie maar vertoont toch nog gelijkenis met die onder het typoscript.</li>
</ol>
<p>Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, mogen we stellen dat SVP en X één en dezelfde persoon zijn.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><b>Manuscript en typoscript</b> </span></p>
<p>Walter Thys vergeleek het typoscript niet met het manuscript. We deden dit systematisch en stelden vast dat beide over het algemeen goed overeen komen.</p>
<p>Enkel de bladzijden van het typoscript over de jaren 1914 en 1915 werden nagelezen (door wie?) en hier en daar werden met de hand verbeteringen of wijzigingen aangebracht.</p>
<p>Als één of meerdere zinnen van het manuscript ontbreken in het typoscript, is dit over het algemeen te wijten aan verstrooidheid of slordigheid van de typist en kunnen we daaruit niet noodzakelijk conclusies trekken.</p>
<p>In enkele gevallen werd de tekst van het manuscript aangevuld, verduidelijkt of genuanceerd.  Soms wordt een onleesbaar woord uit het manuscript gewoon weggelaten<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn32">[32]</a>. Een vraagteken in het manuscript waarmee de auteur wilde aangeven dat hij niet over de exacte gegevens beschikte, werd in het typoscript gewoon overgenomen. Idem voor enkele flagrante fouten<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn33">[33]</a>. Al deze zaken wijzen er op dat kroniekschrijver en typist niet dezelfde persoon zijn. Zo niet had die tijdens het overtypen flagrante fouten of lacunes rechtgezet of aangevuld.</p>
<p>Wat maten, gewichten en munten betreft, ontbreekt elke logica. Twee keer werd <i>meter</i>in het typoscript vervangen door <i>yard</i>, maar dan wel zonder omrekening. <i>Kilogram, ton, fr. mark</i>worden behouden. We vonden ook <i>yard </i>in het manuscript. Totaal onlogisch is bv. f°442 waar we lezen: &#8220;<i>Tegenwoordig kost een liter melk 1 BEF en betaalt men 1 shilling voor een ei&#8221;. </i></p>
<p>De vele slordigheden, de met de hand aangebrachte verbeteringen, de doorstreepte woorden, … wijzen er eerder op dat het typoscript niet bedoeld was voor onmiddellijke publicatie, laat staan om te koop worden aangeboden aan de Yale universiteit, zoals gesuggereerd in het artikel<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn34">[34]</a>van Walter Thys.</p>
<p>Het is onwaarschijnlijk dat de ontbrekende folio&#8217;s van het typoscript in de universiteitsbibliotheek zelf zijn verloren gegaan. Dat moet al eerder gebeurd zijn.</p>
<p>Met het plaatsen van zijn handtekening onder het typoscript heeft SVP ons inziens duidelijk willen maken dat hij wel degelijk de auteur is. Misschien heeft zijn echtgenote Julienne Bourgoignie, (steno?)-dactylo van beroep, de tekst getypt? Maar dan rijst de vraag waarom ze al die slordigheden heeft overgenomen en geen verduidelijkingen gevraagd aan Sylvain? Is het manuscript misschien ook van haar hand en gebaseerd op eerdere notities van Sylvain? Dat zou dan meteen een antwoord zijn op de bewering van Sylvains vroegere medewerkers die in het handschrift niet onmiddellijk dat van hun vroegere chef herkenden<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn35">[35]</a>? De overeenkomst tussen het handschrift van het manuscript en dat van Julienne Bourgoignie uit een latere brief, is echter verre van overtuigend<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn36">[36]</a>.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><b>En dan zijn er nog de bedenkingen van Walter Thys.</b></span></p>
<p>Walter Thys vermeldt in zijn artikel dat de schrijver Karel Jonckheere, die Sylvain Van Praet persoonlijk heeft gekend op het stadssecretariaat, meende dat Sylvain het Engels onvoldoende machtig was om een volledig dagboek in het Engels te schrijven. Thys voegt er echter onmiddellijk aan toe dat &#8220;<i>men kan aanvoeren dat die twijfels precies de bevestiging zijn van de voortreffelijke manier waarop Van Praet zijn dagboek onder de bezetting en wellicht ook daarna […] verborgen heeft weten te houden</i>&#8220;. En misschien kunnen we nog een stapje verder gaan: heeft Van Praet niet bewust het Engels gebruikt als afleidingsmaneuver, om zich in te dekken voor het geval de Duitsers zijn dagboek zouden ontdekken en op zoek gaan naar de auteur. Zijn omgeving zou zo goed als zeker hebben verklaard dat hij hiervoor onvoldoende Engels kende.</p>
<p>Het feit dat hij met niemand over zijn dagboek heeft gesproken, ook niet met Karel Jonckheere, wijst ook op voorzichtigheid. Begin 1916 lezen we in zijn dagboek:</p>
<p><i>&#8220;De laatste dagen werden verschillende inwoners door de Kommandantur lastiggevallen i.v.m. anti-Duitse liedjes, verhalen, enz., getypt en verspreid. Ik kan U verzekeren dat het voor mij ook eventjes warm werd. Er werden verschillende aanhoudingen verricht. Enkelen werden opgesloten en beboet. Als ze dit dagboek zouden vinden, zou het er voor mij niet al te best uitzien</i>&#8220;<a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_edn37">[37]</a>.</p>
<p>Walter Thys vermeldt nog dat oud-collega&#8217;s gewag maakten van Sylvains buitengewone vrees voor de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wijst het feit dat het gezin Van Praet in mei 1940 hals over kop naar Frankrijk vertrok niet op zijn vrees dat de Duitsers ondertussen op de hoogte waren van het bestaan van het dagboek en de auteur zouden opsporen? Of dacht hij terug aan oktober 1914, toen hij van plan was om met zijn kameraden te vluchten, te lang treuzelde en niet meer weg geraakte?</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><b>Om te besluiten</b></span></p>
<p>Het lijkt ons zo goed als zeker dat de stadsambtenaar Sylvain Van Praet de auteur is van het dagboek. Dat hij niet de maker is van het typoscript, is waarschijnlijk. Hoe zijn oorlogskroniek in Amerika is terechtgekomen blijft echter een mysterie. Zelfs de Yale universiteit tast hierover in het duister, toch opmerkelijk voor een instelling van dat kaliber. Een hint of een toevallige aanwijzing zou ons verder kunnen helpen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref1">[1]</a>Zie E. SMISSAERT, &#8216;Bij wijze van introductie&#8217;, in: <i>De Plate</i>, 1989, p. 58-59.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref2">[2]</a><i>Gescande Oostendse Documenten</i>, digitale krantencollectie van de Stadsbibliotheek van Oostende. De jaargangen 1923 en volgende van <i>De Duinengalm </i>gingen verloren.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref3">[3]</a>Het is onduidelijk vanwaar die afleveringen komen. De <i>Abraham-Catalogus van Belgische kranten</i> en de catalogus van KBR vermelden geen bewaarde nummers van de jaargangen 1923 en 1924 van <i>De Duinengalm</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref4">[4]</a><i>De Plate</i>, jaargangen 1989 tot 2003. De zestigste aflevering (<i>De Plate</i>, september 2003) betreft de gebeurtenissen van 13 april 1915. Waarom de publicatie plots is gestopt, werd niet meegedeeld.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref5">[5]</a>Gustaaf Lefèvre was leraar aan het atheneum van Oostende. Zijn broer Louis (Lode) was actief binnen de plaatselijke activistische beweging geleid door Eugeen Everaerts.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref6">[6]</a>Reeks <i>Oostendse historische publicaties</i>, nummer 3 (1998) en ook digitaal te raadplegen op de website van de stad Oostende: <a href="https://www.oostende.be/file_uploads/13307.pdf">https://www.oostende.be/file_uploads/13307.pdf</a>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref7">[7]</a>W. THYS, <i>&#8216;The occupation of Ostend by the Germans</i>(14th october 1914 &#8211; 17th october 1918): een in Amerika bewaard onuitgegeven oorlogsdagboek&#8217;,<i> </i>in: <i>Handelingen XLVIII der Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis</i>, jaargang 1994, p. 207-30. Volgens Thys werd de voornaam van de Oostendse stadsbediende met –y geschreven. In Yale spelt men “Silvain” met –i.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref8">[8]</a>W. THYS geeft volgende voorbeelden van zijn belabberd Engels taalgebruik: <i>to find spiritual</i>(&#8220;geestig&#8221;), <i>the particulars</i>(&#8220;particulieren&#8221;), <i>their meaning</i>(&#8220;hun mening&#8221;), <i>to grow still on hopeless</i>(&#8220;stilaan alle hoop verliezen&#8221;). Daarnaast vonden we nog: <i>flymachine</i>(&#8220;flyingmachine&#8221;), <i>strand</i>(&#8220;beach&#8221;), <i>this</i>(&#8220;these&#8221;) <i>houses</i>, <i>pooring</i>(&#8220;pouring&#8221;), <i>the Ostend people dont</i>(&#8220;doesn&#8217;t&#8221;)<i>like</i>, <i>he saws</i>(&#8220;saw&#8221;), <i>nothing specials</i>, <i>it has been statet</i>, <i>ret weather</i>(&#8220;rot weer&#8221;), enz.Een anglicist zou zeker nog meer voorbeelden vinden, ook i.v.m. syntaxis, enz. Zie W. THYS, <i>The occupation ….</i>, p. 225-227.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref9">[9]</a><a href="http://search.library.yale.edu/catalog/614553">http://search.library.yale.edu/catalog/614553</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref10">[10]</a>Sylvain Van Praet was wel een tijd lang als stenograaf aanwezig op de vergaderingen van de gemeenteraad. Regelmatig was hij ook vervangend stadssecretaris.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref11">[11]</a>Digitaal raadpleegbaar: <a href="http://siagrius.be/siagrius/?cat=1053">http://siagrius.be/siagrius/?cat=1053</a></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref12">[12]</a></p>
<table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0">
<tbody>
<tr>
<td valign="top" width="167">
<p align="center"><b>Oorlogsjaar</b></p>
</td>
<td valign="top" width="145">
<p align="center"><b>Aantal schriftjes  manuscript</b></p>
</td>
<td valign="top" width="164">
<p align="center"><b>Folio&#8217;s typoscript</b></p>
</td>
<td valign="top" width="165">
<p align="center"><b>Bladzijden in de Nederlandse hertaling</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="167">
<p align="center">1914</p>
</td>
<td valign="top" width="145">
<p align="center">1 &#8211; 2</p>
</td>
<td valign="top" width="164">
<p align="center">72</p>
</td>
<td valign="top" width="165">
<p align="center">46</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="167">
<p align="center">1915</p>
</td>
<td valign="top" width="145">
<p align="center">2 &#8211; 6</p>
</td>
<td valign="top" width="164">
<p align="center">160</p>
</td>
<td valign="top" width="165">
<p align="center">102</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="167">
<p align="center">1916</p>
</td>
<td valign="top" width="145">
<p align="center">6 &#8211; 9</p>
</td>
<td valign="top" width="164">
<p align="center">102</p>
</td>
<td valign="top" width="165">
<p align="center">64</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="167">
<p align="center">1917</p>
</td>
<td valign="top" width="145">
<p align="center">9 &#8211; 11</p>
</td>
<td valign="top" width="164">
<p align="center">69</p>
</td>
<td valign="top" width="165">
<p align="center">42</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="167">
<p align="center">1918</p>
</td>
<td valign="top" width="145">
<p align="center">11 &#8211; 12</p>
</td>
<td valign="top" width="164">
<p align="center">65</p>
</td>
<td valign="top" width="165">
<p align="center">39</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" width="167">
<p align="center">Totaal</p>
</td>
<td valign="top" width="145">
<p align="center">12 + 2 bijlagen</p>
</td>
<td valign="top" width="164">
<p align="center">468</p>
</td>
<td valign="top" width="165">
<p align="center">293</p>
</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>Voor de jaren 1916 en 1917 ontbreken 20 folio&#8217;s (12 november 1916 – 30 januari 1917) van het typoscript maar we konden de verdeling over de twee oorlogsjaren reconstrueren aan de hand van de markeringen in het manuscript.</p>
<p>De jaren 1915 en 1916 zijn duidelijk het best vertegenwoordigd. De lengte wordt ook beïnvloed door het aantal opgenomen aangeplakte berichten (&#8220;<i>placards</i>&#8220;) uitgaande van de Kommandantur of van het stadsbestuur. Op twee uitzonderingen na werden er voor 1918 geen meer opgenomen.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref13">[13]</a>&#8216;Een halve eeuw uitgaven van Westvlaamse oorlogsdagboeken uit de Eerste Wereldoorlog&#8217;, in: <i>Studia Historica Gandensia </i>26 (Gent, 1964),<i></i>p. 1-23.</p>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref14">[14]</a>Bij deze categorie gaat het vooral over het relaas van krijgsverrichtingen wat niet belet dat hier en daar beperkte informatie te vinden is over het dagelijks leven. Wat Oostende betreft, verwijzen we naar de <i>Herinneringen uit de Wereldoorlog </i>van sergeant Henri Everaert (<i>De Plate</i>, 1981, p. 13). Er is ook het dagboek <i>Als adjutant durch Frankreich und Belgien </i>(Berlin, 1915) van de Duitse militair Otto von Gottberg die in <i>Hotel Majestic</i> verbleef twee dagen voor het beschoten werd. De pro-Duitse Zweedse ontdekkingsreiziger Sven Hedin vergezelde als oorlogscorrespondent het Duitse invasieleger en maakte gedurende de eerste twee oorlogsmaanden zijn opmars door België en Frankrijk mee. Zijn relaas verscheen in 1915 in Leipzig met als titel <i>Ein volk in Waffen</i> en werd nog hetzelfde jaar in het Frans, Engels en Zweeds uitgegeven. Van 21 tot 26 oktober 1914 verbleef hij aan de Belgische kust waar hij in Oostende getuige was van beschieting van <i>Hotel Majestic</i> door Britse torpedoboten; zie J. ASPESLAGH, &#8216;Een vergeten ooggetuige in Oostende&#8217;, in: <i>De Plate</i>, 2014, p. 228-243.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref15">[15]</a>Men zou nog een bijkomende categorie kunnen toevoegen, nl. de literaire oorlogsdagboeken zoals die van Virginie Loveling, Stijn Streuvels, Ernest Claes.</p>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref16">[16]</a>E. SMISSAERT, <i>ibidem</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref17">[17]</a>We geven een voorbeeld uit 1918 (typoscript, f° 436): <i>&#8220;Vandaag 11 juni om 20.30 uur Duitse tijd, heeft het Duits afweergeschut pas geschoten nadat een geallieerd eskadron van meer dan een half dozijn vliegtuigen al twintig bommen en meer had afgeworpen in de buurt van de haven. <span style="text-decoration: underline;">Momenteel weet ik nog niet wat dit bombardement heeft aangericht</span></i><span style="text-decoration: underline;">.</span>&#8221; En hij vulde nadien ook niet meer aan.</p>
