Vlaamse migranten in Wallonië 1850-2000

Lannoo Campus, 2011, 247 bladzijden. Hoofdredactie: Idesbald Goddeeris en Roeland Hermans.

Uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling Vlaamse migranten in Wallonië, eerst in het Caermersklooster in Gent (2011) en nadien in Le Grand-Hornu (2012), respectievelijk georganiseerd door het  provinciebestuur van Oost-Vlaanderen en Henegouwen.

De migratiegolf van Vlamingen naar Wallonië begon al in de tweede helft van de 19de eeuw als gevolg van het wegvallen van de huisnijverheid en de landbouwcrisis in het toen nog overwegend agrarisch Vlaanderen. Zowel de Waalse landbouw als de industrie en de mijnbouw trokken verpauperde Vlaamse keuterboertjes en landarbeiders  aan. Het betrof dikwijls ook seizoenarbeid: Vlaamse boertjes die in de zomer hun eigen stukje grond bewerkten en s’ winters gingen werken in de Waalse mijnen of fabrieken. Met de ontwikkeling en de uitbreiding van het spoornet, ontstond ook pendelarbeid naar de Waalse mijnen en industrie. Vlaamse arbeiders die niet pendelden, gingen in de week op logement en kwamen op zaterdag naar huis. Die situatie was niet echt gunstig en had het ontstaan van ménages à trois als gevolg: een vrouw in Vlaanderen en een Waalse minnares. Andere migranten gaven er de voorkeur aan om zich met hun gezin in Wallonië te vestigen. Op een aantal plaatsen, zoals in Gilly en Montigny-sur-Sambre, ontstonden Vlaamse wijken. De uitwijking naar Wallonië zou geleidelijk afnemen naarmate er meer werk kwam in Vlaanderen, door het ontstaan van mijnbouw in Limburg en de industrialisering na de Tweede Wereldoorlog. Continue reading

Oudenburg bezit een Romeins Archeologisch Museum

Een halve eeuw geleden begonnen de opgravingen in Oudenburg. Het was al van oudsher geweten dat de stad Oudenburg (zie de betekenis van het toponiem) gebouwd was op de resten van een Romeins kamp gelegen in de kustvlakte, in het territorium van de “Belgische” volksstam der Menapiërs. In het 6de Boek van zijn Commentarii de bello gallico vertelt Julius Caesar hoe hij in 53 a.C.n. de Menapiërs op de knieën kreeg: Continue reading

Het MIAT in Gent is een bezoek waard

Een monumentaal museum, 1800 m2, dat heel zware industriële machines uit lang vervlogen tijden herbergt en ze ook nog regelmatig in werking stelt. Want MIAT staat voor “Museum voor Industrie, Arbeid en Textiel”. Het museum ligt aan de Minnemeers, in een voormalige Gentse katoenspinnerij met Manchester-dak en gelegen aan de Leie.

Het museum neemt zich voor dicht bij de mensen te staan. Door zijn educatieve rol slaagt het prachtig daarin. Er zijn niet alleen rondleidingen voor geïnteresseerde volwassenen maar ook workshops voor leerlingen uit alle onderwijsniveaus. Zo zagen we tijdens ons bezoek leerlingen uit het kleuter- en bijzonder onderwijs geboeid aan het werk. Voor alle niveaus zijn werkmappen ter beschikking. Het museum beschikt over een vriendenkring, over vrijwilligers die de antieke machines nog kunnen in gang steken en bedienen en over een kleine cinemazaal – Ciné Palace – waar elke maand een kwalitatieve film uit de oude doos wordt vertoond. Voor zijn Soirées doet het museum beroep op specialisten uit de industrie. Zo is er bv. op 30 mei a.s. een conferentie over vroegere elektriciteitscentrales in België. Continue reading

