De Groote Oorlog

De Groote Oorlog
Het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog

Sophie De Schaepdrijver
Houtekiet – Atlascontact
1997 – 2013 (2de druk)

Als onderliggende titel koos Sophie De Schaepdrijver Het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog, wat, met een tussentijd van meer dan twintig jaar, een echo lijkt van Vlaanderen tegenover België in de Eerste Wereldoorlog, ondertitel gekozen door Lode Wils voor zijn werk Flamenpolitik en aktivisme uit 1974. Duidelijk een ander uitgangspunt!

In één van haar eerste hoofdstukken, behandelt De Schaepdrijver de misdaden begaan door de Duitsers tijdens de eerste oorlogsweken. Deze gebeurtenissen lazen we al eerder in het werk van John Horne en Alan Kramer[1] dat in zijn Engelse versie dateert van 2001. Vandaar ons vermoeden dat deze Ierse auteurs heel wat informatie gehaald hebben uit het vier jaar eerder verschenen werk van De Schaepdrijver. Continue reading

De Belgische staat heeft het moeilijk met zijn oorlogsverleden

Nu de herdenking van de Eerste Wereldoorlog in de startblokken staat, vragen familieleden van een handjevol piotten dat de Belgische staat zijn verontschuldigingen zou aanbieden voor hun terechtstelling wegens vermeende vaandelvlucht en/of insubordinatie. Er waren blijkbaar wel meer militairen die zich daaraan bezondigd hadden maar die – gelukkig voor hen – nooit voor een executiepeloton werden gezet. Dat de krijgsraden overhaast tewerk gingen, staat als een paal boven water want voorbeelden stellen was toen noodzakelijk om de discipline erin te houden. Dat die “krijgshoven te velde” een loopje namen met procedure en rechten van de verdediging, staat evenzeer vast. Zo was er achter de IJzer ook nooit sprake van een beroepsprocedure. Zouden die jongens ooit volledig beseft hebben wat hen boven het hoofd hing? Waarschijnlijk werd de procedure grotendeels of volledig in het Frans doorlopen en was het “pour les Flamands, la même chose”. De vooruitgang van de wetenschap, in het bijzonder de psychologie, maakte ondertussen duidelijk dat desertie niet automatisch synoniem is van lafheid maar een proces is dat zich in de menselijke geest afspeelt als gevolg van doorstane angsten, maandenlange ontberingen, missen van familie en geliefden. Wat er in de geest van die sukkelaars omging, konden fanatieke en bevooroordeelde officieren in een tijdspanne van enkele minuten onmogelijk objectief beoordelen. Continue reading

Hoger op naar deugd en wijsheid

NIEUWE PUBLICATIE OKTOBER 2013

Dertig jaar uit het rijke leven van een plattelandspensionaat
Kostschool en Landbouwhuishoudschool van Kortemark 1926 – 1956

Het Margareta-Maria-Instituut van Kortemark bestaat 175 jaar en dat wordt gevierd met tal van activiteiten het hele schooljaar 2013-14. Het is niet de eerste keer dat deze West-Vlaamse secundaire school haar jubileum viert. Ze feestte al in 1888, 1938 en 1988.

In 1988 publiceerde leraar Bernard Deneckere een gelegenheidsboek onder de titel 150 jaar Margereta-Maria-Instituut Kortemark 1824 – 1838 – 1988. In het jaar 1824 werd de kloostergemeenschap van de Zusters van de H. Vincentius van Kortemark gesticht. Kort daarop in 1838 openden de zusters een kostschool. Later stichtten ze bijhuizen in Haringe, Koksijde, Westende, Zandvoorde, Bredene, Uitkerke, Duinbergen en Westkapelle. Na de Eerste Wereldoorlog telde de congregatie 163 zusters en stond daarmee op de negende plaats van de vrouwelijke congregaties van het bisdom Brugge.

In 2013 jubileert onze school opnieuw. Opnieuw wordt weer een boek voorgesteld. Zeven jaar geleden begon voormalig directeur John Aspeslagh met de ordening en digitalisering van het schoolarchief tot rond 1958. Uit dit werk resulteert een publicatie die in oktober 2013 verschijnt als een lijvig boek.