<p>Eén zin echter, die alleen voorkomt in het typoscript (f° 306, met betrekking tot 1916), zou kunnen een allusie bevatten op de herstelbelastingen die Duitsland na de oorlog opgelegd kreeg: &#8220;<i>Als het zo verder gaat, zal België na de oorlog geen industrie meer hebben, of wie weet, <span style="text-decoration: underline;">zal het herstel ervan bijzonder zwaar wegen op de schouders van de Duitsers</span>&#8220;.</i></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref18">[18]</a>In het deel over 1918 komen geen aangeplakte berichten meer voor, uitgezonderd op de f<sup>os</sup>455 en 456 waar twee berichten van de Kommandantur in het Engels werden vertaald.</p>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref19">[19]</a><i>Oostende gedurende de Duitse bezetting – Ostende pendant l&#8217;occupation allemande</i>. Drukkerij De Vriese, s.d., Torhoutsesteenweg 167, Oostende.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref20">[20]</a>Stadsarchief, Personeelsdossier Sylvain Van Praet. Door de brand van het stadhuis in mei 1940, bevat het enkel stukken van na die datum. Dit geldt uiteraard ook voor het dossier van zijn echtgenote Julienne Bourgoignie.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref21">[21]</a>Voornamelijk de jaargangen 1909, p. 141; 1912, p. 1084; 1920, p. 656; 1921, p. 1080; 1926, p. 54-55, 70 en 125; 1929, p. 38; 1933, p. 430, 433, 489 en 498; 1939, p. 869; 1940, p. 297, 367, 375, 619 en 807; 1941, p. 50 en 405; 1942, p. 347, 363, 374 en 445; 1944, p. 223; 1951, p. 654; 1952, p. 1149.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref22">[22]</a>Voornamelijk <i>Le Carillon </i> 27 oktober 1920; 16 en 20 juli 1921; 5 juli en 9 augustus 1922; 3 februari 1923; 2 juli 1924; 13 oktober 1925; 23 september 1933; <i>De Zeewacht</i>6 juni 1936; <i>Echo d&#8217;Ostende</i>21 juli 1921; 9 oktober 1929; 20 september 1930; 23 augustus en 23 september 1933; <i>Gazet van Oostende</i>11 augustus 1933; <i>Le Littoral</i>12 en 19 augustus, 9 en 23  september 1933; <i>Le Phare</i>16 en 23 augustus, 27 september  1933; <i>Visserijblad</i>10 december 1939.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref23">[23]</a>Geboorteakte 853. Vader: Victor Van Praet; moeder: Elisa Maes.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref24">[24]</a><i>Le Littoral</i>van 23 september 1933 schrijft: <i>&#8220;Parions que, dans son for intérieur, [Van Praet] pensait que quelques voix eussent mieux fait son affaire que ce flot d&#8217;éloges posthumes du bourgmestre et les applaudissements chaleureux du Conseil&#8221;. </i></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref25">[25]</a><i>De Zeewacht </i>6 juni 1936.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref26">[26]</a><i>Visserijblad </i>16 december 1939.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref27">[27]</a>Stadsarchief, Personeelsdossier Julienne Bourgoignie, aanvraag verlof zonder wedde van 23 februari 1951.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref28">[28]</a>We verwijzen hoofdzakelijk naar het typoscript, folio&#8217;s 63, 64 (1914); 164, 174 (1915); 244, 273 (1916); 348 (1917); 410, 414, 417, 431, 442 (1918).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref29">[29]</a>Zijn vader Victor Van Praet overleed op 23 november 1919; rouwadres was <span style="text-decoration: underline;">Antwerpenstraat 18</span>; zie <i>De Zeewacht</i>en <i>L&#8217;Echo d&#8217;Ostende</i>van 29 november 1919.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref30">[30]</a>Vóór de bouw van het H. Serruysziekenhuis kwam de tuin van het Burgerlijk Hospitaal tot aan de Kaïrostraat.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref31">[31]</a>F°212 Van Neste.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref32">[32]</a>Voorbeeld: typist begrijpt <i>good-station</i>(f° 381) (goederenstation) niet en laat gewoon een blanco.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref33">[33]</a><i><span style="text-decoration: underline;">This</span></i><i>houses are all plundered</i>  (f° 58); <i><span style="text-decoration: underline;">why</span>shall we once assist at a real flight</i>voor &#8220;when shall we<i>&#8221; …</i>(f°80); <i>Mr <span style="text-decoration: underline;">Permon</span></i>voor &#8220;Fermon<i>&#8220;</i>(een nochtans bekende Oostendenaar betrokken bij de liefdadigheid) (f° 198); <i>les pommes de terre doivent être déclarées à la M<span style="text-decoration: underline;">inque</span>communale</i>voor &#8220;l&#8217;administration communale<i>&#8220;</i>(f°254); <i>there where great quantities of copper</i>voor &#8220;they know where are great quantities …&#8221; (f°298); <i>&#8220;<span style="text-decoration: underline;">peals</span>&#8221; and &#8220;bassins&#8221;</i>, verbastering van het Franse woord &#8220;pelle (spade)&#8221; (f°351)?; <i>magazines</i><i>voor </i>&#8220;shops, stores<i>&#8220; </i>(f°351)<i>; finished by the <span style="text-decoration: underline;">knud</span>of a rifle</i>voor &#8220;butt of the rifle (geweerkolf)&#8221; (f°352)? ; <i>another list is also wanted <span style="text-decoration: underline;">auvills</span>remaining in Ostend</i>, de typist meent <i>auvills</i>te lezen en neemt gewoon over, duidelijk zonder het woord te begrijpen (f°371); <i>the arches of the <span style="text-decoration: underline;">ay</span>-wall</i>voor &#8220;<span style="text-decoration: underline;">quai&#8221; </span>(f° 384).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref34">[34]</a>W. THYS, <i>The occupation …,</i>p. 227, voetnoot 23.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref35">[35]</a><i>Idem</i>, p. 225, voetnoot 20.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref36">[36]</a>In haar personeelsdossier, bewaard in het stadsarchief, steekt een korte brief van haar uit 1940 gericht aan het stadsbestuur.  Er liggen zo&#8217;n twintig jaren tussen het manuscript en de brief. De brief is met inkt en met zorg geschreven terwijl het manuscript een kladdocument is geschreven met een anilinepotlood.</p>
<p><a title="" href="applewebdata://218D3743-1869-409B-9DE1-104F8D297ACE#_ednref37">[37]</a>Typoscript f° 234, 5-8 januari 1916.</p>
</div>
</div>
<div>
<div>
<div>
<div>
<div>
<div>
<div>
<div>
<div>
<div>
<div>
<p> <span style="font-weight: 300;">© John Aspeslagh. <span style="color: #ff0000;"><strong>Tekst overnemen kan mits bronvermelding.</strong></span><br />
</span></p>
</div>
</div>
</div>
</div>
</div>
</div>
</div>
</div>
</div>
</div>
</div>
<div>Over de eerste oorlogsweken:</div>
<div></div>
<div>
<div>
<ul>
<li><a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7354">Authentieke historische bronnen</a></li>
<li><a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7284">De “beau monde” ontvlucht de stad</a></li>
<li><a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7454">Oostende overspoeld door de vluchtelingen</a></li>
<li><a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7491">Al die mondjes hebben honger</a></li>
<li><a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7547">Oostende in de verdediging</a></li>
</ul>
<div></div>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=7941</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het Oostends activisme in het archief van de Raad van Vlaanderen</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=9217</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=9217#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Nov 2017 13:53:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Activisme]]></category>
		<category><![CDATA[Archief Raad van Vlaanderen]]></category>
		<category><![CDATA[Arthur Faingnaert]]></category>
		<category><![CDATA[Biekorf]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[Eugeen Everaerts]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=9217</guid>
		<description><![CDATA[Verschenen in Biekorf, jaargang 2017, nummer 3 (september), p. 276 &#8211; 303 Ter gelegenheid van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog bracht het Rijksarchief het archief van de Raad van Vlaanderen onder de aandacht. De introductie en de gedetailleerde inventaris van &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=9217">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Verschenen in <span style="color: #ff0000;"><a href="http://www.tijdschriftbiekorf.be/" target="_blank"><span style="color: #ff0000;"><em>Biekorf</em></span></a></span>, jaargang 2017, nummer 3 (september), p. 276 &#8211; 303</strong></p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2017/11/EveraertsDP.jpg"><img class="size-medium wp-image-9222 alignleft" title="Eugeen Everaerts, propagandaleider Oostendse activisten" alt="" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2017/11/EveraertsDP-246x300.jpg" width="246" height="300" /></a>Ter gelegenheid van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog bracht het Rijksarchief het archief van de <i>Raad van Vlaanderen</i> onder de aandacht. De introductie en de gedetailleerde inventaris van Luc Vandeweyer zijn samen met een aantal representatieve stukken sedert begin 2016 online<a title="" href="#_ftn1">[1]</a> beschikbaar.</p>
<p>In dit <i>Conglomeraatsarchief </i>zijn documenten ondergebracht afkomstig van de <i>Raad van Vlaanderen</i>, van de semi-autonome administraties<a title="" href="#_ftn2">[2]</a> en van de naoorlogse bezitters van het archief. Luc Vandeweyer beschrijft de bewogen geschiedenis van de collectie: in oktober 1918 werden documenten afkomstig van diverse diensten haastig verzameld en door archivaris-activist Albert Vlamynck<a title="" href="#_ftn3">[3]</a> in Leipzig in veiligheid gebracht. In de eerste jaren na de oorlog hadden de naar Duitsland gevluchte activisten toegang tot het archief. Ze probeerden te verhinderen dat het in handen van het Belgisch gerecht zou vallen. Halfweg de jaren 1920 kwam het onder duistere omstandigheden terecht bij de <i>Nationale Bond voor de Belgische Eenheid</i> <i>(Ligue Nationale) </i>die het ontrafelde en daarna toevertrouwde aan de <i>Commission des Archives de Guerre</i> die later opging in het Rijksarchief. Omdat het archiefmateriaal bevatte dat best niet opnieuw in Duitse handen zou vallen, werd het in 1940 overgebracht naar Engeland waar het ernstige schade opliep. In 1945 kwam het terug naar België en bleef tot 1991<a title="" href="#_ftn4">[4]</a> ontoegankelijk. De Belgische patriotten die, onder leiding van o.a. Armand Wullus (beter gekend als &#8220;Rudiger&#8221;<a title="" href="#_ftn5">[5]</a>), na 1925 het archief<a title="" href="#_ftn6">[6]</a> hebben &#8220;onderzocht&#8221; met als bedoeling van de Vlaamse beweging in zijn geheel te beschadigen, hebben niet alleen heel wat dossiers door elkaar gehaald of opnieuw geklasseerd maar ook eigen documenten en beschrijvingen toegevoegd. Van die laatste vinden we in de dossiers 5505 en 5467<a title="" href="#_ftn7">[7]</a> een overzicht van respectievelijk de West-Vlaamse en de Oostendse activisten en hun medewerkers.<span id="more-9217"></span></p>
<p>Met de zoekopdrachten &#8220;Oostende&#8221; en &#8220;Everaerts&#8221; vonden we in de digitale inventaris met in totaal 5669 dossiernummers er een twintigtal die rechtstreeks betrekking hebben op het Oostends activisme. Manueel zoekwerk in het deelarchief afkomstig van het centraal <i>Propagandabureau</i> leverde nog twaalf dossiernummers<a title="" href="#_ftn8">[8]</a> waarin het Oostends activisme aan bod komt. Met uitzondering van een paar uit de laatste maanden van 1917, dateert het overgrote deel van de documenten uit de eerste tien maanden van 1918, wat grosso modo overeenkomt met de periode van de zgn. &#8220;tweede&#8221; <i>Raad van Vlaanderen. </i>In die maanden bereikte het activisme zijn hoogtepunt en verdween even plots na de bevrijding. We vonden hoofdzakelijk correspondentie van het <i>Vlaamsch</i> <i>Propagandabureel der Noordzeekust</i> geleid door Eugeen Everaerts met de centrale activistische administratie in Brussel: het <i>Vlaamsch Propagandabureel</i> o.l.v. Arthur Faingnaert<a title="" href="#_ftn9">[9]</a> en het<i> Nationaal Verweer </i>met als verantwoordelijke August Borms<a title="" href="#_ftn10">[10]</a>. Deze twee diensten werden laat opgericht, respectievelijk in november 1917 en januari 1918. Het <i>Nationaal Verweer</i> hield zich bezig met dienstbetoon maar ook met de bescherming van de activisten tegen de groeiende volkswoede.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2017/11/VFA_000479.jpg"><img class="size-medium wp-image-9221 aligncenter" title="Arthur Faingnaert bij de krijgsgevangenen. In het archief vonden we uitgebreide briefwisseling tussen Faingnaert en Everaerts. Bron: ADVN Antwerpen " alt="" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2017/11/VFA_000479-300x194.jpg" width="300" height="194" /></a></p>
<p>Bijzonder rijk aan informatie is dossier 1284. Het bevat de interne werkingsverslagen van het <i>Propagandabureel der Noordzeekust </i>en vult onze bijdragen in <i>Biekorf<a title="" href="#_ftn11"><b>[11]</b></a> </i>op enkele plaatsen aan, o.a. wat betreft de strategie bij het voeren van propaganda.</p>
<p>We vonden er ook bijkomende namen van medestanders.</p>
<p>Ten slotte vonden we informatie over twee mislukte initiatieven, te weten een schrijven uit 1917, herhaald in 1918, betreffende de afzetting van burgemeester Auguste Liebaert en een verzoek uit 1918 om de volledige Oostendse bevolking te evacueren.</p>
<div>Lees verder in <strong><span style="color: #ff0000;"><em>Biekorf</em></span></strong>, 2017 (september), p. 276-303.<strong><br />
Organisatie en werking van propagandabureel van de Noordzeekust</strong></div>
<div></div>
<div><strong>Spanningen tussen het centraal propagandabureel van Faingnaert en het Noordzeebureel van Everaerts</strong></div>
<div></div>
<div><strong>Rol van het gouvernement-generaal en de lokale Kommandantur</strong></div>
<div></div>
<div><strong>Houding ten opzichte van de bevolking</strong></div>
<div></div>
<div><strong>Verzoek tot afzetting van burgemeester Auguste Liebaert en franskiljonse schepenen</strong></div>
<div></div>
<div>
<p><strong>Initiatief voor de evacuatie van de Oostendse bevolking. </strong></p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> L. VANDEWEYER, BE-A0510/ I 530: <i>Conglomeraatsarchief van de Raad van Vlaanderen, het Propagandabureau, Nationaal Verweer, de Nationalen Bond voor de Belgische Eenheid, Jacques Pirenne en Henri Pirenne, 1908-1939</i>. Digitaal: BE-A0510_000408_006736_DUT.ead.pdf</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> O.a. het <i>Centraal Propagandabureel</i> en het <i>Nationaal Verweer</i> waarmee de lokale activisten nauwe contacten hadden.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> Zie ook M. VANLUCHENE &amp; T. VANHAVERE, &#8216;De grote ontreddering. Het archiefwezen in Oost- en West-Vlaanderen tijdens de Eerste Wereldoorlog&#8217; in: <i>Handelingen van het genootschap voor geschiedenis te Brugge</i>, nr 153/2 (2016), p. 333-34. Biografie van Albert Vlamynck in: <i>Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging</i>, 1 (1998), p. 3512.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> Ada Deprez en Daniël Vanacker maakten een summiere inventaris op, in 1991 gepubliceerd door de <i>Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde</i> (e-mail dd 19 december 2016 van Luc Vandeweyer).</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> RUDIGER, auteur van <i>Flamenpolitik, suprême espoir allemand de domination en Belgique,</i> bijlage bij: <i>Le journal des combattants, </i>Bruxelles, 1921.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a> NATIONALE BOND VOOR DE BELGISCHE EENHEID<i>, </i><i>Het archief van de Raad van Vlaanderen. </i>Brussel, 1929; NATIONALE BOND VOOR BELGISCHE EENHEID, <i>Geschiedkundig overzicht van het Aktivisme.</i> Brussel, 1929.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref7">[7]</a> De cijfers verwijzen telkens naar de nummering van de dossiers binnen het <i>Conglomeraatsarchief</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref8">[8]</a> 729, 730, 732, 741, 750, 752, 755, 758, 759, 761, 765 en 770.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref9">[9]</a> Voor Arthur Faingnaert (1883 &#8211; 1971), zie <i>Nationaal Biografisch Woordenboek</i>, 6 (1974), kol. 269-275; <i>Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging</i>, 1 (1998), p. 1110-11. Arthur Faingnaert is ook de auteur van <i>Verraad of Zelfverdediging? Bijdragen tot de geschiedenis van den strijd voor de zelfstandigheid van Vlaanderen tijdens den oorlog van 1914-18 </i>(Kapellen, 1932).<i> </i>Op<i> </i>p. 687 vermeldt Faingnaert de samenstelling van het <i>Centraal Vlaamsch Propagandakomiteit</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref10">[10]</a> Voor August Borms (1878 &#8211; 1946), zie <i>Nationaal Biografisch Woordenboek</i>, 18 (2007), kol. 85-102; <i>Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging</i>, 1 (1998), p. 559-63. Het <i>Nationaal Verweer</i> werd opgericht binnen de <i>Commissie van Gevolmachtigden</i>; zie A. FAINGNAERT, <i>Verraad of zelfverdediging</i>, p. 729; NATIONALE BOND …, <i>Geschiedkundig overzicht van het Aktivisme</i>, p. 99-100.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref11">[11]</a> &#8216;De activistische beweging in Oostende&#8217;<i>, </i>in: <i>Biekorf</i>, jaargang 2016, nr 2 (juni; verder afgekort als <i>Biekorf </i>2016/2), p. 163-193 en nr 3 (september; verder afgekort als <i>Biekorf </i>2016/3), p. 275-302. <i></i></p>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=9217</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De oorlog van de frontschilders</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=8771</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=8771#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 22 Jul 2016 10:26:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Evenementen en tentoonstellingen]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[frontschilders]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuwpoort]]></category>