In Flanders Fields

Na de Eerste Wereldoorlog bleef er van Ieper niet veel meer over dan een spookstad die steen voor steen werd terug opgebouwd. Nadien is Ieper de motor geworden van de blijvende herinnering aan de Eerste Wereldoorlog .  Wie kent er in de Angelsaksische wereld niet de Menin Gate of het museum In Flanders Fields ingericht op de eerste verdieping van de na 1918 herbouwde Lakenhalle? Deze twee locaties trekken jaarlijks duizenden toeristen die meer willen weten van wat zich in de streek tussen 1914 en 1918 heeft afgespeeld. In de straten is Engels zowat de tweede taal geworden en Ieper de place to be, niet alleen voor de Belgian chocolate maar vooral voor een dosis remembrance. Hoeveel Engelsen of onderdanen van het Commonwealth hebben hier geen familielid verloren en begraven op één van de vele militaire begraafplaatsen in de Westhoek? Ieper kijkt vooruit en werpt zich sindsdien op als Vredesstad. Het In Flanders fields museum speelt hierop in en wil vanuit de gruwel van de Eerste Wereldoorlog motiveren voor een wereld zonder oorlog, boodschap waarvoor ook de IJzertoren werd opgericht. Continue reading

L’Océan, het hospitaal van koningin Elizabeth

In het cultuurhuis De Scharbiellie in De Panne, loopt nog tot 14 april – onder de benaming Het hospitaal van de koningin – de tentoonstelling over het militair hospitaal L’Océan en het dagelijks leven in deze kustgemeente tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De tentoonstelling bestaat hoofdzakelijk uit fotografisch materiaal dat prachtig wordt gepresenteerd in de luchtige en gezellige ruimte van dit modern en aangenaam ingericht cultuurhuis.

Het overgrote deel van de documenten heeft uiteraard betrekking op het hospitaal L’Océan gelegen aan de dijk van De Panne. Dit fotografisch en ander materiaal bevinden zich in de grote gelijkvloerse ruimte waar ook een operatiekwartier uit de oorlogsjaren is gereconstrueerd met authentiek chirurgische instrumenten en materiaal voor wondverzorging. Dat de gemeente De Panne hierin een centrale rol speelde, is uiteraard te verklaren door het feit dat het “vrije België” zich in die jaren beperkte tot het niet overstroomd gebied binnen het IJzerbekken. Continue reading

De oorlogsmisdaden van de Duitsers in Frankrijk en België

HORNE (J.) & KRAMER (A.), 1914. Les atrocités allemandes, Paris, Tallandier, collection Texto, 2011, 674 blz.

De Duitsers vielen België binnen in augustus 1914. Vanaf de eerste dag gedroegen ze zich bijzonder wreed en hardvochtig t.o.v. de burgerbevolking. Sinds de Frans-Duitse oorlog van 1870, waren de Duitsers geobsedeerd door zgn. francs-tireurs: gewapende burgermilities die schoten op de invallers. Ze zagen er overal en hun weerwraak was navenant: onschuldige burgers, niet alleen notabelen, ook vrouwen en kinderen, werden gegijzeld en terechtgesteld of vermoord; huizen, zelfs bijna volledige dorpen, gingen op in de vlammen. Soms was er een vorm van militair gerecht dat de vonnissen uitspraak, soms ook niet en werden de gijzelaars of de bevolking gewoon in koelen bloede afgemaakt. Continue reading

De taalgrens door Brigitte Raskin

Davidsfonds, Leuven, 2012, 329 blz.

Sinds het laat-Romeinse Rijk is de taalgrens eigenlijk niet zoveel meer verschoven en volgt ze grosso modo het tracé van de heirweg die liep van Boulogne naar Keulen. De rück-romanisering won het pleit in Zuid-Vlaanderen (Artesië en Frans-Vlaanderen) dat om politieke en sociale redenen werd verfranst na de Anschluss bij Frankrijk. In Brussel speelden dezelfde motieven mee: het centraal bestuur was verfranst sinds de tijd van de Bourgondiërs en bleef het verder onder de Spanjaarden, de Oostenrijkers, de Franse republiek en het Frans keizerrijk. Ook hier speelde het sociaal aspect mee: Frans spreken, in navolging van de hogere klasse, stond niet alleen chic maar was tevens een middel om een trapje hoger op te klimmen op de sociale lader. Brigitte Raskin stelt duidelijk dat de taalgrens niet alleen geografisch is maar ook sociaal[1]. Continue reading