Het boek telt meer dan 400 bladzijden en zo’n 370 afbeeldingen
en is op glanzend papier onder een verharde kaft gedrukt door
Lowyck & pluspoint uit Oostende.

Continue reading

Bonjour Ostende en Oostende Kaai

Een tentoonstelling in de Venetiaanse Gaanderijen die niet te missen is en nog loopt tot half september. Het thema luidt: Oostende in de internationale kunst.

De tentoonstelling start met enkele historische doeken die het beleg van Oostende weergeven, een zicht op de vroegere haven, de aankomst van het zeiljacht van de Britse koningin Victoria, de eerste kursaal, enz. Vervolgens komen de grote meesters aan de beurt die zich hebben laten inspireren door Oostende: Ensor, Permeke en Spilliaert, de drie huis-kunstschilders van de toenmalige Koningin der Badsteden. Ontbreken evenmin: Jan De Clerck, Erich Heckel die als Duits soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog Oostende leerde kennen, Gust De Smet, Floris Jespers, om maar de voornaamste te noemen. De tentoonstelling is trouwens genoemd naar Bonjour Ostende, het bekende werk van Jespers dat ook voorkomt op de catalogus. Continue reading

Keizer Augustus en de Lage Landen

Robert Nouwen
Davidsfonds, Leuven, 2009, 245 blz.

De titel van het boek is enigszins misleidend. In de eerste honderd bladzijden behandelt de auteur vooral de figuur van keizer Augustus, hoe Octavianus Augustus werd en de politiek die hij voerde. Zijn rol en optreden in de Lage Landen komen pas echt aan bod vanaf Hoofdstuk 4. Daarop zit de lezer met ongeduld te wachten want eigenlijk is dit de beweegreden om het boek te kopen. Het is evident dat je in de geschiedenis van het algemene naar het specifieke moet vertrekken. Maar een “inleiding” van honderd bladzijden vooraleer ad rem te komen, lijkt me nogal lang.

Robert Nouwen is niet alleen heel goed vertrouwd met de geschriften van antieke historici als Cassius Dio, Caesar, Tacitus, Strabo, enz. Ook archeologische vondsten zoals monumenten, fragmenten van opschriften, enz. betrekt hij in zijn werk. Hij stelt zich ook kritisch op t.o.v.  de antieke geschiedschrijvers en ontleedt hun geschriften en uitspraken met de nodige voorzichtigheid. Historiografie en propaganda lagen immers heel dicht bij elkaar. Nouwen gebruikt trouwens het woord “propaganda” in de titel van het tweede hoofdstuk. Continue reading

The Passchendaele Experience

Dit museum dat al enkele jaren bestaat, werd in het vooruitzicht van 2014 volledig heringericht en onlangs officieel geopend door minister Geert Bourgeois. Het bevindt zich in het kasteeldomein van Zonnebeke (Ieperstraat 5), in een streek waar de Eerste Wereldoorlog diepe wonden heeft geslagen. Enkele kilometers verder liggen ook het Polygoonbos, het Tyne Cot Cemetery, het Bayernwald  en nog zoveel andere sites die herinneren aan de “grote oorlog“.

Tijdens het Britse offensief van 1917 werden hier in honderd dagen tijd een half miljoen militairen buiten gevecht gesteld voor een terreinwinst van amper 8 kilometer. Passendale werd zo het symbool van het zinloos oorlogsgeweld. Continue reading