		<category><![CDATA[Westfront Nieuwpoort]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=8771</guid>
		<description><![CDATA[In de recent ingerichte panoramazaal van Westfront Nieuwpoort, onder het monument van Albert I aan de IJzersluizen, loopt nog tot juni 2017 een tijdelijke tentoonstelling van werk van de zogenaamde “frontschilders”, dit zijn schilders, in de meeste gevallen oorlogsvrijwilligers of &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=8771">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1406.jpg"><img class="size-medium wp-image-8782 alignleft" alt="IMG_1406" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1406-300x225.jpg" width="300" height="225" /></a>In de recent ingerichte panoramazaal van <i>Westfront</i> Nieuwpoort, onder het monument van Albert I aan de IJzersluizen, loopt nog tot juni 2017 een tijdelijke tentoonstelling van werk van de zogenaamde “frontschilders”, dit zijn schilders, in de meeste gevallen oorlogsvrijwilligers of gemobiliseerde soldaten, die tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben geschilderd in of in de buurt van Nieuwpoort.</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1326.jpg"><img class="size-medium wp-image-8773 alignleft" title="Panoramazaal" alt="" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1326-300x225.jpg" width="300" height="225" /></a>Al vóór de Eerste Wereldoorlog werkten daar een aantal schilders. Gebouwen en taferelen uit dat typisch Vlaams vissersstadje waren toen al een geliefkoosd onderwerp van deze <i>artistes-peintres</i>. Enkelen onder hen zouden als militair hun artistiek werk verderzetten tijdens de vijandelijkheden. Maar hun inspiratie lag nu elders. Nu ging de aandacht naar het veranderd uitzicht van de stad waarvan de gebouwen door het oorlogsgeweld zwaar waren beschadigd of weggeveegd, een spookstad waaruit de bevolking was vertrokken. Op het schilderdoek kwamen voortaan desolate landschappen, gebombardeerde gebouwen, loopgrachten en-bruggen, afgeknakte bomen en soldaten die zich een weg banen door een troosteloos landschap.</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1355.jpg"><img class="size-medium wp-image-8780 alignleft" title="Tijdelijke tentoonstelling Frontschilders" alt="" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1355-300x225.jpg" width="300" height="225" /></a>Er waren ook “militaire kunstschilders” bezig in Lo en De Panne. Maar door de aanwezigheid van prominente artiesten als Alfred Bastien en Maurice Wagemans kreeg de Nieuwpoortse groep meer bekendheid. De groep werd ook officieel erkend en was een onderdeel van de <i>Section documentaire artistique de l’Armée en campagne. </i>Zeg maar: de propaganda dienst die het oorlogsgebeuren voor het nageslacht vastlegde. Eigenaardig dat naast foto- en cinematografie, media die nochtans al ruim verspreid waren, de traditionele schilderkunst nog altijd in aanmerking kwam om de herinnering aan het krijgsgebeuren vast te leggen. De Nieuwpoortse groep werkte in een kelder die ze met allerlei achtergelaten spullen als schildersatelier had ingericht. Naar wat Luc Filliaert schrijft in zijn boek, zou dat groepje rond de <i>Section documentaire</i>, die militair was gestructureerd en met patriottische bedoelingen in het leven was geroepen, een eerder Brussels kransje geweest zijn en was het voor een Vlaamse kunstenaar als bv. Joe English bijzonder moeilijk om bij die groep aan te sluiten.<span id="more-8771"></span></p>
<table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0">
<tbody>
<tr>
<td valign="top" width="151"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1332.jpg"><img class=" wp-image-8774   alignnone" title="Achiel Van Sassenbrouck, Loopbrug te Nieuwpoort" alt="Achiel Van Sassenbrouck, Loopbrug te Nieuwpoort" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1332-300x225.jpg" width="168" height="126" /></a></td>
<td valign="top" width="151"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1333.jpg"><img class="alignnone  wp-image-8775" alt="IMG_1333" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1333-300x225.jpg" width="168" height="126" /></a></td>
<td valign="top" width="151"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1358.jpg"><img class="alignnone  wp-image-8781" title="Achiel Van Sassenbrouck, Puinhopen Nieuwpoort" alt="" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1358-300x225.jpg" width="300" height="225" /></a></td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>Tijdens de oorlog hadden ook enkele overzichtstentoonstellingen plaats in De Panne waar deze georganiseerd door de <i>Section documentaire</i> rivaliseerde met die van de <i>Belgische Standaard</i> van mevrouw Belpaire. Ook in het buitenland werden hier en daar enkele werken tentoongesteld in het kader van campagnes om de aandacht te trekken op de lotgevallen van <i>poor little Belgium</i>.</p>
<p><iframe width="640" height="360" src="//player.cdn01.rambla.be?account_id=VzaPKg&amp;item_id=AQy6oG" frameborder="0" allowfullscreen webkitallowfullscreen mozallowfullscreen oallowfullscreen msallowfullscreen></iframe></p>
<p>&nbsp;</p>
<div id="attachment_8778" style="width: 310px" class="wp-caption alignleft"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1345.jpg"><img class="size-medium wp-image-8778 " alt="IMG_1345" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1345-300x225.jpg" width="300" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">Marcel Canneel, Slagveld te Nieuwpoort</p></div>
<p>Echt innoverend waren die Nieuwpoortse schilders niet. Ze bleven meestal heel academisch schilderen, met uitzondering evenwel van o.a. Médard Maertens en Anne-Pierre De Kat van wie het werk opviel door de felle fauvistische kleurvakken.</p>
<p>Bijzondere aandacht gaat ook naar het IJzerpanorama van Alfred Bastien dat hij na de wapenstilstand en aan de hand van schetsen gemaakt tijdens de oorlog heeft geschilderd in een Brussels atelier en dat in de hoofdstad achtereenvolgens op twee locaties werd ingekaderd in een “faux terrein”: het IJzerfront dat artificieel was gereconstrueerd met nagemaakte loopgraven, riet, grassen, struiken, enz. Nadien is het werk naar Oostende gekomen waar het werd opgehangen in een speciaal hiervoor opgetrokken gebouw, het <i>Panorama de l’Yser, </i>op de hoek van de Vindictivelaan en de Stockholmstraat, waar zich vandaag het Oostends stadhuis bevindt. Het doek werd daar zwaar beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog en werd in het begin van de jaren 1950 verknipt en hersteld door het Legermuseum dat voortaan ook instaat voor het conserveren. Het doek is te broos geworden om te worden tentoongesteld maar er zijn wel digitale opnamen van gemaakt die permanent en los van de tijdelijke tentoonstelling worden geprojecteerd in de panoramazaal van Westfront.</p>
<p><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/Schermafbeelding-2016-07-23-om-00.41.55.png"><img class="size-medium wp-image-8799 alignleft" alt="Schermafbeelding 2016-07-23 om 00.41.55" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/Schermafbeelding-2016-07-23-om-00.41.55-300x267.png" width="300" height="267" /></a>Ter gelegenheid van de tijdelijke tentoonstelling verscheen van Luc Filliaert <i>De Groote Oorlog op doek</i>, in 2016 uitgegeven door <i>Academie Press. </i>Dit overzichtswerk van 144 pagina’s is geen echte catalogus van de tentoonstelling maar brengt wel het omstandig verhaal van de Nieuwpoortse schildersgroep gevolgd door de biografieën van de frontkunstenaars, een uitgebreide bibliografie en een personenregister.</p>
<p>De tijdelijke tentoonstelling stelt vooral werk ten toon van de Nieuwpoortse groep (Alfred Bastien, Léon Huygens, André Lynen en Maurice Wagemans) maar ook nog veertien andere minder gekende frontschilders komen aan bod. Bij het binnenkomen krijgt de bezoeker een kleine brochure met een kort biografisch overzicht van de vier hierboven genoemde grote namen en met vermelding van de andere schilders van wie werk wordt getoond.</p>
<table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0">
<tbody>
<tr>
<td valign="top" width="151"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1348.jpg"><img class=" wp-image-8779  alignnone" title="Charly Léonard, De mars vak militairen" alt="" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1348-300x225.jpg" width="210" height="158" /></a></td>
<td valign="top" width="151"> <a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1341.jpg"><img class="alignnone  wp-image-8777" alt="IMG_1341" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1341-225x300.jpg" width="158" height="210" /></a></td>
<td valign="top" width="151"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1335.jpg"><img class="alignnone  wp-image-8776" alt="IMG_1335" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/IMG_1335-300x225.jpg" width="210" height="158" /></a></td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>Het bezoek aan de tijdelijke tentoonstelling kost € 7 en is te combineren met een rondgang boven op het moment. Bij helder weer reikt het panorama tot aan de Vlaamse bergen en langs de andere kant tot aan Oostende.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/Frontschiilders.jpg"><img class="size-medium wp-image-8797 aligncenter" alt="Frontschiilders" src="http://siagrius.be/siagrius/wp-content/uploads/2016/07/Frontschiilders-210x300.jpg" width="210" height="300" /></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=8771</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het Frontparadijs in Gent &#8230;</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=8235</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=8235#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 21 Feb 2015 18:14:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Geschiedenis algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Duitse bezetting]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[Frontparadijs]]></category>
		<category><![CDATA[Gent]]></category>
		<category><![CDATA[Heinrich Wanst]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=8235</guid>
		<description><![CDATA[Heinrich Wandt Het Frontparadijs Oorlogsrelaas van een Duitse soldaat in bezet Gent Hannibal, 2014 285 blz. Het Frontparadijs maakt deel uit van de talrijke publicaties in het kader van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Het geschrift is niet nieuw &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=8235">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>Heinrich Wandt<br />
<i>Het Frontparadijs<br />
</i><i>Oorlogsrelaas van een Duitse soldaat in bezet Gent<br />
</i>Hannibal, 2014<br />
285 blz.</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/lVthCmc7CmZ_tiIL1mleztMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-Q5kJU2QeWcg/VOodVB4fmaI/AAAAAAAAHio/6-23CGbgfV0/s400/Frontparadijs.jpg" width="278" height="400" /></a><i>Het Frontparadijs</i> maakt deel uit van de talrijke publicaties in het kader van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Het geschrift is niet nieuw want de oorspronkelijke Duitse versie werd al in de jaren twintig gepubliceerd. De auteur werd toen ook meermaals vervolgd voor eerroof. Die processen werden ingespannen door de voormalige Duitse, vooral Pruisische officieren die de auteur zonder scrupules aan de schandpaal had genageld in zijn boek.</p>
<p>Wandt was niet om het even wie. Ideologisch was hij socialist, sociaaldemocraat om precies te zijn, en vandaar antimilitarist en pacifist. Toen hij vlak vóór de oorlog opgeroepen werd voor de militaire dienst, deserteerde hij maar meldde zich na enkele tijd terug aan. Hij verhuisde naar een Duitse vestinggevangenis die hij na enkele maanden al inwisselde voor het front in het Ieperse. Om gezondheidsredenen werd hij naar Gent overgeplaatst dat naast Tielt functioneerde als centrum van het zo geheten etappegebied, het hinterland van de operatiezone aan de IJzer en de kust.</p>
<p>Voor de oorlog had hij heel wat gereisd en verbleef hij een tijdje in Parijs waar hij in de socialistische milieus rond Jaurès werd opgemerkt. Eén van zijn grootste ontgoochelingen was de onmacht van de Franse en Duitse socialisten om door gezamenlijke actie de oorlog te vermijden. Die mislukking was voor hem een stimulans om het ware gelaat van het Pruisisch militarisme te laten zien en aan te klagen.<span id="more-8235"></span></p>
<p>De portretten van militairen die hij schildert zijn deze van Pruisische officieren en onderofficieren die via intrige of hoge bescherming erin slaagden om een rustig en kommerloos postje te bemachtigen in Gent, ver van de loopgraven van het IJzerfront. In het oog van de legerleiding gingen officieren bij problemen altijd vrijuit, omwille van de &#8220;officierseer&#8221;. Officieren konden “in principe” niets verkeerds doe, dit tegenstelling tot onderofficieren en gewone soldaten.</p>
<p>Wandt legt de vinger op de wonde. Ondanks hun “eer” waren die officieren gewone bandieten die de bevolking intimideerden en bestalen. In plaats van de &#8220;buit&#8221; te gebruiken voor militaire doeleinden en voor de soldaten aan het front, werden tonnen voedingswaren, stof, zeep, enz. privé verhandeld of naar de familie in Duitsland verstuurd. Van militaire transporten via het spoor werd dankbaar gebruik gemaakt om de opgeëiste goederen naar Duitsland te zenden. Ordonnansen speelden koerier tussen de officieren en hun woonplaats in Duitsland. Officieren bevoorraadden elkaar en hielden de hand over elkaars hoofd.</p>
<p>In de “Heimat” verhandelde vrouwlief de goederen die Herr Offizier haar liet bezorgen. Op die manier hebben heel wat officieren zich tijdens de oorlog schandalig verrijkt en hebben ze na de wapenstilstand een luxeleven kunnen leiden en hun kleinburgerlijk leventje verder zetten.</p>
<p>Terwijl moeder de vrouw thuis zaken deed, liet de gemobiliseerde echtgenoot het ondertussen niet aan zijn hart komen in de garnizoensstad Gent waar hij snoepte van de geneugten van het leven: gastronomische diners, drank  en vrouwen in overvloed. Allemaal op kosten van de gewone Gentenaar en op de rug van de frontsoldaten die ontbering leden en rondliepen in vodden want de stof opgeëist bij de weverijen en die moest dienen voor het vervaardigen van uniformen, verdween naar de “Heimat” en werd daar verknipt voor kleren van mevrouw.</p>
<p><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/P2wfZ-On28lYrR-24bG1I9MTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="alignleft" alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/--4GsyJryzPw/VOodVPLY7dI/AAAAAAAAHik/tivs1TdG8rQ/s800/Wandt.jpg" width="180" height="280" /></a>Het intens en schaamteloos seksleven van de officieren zet Wandt uitgebreid in de verf. Niet alleen de lusten, maar ook de lasten. Zo werd in Gent een centrum geopend waar prostituees en militairen werden geïnterneerd om de verspreiding van seksueel overdraagbare ziekten in te perken. Prostituees moesten er zich regelmatige aanbieden voor onderzoek door een militaire geneesheer.</p>
<p>Ook de werking van het krijgsgerecht klaagt Wandt aan en vooral de lichtzinnigheid en de gevoelloosheid waarmee doodsvonnissen van gewone burgers werden getekend en met de kogel uitgevoerd. Het kleinste voorval kon leiden tot de terdoodveroordeling van een Belg wegens “verspieding”. Ook de verplichte tewerkstelling van werkloze arbeiders die aan het front als slaven voor militaire doeleinden werden ingezet, stelt Wandt aan de kaak.</p>
