De Franse pers in de 19de eeuw

In 2011 verscheen bij de uitgeverij Nouveau Monde Editions een kanjer van 1755 bladzijden met als titel La civilisation du journal, histoire culturelle et littéraire de la presse française au XIXe siècle. Het is een collectief werk van een 60-tal medewerkers onder leiding van Dominique Kalifa, Philippe Régnier, Marie-Eve Thérenty en Alain Vaillant.

Het feit dat zoveel personen een bijdrage hebben verzorgd, verwijst al naar het zwak punt van dit werk, nl. het gebrek aan synthese en de vele herhalingen. Alle bijdragen zijn los van elkaar opgesteld met vele overlappingen (“redites“) als gevolg. Als groot pluspunt vermelden we in elk geval de volledigheid van het werk waardoor het een standaardwerk is geworden in zijn domein. Ook de index en de aanzienlijke bibliografie dragen daartoe bij. Toch spijtig van het onhandig formaat en de compacte druk. Continue reading

West-Vlaamse kapelletjes in devoties, legenden en verhalen

In het provinciaal Tolhuis[1] loopt nog tot 8 december een tentoonstelling over de West-Vlaamse kapelletjes die Valentin Degrande per gemeente heeft geïnventariseerd en opgenomen in een naslagwerk dat zeven volumes[2] omvat.

In het Tolhuis is de tentoonstellingsruimte eerder beperkt. Bovendien kan je niet verwachten dat één of ander van de zo talrijke kapelletjes uit West-Vlaanderen hier werd terug opgebouwd. Rijst dan de vraag hoe dergelijke tentoonstelling op te vatten en in te delen? De organisatoren kozen duidelijk voor een fotografische voorstelling van de meest in het oog springende kapelletjes. Veel meer keuze hadden ze ook niet. Maar hoe het fotografisch materiaal en de panelen klasseren? Continue reading

Andalucía of Al-Andalus, reisverhaal

Andalusië omvat de zuidelijke provincies van Spanje. De meest bezienswaardige steden zijn Granada, Córdoba en Sevilla. Specifiek voor deze streek is het rijk verleden, vooral de periode van de Moorse of musulmaanse overheersing (Al-Andalus) die op de hele streek haar stempel heeft gedrukt en, naast het aangenaam klimaat,  de voornaamste verklaring is waarom zoveel toeristen naar hier komen. Andalucía is een stukje Noord-Afrika in Europa. Het zijn geen “ingeslapen” steden maar grote centra met respectievelijk ca 500 000, 300 000 en 700 000 inwoners!

In een tweetalig Spaans-Engels toeristisch blaadje uitgegeven door de stad Málaga lezen we:

“La provincia disfruta de un clima privelegiado durante toto el año, con una temperatura media de 18 grados. El verano se alarga cada año hasta bien entrado octubre, con temperaturas agradables que facilitán las visitas de sus lugares de interés[1]“.

De drie steden hebben elk hun eigen vlieghaven maar elke maatschappij vliegt doorgaans slechts op één van de steden. We kozen Brussels Airlines die vliegt op Málaga. De Airbus 320 deed er tijdens de heenreis twee uur en drie kwart over en zo’n half uur minder op de terugreis. Het temperatuur verschil tussen Brussel en Málaga is enorm: we stegen in België op bij hoogstens 15 graden en betrokken lucht en landden bij een subtropisch 30 à 32 graden en in een zonovergoten landschap. Continue reading

Koekuit wandelpad Moorslede

Moorslede ligt halfweg tussen Roeselare en Ieper en is niet te verwarren met Moorsele in het Kortrijkse. Het acht kilometers lang wandelpad[1] voert ons door de zandleemgronden van een nog voornamelijk agrarisch gebied. Veel bezienswaardigheden zullen we niet tegenkomen. Vandaag worden in de streek voornamelijk maïs, bloemkool, prei en suikerbieten geteeld. De akkerbouw uit de 19de eeuw maakte plaats voor intensieve vee- en groenteteelt. Van de 420 ha bos uit de 19de eeuw blijven amper een paar restanten over.

We vertrekken aan de brandweerkazerne (Kerkhofstraat) en nemen de Kouterweg vanwaar we bij helder weer zicht hebben op de kerktorens van Izegem, Beitem, Ledegem, Slypskapelle en vooral van de basiliek van Dadizele.