Stappen door het Drongengoedbos

De gemeente Knesselare maakt deel uit van het Meetjesland en ligt juist over de provinciegrens van West- met Oost-Vlaanderen. We startten de wandeling[1] aan de Drongengoedhoeve die midden een bos van 550 ha ligt. De geschiedenis van de hoeve gaat terug tot de 13de eeuw toen de graaf van Vlaanderen opdracht gaf om heidegronden te verkopen aan drie verschillende abdijen uit de streek. Eén van die abdijen was die van de Norbertijnen uit Drongen. Vandaar de naam. De huidige hoevegebouwen – ondertussen een Horecazaak – dateren van 1746. Tijdens de Franse revolutie kwam de hoeve in privéhanden. De abdijpoort met het ingemetseld wapenschild loont de moeite om even te bekijken. Er is ook een toren, misschien wel een duiventoren? Spijtig dat de huidige Horecazaak niet zorgt voor een schaduwrijk terras. Op een zonovergoten dag als vandaag zitten de klanten ofwel binnen ofwel in volle zon op het ruime terras. Aangenaam en uitnodigend is anders.  Continue reading

Het hopmuseum van Poperinge

Het Nationaal Hopmuseum van Poperinge werd ondergebracht in een voormalige stapelplaats van hop[1]. Alleen al het gebouw is een bezoek waard. De constructie en de indeling van het oorspronkelijk industrieel gebouw werd uitstekend bewaard maar terzelfdertijd aangepast aan zijn nieuwe functie als museum. De bezoeker beschikt over een lift die hem tot op de derde verdieping brengt. Nadien daalt hij via een metalen trapconstructie af naar de onderliggende verdiepingen. Het authentiek karakter van het gebouw werd gerespecteerd en gecombineerd met moderniteit en functionaliteit! Continue reading

Wandelen rond de Scherpenberg in Heuvelland

We vertrekken aan de kerk van de deelgemeente De Klijte. Gedurende de hele wandeling (zo’n 6,5 km) zullen we genieten van prachtige vergezichten. Langs de Ommegangstraat en de Boschdreve hebben we een prachtig zicht op de Scherpenberg die is uitgebouwd tot een Vlaams natuurreservaat. Wat hier speciaal is, zijn de enkele wijngaarden die  een tijd geleden op de heuvelruggen werden aangeplant. Want Heuvelland speelt vandaag mee op de markt van de Belgische wijnen. En met de Scherpenberg op de achtergrond komen de wijngaarden nog beter tot hun recht. In de verte verschijnt de Catsberg te herkennen aan de zendmast en het klooster. Continue reading

Vlaamse migranten in Wallonië 1850-2000

Lannoo Campus, 2011, 247 bladzijden. Hoofdredactie: Idesbald Goddeeris en Roeland Hermans.

Uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling Vlaamse migranten in Wallonië, eerst in het Caermersklooster in Gent (2011) en nadien in Le Grand-Hornu (2012), respectievelijk georganiseerd door het  provinciebestuur van Oost-Vlaanderen en Henegouwen.

De migratiegolf van Vlamingen naar Wallonië begon al in de tweede helft van de 19de eeuw als gevolg van het wegvallen van de huisnijverheid en de landbouwcrisis in het toen nog overwegend agrarisch Vlaanderen. Zowel de Waalse landbouw als de industrie en de mijnbouw trokken verpauperde Vlaamse keuterboertjes en landarbeiders  aan. Het betrof dikwijls ook seizoenarbeid: Vlaamse boertjes die in de zomer hun eigen stukje grond bewerkten en s’ winters gingen werken in de Waalse mijnen of fabrieken. Met de ontwikkeling en de uitbreiding van het spoornet, ontstond ook pendelarbeid naar de Waalse mijnen en industrie. Vlaamse arbeiders die niet pendelden, gingen in de week op logement en kwamen op zaterdag naar huis. Die situatie was niet echt gunstig en had het ontstaan van ménages à trois als gevolg: een vrouw in Vlaanderen en een Waalse minnares. Andere migranten gaven er de voorkeur aan om zich met hun gezin in Wallonië te vestigen. Op een aantal plaatsen, zoals in Gilly en Montigny-sur-Sambre, ontstonden Vlaamse wijken. De uitwijking naar Wallonië zou geleidelijk afnemen naarmate er meer werk kwam in Vlaanderen, door het ontstaan van mijnbouw in Limburg en de industrialisering na de Tweede Wereldoorlog. Continue reading