Spanje erkent de republiek der Verenigde Provinciën (1648)

Conflicting Words van Laura Manzano Baena.
The Peace Treaty of Münster (1648) and the political culture of the Dutch Republic and the Spanish Monarchy.
Leuven, University Press, Avisos de Flandes, 2011, 282 blz

De auteur belicht een aantal aspecten die zich stelden bij het afsluiten van de Vrede van Münster aan het einde van de Tachtigjarige Oorlog in 1648.

De beëdiging van het verdrag door de Spaanse en Nederlandse onderhandelaars (Gerard Terborch, 1648) De ondertekening van het vredesverdrag van Münster – de zes onderhandelaars met opgeheven vingers v.l.n.r. Willem Ripperda, Frans van Donia, Adriaen Clant tot Stedum, Adriaen Pauw, Jan van Mathenesse en Barthold van Gent

Partijen waren hier Spanje en de Verenigde Provinciën, de zgn. zeven “ongehoorzame” gewesten die zich in de 16de eeuw aan het Spaans gezag hadden onttrokken voornamelijk omwille van de autoritaire regeringsstijl en de vervolging van de gereformeerden onder Filips II. Deze laatste was niet enkel koning van Spanje maar ter gelijker tijd ook graaf van Vlaanderen, hertog van Brabant, graaf van Holland, enz. , gebieden die eertijds behoorden tot de Bourgondische Nederlanden en die de Habsburgers hadden geërfd. Continue reading

De Franse pers in de 19de eeuw

In 2011 verscheen bij de uitgeverij Nouveau Monde Editions een kanjer van 1755 bladzijden met als titel La civilisation du journal, histoire culturelle et littéraire de la presse française au XIXe siècle. Het is een collectief werk van een 60-tal medewerkers onder leiding van Dominique Kalifa, Philippe Régnier, Marie-Eve Thérenty en Alain Vaillant.

Het feit dat zoveel personen een bijdrage hebben verzorgd, verwijst al naar het zwak punt van dit werk, nl. het gebrek aan synthese en de vele herhalingen. Alle bijdragen zijn los van elkaar opgesteld met vele overlappingen (“redites“) als gevolg. Als groot pluspunt vermelden we in elk geval de volledigheid van het werk waardoor het een standaardwerk is geworden in zijn domein. Ook de index en de aanzienlijke bibliografie dragen daartoe bij. Toch spijtig van het onhandig formaat en de compacte druk. Continue reading

Voor Vlaanderen, volk en Führer van Aline Sax

Manteau, 2012, 422 p.

In de ondertitel omschrijft Aline Sax heel duidelijk het voorwerp van haar publicatie: “De motivatie en het wereldbeeld van de Vlaamse collaborateurs tijdens de Tweede Wereldoorlog 1940 – 1945″. Het gaat dus niet over de collaboratie in het algemeen, maar over de motieven die Vlaamse mannen en vrouwen in de collaboratie hebben gedreven.

Een andere beperking betreft de methode die ze voor haar onderzoek heeft gebruikt.  Hiervoor gebruikte ze de briefwisseling met familieleden en kennissen van de collaborateurs die ze vond in de gerechtelijke dossiers bij het Krijgsauditoraat. Dit betekent dat collaborateurs die na de bevrijding niet werden lastig gevallen of van wie het dossier werd geseponeerd, niet voorkomen in de selectie die Aline Sax heeft gemaakt. Evenmin focuste ze op leidinggevende figuren uit de collaborerende kringen (politici of personen met leidinggevende functies, bv. officieren). Haar boek handelt dus over de gewone, modale, kleine vis. Continue reading