<p>Zijn boek is een waardevolle aanvulling van het <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=5">oorlogsdagboek van Virginie Loveling</a> die de oorlogstoestand in Gent beschreef vanuit de invalshoek van de gewone Gentenaar. Wandt laat zien welke gewetenloze kerels er onder het officiersuniform staken. De informatie die Wandt ons bezorgt, bewijst dat de getuigenis van de vele dagboekschrijvers niet overdreven is wanneer ze het hadden over de Duitse arrogantie en de hemeltergende opeisingen waarvan de eigen bevolking voortdurend het slachtoffer was. Wandt bevestigt flagrant die getuigenissen en vertelt wat er nadien met die massale opeisingen gebeurd is. Stafofficieren waren nochtans op de hoogte, zijn van uit hoogte of van aan de zijlijn blijven toekijken, hebben laten gebeuren of hebben zelf meegewerkt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=8235</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een vergeten ooggetuige in Oostende tussen 21 en 26 oktober 1914</title>
		<link>http://siagrius.be/siagrius/?p=7906</link>
		<comments>http://siagrius.be/siagrius/?p=7906#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Oct 2014 06:34:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator><![CDATA[Siagrius]]></dc:creator>
				<category><![CDATA[Oostende geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[23 oktober 1914]]></category>
		<category><![CDATA[beschieting Oostende]]></category>
		<category><![CDATA[eerste wereldoorlog]]></category>
		<category><![CDATA[oostende]]></category>
		<category><![CDATA[Sven Anders Hedin]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://siagrius.be/siagrius/?p=7906</guid>
		<description><![CDATA[Voor de volledige tekst van deze bijdrage, zie De Plate, jaargang 42, nummer 10 (oktober 2014), p. 228-242. De eerste beschieting van Oostende vanuit zee vond plaats op 23 oktober 1914 en wordt beschreven in de Oostendse oorlogsdagboeken van Elleboudt-Lefèvre, &#8230; <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7906">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: right;"><strong><span style="color: #ff0000;">Voor de volledige tekst van deze bijdrage, zie <i>De Plate</i>, jaargang 42, nummer 10 (oktober 2014), p. 228-242.</span></strong></p>
<p style="text-align: left; padding-left: 30px;">De eerste beschieting van Oostende vanuit zee vond plaats op 23 oktober 1914 en wordt beschreven in de <a href="http://siagrius.be/siagrius/?p=7354">Oostendse oorlogsdagboeken</a> van Elleboudt-Lefèvre, Smissaert en Van Praet. Van die beschieting en van de gebeurtenissen in Oostende en aan de kust tussen 21 en 26 oktober bestaat ook een ooggetuigenverslag van de Zweed Sven Anders Hedin.</p>
<div style="width: 247px" class="wp-caption alignright"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/yYYSSJVXFKhQx6vd0dgHt9MTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-gPJvpMZWpEs/VDUGtcOQ4uI/AAAAAAAAHPY/5TTctPJs0ZM/s288/Hedin.jpg" width="237" height="288" /></a><p class="wp-caption-text">Sven Anders Hedin</p></div>
<p style="padding-left: 30px;">Sven Anders Hedin (1865-1952)<a title="" href="#_ftn1"><sup><sup>[1]</sup></sup></a> was niet de eerste de beste. De Zweed is vooral gekend als geograaf en ontdekkingsreiziger en publiceerde heel wat rond zijn reizen en expedities in centraal Azië. Zijn reisverhalen illustreerde hij met zelfgemaakte foto&#8217;s. Hij had een tijd gestudeerd in Duitsland waar hij zijn bewondering opdeed voor het Duitse Rijk en voor keizer Wilhelm II. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Zweden neutraal maar dit belette Hedin niet om uit te komen voor zijn pro-Duitse gevoelens. Zijn geloof in de Duitse eindoverwinning, gepaard met zijn diepe minachting voor Groot-Brittannië, stak hij niet onder stoelen of banken, ventileerde het ook in de Zweedse en Duitse pers<a title="" href="#_ftn2"><sup><sup>[2]</sup></sup></a>. Omdat de oorlogsjaren niet het geschikte moment waren om verre reizen te ondernemen, gooide Hedin het over een ander boeg. In de maanden september en oktober 1914 vinden we hem, <i>&#8220;auf Einladung des Kaisers&#8221;<a title="" href="#_ftn3"><b>[3]</b></a>, </i>aan het westelijk front waar hij de Duitse troepen volgde in België en Frankrijk. Door zijn goede relaties met de Duitse legerleiding kon hij zich zo goed als vrij bewegen in het oorlogsgebied. Op 8 november is hij terug in Berlijn. Tijdens de daaropvolgende weken schrijft hij zijn relaas dat in de eerste maanden van 1915 verschijnt onder de titel <i>Ein Volk in Waffen</i>.<span id="more-7906"></span></p>
<p align="center"><strong><span style="color: #ff0000;">Vertaling uit het Duits van het relaas van Sven Anders Hedin</span></strong></p>
<p><strong>Via Gent en Brugge naar Oostende<a title="" href="#_ftn4">[4]</a>.</strong></p>
<p>&#8220;Terwijl ik in Antwerpen verbleef, kwamen dagelijks berichten binnen over het snel tempo waarmee de Duitsers de Noordzee naderden. &#8220;<i>Gent is ingenomen – Brugge veroverd – Onze troepen zijn Oostende binnengetrokken&#8221;</i>. Toen ik terug in Brussel was, leek het er nochtans op dat de geallieerden er alles aan deden om de Duitse troepen terug uit Oostende te verdrijven en het gerucht deed de ronde dat de Engelsen de stad beschoten.</p>
<p>In het gezelschap van de sympathieke consul Petri<a title="" href="#_ftn5">[5]</a> en zijn goede Belgische vriend die aan het stuur zat, reisde ik op 20 oktober over Gent en Brugge naar Oostende en dit met speciale toelating van de gouverneur-generaal<a title="" href="#_ftn6">[6]</a>.&#8221; […]</p>
<p><strong>woensdag 21 oktober. Aankomst in Oostende.</strong></p>
<p>&#8220;Brugge is één van de bekendste steden van Europa omwille van zijn historisch kader, de schilderachtige huizen, de bruggen over de reien en de grote stadspoorten met hun ronde torens. Geen tijd voor een bezoek, we reden door een beukenbos en door open veld naar Gistel. Aan een kruispunt enkele kilometers verderop richting Zuidwesten hield een infanteriepost ons tegen. Terwijl we daar halt hielden, hoorden we wat verder oorverdovend kanongebulder. De wachtpost controleerde onze papieren en zei dat er bij Middelkerke een zwaar artilleriegevecht aan de gang was. De Duitsers hadden stelling genomen aan deze kant van het kanaal dat Oostende met Nieuwpoort en Duinkerke verbindt. Een eskader van Engelse oorlogsschepen lag voor de kust en beschoot de Duitse stellingen die ook over land door Belgische en Franse troepen onder vuur werden genomen. Maar de weg naar Oostende, die eerst in Noordwestelijke richting loopt en dan draait naar het Noordoosten, was betrekkelijk veilig. Het gevaarlijkste punt was de bocht<a title="" href="#_ftn7">[7]</a> aan de andere kant van het kanaal waar de weg van richting verandert. We reden kolonnes met munitie tegemoet die vanuit Oostende naar het front bij Middelkerke trokken en vandaar kwamen kolonnes met gewonde soldaten terug naar Oostende.</p>
<p>We geraakten heelhuids voorbij die gevaarlijke bocht en arriveerden in de mooie en chique stad aan de zee waarvan Baedeker<a title="" href="#_ftn8">[8]</a> getuigt dat ze &#8220;op het ogenblik wellicht de elegantste badplaats van Europa is&#8221;. We reden de zeepromenade op waar een oneindige rij hotels uitkijkt op de zee. De meeste zijn alleen open tijdens het seizoen dat op 15 september ten einde loopt. Vijfenveertigdui­zend badgasten bezoeken de stad. Oostende is daarnaast ook een oversteekplaats tussen het vasteland en Engeland en dat verkeer gaat het hele jaar door. Voor reizigers met schrik voor storm of bij wie vermoeidheid hun parten speelt, zijn er ook minder luxueuze hotels in het stadcentrum.</p>
<p>Ondertussen was het veertien uur geworden. Ik was nog nooit in Oostende geweest en kende geen enkele Duitse officier. Ik had mijn papieren bij en moest mij melden bij de commandant in het <i>Hotel du Littoral</i> op de zeepromenade. We gingen er binnen en lunchten vervolgens in het restaurant. De vakantie van consul Petri liep ten einde en hij werd voor de avond terug in Antwerpen verwacht. Ik vergezelde hem en zijn Belgische vriend tot aan de deur, bedankte voor het gezelschap en zag ze wegrijden.</p>
<p>Het grauwe, donkere zeewater gaf een speciale schijn in de richting van het Westen. De regen was over, de hemel klaarde op maar bleef toch betrokken. Helemaal in het Westen, op een afstand van negen of tien kilometer, kon ik scherp en duidelijk de contouren van dertien Engelse oorlogsboten onderscheiden. Er waren enkele kruisers bij, de rest waren grote, aftandse torpedoboten. Ze schoten op de Duitse stellingen aan de Belgische kust en werden op hun beurt beschoten. Ze veranderden voortdurend van plaats om te beletten dat de Duitsers hen zouden raken maar ze bleven steeds op dezelfde afstand van de kustlijn. Hun donkere en imposante rompen staken fel af tegen de helle horizon. Uit hun schoorstenen stegen naar links zwarte rookzuilen op zodat de lucht in strepen leek.</p>
<p>&lt;<a title="" href="#_ftn9">[9]</a> De branding rolde gedempt en moeizaam over het fijne zand van het licht glooiende strand. De rijweg langs het strand was toegankelijk voor het verkeer. De brede promenade, door een metalen reling van zee en strand gescheiden, was echter voorbehouden voor Duitse militairen. Bij vloed reikte de zee tot aan de voet van de stenen promenademuur. Bij ebbe trok de zee terug en liet een brede strook strand achter. Duitse soldaten reden hier te paard in het water om de dieren te verfrissen en te harden&gt;.</p>
<p>Ik bracht een beleefdheidsbezoek aan kapitein ter zee Tägert die plaatscommandant van Oostende was. Hij verbleef op de tweede verdieping van het <i>Hotel du Littoral. </i>Vanop zijn balkon konden we ook de Engelse oorlogsbodems observeren. Tägert zei dat hij en zijn manschappen van de marine in de ochtend van diezelfde 21 oktober waren aangekomen in Oostende. Ze meldden zich eerst aan in <i>Hotel Majestic </i>dat gekend is als het beste hotel van de stad. De hotelbaas beweerde dat zijn hotel volledig ingenomen was. Hij loog want het seizoen was al een tijdje voorbij. Misschien verklaart de naam van het hotel<a title="" href="#_ftn10">[10]</a> waarom er geen kamers meer vrij waren voor Duitse officieren. In plaats van  logement op te eisen, installeerden de Duitse marineofficieren zich, bescheiden zoals ze zijn, in <i>Hotel du Littoral </i>dat hen volledig ter beschikking werd gesteld. Later zou blijken welke gelukslag die hotelwissel was. De officieren van de landmacht en de militaire artsen daarentegen hadden de hotelbaas van <i>Hotel Majestic </i>gedwongen kamers vrij te geven en hadden zich gewoon geïnstalleerd. Keuken en de bediening kwamen dadelijk op gang.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/0b0hOUszp3RoSgKNcMPgpNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh5.googleusercontent.com/-vfl8QdrC5DI/VDUG39vcXyI/AAAAAAAAHP8/ElhfvRea1nY/s400/Marinesoldaten.jpg" width="400" height="264" /></a><p class="wp-caption-text">Marinesoldaten op een straathoek in Oostende</p></div>
<p>Kapitein ter zee Tägert, een voornaam en toegewijd man, gaf mij de laatste vrije kamer in de <i>Littoral</i>. Ik trok er dadelijk in. De gang van de tweede verdieping leidt naar de kamers die uitkijken op de zee. De naam van de marine officieren die er logeerden, stond op de deuren. De vleugeldeuren gaven uit op een balkon voorzien van comfortabele ligzetels. Daar had je een onbelemmerd zicht op zee, op het Engels eskader en de krijgsverrichtingen.</p>
<p>Vanuit dit fantastisch uitzichtpunt genoot ik van een prachtige zonsondergang. In het Westen glinsterde de felle zon in een zweem van geel. Ze omkranste de wolken met een gouden rand en weerspiegelde in het water. Toch bleef het bewolkt met af en toe wat fijne regen. De ramen aan de zeepromenade lichtten op en het was precies alsof de huizen binnen in brand stonden. Op de plaats waar de verblindende zonsondergang de zee in het goud kleurde, lag het Engels vlooteskader. De hele dag door had het op de Duitse stellingen gevuurd. Ik zag de flitsen van de Engelse scheepskanonnen en hoorde ze even later bulderen. Toen was het twintig over vijf Duitse tijd. De kanonnen maakten zo&#8217;n hevig lawaai en de salvo’s volgden elkaar in zo&#8217;n tempo op dat de ramen van het kursaal rammelden en trilden. Na een half uur hield de beschieting op. Men vermoedde dat het eskader Noordwaarts trok om munitie te gaan halen. De gouden schijn op het water verbleekte, de avond viel en enkele flikkerende boeien lichtten op.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/R6sWHSmyUc0lAdmAHSP6mdMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class=" " alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-vXksIAMpQ8A/VDeKVL9HNrI/AAAAAAAAHTo/wabZ4iVS-tg/s400/Landsturm.jpg" width="400" height="262" /></a><p class="wp-caption-text">Landsturm in Oostende</p></div>
<p>In de loop van de dag had ik vele inwoners zien voorbijkomen maar toen het avond werd, verdwenen ze plots. Niemand mocht tussen 9 uur &#8216;s avonds en 5 uur &#8216;s morgens op straat komen. De straten waren niet verlicht maar vele winkels bleven open tot 9 uur. Geen enkele lantaarn brandde op de zeepromenade, de Duitse soldaten wandelden hier in het donker. Vanuit vele vensters aan de zeekant straalde licht naar buiten. Dit werd niet gevaarlijk geacht omdat de vijandelijke schepen toch alle posities kenden. De overtuiging leefde dat de Engelsen Oostende niet zouden beschieten. Honderd of meer Duitse gesneuvelden en de evacuatie van de stad wogen immers niet op tegen de vele miljoenen Engels kapitaal die ooit in de stad waren geïnvesteerd.</p>
<p>Ik was uitgenodigd om me voor het middag- en avondeten aan te sluiten bij de Duitse marineofficieren in het <i>Hotel du Littoral</i>. Toen ik om 20 uur voor de eerste keer het restaurant binnen kwam, werd ik aan alle tafelgenoten voorgesteld. Nauw contact kreeg ik met Kapitänleutnant-chef Bess, Oberleutnant Haag en de militaire artsen Schönfelder en Kübler. De volgende dagen brachten we samen door. Niemand van ons zal vlug vergeten wat we samen hebben meegemaakt.</p>
<p>&lt; Terwijl we nog aan tafel zaten, werd gemeld dat lichtsignalen werden gegeven vanop een kerktoren, duidelijk bedoeld voor de Engelse schepen. Dadelijk werd het bevel gegeven om de ware toedracht ervan grondig na te gaan. Tot nu toe had het schieten van de Engelsen alleen maar enkele paarden gedood. De obussen waren in een droog dok terecht gekomen waar zich toen niemand bevond&gt;. […]<a title="" href="#_ftn11">[11]</a></p>
<p>Zo eindigde mijn eerste dag in Oostende. Het was ook de eerste dag dat de Duitse marineofficieren er waren. […]<a title="" href="#_ftn12">[12]</a> Met een goed gevoel legde ik mij te rusten in een kamer met uitzicht op zee vanwaar Engelse vaartuigen vanop een afstand van één mijl de kust hadden bestookt. Ze hadden van de gelegenheid gebruik kunnen maken om Oostende te beschieten maar ik hoorde geen lawaai meer en sliep als een marmot. Toen ik wakker werd, was in het Westen het krijgsgebulder weer op gang gekomen.</p>
<p><strong>donderdag 22 oktober. Op verkenning naar Middelkerke.</strong></p>
<p>&lt; Heel de voormiddag werd er heviger geschoten dan de vorige dag. De ramen van het restaurant trilden. We konden het niet eens worden of de luide schoten afkomstig waren van de pas gearriveerde zware Duitse artillerie of van de Engelse scheepskanonnen. Twee Duitse infanterieafdelingen stonden opgesteld langs de noordelijke oever van het kanaal naar de IJzer<a title="" href="#_ftn13">[13]</a> en hun linie liep van Noordwest tot Zuidoost. De Belgen en de Engelsen hadden stellingen ingenomen ten Zuidwesten van dit kanaal. Ze waren ook in Nieuwpoort. Het doel van de Duitsers was de brug over het kanaal te veroveren. Die brug was nu in handen van de geallieerden en voor hen was ze het verdedigen waard. De vijand had Leffinge,  Slijpe en de weg tussen beide gemeenten, ten Zuidoosten van Middelkerke, beschoten. Leffinge ligt amper op zes en Slijpe op negen kilometer van Oostende. De Duitse posities waren heel sterk. Geen haar op hun hoofd dat eraan dacht te wijken hoewel ze zowel in het Noorden, Noordwesten, Westen, Zuidwesten en Zuiden vanuit zee en vanop het land onder vuur werden genomen. De geallieerden beseften dat elke stap voorwaarts van de Duitsers in zuidwestelijke richting, meer bepaald in de richting van Nieuwpoort, Duinkerke en Calais, rampzalig voor hen was. Wat overbleef van het Belgisch leger na de aftocht uit Antwerpen, trok zich ook niet langer terug nadat het aanzienlijke versterkingen had gekregen uit Engeland en Frankrijk. Het bood zware weerstand in zijn bolwerk in het westelijk deel van Belgische Vlaanderen dat door kanalen en waterwegen wordt doorsneden.</p>