Continue reading

Argendaalwandeling in Bellegem

10,8 Km in één keer wandelen is wat veel. De route[1] uitgestippeld door de provincie West-Vlaanderen voorziet een verkort tracé en kan gemakkelijk in twee stukken worden opgedeeld. Het parcours verloopt langs de rijksweg Kortrijk – Doornik. Het tracé van onze eerste wandeling ligt praktisch volledig links van de rijksweg als men uit de richting Kortrijk komt. Spijtig dat er bij de start geen veilige en aangepaste parkeerplaats voorzien is zodat we verplicht zijn de wagen langs de drukke rijweg te plaatsen.

De wandelroute ontleent haar naam aan het gelijknamig bos dat verwijst naar het vijftiende-eeuws Goed Argendaele, dat “kwaad, onveilig oord” betekent, waar allerlei zaken gebeurden die best het licht niet zagen.  Maar het bezoek aan het eigenlijk bos reserveren we voor het tweede deel van de wandeltocht.

Continue reading

Wandelen in Moen, aan het kanaal Bossuit-Kortrijk

De naam van de gemeente wordt voor het eerst vermeld als Mulnis in een 13de-eeuwse kopie van een handschrift uit 988. Mulnis, zou afgeleid zijn van mullia of mulda wat fijn stof (cfr. mul?) betekent. In 1280 vermeld als Moude wat staat voor mulle grond. Tegenwoordig is Moen een deelgemeente van Zwevegem.

De startplaats van de wandeling[1], aan de vroegere herberg De Voerman, is moeilijk te vinden. Het huis ligt excentrisch en is trouwens geen herberg meer. De naam is van de gevel verdwenen. Duidelijker is: start aan de afslag Moen van de N8 Kortrijk – Oudenaarde. De gemeente Zwevegem heeft aan die afrit een prachtige nieuwe en veilige parking aangelegd. Spijtig genoeg zit het plaatje “Orveyt wandelroute” in de zomer verborgen achter de overhangende bladeren. Ook dit maakt de start niet gemakkelijker.

Continue reading

Henri Aspeslagh, mijn grootvader

Grootvader Henri Aspeslagh werd geboren in Oostende op 16 december 1870. In het jaar dat hij acht jaar werd, verloor hij zijn vader Augustin en bleef achter met moeder Augustina Maria Vanhuysse. Op 16 november 1889[1] trad Henri in het huwelijk met Clémentine Lambersy, eveneens geboren te Oostende op 25 juli 1869. Ze kregen twaalf kinderen van wie er acht op jonge leeftijd stierven. Voor de Eerste Wereldoorlog was kindersterfte heel gewoon. Elke week vermeldden de plaatselijke kranten het overlijden van boorlingen of van heel jonge kinderen.

Het pijnlijkste verlies in het gezin was dat van Angèle. Haar tweede naam was Hélène. Mijn vader en tante Madeleine spraken altijd van “Hélène”. Ze werd geboren in mei 1900 en overleed in maart 1912, net voor haar plechtige communie. Blijkbaar had ze zich aan de knie verwond aan een glasscherf en is ze gestorven ten gevolge van een infectie of van tetanus.

Bleven in leven in volgorde van geboortedatum: Henri junior (°1893), Albert (°1895), Madeleine (°1903) en François (°1910), mijn vader. Grootvader Henri was dus 40 jaar bij de geboorte van François. Zijn broer Albert was toen 15 en Henri al 17. Henri en Clémentine heb ik niet meer gekend en mijn neven en nichten waren al getrouwd of stonden op trouwen toen ik in 1947 werd geboren.

Continue reading

Het Parochieveld in Doomkerke (Ruiselede)

Doomkerke? Een wijk van Ruiselede, genoemd naar pastoor Doom die er zijn eigen imposante neogotische kerk bouwde, de Sint-Caroluskerk. Hij was er zelf gedurende drie jaar pastoor. Hoeveel pastoors kunnen zeggen dat ze hun eigen – ondertussen geklasseerde! – kerk hebben gebouwd?

Wat verder begint de wandeling[1] aan de Brandstraat. Het is vanaf het begin duidelijk dat het een natuurwandeling wordt met aan het einde nog wat erfgoed om te bezichtigen.

Continue reading

Op verkenning in de Brabanthoek van Oostvleteren

Het was al een expeditie op zichzelf om Oostvleteren te bereiken. De weg naar de buurgemeente Lo-Reninge was in Merkem onderbroken. We probeerden dan via Lo maar daar waren ook wegenwerken aan de gang. Uiteindelijk konden we via Alveringem de N8 Ieper-Veurne bereiken en reden via de Elzendammebrug tot aan de kerk van Oostvleteren, het beginpunt van de wandelroute[1].

Continue reading