Walraversijde tussen Oostende en Middelkerke

Provinciaal sitemuseum Walraversijde

Walraversijde, tussen het huidige Raversijde en Middelkerke, ontstond als vissersnederzetting waarschijnlijk in de tweede helft van de 13de eeuw. Het betekent: inham van de zee gelegen bij de woonplaats van Walraf. De kust was toen niet rechtlijnig zoals vandaag en had verschillende inhammen. Vandaar: Koksijde, Lombardsijde, Raversijde, Bludsijde (bij Bredene), …

Het oorspronkelijk dorp lag eigenlijk waar nu het strand en de zee is. Nu nog kan men bij laag water onder het zand restanten van muren vinden en hier en daar ook nog een potscherf rapen.

Op het einde van de 14de eeuw drong de zee door de duinen, overspoelde het dorp dat achter een nieuwe dijk landinwaarts werd heropgebouwd. Het tweede dorp bloeide tot ongeveer 1475 en telde volgens de ene bron een 50 tal woningen en zo’n 500 inwoners. Anderen spreken van 150 à 200 huizen die dicht tegen elkaar waren gebouwd. In feite was Walraversijde een klein stadje. In het begin van de 15de eeuw kreeg het dorp ook een eigen kerkje toegewijd aan Sint Jan de Doper. Het had ook een molen en een brouwerij. Het verval begon rond 1500 en een halve eeuw later waren er nog maar enkele huizen meer. Het Beleg van Oostende (1601-04) luidde het definitief einde van het vissersdorp in. De Spanjaarden gebruikten de resterende woningen als kamp voor hun cavalerie. Al wat er achteraf overbleef was de kerktoren die rond 1860 werd gesloopt.

Rond 1900 toonden een aantal archeologen belangstelling voor de site. Ook wij, toen studenten aan het college en archeologen “in spe”, gingen af en toe met een spade wat gaan delven op het strand. Mensen uit de streek wisten dat er daar een dorp had gelegen maar daar bleef het bij.

     

Het was de provincie West-Vlaanderen die in het laatste decennium van de 20ste eeuw zijn brede schouders zou steken onder het Walraversijdeproject dat zijn deuren opende in het jaar 2000. Op een terrein van een kleine 10 hectare gelegen achter het domein van de ondertussen overleden Prins Karel, tussen de Duinenweg en de Nieuwpoortsesteenweg, trok de provincie een museumgebouw op en reconstrueerde ze een viertal laatmiddeleeuwse woningen die met de ter plaatse gevonden bakstenen werden herbouwd en ingericht als kijkhuisjes.

     

Het bezoekerscentrum herbergt de archeologische en andere vondsten. De bezoeker kan er op een aantrekkelijke manier kennis maken met de geschiedenis van het dorp die via visueel materiaal bevattelijk is weergegeven. Ook de archeologische vondsten zijn te bezichtigen in de talrijke expo-kasten. De rondgang eindigt met een evocatie van het Beleg van Oostende. Zowel voor het bezoek aan de vissershuisjes als aan het museum, krijgt elke bezoeker een audiocassette mee waarvan het gebruik in de toegangsprijs is begrepen.

Op het terrein werden heel wat houten tonnen gevonden waarin haring werd bewaard. Eenmaal leeg werden ze hergebruikt als bekisting voor een waterput of een beerput. De activiteiten van de bewoners waren praktisch allemaal gerelateerd aan de visserij: weven van visnetten, maken van materiaal om te vissen, visverwerking en doorverkoop van haring afkomstig uit Scandinavië. Er werd ook handel gedreven in allerlei producten, varkens gekweekt en aan veenwinning gedaan. Na het liggen van een zware storm, deden de Walraversijdenaars ook aan strandjutterij.

De site van Walraversijde is eigenlijk nog veel ouder. Er werden sporen gevonden van bewoning, van  een dijk en van activiteiten uit de Romeinse tijd. De Noordzeekust was toen gekend voor de zoutwinning.

De provinciale site van Walraversijde is een onderdeel van een veel groter geheel dat nog het domein van Prins Karel en de Atlantikwall omvat.

Een aanrader!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>