<p>Hier stonden dus grote Engelse belangen op het spel. Zodra de eigen belangen bedreigd worden, gaat het welgekend Engelse flegma blijkbaar over in enorme hysterie.</p>
<p>Kapitein ter zee Tägert stelde mij een uitstap voor naar Middelkerke dat aan de kust ligt, op 8 km van Oostende. Kapitänleutnant Bess en zijn adjudant zouden meegaan. In zijn gesloten wagen volgden we de binnenweg parallel aan de kust. Toen we in de buurt van Middelkerke kwamen, nam de drukte en het verkeer toe. Lange kolonnes vrachtwagens met bevoorrading en munitie waren op weg naar het front. In een straat waren de begeleiders van een bevoorradingskolonne de glinsterende zeilen van hun vrachtwagens aan het afdekken met takken en bladeren. Zo zagen hun vrachtwagens er echt onschuldig uit! Dit gaf echter een akelig gevoel met betrekking tot een dreigend gevaar dat elk ogenblik kon losbarsten. Het was vooral voor bommen vanuit vliegtuigen dat de wagens gecamoufleerd moesten worden.</p>
<p>Aan een wachtpost vroegen we naar het hoofdkwartier van bevelvoerend generaal von Werder. Men wees ons een gewoon huis aan waar hij op dat moment een stafvergadering voorzat. Er was pas een bericht verstuurd naar het groot hoofdkwartier over de toestand op dit deel van het strijdtoneel. De stafvergadering was voorbij en we mochten binnen. De generaal onthaalde me vriendelijk. Hij verkeerde in een uitstekend humeur en gaf blijk van een onverstoorbare gemoedsrust, onontbeerlijk in moeilijke situaties. Oberleutnant Mittich kreeg het bevel een officier vertrouwd met de situatie met mij mee te sturen naar een uitkijkpunt in de duinen. Daar had je een overzicht over de militaire posities zonder jezelf al te veel bloot te stellen aan het vijandelijk vuur. De Oberleutnant stelde zich zelf voor als vertrouwd met de situatie en we namen plaats in zijn open wagen. We reden verder langs de kustweg tot we beschutting vonden achter een huizenrij met zicht op zee. Door die huizenrij liepen meerdere korte zijstraten. Ze geleken op openingen in een gaanderij waardoor we twee torpedoboten op zee konden zien. Die waren van het Engels eskader weggevaren en op hooguit twee kilometer van ons verwijderd. Het was duidelijk dat ze aan het observeren waren wat zich aan land afspeelde. Ze losten geen schoten, tenminste nu toch niet.</p>
<p>Achter het laatste gebouw ten Westen van Middelkerke, lieten we de auto staan en liepen een kort stuk te voet in zuidelijke richting, tot op de kruin van de dichtstbijzijnde hoogste duin. Nieuwpoort dat in handen van de geallieerden was, lag maar op 7 km van ons. We hadden een kaart van de streek bij en keken tot ver rond ons over de bloed doordrenkte vlakte. Aan de voet van de duinen en ten Zuidwesten van ons stonden de dichtste Duitse batterijen klaar om hun geschut op de geallieerde posities te richten.</p>
<p>Na elk schot hoorden we het karakteristiek fluitend geluid. Daarna zagen we een rookwolk op de plaats waar het obus aan de vijandelijke kant was neergevallen. In de buurt kon geen enkel levend wezen ontsnappen aan de dood. Een schot in de roos kan twintig man doden en evenveel of meer gewonden veroorzaken. Gisteren waren obussen afkomstig uit Nieuwpoort tot hier gevlogen, tot op deze plaats waar ik nu stond. De spanning stijgt ten top als je in zo&#8217;n uitgestrekt gebied een artilleriegevecht volgt en ononderbroken het hameren van de zware, doffe kanonschoten hoort.</p>
<p>Met de stafkaarten bij de hand duidde een opvallend rustige Oberleutnant Mittisch wat zich voor ons oog aan het afspelen was. Af en toe wierpen we een blik op de torpedoboten en verwachtten dat ze elk ogenblik konden beginnen vuren. In het Zuidwesten waren over land witte vlokken rook te zien afkomstig van neervallende granaten.</p>
<p>Nadat ik me grondig had geïnformeerd, vond de Oberleutnant het niet langer raadzaam om hier te blijven. We waren met zijn vieren en konden van alle kanten gezien worden. Waren we aan vijandelijke zijde opgemerkt, dan had men ons voor een artilleriecommando kunnen houden en op ons vuren. Het was een naar gevoel te beseffen op elk ogenblik een doelwit te kunnen zijn.</p>
<p>We verlieten de duinen en keerden terug naar de wagen. Aan de hoek van één van de zijstraten wierpen we een blik op de twee opdringerige torpedoboten, die nu al drie dagen lang voor kust ronddreven. Het was een feit dat ze voortdurend dichterbij waren gekomen toen ze beseften dat ze vanuit Middelkerke weinig weerstand te verwachten hadden. Met onze verrekijkers konden we de officieren op de commandobrug en de manschappen op het dek zien. Even duidelijk konden zij ons waarnemen maar ze vonden het blijkbaar de moeite niet om op ons te schieten. Na een tijdje maakten ze een uitstapje, de ene torpedoboot in westelijke richting en de tweede naar de rest van het eskader om te rapporteren wat ze hadden gezien. Door de nevel waren trouwens maar vijf vaartuigen van het eskader meer zichtbaar.</p>
<p>Zo konden we zonder enig risico terugkeren langs de dijk, langs de brede kustpromenade met het prachtig zicht op zee. Hier mocht geen enkele burger meer komen en de ramen moesten worden verduisterd. &#8216;s Avonds en &#8216;s nachts was het hier pikdokker.</p>
<p>Na het avondmaal zat ik om tien uur op het balkon. De hemel was nog helder, twee boeien lichtten op en de branding van de zee overstemde de stappen van de wachtposten beneden op straat. Je kon duidelijk de soldaten onderscheiden want vanuit de vensters viel licht op hen. Hier en daar stapten ze per twee, anderen stonden in kleine groepjes tegen de balustrade van de zeepromenade en volgden het geschut van de Engelse artillerie. Op tien minuten tijd telde ik 141 kanonschoten. Waarschijnlijk waren het er wel meer omdat meer dan één kanon op hetzelfde moment afging. In tien uur dus een totaal van 8500 kanonschoten, een intriest verhaal.</p>
<p>Daarna ging ik voor de tweede keer slapen in Oostende. Ik liet de deuren van het balkon open. Het was echt aanlokkelijk om nog een tijdje wakker te liggen, de heldere hemel te bekijken en te luisteren naar het duet van golven en kanongebulder. Blijkbaar dommelde ik in en sliep uitstekend. &gt;</p>
<p><strong>vrijdag 23 oktober. Beschieting van Oostende<a title="" href="#_ftn14">[14</a><a title="" href="#_ftn14">]</a></strong><b>     </b></p>
<p>Dokter Kübler maakte me wakker en stelde voor te gaan wandelen naar de vuurtoren en naar het oud fort .</p>
<p>&lt; We liepen tot aan de haven waar een matroos ons met een roeiboot naar de overkant van de havengeul bracht. We stapten tot aan het vliegveld , vooral om daar een Taube te zien opstijgen. Die steeg tot op respectabele hoogte en verdween dan in Westelijke richting.</p>
<p>De witte minaret van de vuurtoren is 58 meter hoog. Het was lastig aan de verleiding te weerstaan om naar boven te gaan tot aan de lichtcabine en zo te kunnen kijken tot Nieuwpoort, Veurne en Duinkerke, steden die men van op de vuurtoren kan zien liggen. Daarna stapten we verder tot aan het oud fort met zijn graven en zijn vijf kanonnen die nog dateren van 1862. &gt;</p>
<p style="text-align: center;"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/V9TwYXyGbcX0Y0SslRnWd9MTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="aligncenter" alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-IT_Q-7VBlL8/VDeKTIlQnFI/AAAAAAAAHTI/Y_U0s6bFFGM/s400/Fort%2520Napoleon.jpg" width="400" height="371" /></a></p>
<p>We keerden terug met de elektrische tram waarin soldaten en burgers zaten. Onder hen een Landsturmer op jaren die vertelde dat hij drie zonen aan het front had. Hij had geen idee waar ze zich bevonden en evenmin of ze nog in leven waren. &#8216;Ze mogen sneuvelen, zei hij, voor het vaderland is men bereid de hoogste offers te brengen&#8217;.</p>
<p>Toen we terug aan de zeepromenade waren, zetten we ons op een bank dicht bij het kursaal en met een verrekijker observeerden we het Engels eskader. Het was prachtige weer en de lucht was uitzonderlijk helder.</p>
<p>Kort voor half één was Kapitänleutnant Bess op zoek naar mij. Hij was zopas uit Middelkerke terug in gezelschap van admiraal von Schöder. Hij wist te vertellen dat de baan waarlangs we de met takken en bladeren gecamoufleerde vrachtwagens hadden gezien, nu helemaal onveilig was en dat er een paar obussen waren ingeslagen. De militairen durfden zich nu ook niet langer meer op de zeedijk vertonen. Bess raadde mij af om een tweede keer naar Middelkerke te gaan. In de plaats daarvan stelde hij voor om enkele van zijn zee compagnies en hun kwartieren te bezoeken.</p>
<p>Anderhalve compagnie had een onderkomen gevonden in de schouwburg<a title="" href="#_ftn15">[15]</a> . Vóór het gebouw stonden zogenaamde lichte bootkanonnen met een kaliber van 6 cm, even donker geschilderd als de pantserschepen. De vrachtwagens met munitie stonden geparkeerd op het voetpad.</p>
<p>We gingen binnen in het grote, mooie foyer. De manschappen hadden hun bedden opgesteld aan de kant van de muur met daarop de matrassen en de kussens waarvoor de burgemeester<a title="" href="#_ftn16">[16]</a>  van Oostende had moeten zorgen. Op de zetels lagen wapens en kleren en op de tafels stonden schotels en kopjes. De eerste rij loges waren ingericht als slaapkamers of als opslagplaats voor oorlogsmateriaal. De gang ernaar toe stond vol bedden. In een aantal theaterloges waren marine soldaten bezig hun geweren te kuisen en hun uitrusting in orde te zetten.</p>
<p>&lt; We wierpen een blik op de prachtig gedecoreerde toneelzaal. Drie maanden geleden glinsterde hier nog alles wat Parijs, Brussel en Londen aan luxe bezaten, met in de loges rijen dames opgesmukt met parels en juwelen. Hier leidde men een luxeleven. Overdag waren er het strandleven in ligzetels of in badcabines, uitstapjes, diners of feesten. En s&#8217; avonds, moe maar zorgeloos dromen op de parketvloer van de schouwburg of flirten met de dames uit de loges. Toen het doek voor het laatst naar beneden kwam, was de oorlog al uitgebroken.&gt;</p>
<p>Ik kon niet aan de verleiding weerstaan om even binnen te lopen in de keuken van het theater. Hier waren kloeke en joviale marine koks aan het werk. Ze droegen witte mutsen en dito vesten met opgerolde mouwen. De ketels pruttelden en heerlijke geuren vulden de ruimte. Ik moest natuurlijk van die bereidingen proeven en kreeg een ruime portie goulash opgediend in een diep bord: gestoofd vlees, aardappelen, groenten en saus, heel lekker. Zo&#8217;n lekkere kost krijg ik niet in het hotel, dacht ik, en ik at mijn buikje rond. Geen wonder dat met dergelijke kost de Duitse soldaten zo sterk, fris en blakend van gezondheid zijn. Indien ik nog langer aan het front zou zijn en de keuze hebben tussen eten uit de officierenmess en eten van de troepkeuken, dan zou ik zonder aarzelen het laatste verkiezen! Soldateneten is gezond, voedzaam en smakelijk en belast de maag niet. De blakende gezondheid van de Duitse soldaten berust grotendeels op de uitstekende en gezonde voeding.</p>
<p>Het was nu vijf voor één en we moesten stipt op tijd zijn voor het middagmaal bij de officieren. We sloegen de Hertstraat in en op de hoek van die straat met de zeedijk, de brede promenade aan de zee, bevindt zich het Hotel du Littoral. De Hertstraat ligt enkele meter lager dan de zeepromenade die op de duinen is aangelegd. Aan het uiteinde van de Hertstraat is er een helling naar de promenade toe. Boven aan de hoek van de Littoral stond een groep officieren in een geanimeerde discussie gewikkeld. Ze wezen naar het Westen en maakten druk gebruik van hun verrekijker. We waren nieuwsgierig en gingen naar hen toe want we wilden weten wat er gaande was. Het Engels eskader lag nog altijd op zijn gewone plaats ten Westen en Zuidwesten, misschien iets dichter dan gisteren, op een afstand van zeven à acht kilometer.</p>
<p>Een torpedoboot had zich van de andere schepen verwijderd en voer met volle kracht in de richting van Oostende, evenwijdig met de kust en zo dicht mogelijk bij het strand. Kort daarop volgde een tweede torpedoboot in het kielzog van de eerste. Wat willen die rotzakken? Er vielen grove woorden. &#8216;Het is toch straf iemand zo op de hielen te zitten. Blijkbaar zijn ze op verkenning, maar welke lef hebben die lui, ze weten toch dat we Oostende hebben bezet. Ze hebben een vermoeden dat er onderzeeërs en torpedoboten in de binnenhaven liggen en willen kijken of ze van buiten de rede iets kunnen zien&#8217;.</p>
<p>Wat ook hun plannen waren, ik ging naar boven naar mijn kamer en maakte mij klaar om te gaan eten. Ik ging even een kijkje nemen op het balkon in de overtuiging dat de torpedoboten rechtsomkeer hadden gemaakt of verder waren gevaren. Maar nee, met het schuim tot aan de boeg, hielden ze dezelfde koers aan. &lt; Mijn compagnons Bess, Haag en Kübler stonden ook op het balkon met hun verrekijker. ‘Ongelofelijke schaamteloosheid&#8217;, zei één van hen. Dit krijgt nog een staartje, dacht ik en ik ging terug naar binnen om mijn dagboek, schetsen en foto&#8217;s in hun handige tas te stoppen. Ik wierp nog een blik op die vermetele torpedoboten. &gt;</p>
<p>Onder mijn balkon hoorde ik een officier met stentorstem bevelen dat de straat moest worden ontruimd en dat niemand mocht passeren langs de lange rij huizen. Enkel de wachtposten op de zeedijk mochten op hun post blijven totdat die een minuut later zelf dekking zochten.</p>
<p>&lt; Mijn compagnons waren ondertussen verdwenen en hun kamer was leeg. Ik nam mijn verrekijker en rende de trappen af naar beneden. Bess had zijn kameraden gewaarschuwd niet op het balkon te blijven staan. Hij veronderstelde dat ik al naar beneden was.&gt; In de elegante en met tapijt belegde vestibule van het hotel waar sofa&#8217;s, tafels en stoelen gegroepeerd stonden tussen hoge potplanten, liepen gehaaste officieren heen en weer. Men besefte maar al te goed dat iets ongewoons op til was. &#8216;Gaan ze schieten&#8217;, vroeg ik aan Bess. &#8216;Ja, ze gaan vuren, antwoordde hij rustig. Door de glazen deuren van de vestibule kon je meevolgen wat er zich ter hoogte van de Hertstraat aan het afspelen was. Daar was admiraal von Schröder orders aan het geven en ook kapitein ter zee Tägert was daar. De manschappen van de matrozenbrigade sleepten in zeven haasten de twee 6 cm-bootkanonnen en de munitiewagen bij die we even voordien nog voor de schouwburg hadden zien staan. Op dat ogenblik was in de hele stad geen ander artilleriegeschut beschikbaar.</p>
<p>Bewoners moesten de straten ontruimen en alleen militairen die instonden voor de leiding en de bediening van de kleine batterij mochten blijven. Ik werd er niet toegelaten maar kon toch volgen met welke snelheid en nauwkeurigheid de kanonnen werden gericht en geladen. &#8216;Laden – Klaar – Vuur&#8217;.</p>
<p>Het eerste schot weerklonk. De echo weergalmde in de straat en de ruiten van het hotel trilden in de ramen. Ik ging de eetzaal binnen. Daar had je een open zicht op zee en op de eerste torpedoboot. Een ogenblik later volgde het tweede kanonschot. Het eerste kwam vóór de torpedoboot in het water terecht zonder dat men kon zien of hij schade had aangericht. Ook het tweede schot kwam dicht bij doel neer.</p>
<p>In de eetzaal waren verschillende officieren aanwezig. Ik stond naast doctor Algermissen uit Colmar, de luitenant van het eerste reserve zee bataljon. Acht vensters van de grote eetzaal keken uit op zee, de twee andere en de toegangsdeur gaven uit op de Hertstraat. Aan de eerste rij ramen stonden kleine tafels die gedekt waren, aan de oostkant stond een grote tafel waaraan we gewoonlijk zaten. Het plafond rustte op vier pilaren. Aan de tweede pilaar aan de westkant stond ik met Algermissen.</p>
<p>Nadat de Duitsers twee schoten hadden gelost, maakten beide torpedoboten rechtsomkeer en begonnen ook te vuren. Het bliksemde uit hun kanonnen en ze schenen recht op ons te schieten. &#8216;Dekking&#8217;, riep Algermissen mij toe, en we gingen achter onze pilaar staan die als papier zou weggeblazen worden, had de 10 cm-obus die geraakt. Enkele aanwezigen in de zaal volgden ons voorbeeld, anderen bleven koelbloedig en hielden geen rekening met die voorzorgsmaatregel omdat ze oordeelden dat die toch totaal inefficiënt was. De eerste torpedoboot was ongeveer 1400 m van ons verwijderd. Zijn eerste schoten bereikten hun doel niet maar kwamen vlak voor het strand in het water neer en een grote waterzuil spatte naar boven. Van zodra de obussen waren ontploft, richtten we onze verrekijkers op de torpedoboot. Weer spuwde hij vuur en we zochten bescherming maar konden ons niet afwenden van zo&#8217;n schouwspel. Je wilt het koste wat het kost zien. De spanning die we voelden tussen het moment van het vuren van de kanonnen en het moment waarop de obussen insloegen, is haast niet te beschrijven vooral als je voelt en weet dat je zelf het doelwit van de lading bent die komt aangevlogen. Dat was toch even slikken. Zelfs al had iemand mij aangeboden om met hem naar een veiliger plaats in het stadscentrum te gaan, ik zou het niet hebben gedaan. Wat ik beleefde was een mix van ademloze spanning en van intense aandacht en opmerkzaamheid, ik wilde niets missen van wat zich voor mij aan het afspelen was. Dus houdt men voortdurend de verrekijker gericht nu eens op de boot, dan weer op de plaats waar de obussen neerkwamen. Een projectiel ricocheerde op het wateroppervlak en sloeg in in een kroonlijst op slechts enkele stappen van mij vandaan, zoals ik later kon vaststellen. Een ander projectiel beschreef een hoogst merkwaardige baan, ik weet niet welke precies, maar het kwam uiteindelijk op de zeepromenade terecht, ontplofte niet maar bleef liggen bij de metalen balustrade. Een paar dagen later lag het er nog en de soldaten van wacht moesten opletten dat niemand het gevaarlijk tuig aanraakte. Enkele keren kon ik zien en horen hoe de obussen in het water neerkwamen, afketsten, als platte schijven over het water gleden en uiteindelijk terecht kwamen tegen de muur van de dijk. Eerst de flits uit de loop van het Engels kanon, dan het neerkomen in het water en uiteindelijk de explosie. Dan het instorten van een gevel en het neerkomen van de bakstenen en delen van de muur op de straatstenen.</p>
<p>De tweede boot &#8211; die ik niet kon zien vanwaar ik stond &#8211; schoot even hard als de eerste. Elk van de twee Duitse kanonnen schoot vijf of zes keer. Ik weet niet of ze schade veroorzaakten. Aan de helling op het einde van de Hertstraat vlogen de kanonnen achterwaarts naar beneden, na elk schot moesten ze terug naar boven worden geschoven. Na twaalf minuten was alles voorbij. De boten veranderden van richting, steeds vurend terwijl ze haastig wegvoeren in westelijke richting. Volgens Duitse officieren, losten ze nog zowat dertig schoten en vuurden gelijktijdig met machinegeweren. De afstand nam toe en uiteindelijk hield de beschieting op.</p>
<p>&lt; Men kan moeilijk een gevaarlijker situatie indenken dan deze waarin ik me bevond. We stonden midden het vijandelijk vuur en zijn er toch heelhuids uit geraakt. De obussen sloegen deels vóór ons in, deels van ons weg. De kogels van de machinegeweren hadden zich via de ramen een weg gebaand in de gebouwen. &gt;</p>
<p>Ik vroeg hoe het kwam dat geen enkele obus in ons hotel was ingeslagen. &#8216;De Engelsen moeten toch gezien hebben dat het schieten van aan onze straathoek kwam en dat de Duitse soldaten die de kanonnen bedienden de enige levende wezens op de hele zeepromenade waren&#8217;.</p>
<p>&#8216;Dat lijkt zo, maar door de snelle beweging van de boten kunnen ze nauwelijks waarnemen vanwaar het vuren komt. Misschien hadden ze hun aandacht toegespitst op de haven in de waan dat we daar torpedoboten hadden liggen. Meerdere salvo&#8217;s gingen die richting uit&#8217;.</p>
<p>Merkwaarig, voegde een ander eraan toe, dat verschillende schoten zijn terecht gekomen in het Hotel Majestic waar ze een paar officieren gedood hebben. De Majestic is een prachtig wit gebouw waar de Engelsen vermoedelijk dachten een goede vangst te doen&#8217;.</p>
<p>&#8216;Toch opmerkelijk voegde een derde er nog aan toe, dat ze ons precies om één uur met hun bezoek vereerden, alle officieren zitten dan aan tafel. Ze waren ervan overtuigd dat ze op dat moment ongehinderd konden naderen en na het vervullen van hun verkenning verdwijnen vooraleer wij paraat waren&#8217;.</p>
<p>&lt; Wat waren de Engelsen van plan? Afgezien van het feit dat ze wilden te weten komen wat de Duitsers in de haven hadden liggen, was het misschien ook de bedoeling om de Duitse artillerie uit haar kot te lokken. Hoe kunnen we anders verklaren dat ze bleven schieten hoewel het vuur van Duitse kant slechts matig werd beantwoord? Ze hadden er geen voordeel bij en brachten alleen hun Belgische geallieerden en zichzelf<a title="" href="#_ftn17">[17]</a> schade  toe.&gt;</p>
<p>Toen alles opnieuw rustig was, gingen we aan tafel. Nadien trokken Bess, Kübler en ik naar Hotel Majestic. Onderweg kwamen we voorbij een huis waarvan het dak door een obus was geraakt. Er kwamen net een paar mannen en vrouwen naar buiten, die een klein, onschuldig kind in een kinderwagen voort duwden. De ouders zagen er geagiteerd en verward uit. &#8216;Waar gaan jullie naartoe&#8217;, vroeg ik. &#8216;Jullie kunnen toch niet vragen dat we in een huis blijven dat beschoten wordt, antwoordde één van de mannen. En met galgenhumor voegde hij eraan toe: &#8216;Dat zijn te straffe pillen voor kindjes, we maken ons uit de voeten&#8217;.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/Ddmd6ZYzAQErZWxg_ng_adMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="aligncenter" alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-9GJQKzPTgHM/VDUG3VSsg3I/AAAAAAAAHQQ/qTdrOPoMclo/s400/Majestic1.jpg" width="400" height="328" /></a></p>
<p>In de Baedeker van 1910  staat het Hotel Majestic nog vermeld als Grand Hotel des Bains. Ondertussen was het van naam en waarschijnlijk ook van eigenaar veranderd. Zijn mooie, witte gevel – we tellen zes plaatsen waar obussen zijn ingeslagen – was erg toegetakeld. De obussen hadden grote gaten in de muren geslagen. Op het voetpad lagen hopen stenen, bakstenen en kalk. Een plaasteren engel die als versiering diende, lag aan scherven met de vleugels opengespreid op de grond.</p>
<p>In de vestibule lagen kasten, tafels en stoelen op een hoop. Een uur geleden was het restaurant nog één van de elegantste van Europa: de grond was bedekt met rood Brussels voltapijt, de witte en vergulde muren hingen vol spiegels, aan het plafond prachtige kroonluchters. Nu zien we een hoop grijze puin. Twee obussen waren daarnet ingeslagen in het onderste deel van de lange rij ramen en de schrapnels hadden grote gaten geboord in de muren en het plafond. De plaasteren ornamenten waren naar beneden gekomen en lagen in brokken. Het tapijt stak onder een dikke laag wit stof. De ramen waren verbrijzeld, de ruiten uiteengespat in eigenaardige stervormige figuren waarvan de scherven bij de minste aanraking naar beneden konden komen. Stoelen en tafels waren kapot en de tafellakens in flarden. Alleen in de hoeken van de eetzaal, voornamelijk aan de westkant, stonden de tafels nog overeind maar borden en glazen waren gebroken. De voeten van wijn- en champagneglazen stonden daar nog maar het bovenste deel was eraf gerukt.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/Yb0PnM9RrQr542kjk-NbGNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img class="aligncenter" alt="" src="https://lh4.googleusercontent.com/-q3vxeY3iBiI/VDUG3kjknDI/AAAAAAAAHP0/AZPFQ6snGwc/s400/Majestic3.jpg" width="400" height="353" /></a></p>
<p>Toen de beschieting begon, waren daar zo&#8217;n vijftig officieren verzameld voor het middagmaal. Aan enkele tafels was men al begonnen met eten. De meeste militairen zaten aan de westkant en waren zo miraculeus aan de dood ontsnapt. Aan de oostzijde, aan een tafel bij het raam, hadden Stabartz Lippe en een adjudant van de zee brigade plaats genomen. Ze waren begonnen met eten toen een obus recht door het onderste deel van dat raam insloeg. Bij die eerste inslag hadden de beide heren zich waarschijnlijk te zeer onbeschut gevoeld. Dokter Lippe was opgestaan en was nog maar aan het tafeluiteinde gekomen toen een tweede obus binnen floot en hem midden in de rug trof. Hij werd volledig uit elkaar gerukt. Wat van hem overbleef, lag op de grond in een bloedplas, het hoofd op zijn armen. Zijn uniform was aan flarden, een stuk van zijn been lag onder een tafel aan de andere kant van de eetzaal, de rest &#8211; vlekken bloed en brokken ingewanden &#8211; plakte aan de muren, plafond en tafellakens. Stabartz Schönfelder werd erbij geroepen en kon alleen nog de stoffelijke resten van zijn kameraad in een tafellaken wikkelen en naar het lijkenhuis laten overbrengen. De adjudant had een grote wonde aan het hoofd en werd naar het dichtste ziekenhuis weggevoerd.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/ZzZmkzM3yrjs-X9dTGvnc9MTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-0gUwfq1MMgM/VDUG3RtYPKI/AAAAAAAAHP4/wCYXxHeqpp4/s400/Majestic2.jpg" width="400" height="274" /></a><p class="wp-caption-text">Feldgendarmen voor Hotel Majestic na de beschieting</p></div>
<p>Een man, typevoorbeeld van de Landsturmer, die met zijn zoon in de zaal stond, vertelde mij dat alle andere gasten het er levend van af hadden gebracht. Door de luchtdruk warend de meesten bewusteloos op de grond gegooid. Enkelen waren licht gewond door rondvliegende schrapnels. Zij die bewusteloos op de vloer lagen, kwamen nadien vlug bij.</p>
<p>Het lot is toch ondoorgrondelijk. Waarom moest precies de arts die het gevaar inschatte en een veiliger plaats zocht, gedood worden terwijl wij die vanuit een ander hotel het gebeuren volgden, ongedeerd bleven? Later vernam ik dat mijn schuilplaats achter de pilaar wel degelijk onveilig was. In een gesloten ruimte is een ontploffing gevaarlijker dan in open lucht. Strikt genomen waren de artilleristen aan het uiteinde van de straat beter beschut dan wij. Wij, gasten van Hotel du Littoral hadden nu geen reden meer om nog te klagen over de weinig gastvrije ontvangst enkele dagen daarvoor in de Majestic. Waren de Duitse marine officieren daar wel gastvrij onthaald, dan hadden ze misschien het lot van dokter Lippe gedeeld.</p>
<div style="width: 252px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/JLx7_5Yp41LjhvO3u-RtwNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/--aFLQWDKeQ0/VDUG2z5qxAI/AAAAAAAAHQA/KrK9gGM5JAE/s400/Aanpalend%2520huis.jpg" width="242" height="400" /></a><p class="wp-caption-text">Schade in de buurt van Hotel Majestic (Uit de Engelse editie)</p></div>
<p>&lt;<a title="" href="#_ftn18">[18]</a>  De situatie in Oostende was plots totaal veranderd. Er werd volop gespeculeerd over het vervolg van de gebeurtenissen. De meesten geloofden niet dat de stad aan een nieuwe beschieting zou worden blootgesteld. Anderen vonden het zeker niet onwaarschijnlijk dat tijdens de nacht een regelrechte beschieting zou volgen. Vandaar het verbod dat niemand, militairen inbegrepen, zonder speciale pas de zeepromenade op mocht. Het deel van Oostende dat uitkeek op de zee, moest worden ontruimd. Wachtposten werden aan de hoeken van de zijstraten opgesteld. &#8216;s Avonds en &#8216;s nachts moesten alle vensters die op zee uitgaven, worden verduisterd. Mijn kameraden uit Hotel du Littoral besloten daarom uit te wijken naar Hotel de la Couronne, tegenover het station Oostende-Stad. Daar werd ook voor mij een kamer voorbehouden. Twee vrachtwagens voerden onze pakken en zakken ernaar toe.</p>
<p>Zelf bleef ik toch tot &#8216;s avonds in de Littoral en, toen de duisternis gevallen was, vergezelden een aantal van ons luitenant Haag die een batterij naar de omgeving van Middelkerke moest brengen. Hij nam het avondmaal, rookte een sigaret, nam afscheid en vertrok met zijn matrozen, paarden en kanonnen. De anderen aten zoals gewoonlijk in de half verlichte vestibule en namen daarna afscheid van de hotelbaas van de Littoral.  Op de hoek van de Hertstraat wierp ik nog een blik op het Westen waar de lucht oplichtte door het Engels kanonvuur. Dan ging het door de donkere straten naar het Hotel de la Couronne. Alleen hier en daar brandden enkele straatlichten die men vanuit zee niet kon zien.</p>
<p><strong>zaterdag 24 oktober. Rustdag in Oostende<a title="" href="#_ftn19">[19]</a></strong></p>
<p>De nacht was rustig. Toen ik in de ochtend van 24 oktober werd gewekt door de ordonnans van Schönfelder, verzekerde hij mij dat er op Oostende niet meer werd geschoten. Maar het eerste wat ik hoorde, was de artillerie die in de omgeving van Nieuwpoort geweldig te keer ging tegen het laatste stukje overgebleven gebied van het koninkrijk België. Tijdens het middageten kwam het bericht dat gisteren een paar van de Engelse oorlogsschepen geraakt werden en dat daarna het hele eskader in de mist was verdwenen.</p>
<p>Ik bracht die dag een bezoek aan de troepen en de colonnes die klaar stonden om naar het IJzerfront te vertrekken, aan de gewonden in de lazaretten en aan Belgische krijgsgevangenen in het Kursaal. Die laatsten waren maar met zo&#8217;n twintig man. Ook zij hadden gehoord dat de Russen tot 100 km van Berlijn waren genaderd. Wat ze echter vertelden over de strategie van de Engelsen in België en over hun eigen belevenissen, dat is niet te beschrijven!</p>
<p>De hotelbaas van de <i>Littoral</i> aan wie ik en passant nog een kort bezoek bracht, vertelde me over de jongste gebeurtenissen. Terwijl de Duitsers naar Antwerpen oprukten, spoorden ontelbare treinen met vluchtelingen naar Oostende. De hotels zaten stampvol en het leven en de drukte waren niet te vergelijken met wat we tijdens het seizoen gewoon zijn. De ene boot na de andere bracht de vluchtelingen naar Engeland en Frankrijk. De meesten onder hen reisden naar Folkestone, de betere klasse vertrok naar Eastbourne, Brighton en Bournemouth. Niemand mocht aan land in Duinkerke. De boten die daar aankwamen, moesten doorvaren naar Le Havre. De vluchtelingen namen met elk vaartuig genoegen, ook met zeilboten, barkassen en roeiboten. De eerste vluchteling die voet aan wal zette in Engeland was een heer uit Brussel die voordien met zijn familie in Oostende toevlucht had gezocht. Maar toen een Duitse Taube op 24 september enkele bommen op de stad had gegooid, was dit voor hem een voorteken geweest en een verwittiging dat de Duitsers weldra zouden komen. Samen met zijn familie nam hij hals over kop de boot naar Londen.</p>
<p>Het aantal vluchtelingen steeg met de dag. Steeds talrijker kwamen ze van Antwerpen, Brugge, Gent, Dendermonde en nog van andere plaatsen. Op 12 oktober vertrok het laatste schip met vluchtelingen en de stad die even te voor nog een wemelende mierenhoop was, bleef leeg en verlaten achter. Enkele ministers waren achtergebleven maar de 13de vertrokken ook zij met een Belgisch schip, de <i>Avanti</i>. De ministers hadden gelogeerd in de <i>Majestic</i> en in de <i>Littoral</i>. In dit laatste hotel verbleef minister Vandervelde. Op 14 en 15 oktober vonden grote groepen vluchtelingen geen enkel stoomschip meer. Men zette toen de laatste vissersboten in. Het gerucht van de oprukkende Duitse troepen verspreidde zich vlug en de achtergebleven burgerbevolking wachtte vol spanning het ogenblik af dat ze de stad zouden innemen. Twee uur voor de eerste Duitsers arriveerden, sprong de laatste Belgische lansier zonder helm op een ongezadeld paard en galoppeerde langs de geplaveide zeedijk naar Middelkerke. De Duitse voorhoede bestond uit twee cyclisten en een ruiter. Het was toen precies half elf Belgische tijd. De laatste vissersboot met zestig opvarenden aan boord die pas het anker had gelicht, werd gedwongen terug te keren. In de daaropvolgende dagen kwamen al vlug meer Duitse troepen aan en dan gebeurde wat ik hier vóór heb beschreven.</p>
<p>De 24ste oktober heerste er in Oostende een op zijn minst bizarre stemming. Men wachtte koelbloedig en rustig een uitzonderlijke gebeurtenis af. Een poging tot invasie vanwege de  geallieerden was helemaal niet ondenkbaar. De Duitsers rekenden dit in elk geval mee. En wie zo&#8217;n poging zou wagen, kon zeker zijn van een warme ontvangst! De bezettingstroepen werden massaal aan de kust gestationeerd. Ook in ons hotel zagen we duidelijke tekens van het krijgsgebeuren. Officieren en soldaten liepen aan één stuk door trap op trap af. Achter mijn kamerdeur hoorde ik nog tot laat in de nacht levendige discussies over verbanden, ziekenvervoer, draagberries, nieuwe ladingen gewonden die naar Oostende werden gebracht en onderdak kregen in leegstaande woningen.</p>
<p><strong>zondag 25 oktober. Langs de kust van Raversijde tot Blankenberge en op stap met de legerartsen</strong></p>
<p>Een prachtige nazomerdag. Er lag een dunne nevelsluier over de zee. Kapitänleutnant Bess stelde een uitstap met de wagen voor naar Haag&#8217;s batterij in de duinen van Mariakerke. We reden langs de Torhoutsesteenweg, daarna eerst verkeerd langs landelijke wegen en vonden uiteindelijk onze vriend Haag bij zijn artilleriegeschut. Zijn batterij bestond uit vier Franse marine kanonnen van kaliber 7,5 cm en was zeer heterogeen samengesteld: de kanonnen waren in Maubeuge buit gemaakt, de paarden waren Belgisch en hun gareel en teugels afkomstig van de Engelsen.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/vSYyAJFmWZsMpu1VF4qIE9MTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-oYO-bAJihA4/VDUG2y71TmI/AAAAAAAAHQM/41coLwx7hTY/s400/Batterie%2520Haag.jpg" width="400" height="274" /></a><p class="wp-caption-text">Batterij Haag</p></div>
<p>Om de artilleriestelling die op de top van een duinenkam was ingegraven, te bereiken zonder vanuit zee opgemerkt te worden, moesten we langs een verbindingsgang. Zo hoefden we ons niet bloot te stellen aan een aangename begroeting vanwege de Engelse torpedoboten. Ook de kanonnen met hun grijze beschermingsplaten zijn zo opgesteld dat ze vanop zee weinig zichtbaar zijn. De loop laat men wat verzakken in het duinenzand.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/TeosW2T7eCA_tJ007Es5_tMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh5.googleusercontent.com/-2r19iv21adc/VDeKSLzp5nI/AAAAAAAAHS0/1t5SpG3OBBo/s400/Batterij%2520Haag.jpg" width="400" height="278" /></a><p class="wp-caption-text">Batterij Haag</p></div>
<p>Officieren en manschappen hebben onderaardse ruimten in het zand uitgegraven. Enkele zijn bedekt met planken of bij gebrek aan beter met staven en takken. Binnenin zag het er gezellig uit. De soldaten lagen in het zachte duinenzand dat in de herfst al vochtig is.</p>
<p>Op de duinenkam was er een put gegraven. Op de plankenbodem stond een buitengewoon scherpe schaarverrekijker op een statief. Alleen de lenzen staken boven de duinenkam uit. Daarmee spiedden we de in nevel gehulde zee en de zandgele, door de zon verlichte kust af.</p>
<p>Ik had me naar beneden laten zakken in een loopgraaf en het was precies alsof ik in een heel smalle tramwagon zat.  Een officier die boven bij de artilleriebatterij zat, riep plots: &#8216;Zoek dekking, een vliegtuig&#8217;. Vlak boven ons kwam een aëroplaan behoorlijk hoog aangevlogen. &#8216;Een Engelse dubbeldekker&#8217;, riep iemand. &#8216;Nee, repliceerde een tweede, ik meen onder zijn vleugels het ijzeren kruis te herkennen&#8217;. Maar een derde militair die op zijn rug lag en onverstoorbaar en rustig zijn verrekijker op het vliegtuig gericht hield, zei kalm: ‘Ik zie de Engelse rode vlag’. Daarop werd absolute stilte bevolen. Iedereen moest blijven waar hij was en mocht niet van positie veranderen want anders zou het vliegtuig de batterij kunnen bombarderen. Na een poosje verdween het toestel in de witte wolken. De schurk vloog langs de kust om te zien wat de Duitsers in de buurt van Oostende aan het uitspoken waren. Terwijl hij heel laag boven ons vloog, hoorden we het draaien van de propeller. Ik voelde me direct wat gemakkelijker toen het tuig alsmaar kleiner werd en uiteindelijk verdween.</p>
<p>We installeerden ons weer comfortabel en werden onmiddellijk op koffie vergast. Haag, die de nevelige horizont met zijn schaarverrekijker aan het afzoeken was, riep plots: &#8216;Een torpedoboot&#8217;. We stonden op en inderdaad, de contouren van het vaartuig waren niet scherp maar wel herkenbaar. De boot lag ongeveer drie kilometer van ons verwijderd. Nu werd het echt spannend want het was niet te voorspellen wat er het volgend moment zou gebeuren. De kustkanonnen hadden de voorbije dagen Engelse boten onder vuur genomen en men vermoedde dat enkele werden geraakt zodat het eskader zich had moeten terugtrekken. Misschien kwam het nu beter uitgerust terug. Waarschijnlijk ontving het lichtsignalen vanaf de kust. Gisteren had men een paar spionnen aangehouden die zich niet konden legitimeren. Als hun schuld wordt bewezen, zullen ze zeker op het kerkhof belanden.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/PKIcseoA_zJnDdFv-AmNmtMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-TyLiRIRRPbg/VDeKSdLe3aI/AAAAAAAAHS4/wvP2ILFG7zE/s400/Batterij%2520in%2520duinen.jpg" width="400" height="269" /></a><p class="wp-caption-text">Artillerie in de duinen</p></div>
<p>Kanonnen klaarmaken! De manschappen liepen als ratten naar hun plaatsen. Klaar om te vuren. Het eerste schot weerklonk en met korte tussenpozen volgden nog drie andere. Bij het neerkomen in het water stegen witte waterzuilen op. Of het raak was, konden we niet zien. De torpedoboot bleef ter plaatse en leek heel koel toe te kijken. Het was moeilijk in te schatten uit welke richting het schot kwam, de bemanning was trouwens al enkele dagen gewend aan die muziek.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/cS1lH2bhJ_QsCbX3qJ9letMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-xRuCjzmUerA/VDeKTIYaYpI/AAAAAAAAHTE/brXhdQpwx20/s400/Duinenkerkje.jpg" width="400" height="276" /></a><p class="wp-caption-text">Mariakerke</p></div>
<p>Terug in Mariakerke bleven we nog een tijdje vanachter een huis kijken. Een batterij die wat verder westwaarts stond opgesteld, begon te schieten. De waterzuilen veroorzaakt door obussen die in zee terechtkwamen, waren duidelijk te zien. De kanonnen van de torpedoboten leken niet van plan de strijd aan te gaan en het monster verdween geleidelijk in de nevel.</p>
<p>Ik heb honderden keer gezien hoe een kustbatterij stand-by bleef en hoe officieren en manschappen er leven en wonen. Waakzaamheid dag en nacht, altijd paraat staan, dat is het parool. Er heerst een heel strenge discipline en de officieren zijn onverbiddelijk. Ze verwachten van hun manschappen totale gehoorzaamheid op staande voet. Desondanks is de verstandhouding tussen het commando en de manschappen opperbest. Misnoegde gezichten, slepende voeten of onwilligheid bij het uitvoeren van een bevel zijn hier totaal onbekend. Wie zich zo zou gedragen, zou worden uitgelachen, zijn eigen kameraden zouden zijn leven ondraaglijk maken. In het Duits bestaat er een woord voor zo iemand, namelijk <i>Drückeberger, luiaard, </i>maar er zijn maar weinig zo’n soldaten. Het is algemeen geweten hoe in oorlogstijd een inbreuk tegen de tucht wordt bestraft. Maar het is niet om een straf te ontlopen dat de Duitse soldaten ter land en ter zee hun plicht vervullen. De Duitse soldaten hebben een gemeenschappelijk doel, Duitsland redden uit deze verschrikkelijke crisis, Duitsland laten triomferen over zijn vijanden waar ook ter wereld, Duitslands toekomst en eer.</p>
<p>Op de terugweg kwam een munitie kolonne in volle vaart onze richting uit, de koetsiers in gestrekte draf, de paarden in galop. De wagens met de gevaarlijke lading erop maakten een oorverdovend geluid op de kasseistenen. Het was duidelijk dat de voerders wisten dat er haast bij was, dat een kustbatterij dringend munitie nodig had. Wat een prachtig zicht als die gespannen passeren in volle zonlicht.</p>
<p>Daarna kruisten we een vijftigtal Franse krijgsgevangenen door Duitse soldaten voor opsluiting weggebracht. Hun rode en blauwe uniformen hadden hun glans verloren. Ze zagen er moe en bleek uit. Wat een verschil met de marinesoldaten en de artilleristen die ik even voordien had gezien.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/k1ScGpKMXHzlx6XIVAmnytMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh3.googleusercontent.com/-o0AxI66wiD4/VDUG2w_67MI/AAAAAAAAHQE/ESc4WDQJ2C4/s400/Hedin%2520in%2520duinen.jpg" width="400" height="342" /></a><p class="wp-caption-text">Hedin en dokter Schönfelder in de duinen</p></div>
<p>&#8216;s Namiddags maakte ik met Bess en Schönfelder een uitstap langs de prachtige weg die langs de duinen de kust in noordoostelijke richting volgt. In het prachtige paviljoen van de Koninklijke Golfclub<a title="" href="#_ftn20">[20]</a> inspecteerden wij zestig manschappen van de marinetroepen die hier een herenleven leidden. Via Wenduine reden we naar Blankenberge dat sterk gelijkt op Oostende maar met het verschil dat de bevolking ter plaatse is gebleven en bovendien sterk aangegroeid is met vluchtelingen uit Brussel en andere plaatsen. In de hotels verblijven voorname, gefortuneerde heren en langs het strand wandelen verwanten van elke leeftijd en van beide geslachten, en niet te vergeten elegante jonge meisjes. We werden voorgesteld aan enkele marineofficieren onder wie de opgeruimde korvettenkapitein Mönch die ons vertelde dat er hier geen Engelse schepen te zien waren, waarschijnlijk door de vele mijnen op de vaarroutes.  Ten Noordoosten en op korte afstand van Blankenberge ligt Zeebrugge, de haven van Brugge. Beide steden zijn door een lijnrecht kanaal met elkaar verbonden.</p>
<p>Toen het al avond was, reden we voorbij het groot Belgisch militair hospitaal ten Oosten van Oostende. Op het kleine kerkhof had toen juist een begrafenis plaats. Enkele officieren en een aantal soldaten stonden rond een graf. De aalmoezenier had net zijn toespraak beëindigd en het muziekkorps speelde een treurmars. De overledene was hoofdarts dokter Lippe, die eergisteren werd gedood door een obus van de Engelse torpedoboot.</p>
<p>In <i>Hotel de la Couronne </i>dineerden we samen<i> </i>om acht uur. De eetzaal was hier niet zo groot en mooi als die van de <i>Littoral.</i> We misten vooral de plechtige, monotone muziek van de branding. Ons gezelschap had zich in meerdere kleine groepen opgesplitst. Bess, Schönfelder, Kübler en ik zaten samen. Om tien uur werden sigaren en koffie geserveerd. We praatten over de oorlog, reciteerden stukken uit Kipling en vertelden anekdotes. We lachten ons krom als Schönfelder vruchteloos probeerde de woorden <i>Didon dina dit-on du dos d&#8217;un dodu dindon</i> vlug na elkaar te zeggen. Maar hij nam zijn revanche met de vraag: &#8216;Wat geeft volgende zin als hij omgekeerd wordt gelezen: <i>Ein Neger mit Gazelle zagt im Regen nie!</i></p>
<p>Zo is de stemming, niet alleen hier maar overal aan het front. Ongerustheid, zenuwachtigheid, overspanning, schrik zijn totaal onbekende begrippen. Niets heeft op mij meer indruk gemaakt dan die grote sereniteit, overal die zekerheid van de overwinning en een overvloed aan energie, materiaal en manschappen, paarden en wapens. Ik was ervan overtuigd dat de Duitse troepen aan het westelijk front nog altijd niet de volledige en onstuitbare vuurkracht hadden ingezet waarover ze beschikten. Dat de opmars was stilgevallen was maar een illusie. Het maakte deel uit van een welbepaald plan. Wanneer het uur van de waarheid aanbreekt, zal het leger nog altijd over zijn volle vuurkracht beschikken. Alles loopt gesmeerd volgens een goed voorbereid masterplan.</p>
<p>Terwijl we zo aan het discussiëren waren, kwam een onderofficier van de marinebrigade binnen en rapporteerde aan Schönfelder dat er pas uit de buurt van het IJzerkanaal<a title="" href="#_ftn21">[21]</a> nieuwe transporten met gewonde militairen waren gearriveerd. Ze waren ondergebracht in openbare gelegenheden en leegstaande gebouwen. De twee dokters stonden op en wensten iedereen goedenacht. Ik vroeg om hen te mogen vergezellen wat zoals gewoonlijk met groot genoegen werd toegestaan. We trokken onze regenjassen aan want buiten goot het. In het gezelschap van de onderofficier vertrokken we in de pikzwarte nacht.</p>
<p>Hij leidde ons eerst naar een slecht verlichte drankgelegenheid. De dokters deden hun uniformvest uit en trokken hun witte jassen aan. Een paar helpers van het gezondheidskorps van de marine brachten verbanden, medische instrumenten en medicijnen in zakken en kistjes aan. In het midden van de ruimte werd een tafel onder het gaslicht geplaatst. Een kussen met een handdoek erover moest het hoofd ondersteunen.</p>
<p>&#8216;Breng de eerste maar binnen&#8217;, beval Schönfelder. Een blonde gedrongen persoon werd binnengebracht en op de tafel gelegd. &#8216;Je naam?&#8217; – &#8216;Korte&#8217; – &#8216;Regiment?&#8217; – ‘35ste reserve infanterieregiment, 18de compagnie&#8217; – &#8216;Waar ben je gewond?&#8217; – &#8216;Aan het linker kuitbeen&#8217;. De strakke broekspijp werd opengesneden. Het voorlopig verband was met etter en gestold bloed tot één massa samengekoekt en werd met scalpel en schaar verwijderd. Het was een lelijke wonde, het vlees hing in flarden, de huid was weg en er kwam een misselijkmakende geur uit. &#8216;Kijk naar iets anders, zei de arts, als de soldaat wilde kijken naar zijn eigen wonde. Ik deed al wat mogelijk was om zijn aandacht af te leiden. Er werd jodoformpoeder in de wonde gestrooid, enkele stukjes gaas werden met een pincet in gebracht zodat de etter verder kon afvloeien en om de huid terug te laten groeien. Stukken wild vlees werden weggesneden en een nieuw verband aangelegd. De soldaat was vier dagen geleden bij een noodbrug over het IJzerkanaal gewond geraakt door een schrapnel.</p>
<p>&#8216;De volgende&#8217;. Steunend op twee mannen van de gezondheidsdienst, komt een soldaat binnen gesukkeld. Hij heeft een kogelwonde aan het hoofd. De top van zijn schedel, vlak onder de kruin, was weggeschoten maar blijkbaar waren zijn hersenen intact. Hij hield zich kloek. Hij zei zelf dat het de moeite niet was. Den docteur moest er maar voor zorgen dat hij zo rap mogelijk terug naar het front kon. Het leek ons nogal vreemd want de jongen had een serieuze klap gekregen. Zijn haar werd geknipt en gescheerd, de wonde werd gereinigd met sublimaat en benzine. Jodiumtinctuur werd met een borsteltje uitgestreken en de wonde werd afgedekt met gaasdoek gedrenkt in Jodoform. Daarboven op kwam een stevig verband dat alleen de mond, neus en ogen vrij liet.</p>
<p>&#8216;De volgende&#8217;. Een Vlaming in Belgisch uniform. Hij had een schot gekregen in zijn kont en kreeg dezelfde zorgen als de Duitsers. Zijn gezicht was grauw, hij leek moe en moedeloos, dankte vriendelijk toen hij van de tafel werd gehaald.</p>
<p>Nog een &#8216;De volgende&#8217; en de één na de andere werd binnengebracht. Ik zou van al die gewonden het verhaal willen doen, maar er waren er te veel en bovendien werkten de twee dokters naast elkaar.</p>
<p>Toen alle gewonden de nodige zorg hadden gekregen, vertrokken we onder het licht van een lantaarn. De regen had grote plassen op de straat achtergelaten. &#8216;Wie is daar&#8217;, riep een wachtpost en als medisch team mochten we dadelijk passeren. We gingen een huis met drie appartementen binnen waarvan elke kamer bezet was. Alle bedden waren ingenomen. Sommige gewonden lagen op de vloer. De meesten waren in een diepe slaap verzonken want ze waren doodmoe na alles wat ze hadden moeten doorstaan. Sommigen snurkten in verschillende toonaarden. Ze hadden rust nodig, veel rust. Hier en daar was een diepe zucht te horen maar geen gejammer of geklaag. Fransen en Belgen waren even gelaten en geduldig als de Duitsers.</p>
<p>Ze waren met teveel om ze allemaal in de voorlopige operatiezaal een plaats te geven. De artsen gingen van bed tot bed, de wonde werd belicht en verzorgd zoals ik daarnet heb verteld. De gewonden tonen geen angst voor de dokter noch voor wat hij van plan is te doen. Integendeel, ze zijn dankbaar dat hij hen wil helpen. Tandengeknars en verwrongen gelaatstrekken zijn de enige uitwendige tekens die de pijn verraden. Geen geweeklaag, geen verzoek om met rust gelaten te worden. Uit de blik van een zwaar gewonde die zal moeten verder leven met een beperking, lijkt het of we zijn bezorgdheid kunnen aflezen: zal ik ooit nog vader, moeder en zussen weerzien? Zal ik verder bij hen kunnen inwonen? Zal ik mijn oude job in het atelier kunnen opnemen, in de mijnen, in de haven, bij de tram, op het veld of om het even waar tot nu toe zijn bezigheid en zijn inkomen lagen. Hun kapot geschoten, smerige, bevlekte veldgrauwe uniformen die door het roet zwart zijn geworden, zijn het beste bewijs van hun afmatting.</p>
<p>We gaan van huis tot huis. Blijkbaar zijn de Belgen de laatste tijd in de aanval gegaan, een uitzichtloze strijd om hun laatste stukje land.</p>
<p>Tenslotte kwamen we op een kamer waar we een soldaat aantroffen met een schotwonde door de linker hand. &#8216;Hoe stel je het&#8217;, vroeg de dokter. – &#8216;Het gaat, maar het doet pijn&#8217;. – ‘Kom mee naar beneden in de zaal, daar is er licht. Ik zal dan zien wat we kunnen doen’. Er werd een stoel klaargezet voor de soldaat, het verband werd afgenomen, zijn hand was blauw en opgezwollen. &#8216;Kan hij zijn hand houden&#8217;, fluisterde ik de arts toe. &#8216;Ik hoop het, de wonde ziet er niet gevaarlijk uit&#8217;. Hij was geraakt door een kogel toen hij in de loopgraaf aan het schieten was en zijn linkerhand niet had ingetrokken. Terwijl de dokter de consultatie verder zette, vroeg ik aan een soldaat: &#8216;Vanwaar ben je?&#8217; – &#8220;Ik ben van Hamburg maar woon in Berlijn&#8217; – &#8220;Wat is je beroep&#8217;? – &#8216;Ik ben acteur&#8217;, antwoordde hij met een zekere weemoedige humor. – &#8216;Een lange weg van de scene naar de loopgraven&#8217;, antwoordde ik en hij knikte al lachend. In de schijn van de lamp zag ik een mooi, fijn uitgesneden en gladgeschoren gezicht met een arendsneus en diepblauwe ogen. Ik kon zien dat hij aan het mijmeren was over de grote tragedie van het leven. We wensten hem spoedig herstel en gaven hem een schouderklopje. &#8216;Duizendmaal bedankt&#8217;, antwoordde hij en ging terug naar bed.</p>
<p>De rondgang was voorbij. Buiten viel er nog een lichte regen, we hoorden nog het gebulder van de kanonnen. Na één uur onderbreking was het schieten na tien uur weer in heftigheid toegenomen. Geen mens te zien behalve hier en daar een soldaat op wacht onder een druipende mantel. Op de Sint-Peters- en Pauluskerk sloeg het torenuurwerk twaalf lange slagen. Een verschrikkelijke nacht voor de soldaten in de open loopgraven die nu onder water moeten staan. Ik moest aan hen denken toen ik zelf de goed verlichte, warme hotelkamer binnenging. Maar als je hen zou vragen of ze zouden willen wisselen, dan zou je als antwoord krijgen: &#8216;Dank je wel, warme bedden zijn voor thuis, voor als de strijd voorbij is. Nu roept ons het vaderland. We blijven in de loopgraven, zelfs al staan we tot aan de nek in het water en valt er zwavel uit de hemel’. Voor sentimentaliteit en vertroeteling zijn de Duitse soldaten totaal immuun. Ze weten wat ze doen en willen alleen hun plicht vervullen.</p>
<p><strong>maandag 26 oktober. Laatste dag in Oostende.</strong></p>
<p>Vermits aan de kust niets speciaals meer te verwachten is, was ik van plan om naar Brussel terug te keren. Maar toen kwam Bess met zijn voorstel om een korte rondvaart te doen naar de magazijnen en de depots in de binnenhaven. Ik was onmiddellijk akkoord want op enkele uren tijd sta je toch in Brussel. In de magazijnen lagen allerhande reserveonderdelen voor vaartuigen en machines, platen, propellers, schroeven, haspels, kompassen, allemaal nuttige voorwerpen. We bezochten ook een schoolschip dat als soldatenkwartier werd gebruikt.</p>
<p>Terwijl we daar waren, hoorden we plots vanuit zee vier luide schoten. De donder kwam dit keer niet uit het Westen maar uit het Noorden en waarschijnlijk van niet ver. Waren het opnieuw Engelse torpedoboten, dacht ik toen het schip ons voorbij een lichtboei naar de oever voer? Op de terugweg vertelde een marineofficier me dat de explosies afkomstig waren van zeemijnen die van zelf ontploffen. In de nacht had ik er al een tiental gehoord. De zuilen van opstijgend zeewater waren na elke explosie te zien vanaf de kust.</p>
<p>Ik trok naar de duinengordel ten Noordwesten van de vuurtoren waar manschappen van de marinebrigade bezig waren een artilleriebatterij, die voorlopig op planken was geplaatst, in te graven in het duinenzand. Ze groeven ook voor zichzelf putten in het zand om er hun munitiekisten in te plaatsen. Bess toonde de soldaten hoe ze zo goed als mogelijk de kanonnen met gras en planten konden camoufleren.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/6e2Xr_vlDBROAAIcE-i9SNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh5.googleusercontent.com/-ovZDPjD8uFg/VDeKU-bCoCI/AAAAAAAAHTg/uLKz9Mc9cC0/s400/Kap.Luitenant%2520Bess.jpg" width="400" height="252" /></a><p class="wp-caption-text">Bess legt uit hoe zijn manschappen moeten camoufleren</p></div>
<p>Ik was daar nog maar kort of tegen de horizon ging een donkere waterzuil de lucht in. Ze was naar schatting wel 30 meter hoog en op 5 tot 6 km afstand van ons, rekening houdend met de tijd die verloopt tussen het zien van de waterzuilen en het horen van de ontploffing. Het omhoog spuitend water was heel donker van kleur, precies een mengsel van water en schuim en sterk gelijkend op wat uit een boorput opborrelt in [Valathani?]. De officieren haalden er zeekaarten en kompassen bij.  Ik zelf had een fototoestel bij maar slaagde er niet in om de eerste explosie te fotograferen.</p>
<p>Enkele minuten later ging de volgende waterzuil de hoogte in. De oorverdovende knal en de richting (Noordnoordwest) waren identiek met die van de vorige explosie. Deze keer kon ik wel op het juiste moment afdrukken. Kort daarna volgden weer twee explosies, nu vanuit het Noordnoordoosten en op een afstand van slechts 3,3 km. Toen kreeg ik er genoeg van.</p>
<div style="width: 410px" class="wp-caption aligncenter"><a href="https://picasaweb.google.com/lh/photo/7DFusFykmo8RyK78Uh14cNMTjNZETYmyPJy0liipFm0?feat=embedwebsite"><img alt="" src="https://lh6.googleusercontent.com/-ie9E584KLBo/VDeKVl14_eI/AAAAAAAAHTw/OFI9DjhpBm8/s400/Ontploffing%2520zeemijn.jpg" width="400" height="266" /></a><p class="wp-caption-text">In de verte ontploft een zeemijn</p></div>
<p>De zes locaties van de ontplofte zeemijnen werden op de zeekaart aangebracht. Zo verkrijgen de officieren gegevens om hun artillerie over de mijnenvelden heen te laten schieten. Misschien zal hun geschut ooit eens tot over het Kanaal reiken. Het viel op dat de mijnen die we observeerden, per twee de lucht ingingen. Ze waren duidelijk paarsgewijs of in meerdere rijen geplaatst en met een timer afgeregeld. Welke tijd was ingesteld, kon je niet weten, misschien een week, misschien nog langer. Ze ontploffen automatisch, zoals ze waren ingesteld, en niet door contact met obstakels. Zo’n mijnen worden gebruikt om de toegang tot een haven te versperren. Wat er ook van zij, dat vernietigingsmateriaal brengt alleen aan de zeeschepen schade toe. De Duitsers van hun kant waren erg blij dat ze nu wisten waar het mijnenveld lag en dat het vaarwater nu van mijnen was gezuiverd.</p>
<p>Na de middag hoorde ik dat een auto met aan boord een ingenieur van de firma Krupp vanuit Gent was aangekomen. De wagen zou dadelijk terug naar Gent vertrekken. Kapitein Jakobson, één van mijn kennissen, zorgde ervoor dat ik mee kon rijden. Klaar om te vertrekken! Ik nam afscheid van Tägert, Bess, Jakobson en Kübler. Groetjes aan de andere fantastische, gedreven mannen met wie ik enkele onvergetelijke dagen had doorgebracht en gevaren gedeeld. En zoals gewoonlijk evolueerde alles daarna razendsnel.</p>
<p>In Gistel hield ik drie kwartier stil want daar verbleef General-oberst von Beseler, een oude vriend die ik kende van de Berlijnse Vereniging voor Aardrijkskunde. We hadden elkaar veel te vertellen en hij bracht me op de hoogte van de gebeurtenissen van de laatste dagen bij de vijandelijkheden aan het IJzerkanaal. Over de uitkomst van de gevechten vertoonde hij niet de minste twijfel en voortdurend herhaalde hij: &#8216;We moeten zegevieren&#8217;. Von Beseler<a title="" href="#_ftn22">[22]</a> is één van de belangrijkste bevelhebbers van het Duitse leger die o.a. Antwerpen innam. Nu voerde hij het bevel over de uiterst rechtse vleugel aan de kust. Maar bovenal is het een uiterst minzame man.</p>
<p>We rijden verder. Een groep Franse krijgsgevangenen wordt naar het binnenland geleid. Marine infanterie, verduidelijkt mijn chauffeur. Estaminet, afspanning, kroeg, herberg, ik weet niet hoeveel keer ik die woorden las op uithangborden langs de weg. We stopten niet in Brugge en in Gent reden we recht naar de kommandantuur. Die bevond zich in een smalle straat. We herkenden het gebouw aan de vlag van het Duitse Rijk die er wapperde. Meer dan één officier vroeg wat ik verlangde. Mijn wensen reikten niet verder dan Brussel en ik zou van de gelegenheid dankbaar gebruik maken om met de auto naar Brussel te reizen. Generaal Jung zou daar voor zorgen, werd er mij verzekerd. Ik werd bij de generaal aangekondigd. Na één minuut kwam hij aangelopen en omhelsde mij stevig. We hadden elkaar in 1910 ontmoet op een feest in Posen, toen ik daar een voordracht had gehouden.</p>
<p>&#8216;Momenteel is er geen sprake van dat U vertrekt’, riep hij. &#8216;U moet eerst om zeven uur met ons souperen. Om negen uur stipt zal een auto voor U gereed staan’.</p>
<p>Ik liet me gemakkelijk overhalen en bracht enkele feestelijke en aangename uren door in het gezelschap van de officieren. En stipt op het afgesproken uur stond de wagen klaar. Het was een gesloten wagen, wat veiliger is &#8216;s nachts, en die was voorzien van uitzonderlijk sterke lampen. En het beste van al: als reisgezel kreeg ik een flinke Oostenrijkse luitenant, één van de officieren die het bevel voerde over de Oostenrijkse 30,5 cm-mortieren-divisies aan het Westelijk front. Het was heel interessant om te luisteren naar zijn belevenissen en de negentig minuten naar Brussel vlogen zo voorbij. &gt;</p>
<div>
<p> © Vertaling John Aspeslagh. Tekst overnemen kan mits bronvermelding.</p>
<hr align="left" size="1" width="33%" />
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref1">[1]</a> Een uitstekend en heel uitgebreid artikel met biografische en bibliografische verwijzingen over Sven Hedin vindt men in de Duitse Wikipedia (<a href="http://de.wikipedia.org/wiki/Sven_Hedin">http://de.wikipedia.org/wiki/Sven_Hedin</a>). Zie ook <i>Brockhaus Enzyklopädie, </i>19de uitgave, Band IX, p. 585; <i>Meyers Enzyklopädisches Lexikon</i>, Band XI (1974), p. 588; <i>Svenskt Biografiskt Lexikon</i>, Band 18 (1969-70), p. 471-77; <i>The New Encyclopaedia Britannica</i>, deel V (2010), p. 796;</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref2">[2]</a> Zie de <a href="http://webopac.hwwa.de/DigiPersPDF/P%5C007386%5CPIC%5CP00738600060000000H.PDF"><i>Hamburgischer Correspondent</i></a> van 20 oktober 1914 die een brief van Hedin aan een Zweedse vriend citeert en vooral in de <a href="http://webopac.hwwa.de/DigiPersPDF/P%5C007386%5CPIC%5CP00738600100000000H.PDF"><i>Kölnische Zeitung</i></a> van 11 november 1914, kort na zijn terugkeer van het Westelijk front en van zijn verblijf in Oostende: <i>&#8220;Der deutsche Soldat will nicht sein Land durch die Krämer aus der City von London vernichtet sehen. Deutschland kämpft für seine Existenz, England dagegen hat die Waffen ergriffen, um ein anderes Land zu vernichten und um den Wohlstand zu zerstören, den die stammverwandte Nation durch fleißige, ehrliche Arbeit erworben hat.  […] Die Deutschen kämpfen für ihr Land, die Engländer um klingende Münze. Die französischen Soldaten, die ebenfalls für ihr Land kämpfen, werden von den Deutschen geachtet,  die Engländer dagegen werden verachtet. Ich hege nicht den geringsten Zweifel an Deutschlands endlichen Sieg, nachdem ich zwei Monate den Kampf aus nächster Nähe betrachtet habe&#8221;. </i>Zijn reputatie als wetenschapper leed onder die pro-Duitse stellingname en de reactie van de geallieerden kwam zo goed als onmiddellijk. Half november 1914 werd hij geschrapt als corresponderend lid van de Franse <i>Société de Géographie</i> en in mei 1915 wordt hem de onderscheiding van commandeur van het Franse <i>Légion d&#8217;honneur</i> afgenomen die hij in 1904 ontving voor zijn verdiensten als ontdekkingsreiziger; zie <i>Le Figaro</i> van 15 november 1914 en 19 mei 1915.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref3">[3]</a> <i>Frankfurter Zeitung</i> van 9 november 1914: &#8220;<i>op uitnodiging van de keizer</i>&#8220;.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref4">[4]</a> Duitse versie (1916), p. 356. <i>Neunzehntes Kapitel</i>. <i>Über Gent und Brügge nach Ostende.</i></p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref5">[5]</a> Harald Petri consul van Zweden in Antwerpen.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref6">[6]</a> Wilhelm Leopold von der Goltz (1843-1916), Duits militair, hielp het Ottomaanse leger reorganiseren en kreeg er de rang van veldmaarschalk. Vandaar zijn bijnaam &#8220;Pacha&#8221;. Hij was maar kort algemeen gouverneur in België en keerde in 1915 als raadgever van de sultan terug naar Turkije; zie <i>Deutsche Biografische Enzyklopädie</i>, Band 4, p. 92. Von der Goltz arriveerde al op 14 oktober in Oostende voor een gesprek met burgemeester Liebaert en het gemeentebestuur.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref7">[7]</a> Torhoutsesteenweg met de <i>Kromme Elleboog</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref8">[8]</a> Duitse reisgids.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref9">[9]</a> &lt; … &gt; Deze alinea of dit deel ontbreekt in de Franse versie.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref10">[10]</a> De Duitsers waren in de overtuiging dat vele hotels eigendom waren van Britten.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref11">[11]</a> Nadien vertelt Kapitänleutnant Bess hoe de Engelse vloot op 28 augustus 1914 de Duitse kruiser <i>Ariadne</i> kelderde. We laten dit stuk weg omdat het geen verband houdt met de beschieting van Oostende.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref12">[12]</a> Hedin maakt enkele bedenkingen bij de rol van Groot-Brittannië in het krijgsgebeuren en bij de val van Antwerpen.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref13">[13]</a> Kanaal naar Plassendale – Nieuwpoort.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref14">[14]</a> Duitse versie (1916), p. 368. <i>Zwanzigstes Kapitel</i>. <i>Die Beschießung von Ostende</i>.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref15">[15]</a> Ook het kursaal diende als logement voor de Duitse marine soldaten; zie Elleboudt-Lefèvre, o.c., p. 80-83 die een gelijkaardige tekst citeren van oorlogscorrespondent Heinrich Binder in het Berliner Tageblatt van eind oktober 1914.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref16">[16]</a> Burgemeester Liebaert. Het gemeentebestuur moest instaan voor allerlei opeisingen, zowel van beddengoed als van likeur, wijn, tabak en andere luxeproducten.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref17">[17]</a> De Duitsers waren ervan overtuigd dat vele van die hotels Britse eigenaars hadden.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref18">[18]</a> Hier stopt de Franse versie met de gebeurtenissen in Oostende.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref19">[19]</a> Duitse versie (1916), p. 382. <i>Einundzwanzigstes Kapitel</i>. <i>Noch ein paar Tage an der Kanalküste</i>. Ontbreekt in de Franse editie.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref20">[20]</a> Aangelegd door Leopold II tussen Oostende en De Haan.</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref21">[21]</a> Kanaal naar Plassendale &#8211; Nieuwpoort</p>
</div>
<div>
<p><a title="" href="#_ftnref22">[22]</a> Hans Hartwig von Beseler (1850-1921), de veroveraar van Antwerpen; zie <i>Neue Deutsche Biographie</i>, Band II (1955), p. 176;  <a href="http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Hans_von_Beseler">http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Hans_von_Beseler</a>;</p>
</div>
</div>
<p><strong> </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://siagrius.be/siagrius/?feed=rss2&#038;p=7906</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
